| |
|
|
Aandoeningen
Doordat reiki de stofwisseling stimuleert kunnen medicijnen sneller afgebroken worden. Dat kan nadelig zijn. De dosering kan dan, in overleg met de arts, aangepast worden. Bij mensen met diabetes kan de alvleesklier beter gaan werken door reiki. Zij moeten hun bloedsuikerspiegel dus goed in de gaten houden en niet te veel insuline spuiten na een reikibehandeling. Iemand die een transplantatie heeft ondergaan mag niet behandeld worden met reiki. Reiki stimuleert het immuunsysteem, na een transplantatie worden medicijnen gegeven die het immuunsysteem onderdrukken.
Een ontstoken blinde darm kan ook beter niet behandeld worden door reiki. Het gevaar bestaat dat de ontsteking kan doorbreken. Ook bij botbreuken kan
beter geen reiki gegeven worden.
Verder kunnen in principe alle aandoeningen behandeld worden. Iets wat kapot is, kan niet herstellen. Wel kunnen de klachten verminderen. Soms kan het zijn dat een
bepaalde ziekte niet geheel verdwijnt, maar dat de last en de pijn die de ziekte veroorzaakt draaglijk worden. Bij kanker is meestal chemotherapie noodzakelijk. Reiki
kan de bijverschijnselen van chemotherapie draaglijk maken. Ook psychische problemen kunnen goed behandeld worden met reiki. Denk aan straatangst, faalangst, angst voor
de toekomst, minderwaardigheidsgevoelens of identiteitsproblemen. Regelmatige reikibehandelingen kunnen oude emoties en emotionele pijnen zodanig helen dat we los kunnen komen van
oude pijnen en herinneringen.
|
|
|