Om onze reisbelevenissen enigszins te ordenen hebben we van elk land de Highlights (samenvatting), Belevenissen (reisverhaal met foto's) en Route (kaart met daarbij waypoints van bijzonderheden) beschreven. Hieronder volgen onze reisbelevenissen van Mauretanië.
Oeps, dat zijn echt andere 'wegen'...
O, u wilt onze Shaggy kopen...
Dat is handig, onze eigen 'fixer'...
En dan zitten we dus vast...
Dat is lastig, geen camping te vinden in de woestijn...
Dat is spannend, 150 kilometer 'strandrace'...
Hoezo vis(lucht)...
(Hoeren)Camping, oeps!...
'Ze zijn een beetje boos Juut, gas!'...
Gelukkig, op tijd bij de grens...
Dus dit is Mauretanië
Op
het moment dat we de grens passeren stopt ook gelijk elke vorm van beschaving.
Nou is dat ook niet echt verwonderlijk in het midden van een enorme woestijn.
Aan Marokaanse zijde worden echter de wegen nog redelijk tot goed onderhouden.
Aan Mauretaanse zijde zijn geen wegen... Voordeel is dat ze ook niet onderhouden
hoeven te worden. We proberen ons te verbazen over dit verschil, maar echt veel
tijd hebben we daar niet voor. Alweer een (grens)controle? Een mank lopende
militair komt wild gebarend op ons af en wijst ons een plekje. 'Paspoort!'
Rustig maar, we zitten op 3mm van je vandaan. Hij drukt gelijk zijn hoofd half
in de auto en speurt in het rond. Jammer, dit keer hebben we wel het gordijn
dicht! Ook van de twee andere auto's (Ronald en Margriet en Jacob en Arnold)
worden de paspoorten ingenomen. We volgen de militair (op slippers) naar de een
of andere overkapping waar men 60 franse franken in rekening brengt voor de
'invoer' van onze auto (maar daar hebben we toch het Carnet voor?). Vervolgens
moeten we aangifte doen van de meegebrachte valuta (om wisselen op de zwarte
markt tegen te gaan) en ons Carnet laten aftekenen. O ja, of we hier ook nog
even 50 franse franken willen betalen. Waar is dat dan voor. Niet zeuren, gewoon
doen. Oke. En dan echt de laatste hobbel. Maar tevens ook de lastigste. 'De
zwarte bende'. Que? De zwarte bende is een clubje enorme hufters die proberen
met zoveel mogelijk intimidatie en zo weinig mogelijk inzet zoveel mogelijk geld
van toeristen/reizigers los te peuteren. En dat lukt!
Stom, die flessen wijn in het zicht leggen (terwijl we weten
dat invoer verboden is)
Een militair met zwarte tulband en 'mean' uiterlijk komt op ons afgelopen en
beveelt ons de achterdeur te openen. Judith wil dit doen maar volgens de 'douane
beambte' moet ik dat doen. We doen net alsof we hem niet begrijpen en Judith
opent de achterdeur. 'Cocaine? Nee, we hebben veel bij ons maar dat zijn we
helaas vergeten.' En vervolgens kijkt hij links en rechts in de achterbak wat
hij kan ontdekken wat voor hem geld oplevert. Oftewel spullen die we niet mogen
invoeren en waar we dus voor moeten betalen. Nou zijn wij soms niet echt handig,
maar in dit geval zelfs onhandig. De drie flessen wijn die we nog hadden zaten
in een box, helaas wel een doorzichtige... 'Interdit!, Interdit! Welnee, dat is
limonade. Non, c'est alcohol! Nee joh, dat is wijn en daar zit geen alcohol in
(tja, we konden het proberen toch)'. Het was al te laat, de kassa begon te
rinkelen. Het heerschap probeerde ook voorin de auto nog wat onrust te kweken.
Deze opzet ging riant de mist in aangezien Judith ietwat agressief alle spullen
die meneer vastpakte weer uit zijn handen trok en daarbij duidelijk maakte dat
hij niets mocht aanraken. De woeste blik in Juutje haar ogen werkte erg goed!
Uiteindelijk onze 'import' met 30 franse franken kunnen afkopen. Zo gauw het
'sein op veilig' stond hebben we de auto gestart en ons snel bij Ronald en
Margriet en Jacob en Arnold gevoegd. Yek, wegwezen hier!
