VL 97 Prinses juliana periode 1957 t/m 1958

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


   Op  17 mei 1957 ben ik aangemonsterd op de motor logger VL 97 Prinses Juliana en heb de teelt erop gevaren.

     In het begin van de teelt met de drijfvleet halverwegen de teelt met de trawl en van ongeveer november met

     de zinkvleet.

     In 1957 was ik reepschieter op deze logger, het schip was voor die tijd redelijk modern er was een messroom.

     De VL 97 Prinses Juliana was in 1914 gebouwd op de werf van v.d. Windt en had een lengte van 35.76 meter en

     Een breedte van 6,94 meter en holte van 3,75 meter. Deze logger heeft tot 1952 als stoomlogger gevaren en

     Had een triple expansie machine van 190 PK en een twee vuurs schotse ketel.

     In 1952 is deze logger verbouwd en keer toen een 300 PK bolnes machine.

     In 1962 is deze logger naar Katwijk verkocht en is omstreeks 1974 voor sloop verkocht

     De verblijven voorin als zowel achter in waren het zelfde nog als op de stoomlogger zo ook de kombuis.

     Het verschil met de stoomlogger was, dat er wat meer gelucht kon worden in het vooronder omdat op het voor

     schip een bak zat maar ook de verlichting  was beter zodat er geen karbiet licht nodig was.

     Ook het dek was anders als op de stoomlogger.

 

      Zoals u op de foto links onder ziet heft deze stoomlogger      Op de foto links ziet u de verbouwde logger VL 97 met in het

      VL 114 een vrij vlak dek met houten luiken.                          midden van het dek hoge ijzeren luiken.

      Bij slecht weer moest er een groot stuk zeil over deze           Deze luiken konden ook dichtgeschroefd of geklemd worden

      Luiken gespijkerd worden in de hoop dat het allemaal           het reep ruim was rond en ook nog hoger als u goed kijkt kunt

      Zal houden.                                                                                 Dit zien het touw de reep die de mannen hier uit het reepruim halen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

     Eerder nog had de bekende Vlaardingse schipper Arie (Aai)van Roon op deze logger gevaren.

     Toen ik op de VL 97 voer in 1957 en 1958 was de ook wel bekende Vlaardingse schipper Fer van Schoor

      shipper op deze logger, deze Fer van Schoor had voorheen veel van Aai van Roon geleerd .

     Fer van Schoor had de teelt er voor als jongste schipper op de stoomlogger VL 196 Johanna gevaren.

     Het dek van deze logger was ook anders er waren stalen luikhoofden op geplaatst, op het voor en achterschip stonden

     de galgen voor de trawl en voor de brug een elektrische winch.

     De ruimen indeling was verder het zelfde gebleven.

    

     Op 17 mei 1957 na vlaggetjes dag vertrokken we naar de visgronden uitgezwaaid door familie buren en bekende, het

     was vanaf het hoofd altijd een lust om te zien als de Vlaardingse  vissersvloot uitvoeren vooral de stomers met hun

     rookpluimen en als afscheid een hoop getoeter van diverse soorten stoomfluiten en scheepstoeters van de motorloggers.

 

     Als de bemanningen van buiten Vlaardingen op het station aan kwamen werden zij opgewacht door Kees.

     Kees was een bekende Vlaardinger in die tijd hij hield bij welke loggers er vertrokken en hoe laat en dan kwam hij

     naar je toe en vroeg 1 dubbeltje of kwartje zakkie dragen en meestal aangekomen bij de logger kreeg hij meer betaald.

     Ook in Maassluis bij de slepers was hij een bekende verschijning.

     Ook zong hij liedjes als er om gevraagd werd voor een paar centen.

     In die tijd kwam op de logger geen koffer voor maar een zeezak(soort waterdichte plunjezak) voor kleren en alles wat

     je nodig had in mee te nemen en bij binnen komst zat er haring in. 

 

     Even terug naar de stoomlogger de stoomfluit werd zo weinig mogelijk gebruikt i.v.m het verlies van stoom en dus water,

     er was aan boord dan ook een mistkist die kist was ook op de motor  logger aanwezig.

     Aan deze kist zat een handel en door deze op en neer te halen ging deze loeien, deze mistkist werd in die tijd nog wel regel

     matig gebruikt.

     Nu ik met dit onderwerp bezig ben moet ik even terug denken aan mijn tijd op MS Mataram van de Koninklijke

     Rotterdamsche Lloyd.

