VL 97 Prinses juliana periode 1957 t/m 1958



Op
17 mei 1957 ben ik aangemonsterd op de motor logger VL 97 Prinses
Juliana en heb de teelt erop gevaren.
In het begin van de teelt met de drijfvleet halverwegen de
teelt met de trawl en van ongeveer november met
de zinkvleet.
In 1957 was ik reepschieter op deze logger, het schip was voor
die tijd redelijk modern er was een messroom.
De VL 97 Prinses Juliana was in 1914 gebouwd op de werf van
v.d. Windt en had een lengte van 35.76 meter en
Een breedte van 6,94 meter en holte van 3,75 meter. Deze
logger heeft tot 1952 als stoomlogger gevaren en
Had een triple expansie machine van 190 PK en een twee vuurs
schotse ketel.
In 1952 is deze logger verbouwd en keer toen een 300 PK bolnes
machine.
In 1962 is deze logger naar Katwijk verkocht en is omstreeks
1974 voor sloop verkocht
De verblijven voorin als zowel achter in waren het zelfde nog
als op de stoomlogger zo ook de kombuis.
Het verschil met de stoomlogger was, dat er wat meer gelucht
kon worden in het vooronder omdat op het voor
schip een bak zat maar ook de verlichting was beter zodat er geen karbiet licht nodig
was.
Ook het dek was anders als op de stoomlogger.
Zoals u op de foto links onder ziet heft deze
stoomlogger Op de foto links ziet u
de verbouwde logger VL 97 met in het
VL 114 een vrij vlak dek met houten luiken. midden van het dek hoge ijzeren luiken.
Bij slecht weer moest er een groot stuk zeil over deze Deze luiken konden ook
dichtgeschroefd of geklemd worden
Luiken gespijkerd worden in de hoop dat het allemaal het reep ruim was rond en ook nog
hoger als u goed kijkt kunt
Zal houden.
Dit zien het touw de reep die de mannen hier uit het reepruim halen.


Eerder nog had de
bekende Vlaardingse schipper Arie (Aai)van Roon op deze logger gevaren.
Toen ik op de VL 97 voer in 1957 en 1958 was de ook wel
bekende Vlaardingse schipper Fer van Schoor
shipper op deze logger, deze Fer van Schoor had voorheen veel
van Aai van Roon geleerd .
Fer van Schoor had de teelt er voor als jongste schipper op de
stoomlogger VL 196 Johanna gevaren.
Het dek van deze logger was ook anders er waren stalen
luikhoofden op geplaatst, op het voor en achterschip stonden
de galgen voor de trawl en voor de brug een elektrische winch.
De ruimen indeling was verder het zelfde gebleven.
Op 17 mei 1957 na vlaggetjes dag vertrokken we naar de
visgronden uitgezwaaid door familie buren en bekende, het
was vanaf het hoofd
altijd een lust om te zien als de Vlaardingse
vissersvloot uitvoeren vooral de stomers met hun
rookpluimen en als afscheid een hoop getoeter van diverse
soorten stoomfluiten en scheepstoeters van de motorloggers.
Als de bemanningen van buiten Vlaardingen op het station aan
kwamen werden zij opgewacht door Kees.
Kees was een bekende Vlaardinger in die tijd hij hield bij
welke loggers er vertrokken en hoe laat en dan kwam hij
naar je toe en vroeg 1 dubbeltje of kwartje zakkie dragen en
meestal aangekomen bij de logger kreeg hij meer betaald.
Ook in Maassluis bij de slepers was hij een bekende
verschijning.
Ook zong hij liedjes als er om gevraagd werd voor een paar
centen.
In die tijd kwam op de logger geen koffer voor maar een
zeezak(soort waterdichte plunjezak) voor kleren en alles wat
je nodig had in mee te nemen en bij binnen komst zat er haring
in.
Even terug naar de stoomlogger de stoomfluit werd zo weinig
mogelijk gebruikt i.v.m het verlies van stoom en dus water,
er was aan boord dan ook een mistkist die kist was ook op de
motor logger aanwezig.
Aan deze kist zat een handel en door deze op en neer te halen
ging deze loeien, deze mistkist werd in die tijd nog wel regel
matig gebruikt.
Nu ik met dit onderwerp bezig ben moet ik even terug denken
aan mijn tijd op MS Mataram van de Koninklijke
Rotterdamsche Lloyd.
Ik was toen aan boord jongen a.d en moest een beetje de
spullen uitgeven, nu had de chef hofmeester aan mij gevraagd of ik
uit de voorraad kast (naar wat ik verstond) de mistkist wilde
halen, ik heb toen de hele kast uitgezocht en leeg gehad maar
nergens die mistkist de hofmeester werd er kriebelig van want
hij had die kist in Rotterdam aan boord zien komen.
Hij had haast om deze kist te vinden.
Wat bleek het schip had 32 passagiers daarbij was ook een
pastoor en die wilde een mis opdienen.
Het moest dus niet de mistkist maar de miskist zijn, achteraf
wel lachen en als ik zoals nu over de mistkist begin moet ik
daar altijd aan denken
maar ik had ook geen katholieke achtergrond.
Ook op de VL 97 werd er voor vlaggetjes dag driftig gewerkt
geschilderd gekalefaterd en ga zo maar door, in de haven
hing de lucht van teer en getaand touw.
In 1958 zijn de reders begonnen om tijdens deze dagen een dag
met schoolkinderen de Waterweg heen en weer te varen
met deze loggers om interessen te kweken voor de visserij.
Ook de VL 97 deed hieraan mee, toen we dus op de Waterweg
voeren even voorbij Vlaardingen waren, kwam er een hoop
geloei uit de machine kamer
en trilde het schip, wat bleek we hadden de schroef verloren dus een
beetje paniek.
We zijn toen tussen twee andere loggers mee genomen naar de
Nieuwe haven, het was in die tijd op de Waterweg bij
Vlaardingen wel
behoorlijk druk met de zeeschepen, toen
nog kwamen alle zeeschepen langs Vlaardingen naar
Rotterdam, dus er was wel een gevaarlijke situatie zonder schroef.
Ik sta hier in het midden rechts een toenmalige Hieronder familie
vrienden en buren kwamen
Directeur van de Greko fabriek de man er
uitzwaaien
Naast een Vlaardingse garage houder

