
Het brouwersduo De Stichtse Heeren wordt gevormd door de (amateur)brouwers Harry
Kremer en Geert de Jong, beiden, uiteraard, woonachtig in Utrecht ('t Sticht).
Ooit hadden zij ieder wel eens wat gebrouwen. Met wisselende
resultaten. Andere dringende zaken hadden echter de brouwspullen
naar een hoekje op de zolder verdreven.
Eind 1997 besloten zij de draad weer op te pakken en het geheel te combineren.
Er werden enige diepte-investeringen gedaan om de capaciteit op een redelijk niveau
te brengen en in februari 1998 zag het eerste brouwsel van eigen receptuur het licht.
Vanaf dat moment werd iedere maand een zondag vrij gehouden voor een nieuw brouwsel.
Zo kon het eerste (succesvolle) brouwsel worden geperfectioneerd. Deze werd op de
markt gebracht onder de naam 'Stichtse Heeren Tripel'.

Daarna stortten zij zich op de ontwikkeling van een eigen bockbier. Op tijd voor het Utrechts
Bokbier Festival waren er twee brouwsels van 40 liter gereed, zodat dit bier samen met de
andere Utrechtse bokbieren aan de burgemeester kon worden gepresenteerd en
door de festivalgangers in Café Ledig Erf worden beoordeeld.
De reacties waren zodanig dat het niet nodig was nog iets aan de receptuur van de bock te
veranderen.
Een beetje Brouwer heeft in zijn assortiment een bier met een wat lager alcoholgehalte.
De volgende opgave was dan ook een '5%-doordrinkbier' aan de beide succesvolle voorgangers
toe te voegen.
En dat lukte. De laatste loot aan de Stichtse Heeren-boom is de blond geworden.
Op stapel staat nog een witbier en een dubbel en wellicht ooit nog eens een kerstbier.
Het hoofddoel is nu echter het vinden van een geschikte brouwruimte en om de producten
officiëel en legaal aan het assortiment van Utrechtse café's te kunnen toevoegen.
De Heeren zijn namelijk van mening dat een stad als Utrecht nog wel wat meer brouwers kan
herbergen dan de bestaande twee.Tot die tijd brouwen de heren in België bij de Proefbrouwerij Lochristie.
|