     Ik was toen aan boord jongen a.d en moest een beetje de spullen uitgeven, nu had de chef hofmeester aan mij gevraagd of ik

     uit de voorraad kast (naar wat ik verstond) de mistkist wilde halen, ik heb toen de hele kast uitgezocht en leeg gehad maar

     nergens die mistkist de hofmeester werd er kriebelig van want hij had die kist in Rotterdam aan boord zien komen.

     Hij had haast om deze kist te vinden.

     Wat bleek het schip had 32 passagiers daarbij was ook een pastoor en die wilde een mis opdienen.

     Het moest dus niet de mistkist maar de miskist zijn, achteraf wel lachen en als ik zoals nu over de mistkist begin moet ik

     daar altijd aan denken  maar ik had ook geen katholieke achtergrond. 

 

    Ook op de VL 97 werd er voor vlaggetjes dag driftig gewerkt geschilderd gekalefaterd en ga zo maar door, in de haven

    hing de lucht van teer en getaand touw.

    In 1958 zijn de reders begonnen om tijdens deze dagen een dag met schoolkinderen de Waterweg heen en weer te varen

    met deze loggers om interessen te kweken voor de visserij.

    Ook de VL 97 deed hieraan mee, toen we dus op de Waterweg voeren even voorbij Vlaardingen waren, kwam er een hoop

    geloei uit de machine kamer  en trilde het schip, wat bleek we hadden de schroef verloren dus een beetje paniek.

    We zijn toen tussen twee andere loggers mee genomen naar de Nieuwe haven, het was in die tijd op de Waterweg bij

    Vlaardingen  wel behoorlijk druk met de zeeschepen,  toen nog kwamen alle zeeschepen langs Vlaardingen naar

    Rotterdam, dus er was wel een gevaarlijke situatie zonder schroef.

 

     Ik sta hier in het midden rechts een toenmalige                            Hieronder familie vrienden en buren kwamen

     Directeur van de Greko fabriek de man er                                    uitzwaaien           

     Naast een Vlaardingse garage houder         

 

                   Deze twee foto’s zijn van 1958

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Uiteindelijk zijn we goed binnen gekomen en aangemeerd                             op de foto hierboven ziet u de jonen in het want van

                                                                                                                                                             de voormast zitten

     

      De bemanning van de VL 97 kwamen uit Vlaardingen,  Scheveningen,  ter Heijden aan Zee, Monster, Leiden en

      Schiedam. 

      Op deze motorlogger voeren we met 16 bemanningsleden  en op de stoomlogger was dat 17 man.

      Schipper Fer van Schoor was dus wel van een iets jongere generatie schippers dit kon je ook merken dat

      Bijvoorbeeld de radio van tijd tot tijd aan stond met muziek.

      In die tijd dus de jaren 50 luisterde de families van alle vissers naar de radio met een visserij band daar stonden

      bepaalde tijden voor  en hadden de schippers kontact met de reder dus kon de familie horen of het goed ging en

      wanneer het schip naar huis kwam.

      Er werd nogal eens stiekem gebruik gemaakt van deze radio en naar huis gesproken veelal met een code bij mij

      was het hallo 44 alles goed hoor(het huis nummer van ons was 44)ook zijn er in die tijd wel schippers beboet voor

      dit soort illegale uitzenden.

      Het is nu niet voor te stellen je kunt nu faxen, emailen, GSM of op zee met seacom enz, toen was er niets.

      Het is wel gebeurd dat men bij ons thuis naar de visserij band zat te luisteren wanneer het schip bij de Hoek

      zou zijn en dat ik de kamer binnen stapte.   

 

     Ik had op de VL 97 een oude bakelite radio ac/dc  en luisterde we in die tijd naar radio Luxenburg ik dacht dat

     in 1958 de piraten zenders in opkomst waren en als er een topper in die tijd waszoals Yaker de Jak of Connie

     Francis dan werd er geroepen en rende je naar de radio aangekomen zakte dan de zender weer weg.

     Nu is er alles aan boord toen niet.

 

     Na de drijfvleet gingen we met de trawl en dat was hard ja kei hard werken dag en nacht en ook in de weekend

     Dus de  zondagsrust was te niet gedaan dit is gekomen daar er andere schepen door gingen vissen en moesten

     wij dit ook,  zoals dat toen ging  zou nu niet meer mogen.

    Je had geen overwerk dat bestond niet je had alleen een x aantal procenten van de opbrengst van de vangst maar

    als je dag en nacht getrawld  had en je vangt niet veel dan zit je natuurlijk wel voor Jan met de Korte achternaam

    te werken.