Uiteindelijk zijn we
goed binnen gekomen en aangemeerd op de foto hierboven ziet u de jonen
in het want van
de
voormast zitten
De bemanning van de VL 97 kwamen uit Vlaardingen, Scheveningen, ter Heijden aan Zee, Monster, Leiden en
Schiedam.
Op deze motorlogger voeren we met 16 bemanningsleden en op de stoomlogger was dat 17 man.
Schipper Fer van Schoor was dus wel van een iets jongere
generatie schippers dit kon je ook merken dat
Bijvoorbeeld de radio van tijd tot tijd aan stond met muziek.
In die tijd dus de jaren 50 luisterde de families van alle
vissers naar de radio met een visserij band daar stonden
bepaalde tijden voor
en hadden de schippers kontact met de reder dus kon de familie horen of
het goed ging en
wanneer het schip naar huis kwam.
Er werd nogal eens stiekem gebruik gemaakt van deze radio en
naar huis gesproken veelal met een code bij mij
was het hallo 44 alles goed hoor(het huis nummer van ons was
44)ook zijn er in die tijd wel schippers beboet voor
dit soort illegale uitzenden.
Het is nu niet voor te stellen je kunt nu faxen, emailen, GSM
of op zee met seacom enz, toen was er niets.
Het is wel gebeurd dat men bij ons thuis naar de visserij
band zat te luisteren wanneer het schip bij de Hoek
zou zijn en dat ik de kamer binnen stapte.
Ik had op de VL 97 een oude bakelite radio ac/dc en luisterde we in die tijd naar radio
Luxenburg ik dacht dat
in 1958 de piraten zenders in opkomst waren en als er een
topper in die tijd waszoals Yaker de Jak of Connie
Francis dan werd er geroepen en rende je naar de radio
aangekomen zakte dan de zender weer weg.
Nu is er alles aan boord toen niet.
Na de drijfvleet gingen we met de trawl en dat was hard ja kei
hard werken dag en nacht en ook in de weekend
Dus de zondagsrust was
te niet gedaan dit is gekomen daar er andere schepen door gingen vissen en
moesten
wij dit ook, zoals dat
toen ging zou nu niet meer mogen.
Je had geen overwerk dat bestond niet je had alleen een x
aantal procenten van de opbrengst van de vangst maar
als je dag en nacht getrawld
had en je vangt niet veel dan zit je natuurlijk wel voor Jan met de
Korte achternaam
te werken.
Het probleem was dat je met de haring trawl maar twee uur kon
trekken en dus moest deze binnengehaald worden.
Na het uitzetten van de trawl moest de haring verwerkt worden
kaken in tonnen doen enz.
Als je daar nu mee klaar was, was het weer tijd om de trawl op
te halen.
Als je na deze reizen thuis kwam lag je voor 24 uur voor
pampus niet wakker te krijgen.
Soms zei de schipper om twee uur s’nachts om 02.00 uur we gaan
even slapen tot vier uur.
In 1957 tijdens de eerste trawl reis zijn twee oude matrozen
op het nippertje aan de dood ontsnapt aan boord.
Bij het uitzetten van de trawl gaan er staalkabels door de
voorgalg en een door de achter galg.
Op de linker foto hieronder ziet u naast mij zo’n galg aan dek
staan op de rechter foto ziet u ook zo’n galg rechts
aan dek staan, aan beide galgen zaten katrollen en rollen om
de staaldraad te geleiden.
Als de trawl uitgezet was werd over de kabel een
haak(Sliphaak) gegooid en werden de kabels met een slipblok
aan de verschansing vergrendeld.
Deze twee staalkabels werden op dek via rollen(welke
mosterdpotten genoemd werden)die aan dek vast geschroefd zaten
geleid.(ik heb van een foto een klein stukje gescand waar zo’n
rol op staat zie onder)
Toen twee matrozen de sliphaak hadden aangehaald en de twee staalkabels
waren vergrendeld in het slipblok
volgde er een klap en vloog de mosterd pot welke de
staaldraad naar achter geleidde ineens uit het dek.
Was dit enkele seconde eerder gebeurd dan waren deze twee
matrozen door midden gesneden geweest.
Het was onbegrijpelijk hoe de mosterd pot die met 24 bouten
aan het dek vast zat los kon geraken,
dus we moesten voor reparatie als ik het goed heb naar Aberdeen
in ieder naar Engeland.
De volgende trekken die we deden stonden de mannen toch niet
op hun gemak bij het intrekken van de sliphaak.

