|
|
Met
Hemelvaart viert de Kerk dat Christus is opgenomen in de goddelijke,
niet-aardse werkelijkheid, die Hemel wordt genoemd. Doordat Christus,
het hoofd van de Kerk, is verheven, zijn alle leden van zijn Kerk
verbonden met de hemelse werkelijkheid.
We vieren
dit feest op de veertigste dag na Pasen. ‘Hemelvaart’ betekent
letterlijk ‘opgang (‘vaart’) naar de hemel’. De Hemel is in de Bijbel
een beeld voor de ‘goddelijke werkelijkheid’. Met Hemelvaart, zo leert
de Kerk, wordt Christus opgenomen in die goddelijke, niet-aardse
werkelijkheid, waar de wetten van tijd en ruimte niet gelden.
In het evangeliën volgens Marcus en Lucas en in zowel de Handelingen van
de apostelen als de brief van Pauls aan de christenen van Efeze wordt er
geschreven over de Hemelvaart van Jezus.
Ten hemel
opgenomen
In het
Evangelie van Marcus staat dat Jezus in de hemel ‘werd opgenomen’
(Marcus 16, 19). Opvallend is dat hier de passieve vorm wordt gebruikt:
Jezus wérd opgenomen. Lucas gebruikt in de Handelingen eveneens een
passieve vorm. Hij zegt dat Jezus ten overstaan van de apostelen ‘werd
omhoog geheven’ (Handelingen1, 9). Het is God, die Jezus omhoog haalt.
Dat wordt duidelijk uit het beeld van de wolk, dat Lucas gebruikt: "en
een wolk onttrok Hem aan het gezicht" (Handelingen 1, 10). In de Bijbel
is een wolk namelijk een beeld waarmee de aanwezigheid van God, die in
wezen onzichtbaar is, aangeduid wordt.
Hoofd en
lichaam
Voor de
gelovigen is de Hemelvaart van Jezus een reden tot grote vreugde, omdat
zij nu verbonden zijn met de bovenaardse wereld. De Apostel Paulus zegt
immers in zijn Efeziërsbrief dat de Kerk het Lichaam van Christus is. De
gelovigen vormen de ledematen en Christus is het Hoofd van de Kerk. Met
Christus is een deel van de Kerk ten hemel opgevaren, waardoor ook de
rest van de Kerk 'verheven' is. De Hemelvaart van de gestorven en
verrezen Christus voedt bij gewone gelovigen de hoop, dat ook zij na hun
dood ooit zullen worden opgenomen in de goddelijke, hemelse
werkelijkheid. Al deze gedachten worden mooi samengevat in het
openingsgebed dat de priester uitspreekt in de eucharistieviering van
het Hoogfeest van Hemelvaart: "Almachtige God, laat ons juichen
en blij zijn, vol dankbaarheid, omdat de Hemelvaart van Christus, uw
Zoon, ook onze verheffing is. Zijn glorie bij U is onze hoop, want wij
vormen één lichaam met Hem die ons hoofd is: Jezus Christus onze Heer”.
Tot slot
Het feest
van Hemelvaart dateert uit de 4de eeuw. Het Concilie van Elvira besloot
in 310 dat de verheffing van Jezus los van de uitstorting van de H.
Geest (Pinksteren) gevierd moest worden. Hemelvaart werd daardoor een
zelfstandig feest op de veertigste dag van Pasen.
|