 

     Het probleem was dat je met de haring trawl maar twee uur kon trekken en dus moest deze binnengehaald worden.

     Na het uitzetten van de trawl moest de haring verwerkt worden kaken in tonnen doen enz.

     Als je daar nu mee klaar was, was het weer tijd om de trawl op te halen.

     Als je na deze reizen thuis kwam lag je voor 24 uur voor pampus niet wakker te krijgen.

     Soms zei de schipper om twee uur s’nachts om 02.00 uur we gaan even slapen tot vier uur.

 

     In 1957 tijdens de eerste trawl reis zijn twee oude matrozen op het nippertje aan de dood ontsnapt aan boord.

     Bij het uitzetten van de trawl gaan er staalkabels door de voorgalg en een door de achter galg.

     Op de linker foto hieronder ziet u naast mij zo’n galg aan dek staan op de rechter foto ziet u ook zo’n galg rechts

     aan dek staan, aan beide galgen zaten katrollen en rollen om de staaldraad te geleiden.

     Als de trawl uitgezet was werd over de kabel een haak(Sliphaak) gegooid en werden de kabels met een slipblok

     aan de verschansing vergrendeld.

     Deze twee staalkabels werden op dek via rollen(welke mosterdpotten genoemd werden)die aan dek vast geschroefd zaten

     geleid.(ik heb van een foto een klein stukje gescand waar zo’n rol op staat zie onder)   

     Toen twee matrozen de sliphaak hadden aangehaald en de twee staalkabels waren vergrendeld in het slipblok

     volgde er een klap en vloog de  mosterd pot  welke de staaldraad naar achter geleidde ineens uit het dek.

     Was dit enkele seconde eerder gebeurd dan waren deze twee matrozen door midden gesneden geweest.

     Het was onbegrijpelijk hoe de mosterd pot die met 24 bouten aan het dek vast zat los kon geraken,

     dus we moesten voor reparatie als ik het goed heb naar Aberdeen in ieder naar Engeland.

     De volgende trekken die we deden stonden de mannen toch niet op hun gemak bij het intrekken van de sliphaak.  

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                     Ik heb van een van de foto een close up gemaakt  waarop

                                                                                                     Als je tussen de twee mensen kijkt een mosterdpot ziet op dek     

                                                                                                     Een rol dus waarlangs de staaldraad gelijd wordt

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

    Op dek nabij de witte kribbe stonden de twee matrozen

    de staaldraad langszij te trekken met de winch die u daar ziet.

    U ziet  aan de winch twee trommels met kabels een voor de

    Achter galg en een voor de voorgalg de lichte rol ernaast

    Daarmee trokken zij via een kabel de twee staaldraden langszij

    Ik heb getracht met een witte lijn aan te geven hoe de

    staaldraad ongeveer liep en de witte rondjes waar ongeveer

    de twee matrozen stonden.

 

 


                                                                                                                                     Op de foto onder ziet u, onder de galg de geleider 

                                                                                                                                     waar de staaldraad langs naar boven gaat           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

       We visten dus hoofdzakelijk op haring ook als we halverwege de teelt trawlden er zat ook wel andere vis in de netten maar

       die werden opgegeten of over boord gezet, er zaten soms wijtingen,makreel, horsmakreel, pelchers, vleten en soms ook wel

       een haai veelal van 1,5 of 2 meter.

       Nu hadden we op de VL 97 enkele vleten gevangen zie foto onder een zwart wit afbeelding van een vleet een vleet is een

       beetje  olijfgroen gevlekt aan de boven kant en wat grijs zwart gespikkeld aan de onderkant, aan de staart zitten zeer scherpen

       delen maar dit verder in het verhaal, de vleet is verwant aan de rog en kan wel 70 t/m 160 cm worden.

 

               Hieronder de Vleet                                                                                  Hieronder de Rog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


              Zie de uiteinde van de staart eens

 

   De vleten welke in de kribbe lagen waren vrij groot er zei iemand tegen een matroos pak hem bij de staart en gooi

   hem weg, niemand had verwacht dat die matroos dat zou doen aangezien deze toch al een aardig jaardje op de

   visserij zat.

   Hij pakte dus de vleet bij de staart en kon gelijk daarna naar het Hospitaal Kerkschip de Hoop zijn handpalm was

   tot aan het bot ingesneden door de staart van de vleet.

   Hij had een geluk dat de vleet niet giftig was.