Ik heb van een van
de foto een close up gemaakt waarop
Als je tussen de twee mensen kijkt een mosterdpot ziet op dek
Een
rol dus waarlangs de staaldraad gelijd wordt

de staaldraad langszij te trekken met de winch die u daar ziet.
Daarmee trokken zij via een kabel de twee staaldraden langszij
Ik heb getracht met een witte lijn aan te geven hoe de
staaldraad ongeveer liep en de witte rondjes waar ongeveer
de twee matrozen stonden.

Op de foto onder ziet u, onder de
galg de geleider
waar de staaldraad langs naar boven gaat

We visten dus hoofdzakelijk op haring ook als we halverwege
de teelt trawlden er zat ook wel andere vis in de netten maar
die werden opgegeten of over boord gezet, er zaten soms
wijtingen,makreel, horsmakreel, pelchers, vleten en soms ook wel
een haai veelal van 1,5 of 2 meter.
Nu hadden we op de VL 97 enkele vleten gevangen zie foto
onder een zwart wit afbeelding van een vleet een vleet is een
beetje olijfgroen
gevlekt aan de boven kant en wat grijs zwart gespikkeld aan de onderkant, aan
de staart zitten zeer scherpen
delen maar dit verder in het verhaal, de vleet is verwant
aan de rog en kan wel 70 t/m 160 cm worden.
Hieronder de Vleet Hieronder
de Rog


