OTTERSPOREN
(Ottertracks)
| 05 - De Belasting Otterspoor Hoefslag |
|
|
|
|
||
| Last update 21-11-11 | Back to homepage |
04 - De Otterspoordam & sluis
Het oudste document waarvan gemeend wordt dat er in gesproken wordt over de dam in de Vecht bij Otterspoor stamt uit April 1228. Het is Mr. S.J. Fockema Andreae die er in zijn boek ‘Studien over Waterschapsgeschiedenis uit 1950’ van uitgaat dat er in deze oorkonde sprake is van de Otterspoordam. Daarnaast geeft hij aan dat de beschrijving in een oorkonde uit 1397 zijn zienswijze bevestigd. Hij acht het ook denkbaar dat de Dam en Sluis ca. 1140 – 1150 aangelegd zijn i.v.m. de doorgraving van de Vaartse Rijn.

(04.03)
Niet iedere onderzoeker is het eens met F Andreae.
De bewerker van de oorkonde Dr.K. Heeringa identificeert de dam als de Jansdam in Utrecht.
De onderzoeker Martin de Bruin wijdt er een artikel aan ‘Was er in April 1228 sprake van een dam in de Vecht bij Otterspoor’.
In eerste aanleg geeft hij aan te begrijpen waarom anderen tot die conclusie gekomen zijn.
-De zin over de huiserven super Dammum staat tussen bepalingen over Otterspoor.
-Een dam past goed in de waterstaats geschiedenis van de Vecht.
-In de 12e eeuw is de Zuiderzee ontstaan en kwam het water via de Vecht steeds verder zuid.
-In een oorkonde van 13 Maart 1326 was sprake van een meerdam van Otterspoorsluys.
-In 1170 werd volgens de kroniek van de abdij Egmond zelfs zeevis gevangen in de Utrechtse stadsgrachten.
Er bestond dus alle reden om het achterland te beschermen met dijken en dammen.
Toch komt hij op basis van argumenten tot een andere conclusie.
-De latijnse term ‘aree’ = huiserven in de oorkonde duidt op een dorpskern.
-In de oorkonde van 1139 waarop het bestaan van een nederzetting Otterspoor is gebaseerd, ontbreekt echter de aanduiding van een dorpskern.
-In latere bronnen komen ook geen huiserven bij Otterspoor voor
-Waarom overdracht van de rechtmacht over enige huiserven en niet het hele gebied Otterspoor.
-De dam ligt niet in Otterspoor, maar op de grens van Otterspoor en Maarssen.
Op basis van verdere argumenten komt Martin de Bruin tot de stellige overtuiging dat het hier huiserven aan de Pausdam in Utrecht betreft.
Hij acht het daarnaast echter niet uitgesloten, dat er in de 13e eeuw wel degelijk een Vecht afdamming bij Otterspoor heeft gelegen, maar niet de dam uit de akte van april 1228. (04.01)
Ook de onderzoeker Hans Lägers heeft een andere opvatting. Hij haakt hierbij aan op de argumenten van Martin de Bruin. Hij stelt daarbij, dat de schaarse historische bronnen nooit hebben gesproken van een dam of een nederzetting bij Otterspoor. Hij acht het verder weinig aannemelijk dat de Vecht zou zijn afgesloten op een plaats die tientallen kilometers land- inwaarts ligt. Een dam in de monding van de rivier bij Muiden zou meer voor de hand liggen.
Hij gebruikt nog andere argumenten.
-De kosten van een nieuwe sluis, genoemd in een oorkonde van 1326, zouden mede ten laste komen van de damhoeven ten noorden van de Otterspoorsluis. De meerdam waarover hier gesproken wordt, ziet hij – NA VERANDERING VAN DE INTERPUNCTIE - als de ‘aan te leggen waterdam’ beneden de Otterspoorsluis.
-Het is aannemelijk dat de Otterspoorsluis naast de vecht in de bestaande Vechtdijk lag.
-In een Oorkonde uit 1244 over tol bij Muiden wordt niet gesproken over een dam in de Vecht.
-Met betrekking tot Otterspoor wordt nooit gesproken over tol, kraan of overslaggelden.
-De Otterspoorsluis moet de Uitwateringssluis van de Maarssenbroekse wetering geweest zijn.
-De oorkonde van 28 september 1397 die F Andreae gebruikt als bevestiging van de oorkonde uit 1228 ziet hij ook niet als bewijs. De oorkonde gaat over de tijns en tiende van Otterspoor -broek, strekkende van de Haarrijn aen der dannen tot der kercgrave toe. En Otterspoor -broek ligt niet aan de Vecht. (04.02)
Het is de onderzoeker Arie A. Manten die zich daarentegen opstelt achter F. Andreae en tegen Martin de Bruin en Hans Lägers. (zie hoofdstuk 06)
De volledig vertaalde teksten van de meeste bronnen zijn mij niet bekend en een aantal argumenten zijn aannames, interpretaties en opvattingen.
Op enkele argumenten van Hans Lägers wil ik toch ingaan.
-Dat hij de plaats van afsluiting van de Vecht bij Otterspoor weinig aannemelijk vindt, aangezien een dam bij Muiden toch meer voor de hand ligt, is buitengewoon vreemd.
Hij gaat hier voorbij aan de machtsstrijd tussen Holland en Utrecht die door meerdere onderzoekers wordt aangeven. Daarnaast gaat hij voorbij aan bronnen die hem toch zeker bekend hadden moeten zijn, zoals de Hinderdam in de Vecht in 1437 en de aanleg van een sluis, pas na een eeuw onderhandelen tussen Holland en Utrecht in 1674 bij Muiden, die de Hinderdam overbodig maakte. Zelf weerspreekt hij zijn stelling verder in zijn artikel, waar hij op de oorkonde uit 1326 wijst van de Hollandse graaf Willem III met een viertal heren uit de Vechtstreek om verder stroomafwaarts de Vecht af te dammen. Een dam die door andere onderzoekers als de dam bij Vreeland wordt gezien.
-Dat de Otterspoorsluis een uitwateringssluis naast de Vecht in de Vechtdijk zou zijn kan gewoon niet kloppen. De geheven Otterspoorhoeven zijn daar totaal niet mee te rijmen. (zie hoofdstuk 05)
-Het wekt verbazing, dat Hans Lägers meent een komma te moeten toevoegen tussen ‘de meerdam’ en ‘van Ottersportsluys nederwaert’. Hij geeft hier ook geen reden voor.