 

   Later het kan ook in 1958 geweest zijn had een matroos kiespijn en had Fer van Schoor kontact met het Hospitaal

   Kerkschip de Hoop gemaakt.

   Het kerkschip was gekomen en had een bootje uitgezet(vanaf het kerkschip werd met een klein bootje naar de logger

   gevaren daarin kwam ook dan de dominee mee)die naar onze logger voer, de matroos ging in het bootje mee naar

   het Hospitaal Kerkschip in het hospitaal in de stoel gezeten zag hij de arts met tangen of een boor komen en hij rende

   de stoel uit terug in het bootje.

 

   Dus hij is toen onverrichte zaken terug gevaren naar ons schip en ging de dominee terug en was de hulp voor niets

   geweest.

 

   Het Hospitaal Kerkschip de Hoop lag altijd in de buurt van de vissersvloot om eventuele hulp te verlenen

   Aan boord ging altijd een dominee mee, uit een van de vissersplaatsen en op zondag hield deze dominee een kerkdienst

   aan boord van het Hospitaal Kerkschip de Hoop er kwamen dan ook wel vissers van de loggers aan boord om een

   dienst bij te wonen.

   De rest luisterde via de radio op de visserijband naar de preek en zodra de dominee amen had gezegd en het laatste

   lied gezongen was wilde iedereen de dominee bedanken voor zijn preek het was dan op deze frequentie een drukte

   van je welste.

   Als het Hospitaal Kerkschip niet bij de vloot vissers was dan was er een marine schip in de buurt meestal HMS  Fret

   of HMS  Jaguar en als er op een van de loggers een ongeval was werd hun hulp ingeroepen.

   Maar zowel deze marine schepen als het Hospitaal Kerkschip de Hoop boden ook hulp als er machine of radio

   problemen waren a/b van een logger.

   De marine schepen hadden een meer controlerende taak er bij, dus als deze in de buurt voer en de afhouder was

   te jong en was niet gemonsterd  mocht hij niet aan dek komen of moest zich soms verstoppen.

   Anders liep de logger de kans gecontroleerd te worden.

 

   Wat in die tijd ook speelde, was dat de Nederlandse vloot geintimideert werden door Russische vloot welke met

   met een enorme grote vloot ook viste, met zowel zeer grote trawlers als met kleinere vissersschepen wij noemde

   deze vloot kanaries allemaal kleine gele bootjes.

   In die tijd was de koude oorlog in volle hevigheid aan de gang.

   Er werd wel eens gezegd dat men beschoten was maar dat heb ik in die tijd niet meegemaakt het was eerder geen

   Voorrang verlenen als je daar recht op had enz.

   Deze grote vloot was er niet het hele seizoen als ik het goed heb was dat meer in de zomer maanden.

  

     

   De schepen zoals hieronder in dit geval Duitse trawlers waren voor onze begrippen toen ook wel bijzonder groot

   Ook de Russen hadden zulke grote stomers.

 

 


 

 

 

   

     

 

  

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Er werd dan gevist door Engelse, Hollandse, Franse, België, Franse, oost en west Duitse, Poolse en Russische vissersschepen

  Het krioelde er van de schepen.

  Er was in die tijd ik dacht in 1958 dar er enkele Russische vissers gevlucht waren als ik het nog goed heb naar een Schots eilandje

  er was toen een hele vloot Russische schepen naar toe gevaren en een hele rel politieke was er ontstaan.

 

  Als we in Dieppe lagen lag er ook een grote Duitse vloot dit waren hulpstomers met de achtermast welke ook gelijk een

  schoorsteen was, dit soort schepen hebben ook in Vlaardingen gevaren maar niet zoveel.

  De Duitsers gingen niet zo de wal op die waren niet zo gezien i.v.m de oorlog die men daar toen nog niet vergeten was.

 

  Wij gingen dus steeds zuidelijker vissen bij het verstrijken van de maanden onder het zant en nabij de Smits knol(de Smits

  Knol was een lichtschip) en de binnenzee.

  In 1958 hebben we een hevige storm gehad nabij het zant door de ondiepte daar waren er bijzonder hoge en grote rollers

  met dikke schuimkoppen de reep brak toen elke keer af en was het niet meer verantwoord om deze op te pikken.

  Het was toen windkracht 13.

  In die zelfde storm was er een Griekse tanker gebroken en gezonken en gingen de loggers ook wij op zoek naar overlevende.

  Wij hebben niemand gevonden maar de VL 190 of VL 199 hadden wel iemand opgepikt ik weet niet meer of de persoon

  nog leefde.