Zie de uiteinde van de staart eens
De vleten welke in de kribbe lagen waren vrij groot er zei
iemand tegen een matroos pak hem bij de staart en gooi
hem weg, niemand had verwacht dat die matroos dat zou doen
aangezien deze toch al een aardig jaardje op de
visserij zat.
Hij pakte dus de vleet bij de staart en kon gelijk daarna naar
het Hospitaal Kerkschip de Hoop zijn handpalm was
tot aan het bot ingesneden door de staart van de vleet.
Hij had een geluk dat de vleet niet giftig was.
Later het kan ook in 1958 geweest zijn had een matroos kiespijn
en had Fer van Schoor kontact met het Hospitaal
Kerkschip de Hoop gemaakt.
Het kerkschip was gekomen en had een bootje uitgezet(vanaf het
kerkschip werd met een klein bootje naar de logger
gevaren daarin kwam ook dan de dominee mee)die naar onze logger
voer, de matroos ging in het bootje mee naar
het Hospitaal Kerkschip in het hospitaal in de stoel gezeten zag
hij de arts met tangen of een boor komen en hij rende
de stoel uit terug in het bootje.
Dus hij is toen onverrichte zaken terug gevaren naar ons schip
en ging de dominee terug en was de hulp voor niets
geweest.
Het Hospitaal Kerkschip de Hoop lag altijd in de buurt van de
vissersvloot om eventuele hulp te verlenen
Aan boord ging altijd een dominee mee, uit een van de
vissersplaatsen en op zondag hield deze dominee een kerkdienst
aan boord van het Hospitaal Kerkschip de Hoop er kwamen dan ook
wel vissers van de loggers aan boord om een
dienst bij te wonen.
De rest luisterde via de radio op de visserijband naar de preek
en zodra de dominee amen had gezegd en het laatste
lied gezongen was wilde iedereen de dominee bedanken voor zijn
preek het was dan op deze frequentie een drukte
van je welste.
Als het Hospitaal Kerkschip niet bij de vloot vissers was dan
was er een marine schip in de buurt meestal HMS Fret
of HMS Jaguar en als er
op een van de loggers een ongeval was werd hun hulp ingeroepen.
Maar zowel deze marine schepen als het Hospitaal Kerkschip de
Hoop boden ook hulp als er machine of radio
problemen waren a/b van een logger.
De marine schepen hadden een meer controlerende taak er bij, dus
als deze in de buurt voer en de afhouder was
te jong en was niet gemonsterd
mocht hij niet aan dek komen of moest zich soms verstoppen.
Anders liep de logger de kans gecontroleerd te worden.
Wat in die tijd ook speelde, was dat de Nederlandse vloot
geintimideert werden door Russische vloot welke met
met een enorme grote vloot ook viste, met zowel zeer grote
trawlers als met kleinere vissersschepen wij noemde
deze vloot kanaries allemaal kleine gele bootjes.
In die tijd was de koude oorlog in volle hevigheid aan de gang.
Er werd wel eens gezegd dat men beschoten was maar dat heb ik in
die tijd niet meegemaakt het was eerder geen
Voorrang verlenen als je daar recht op had enz.
Deze grote vloot was er niet het hele seizoen als ik het goed
heb was dat meer in de zomer maanden.
De schepen zoals hieronder in dit geval Duitse trawlers waren
voor onze begrippen toen ook wel bijzonder groot
Ook de Russen hadden zulke grote stomers.


Er werd dan gevist door Engelse, Hollandse, Franse, België,
Franse, oost en west Duitse, Poolse en Russische vissersschepen
Het krioelde er van de schepen.
Er was in die tijd ik dacht in 1958 dar er enkele Russische
vissers gevlucht waren als ik het nog goed heb naar een Schots eilandje
er was toen een hele vloot Russische schepen naar toe gevaren en
een hele rel politieke was er ontstaan.
Als we in Dieppe lagen lag er ook een grote Duitse vloot dit
waren hulpstomers met de achtermast welke ook gelijk een
schoorsteen was, dit soort schepen hebben ook in Vlaardingen
gevaren maar niet zoveel.
De Duitsers gingen niet zo de wal op die waren niet zo gezien
i.v.m de oorlog die men daar toen nog niet vergeten was.
Wij gingen dus steeds zuidelijker vissen bij het verstrijken van
de maanden onder het zant en nabij de Smits knol(de Smits
Knol was een lichtschip) en de binnenzee.
In 1958 hebben we een hevige storm gehad nabij het zant door de
ondiepte daar waren er bijzonder hoge en grote rollers
met dikke schuimkoppen de reep brak toen elke keer af en was het
niet meer verantwoord om deze op te pikken.
Het was toen windkracht 13.
In die zelfde storm was er een Griekse tanker gebroken en
gezonken en gingen de loggers ook wij op zoek naar overlevende.
Wij hebben niemand gevonden maar de VL 190 of VL 199 hadden wel
iemand opgepikt ik weet niet meer of de persoon
nog leefde.
Wel kan ik me nog herinneren dat een sleper van Smit & Co
iemand uit het water gevist had welke overleden was en men
had deze met een laken er overheen in de salon gelegen.
Toen een matroos van de wacht langs kwam ging opeens het laken
overeind het bleek dat de persoon niet overleden
was, dit hoorde wij via de radio .
Even is het bij ons een klein beetje gevaarlijk geweest omdat het
anker welke op de bak vastgebonden zat door het
gestamp en het slingeren(een logger vaart op 1 golf dus vlieg je
met dit weer alle kanten op)losjes geraakt was
en dit moest wel verholpen worden als zo’n zwaar anker weg getild
wordt blijf er van het schip niet zoveel over.
Maar het is uiteindelijk gelukt schipper Fer van Schoor schreeuwde heel hard als er een gevaarlijke
roller aankwam
opdat de mannen op de bak zich goed vast konden houden.
Ik heb hier een uitvergroting van de bak gemaakt hier ziet u de
ankerketting uit de reepkluis koen en
Het anker over het hekwerk van de bak hangen hier komt de VL 97
de haven binnen varen.

