|
De tijd gaat snel, op Aswoensdag
begint de vasten, we halen een askruisje. As herinnert aan de
vergankelijkheid van het leven. Het is gezuiverd door vuur. Dat staat
weer symbool voor de zuivering van onze zonden door de dood van Jezus
Christus. Het ritueel met de as op Aswoensdag behoort tot de heel oude
rituelen in onze kerk. Mensen erkennen de broosheid en de sterfelijkheid
van hun bestaan, ze hebben God nodig om van die broosheid en
sterfelijkheid verlost te kunnen worden.
Het gebruik om als voorbereiding op
Pasen te vasten bestaat sinds de tweede eeuw, toen nog op de drie dagen
vlak voor Pasen. Sinds eind derde eeuw vasten we in de katholieke kerk
veertig dagen. Veertig is een heilig getal, zowel in de Joodse als in de
Christelijke traditie. Dat gaat terug op de tocht van het volk dat
verlost werd uit de slavernij in Egypte. Dat volk zwierf veertig jaar
door de woestijn voor het in het Beloofde Land aankwam. In die tijd ging
Mozes de berg op om de stenen tafelen met daarop de Tien Woorden te
ontvangen. Mozes bleef veertig dagen op de berg.
Elia reisde veertig dagen naar een berg waar God aan hem zou
verschijnen. Jezus verbleef veertig dagen in de woestijn, als
voorbereiding op zijn openbare leven dat eindigde in de kruisiging. Hij
stelde zich in die veertig dagen volledig open voor God door te vasten
en te bidden. Zo kon Hij zich de liefde van God eigen maken.
Op die manier is de vasten een tijd
van bezinning, boete en bekering geworden. Daar mogen wij mensen een
voorbeeld aan nemen. Het is de bedoeling dat we los komen van de lasten
van het dagelijkse bestaan, dat we onszelf onthechten. Dat we vrij
worden om dat feest van vrijheid, het feest van het mysterie van de
overwinning van het leven op de dood dat Pasen is, te kunnen vieren.
In de Paasnacht viering vernieuwen
we onze doopbelofte. Om dat goed te kunnen doen is ook een tijd van
bezinning nodig. Bezinning op wat nu echt belangrijk is in ons leven,
bezinning op hoe we ons leven leiden met het oog op wat we beloven, op
wat Jezus voor gedoopte christenen een goede levenshouding vindt.
Sober leven kan ons daarbij helpen.
De dingen anders doen dan je gewend bent. Jezelf realiseren hoe goed je
het eigenlijk hebt, en je daarvan iets ontzeggen. Zo ontvankelijk worden
voor bekering: omkering van de weg die je gaat en oprecht proberen
bewuster te leven en oog te hebben voor wie het met (veel) minder moeten
doen.
En daar ergens begint de gewoonte om
geld in te zamelen voor de Vastenactie, die altijd een doel dient van
mensen die op welke manier dan ook tekort komen. De gedachte is dat
solidariteit met die mensen nodig is, en dat wij geld kunnen besparen
door onszelf dingen te ontzeggen. Dat geld kan dan ten goede komen aan
wie minder of niets hebben.
Wanneer ik over deze dingen schrijf
realiseer ik me weer heel duidelijk, dat we in een heel oude traditie
staan in de kerk. Een traditie die de eeuwen door gegroeid is en zijn
nut al zo lang bewijst. Dan vraag ik me af hoeveel mensen hier al over
nagedacht hebben en hoeveel mensen oprecht geprobeerd hebben God op deze
manier in hun leven de plaats te geven die Hem toekomt. Dat is waar het
elke keer weer om draait: zoeken naar die plek waar God kan en wil
wonen!
Van harte wens ik u namens het
pastorale team een heel zinvolle voorbereidingstijd op het Paasfeest
toe.
Margriet van der Zwaan-Arends.
|