  Wel kan ik me nog herinneren dat een sleper van Smit & Co iemand uit het water gevist had welke overleden was en men

  had deze met een laken er overheen in de salon gelegen.

  Toen een matroos van de wacht langs kwam ging opeens het laken overeind het bleek dat de persoon niet overleden

  was, dit hoorde wij via de radio .     

  Even is het bij ons een klein beetje gevaarlijk geweest omdat het anker welke op de bak vastgebonden zat door het

  gestamp en het slingeren(een logger vaart op 1 golf dus vlieg je met dit weer alle kanten op)losjes geraakt was

  en dit moest wel verholpen worden als zo’n zwaar anker weg getild wordt blijf er van het schip niet zoveel over.

  Maar het is uiteindelijk gelukt schipper Fer van Schoor  schreeuwde heel hard als er een gevaarlijke roller aankwam

  opdat de mannen op de bak zich goed vast konden houden.    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Ik heb hier een uitvergroting van de bak gemaakt hier ziet u de ankerketting uit de reepkluis koen en

    Het anker over het hekwerk van de bak hangen hier komt de VL 97 de haven binnen varen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen de wind was gaan liggen hebben we de vleet weer opgezocht de Vleet is altijd te herkennen omdat op alle breels

En bij de drijfvleet de blazen, Jonen het logger nummer en de rederij opgeverfd stond.

 

De foto onder heb ik uitvergroot hier ziet u dat de blazen gemerkt zijn met DM en VL het nummer van de logger

Staat er net niet op maar DM staat voor Doggermaatschappij Vlaardingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


  Zowel op de VL 114 als op de VL 97 zijn er enkele keren kritieke momenten geweest waarbij alle hens aan dek moest komen

  Met zwemvest, helaas kan ik hierover weinig vertellen als ik in die tijd in de kooi lag was ik nooit wakker te krijgen.

  Mede hierdoor is schipper Fer van Schoor ook naar mijn ouders gestapt bij vertrek uit Vlaardingen en heeft hen gezegd dat

  als er iets gebeurd en uw zoon komt niet meer thuis kunnen wij er niets aan doen als uw zoon slaapt is hij dood met

  7 ooooooos.

  Ik was in die tijd een goede slaper werd nergens van wakker alleen als je uit de kooi geslingerd werd dat kwam ook wel eens

  voor bij slecht weer.

  Zo’n logger voer op ene golf dus met een beetje slecht weer ging het schip omhoog de golf op, stak boven de golf met de neus

  uit het water en denderde met een gang de golf af daarbij ook slingerend.

  Het was altijd een mooi gezicht als je met de vloot lag te steken in zulk weer , dan zag je zo die loggers omhoog en omlaag gaan

  met al dat buiswater er bij een pracht gezicht wat de natuur liet zien.

  Dit weer was niet zo leuk voor de zeezieken op de VL 97 voeren twee bemanningsleden die altijd elke reis zeeziek waren en

  toch bleven varen  ze lagen dan voor pampus aan dek elke reis, bij de visgronden lag doorgaans het schip rustig en was het

  over, maar bij een harde wind werden zij weer ziek.

 

  In december 1957 hebben we in het kanaal gevist maar niet veel gevangen.

 

  Op 11 januari 1958 ben ik aangemonsterd als jongen voor de winter trawl op de VL 97 ik was toen de enigste Vlaardingse

  jongen die winter op de vlaardingse visserij.

  We trawlden toen hoofdzakelijk op platvis tong, schar, griet enz maar ook namen we kabeljauw of wijting mee.

  In de winter kwamen we in IJmuiden binnen en gingen we met de trein naar Vlaardingen vanuit Vlaardingen vertrokken

  We met een busje meestal met taxi Kramer in die tijd soms ook wel met een grotere bus.

  Het was een winter met veel sneeuw en soms gingen we niet weg i.v.m de sneeuwstormen,

  In die tijd had je niet de navigatie middelen als nu.                                                           Tussenstop met de bus 1958

                                                                                                                                                          nabij Hillegom

 

 

  In IJmuiden werden twee ruimen vol met gemalen ijs gestort dat kon net twee

  weken goed blijven na enkele dagen was het wel een grote klomp ijs geworden

  je had in die tijd geen vriesinstallatie.

  Als de bemanning vis ging verwerken moest ik het ijsruim in en ijs gaan hekken

  met de bijl.

 

  Voor we met de wintertrawl gingen werden de tonnen ruimen(Tierruimen) omge-

  bouwd er lag een vloer in  en met behulp van witte planken in gleuven te doen

  kon je er diverse lagen van maken om vis in te doen.