Toen de wind was gaan liggen
hebben we de vleet weer opgezocht de Vleet is altijd te herkennen omdat op alle
breels
En bij de drijfvleet de blazen,
Jonen het logger nummer en de rederij opgeverfd stond.
De foto onder heb ik uitvergroot
hier ziet u dat de blazen gemerkt zijn met DM en VL het nummer van de logger
Staat er net niet op maar DM
staat voor Doggermaatschappij Vlaardingen.

Zowel op de VL 114 als op de VL 97 zijn er enkele keren kritieke
momenten geweest waarbij alle hens aan dek moest komen
Met zwemvest, helaas kan ik hierover weinig vertellen als ik in die
tijd in de kooi lag was ik nooit wakker te krijgen.
Mede hierdoor is schipper Fer van Schoor ook naar mijn ouders
gestapt bij vertrek uit Vlaardingen en heeft hen gezegd dat
als er iets gebeurd en uw zoon komt niet meer thuis kunnen wij er
niets aan doen als uw zoon slaapt is hij dood met
7 ooooooos.
Ik was in die tijd een goede slaper werd nergens van wakker
alleen als je uit de kooi geslingerd werd dat kwam ook wel eens
voor bij slecht weer.
Zo’n logger voer op ene golf dus met een beetje slecht weer ging
het schip omhoog de golf op, stak boven de golf met de neus
uit het water en denderde met een gang de golf af daarbij ook
slingerend.
Het was altijd een mooi gezicht als je met de vloot lag te steken
in zulk weer , dan zag je zo die loggers omhoog en omlaag gaan
met al dat buiswater er bij een pracht gezicht wat de natuur liet
zien.
Dit weer was niet zo leuk voor de zeezieken op de VL 97 voeren
twee bemanningsleden die altijd elke reis zeeziek waren en
toch bleven varen ze
lagen dan voor pampus aan dek elke reis, bij de visgronden lag doorgaans het
schip rustig en was het
over, maar bij een harde wind werden zij weer ziek.
In december 1957 hebben we in het kanaal gevist maar niet veel
gevangen.
Op 11 januari 1958 ben ik aangemonsterd als jongen voor de winter
trawl op de VL 97 ik was toen de enigste Vlaardingse
jongen die winter op de vlaardingse visserij.
We trawlden toen hoofdzakelijk op platvis tong, schar, griet enz
maar ook namen we kabeljauw of wijting mee.
In de winter kwamen we in IJmuiden binnen en gingen we met de
trein naar Vlaardingen vanuit Vlaardingen vertrokken
We met een busje meestal met taxi Kramer in die tijd soms ook wel
met een grotere bus.
Het was een winter met veel sneeuw en soms gingen we niet weg
i.v.m de sneeuwstormen,
In die tijd had je niet de navigatie middelen als nu.
Tussenstop met de bus 1958
nabij
Hillegom
In IJmuiden werden twee ruimen vol met gemalen ijs gestort dat
kon net twee
weken goed blijven na enkele dagen was het wel een grote klomp
ijs geworden
je had in die tijd geen vriesinstallatie.
Als de bemanning vis ging verwerken moest ik het ijsruim in en
ijs gaan hekken
met de bijl.
Voor we met de wintertrawl gingen werden de tonnen
ruimen(Tierruimen) omge-
bouwd er lag een vloer in
en met behulp van witte planken in gleuven te doen
kon je er diverse lagen van maken om vis in te doen.
De planken konden dus horizontaal en verticaal geschoven worden
anders zou
de vis platgedrukt worden, deze ruimte noemde men keëen.
In deze keëen ging een laag ijs dan vis en dan weer een laag ijs.
Ik moest als jongen koffie zetten eten halen aan dek helpen en
ijshakken, koffie
zetten deed ik in de kombuis een ketel water opzetten tot die
kookte en daarin
een paar scheppen koffie even koken en konden ze koffie drinken.
