|
Bereikbaarheid De aankondiging van het thema van de jongerenvoering
geeft mij aanleiding om eens bij dit onderwerp stil te staan. Sinds ik
in deze parochie werkzaam ben (10 jaar) is dit onderwerp regelmatig
besproken in het team. Vaak zat daar de vraag onder: moet er niet
tenminste altijd iemand van het team bereikbaar zijn voor noodgevallen?
Tegenwoordig ligt dat allemaal weer wat gemakkelijker.
Ieder heeft toch een mobieltje. Je kunt dat overal zien. Bovendien je
kunt elkaar snel bereiken via email en tegenwoordig weer sneller via
twitteren, al ben ik daar nog niet in thuis. Zelf ben ik zelfs nog niet
aan het echt gebruiken van een mobieltje toe. Elke dag kom ik vroeger of
later wel thuis en dan vind ik een eventuele boodschap wel. Bovendien is
er een verschil tussen altijd bereikbaar zijn en altijd beschikbaar
zijn. Ook als mensen hun mobieltje bij zich hebben, staat deze niet
altijd aan en als je een boodschap inspreekt wordt daar niet altijd
opgereageerd.
Voor de federatie hebben we nu een vast mobiel
telefoonnummer die door een vrijwilliger bemenst wordt. Hij regelt dan
de urgente zaken die altijd met een uitvaart samenhangen. Maar behalve
om deze letterlijke bereikbaarheid gaat het bij bereikbaarheid ook om
een andersoortige bereikbaarheid. Dan bedoel ik een bereikbaarheid die
soms bij het ouder worden verdwijnt: door ziekte of aftakeling raken
mensen onbereikbaar. Maar zulke onbereikbaarheid kan ook optreden in de
gewone omgang met elkaar. We horen elkaar wel, maar zijn niet echt
bereikbaar voor de ander die ons nodig heeft. Dan kunnen we ongetwijfeld
de vraag stellen:dringt het wel tot ons door wat die ander ons te zeggen
heeft? Of sluit ik me af voor wat die ander met mij wil delen?
Als dit zo tussen mensen gebeurt, kunnen we dit ook
als een beeld verstaan hoe het gaat tussen God en mensen. Je kunt de
vraag stellen bij Gods bereikbaarheid. In zekere zin mag je uitgaan van
de verwachting dat Hij altijd bereikbaar is. We kunnen hem vinden in het
diepste van ons hart; in de stilte van het bestaan. Altijd hebben wij zo
de mogelijkheid van met Hem in contact komen bij ons, omdat we zelf het
kanaal naar Hem zijn. Maar soms ook is Hij juist bereikbaar via de
gemeenschap. In de liturgie wordt de band van de gemeenschap met God
gestalte gegeven. Onze kerk heeft niet voor niets het opschrift: Domus
Dei, Huis van God. In de stilte van de ruimte laat Hij zich ontmoeten,
maar ook in het samenzijn van de gemeenschap, in gebed, zang en tekenen
aan ons gegeven.
Juist ook in de ontmoeting met elkaar is God te
ontmoeten; in onze onderlinge bereikbaarheid is God te herkennen.
De verwachting dat God altijd bereikbaar is gaat
echter niet altijd op. Soms lijkt Hij ver weg, is Hij met alle inzet en
inspanning niet te bereiken voor mijn vragen en zoeken. Vaak kun je geen
woord vinden waarmee Hij aangesproken kan worden. Misschien is Hij dan
wel beschikbaar, maar kan ik hem in elk geval niet bereiken. Ook zo’n
ervaring kan heel werkelijk zijn.
In de H. Schrift wordt ook over Gods bereikbaarheid
gesproken en we zingen erover in liederen en psalmen. Dan gaat het
uitdrukkelijk over Gods bereikbaarheid voor “kleine mensen”, voor mensen
die het nodig hebben dat iemand het voor hen opneemt, in hun armoede,
ziekte, onrecht of wat dan ook.
Hier zingen we van in het bekende lied naar psalm 72:
Voor kleine
mensen is Hij bereikbaar,
Hij geeft
hoop aan rechtelozen.
Bereikbaarheid gaat ongetwijfeld niet alleen over het bij
je hebben van een mobieltje. Het gaat ook om het werkelijk contact
tussen mensen onderkling en tussen ons en God.
T. Thomassen c.p.
|