  De planken konden dus horizontaal en verticaal geschoven worden anders zou

  de vis platgedrukt worden, deze ruimte noemde men keëen.

  In deze keëen ging een laag ijs dan vis en dan weer een laag ijs.

 

  Ik moest als jongen koffie zetten eten halen aan dek helpen en ijshakken, koffie

  zetten deed ik in de kombuis een ketel water opzetten tot die kookte en daarin

  een paar scheppen koffie even koken en konden ze koffie drinken.

 

  De winter trawl was beter vissen dan in de zomer in de winter duurde een trek

  Aan de trawl  ongeveer 3 uur, het was dan 14 dagen lang 1 uur aan dek en twee

  uur slapen en dat was goed te doen, in de winter voeren we ook met minder bemanning dan in de zomer

  In de zomer 16 man en in de winter als ik het goed heb 10 maar kan ook 9 man zijn.   

 

  Soms leek in die wintermaanden deze logger meer op een duikboot dan een

  Logger in weer en wind werd er door getrawld, bij het vis strippen stond een

  emmer heet water er, de vis was ijskoud en de wind enz dan enkele vissen strippen en dan even de handen in het warme

  water en konden de vingers weer bewegen.

  Ik werd dan het ruim ingestuurd voor het hakken van ijs.

  Tijdens deze winter trawl  hebben we toch nog wel iets meegemaakt bij het inhalen van de trawl en het openen lag er in eens

  een zeemijn aan dek de gezichten van de mannen spraken boekdelen op het slingerende schip.

  In de zeemijn zat wel een gat maar diverse stekels zaten er nog aan.

  Het was niet verantwoord om te wachten op hulp gezien de weersomstandigheden en het ge slinger van het schip.

  Men heeft toen voorzichtig een strop om de zeemijn gelegen en deze omhoog gehesen en buiten boord geduwd waarna

  de stuurman het touw waar deze mijn aanhing heeft doorgesneden.

  Hierna heeft men besloten om een bakje koffie te drinken om bij te komen van de schrik.

 

  Hierna zijn we van koers wat veranderd en hebben de trawl weer uitgezet.

  Bij het inhalen van de trawl  stond iedereen te kijken in het water naar de kuil van de trawl, zo ook de stuurman eentje

  van de oude garde Kees Hoogendijk  een dikke pruim in zijn mond hij keek en vloekte er zit weer zo’n donder ding in.

  Iedereen kijken en na dat de kuil enige keren in het water heen en weer was gegaan was het donder ding ook veranderd

  het bleek een leeg verroest vat te zijn, maar ja ze hadden de schrik van de vorige trek nog niet vergeten dat heeft nog

  wel enkele weken geduurd.

 

  De winter trawl reizen duurde 14 dagen 2 dagen thuis en weer 14 dagen het was in ieder geval beter dan in de zomer

  met de haring trawl.

  Als wij met de trein van IJmuiden naar Vlaardingen reisden meestal in het weekend hadden we wel eens problemen

  met sommige treinconducteurs i.v.m de lucht van onze zeezakken(waterdichte plunjezakken)daar zat ook vis in

  maar het gaf geen rommel want deze zakken lekte niet.

 

  Na deze winter trawl heb ik de haring teelt van 1958 gedaan op de VL 97 en ben als jongste aangemonsterd op 17 mei

  1958 t/m 14 december 1958.

 

  De meeste belevenissen staan uit die periode al eerder hierin beschreven maar eind november tot begin december

  Het was een reis van ongeveer vier weken hebben we in het kanaal gevist, maar deze periode waren de vissers niet

  welkom in Dieppe en zijn we slechte weersomstandigheden uitgeweken naar Le Havre.

 

  Zowel in 1959, 1958 en 1957 zijn we ook enkele keren in Engelse havens geweest zoals Blyth, West Hartlepool en

  en Aberdeen maar dat was sporadisch. 

 

  Dus op 14 december 1958 was voor mij het einde van mijn visserij loopbaan ik had er willen blijven varen maar ik

  Kon niet elke winter door blijven varen.

 

 

  Einde                                           Op de foto onder staan wij met twee Franse meisjes die we

                                                       In de stad ergens zijn tegen gekomen en met gebarentaal

                                                       met ons mee zijn gegaan

                                                       we liggen hier met wat Hoogendijkers bij elkaar de VL 142

                                                      Voorwaarts ligt er ook herkenbaar aan het houtwerk aan de brug