De winter trawl was beter vissen dan in de zomer in de winter
duurde een trek
Aan de trawl ongeveer 3
uur, het was dan 14 dagen lang 1 uur aan dek en twee
uur slapen en dat was goed te doen, in de winter voeren we ook
met minder bemanning dan in de zomer
In de zomer 16 man en in de winter als ik het goed heb 10 maar
kan ook 9 man zijn.
Soms leek in die wintermaanden deze logger meer op een duikboot
dan een
Logger in weer en wind werd er door getrawld, bij het vis
strippen stond een
emmer heet water er, de vis was ijskoud en de wind enz dan enkele
vissen strippen en dan even de handen in het warme
water en konden de vingers weer bewegen.
Ik werd dan het ruim ingestuurd voor het hakken van ijs.
Tijdens deze winter trawl
hebben we toch nog wel iets meegemaakt bij het inhalen van de trawl en
het openen lag er in eens
een zeemijn aan dek de gezichten van de mannen spraken boekdelen
op het slingerende schip.
In de zeemijn zat wel een gat maar diverse stekels zaten er nog
aan.
Het was niet verantwoord om te wachten op hulp gezien de
weersomstandigheden en het ge slinger van het schip.
Men heeft toen voorzichtig een strop om de zeemijn gelegen en
deze omhoog gehesen en buiten boord geduwd waarna
de stuurman het touw waar deze mijn aanhing heeft doorgesneden.
Hierna heeft men besloten om een bakje koffie te drinken om bij
te komen van de schrik.
Hierna zijn we van koers wat veranderd en hebben de trawl weer
uitgezet.
Bij het inhalen van de trawl
stond iedereen te kijken in het water naar de kuil van de trawl, zo ook
de stuurman eentje
van de oude garde Kees Hoogendijk een dikke pruim in zijn mond hij keek en vloekte er zit weer zo’n
donder ding in.
Iedereen kijken en na dat de kuil enige keren in het water heen
en weer was gegaan was het donder ding ook veranderd
het bleek een leeg verroest vat te zijn, maar ja ze hadden de
schrik van de vorige trek nog niet vergeten dat heeft nog
wel enkele weken geduurd.
De winter trawl reizen duurde 14 dagen 2 dagen thuis en weer 14
dagen het was in ieder geval beter dan in de zomer
met de haring trawl.
Als wij met de trein van IJmuiden naar Vlaardingen reisden
meestal in het weekend hadden we wel eens problemen
met sommige treinconducteurs i.v.m de lucht van onze
zeezakken(waterdichte plunjezakken)daar zat ook vis in
maar het gaf geen rommel want deze zakken lekte niet.
Na deze winter trawl heb ik de haring teelt van 1958 gedaan op de
VL 97 en ben als jongste aangemonsterd op 17 mei
1958 t/m 14 december 1958.
De meeste belevenissen staan uit die periode al eerder hierin
beschreven maar eind november tot begin december
Het was een reis van ongeveer vier weken hebben we in het kanaal
gevist, maar deze periode waren de vissers niet
welkom in Dieppe en zijn we slechte weersomstandigheden
uitgeweken naar Le Havre.
Zowel in 1959, 1958 en 1957 zijn we ook enkele keren in Engelse
havens geweest zoals Blyth, West Hartlepool en
en Aberdeen maar dat was sporadisch.
Dus op 14 december 1958 was voor mij het einde van mijn visserij
loopbaan ik had er willen blijven varen maar ik
Kon niet elke winter door blijven varen.
Einde
Op de foto onder
staan wij met twee Franse meisjes die we
In de stad
ergens zijn tegen gekomen en met gebarentaal
met ons mee
zijn gegaan
we liggen
hier met wat Hoogendijkers bij elkaar de VL 142
Voorwaarts
ligt er ook herkenbaar aan het houtwerk aan de brug