Wikipedia geeft in 2 zinnen het belang van interpunktie aan voor het interpreteren van tekst.
-Ik houd van je, lieve vriendin
-Ik houd van je lieve vriendin
Het verschil in interpretatie is levensgroot en hoort dus ook niet eigenmachtig te gebeuren.
Pas in 1323 komt de Otterspoorsluis in beeld. De sluis wordt genoemd als een der grenzen tot waar de regelgeving over het onderhoud van de Leckedijk loopt. De Lekdijkhoefslag dus. Interessant is, dat de Otterspoordam hier niet genoemd wordt.
Dit charter van 12 Juli 1323 is op zich ook interessant. Het is een gezamenlijk charter van bisschop Jan van Utrecht, dekens en kapittelen van Dom, Oudmunster, s. Pieter, S. Jan, en S. Marie, geestelijke lieden, het gemeene land en de stad Utrecht in overleg met William, graaf van Heynegouwen enz. en zijn raad.
Het geeft weer hoe groot het belang al was dat in het verleden werd toegekend aan de waterbeheersing in Nederland. Het brede draagvlak voor het beheer en onderhoud. De wijze van inrichting van beheer die eeuwenlang stand heeft gehouden met een dijkgraaf en heemraden. De strakke regelgeving met strafmaatregelen bij overtreding en de kostenverdeling over alle belanghebbenden.


(04.04)
Over de Otterspoorsluis zijn meer bronnen bekend. De vertaling van deze bronnen uit 1378 en 1381 zijn mij nog niet bekend.

(04.04)
Het is duidelijk, dat de meningen van de diverse onderzoekers fors verschillen en soms haaks op elkaar staan. Het is ook duidelijk dat de (mogelijk vermeende) bronnen over het gebied Otterspoor, de Otterspoordam, de Otterspoorsluis, het Otterspoordorp en de Otterspoorhoefslag zeer schaars en soms verwarrend zijn.
Alleen het bestaan van de Otterspoorsluis en de Otterspoorhoefslag staat blijkbaar voor allen onomstotelijk vast.