Stuiterend, hobbelend en slingerend
beginnen we aan de 50 kilometer naar Nouadhibou.
Dit kan wel eens lang gaan duren... Met het zonnetje stevig brandend op het
dak (een graadje of 40 in de auto kan nog best aangenaam zijn hoor) brengen we
de nodige uurtjes op zand, stenen, rotsen en zelfs (afgebrokkeld) asfalt door.
Slechts eenmaal rijden we een paar honderd meter de verkeerde kant op. Gelukkig
beseffen we al gauw dat dit vast niet de juiste 'route' is en besluiten terug te
keren. Een passerende local brengt uitkomst en enige tijd later zitten we weer
op het juiste spoor.
Laat
in de middag bereiken we de eerste controlepost van Nouadhibou. In no-time staan
er naast de militair een viertal pubers die allen trachten ons op 'de mooiste
camping van Nouadhibou' te krijgen. Ronald en Margriet besluiten een van de
jongens mee te nemen. Achterin de ninety bij Noeska lijkt niet echt een goede
oplossing, op het dak dan maar. Vliegensvlug klimt het ventje op het dak en
installeert zich temidden van de kisten die reeds op het dak stonden. Met
klopsignalen maakt het kereltje duidelijk welke richting we op moeten.
En dan ineens is daar weer asfalt!
Onze nieren hebben eindelijk de gelegenheid om tot rust te komen. Al dat
gehobbel is niet bepaald bevorderlijk voor onze lichamelijke gesteldheid. We
verlangen dan ook hevig naar een thaise (een andere mag ook) massage! Maar goed,
eerst de gekte van Nouadhibou maar eens 'overleven'. Want het is een gekte! Zo
gauw we even onze auto's parkeren om wat boodschappen te doen worden alle drie
de Land Rovers besprongen door kinderen die maar één ding in gedachte hebben:
KADO's. Helaas is het nog geen december en dus is onze goedheiligman
(Sinterklaas) nog niet gearriveerd. En nee, wij zijn ook geen vooruitgeschoven
hulpsinterklazen! Wij proberen de kinderen in rustig en beheerst 'Arabisch' uit
te leggen dat wij Sinterklaas niet zijn. Ons Arabisch dialect wordt hier helaas
niet begrepen met als gevolg dat het tegenovergestelde wordt bereikt: nog meer
kinderen! Dan maar de vertrouwde methode toepassen... Ook de hulp van onze gids/fixer
is meer dan welkom om de kinderen voor langer dan 15 seconden te 'verjagen'.
Uiteindelijk rijden we, nadat we onze boodschapen hebben, met stevig gas en
hevig toeterend verder naar de welverdiende campsite. Wauw wat een binnenkomst.
Wat zegt u, u wilt onze Shaggy kopen?!
Vlakbij de campsite stoppen we ff bij een andere campsite om Christiane en Rene
(de Zwitsers) te vertellen dat we doorrijden naar de volgende camping. Zij
blijven op deze camping staan, no problem. Tijdens deze korte stop ben ik
'aangewezen' als bewaker van de voertuigen. Logisch, mijn strenge doch
rechtvaardige uiterlijk zal ongewenste individuen op een afstand houden...
Natuurlijk. Het liep toch iets anders. Met enige moeite poeier ik de eerste drie
kinderen/bedelaars (dit is niet denigrerend bedoeld, maar de kinderen in
Mauretanië zijn echt anders grootgebracht dan bijvoorbeeld in Nederland/Europa;
wat absoluut heel vervelend is voor deze kinderen!!) af. Oke dit ging nog best
aardig. Maar dan. Een (willekeurige) auto stopt vlak bij onze geparkeerde
Landies. De bestuurder slenterd op mij af, waarbij hij onze Shaggy geen moment
uit het oog verliest. Ik ook niet... 'Bonjour, ca va? Qui, ca va bien' Tot zover
kon ik het nog begrijpen. Daarna werd het een stuk lastiger. In rap Frans begon
het heerschap tegen mij te praten, daarbij op z'n tijd knikkend of wijzend naar
Shaggy. 'Je ne comprend, vous parlez Anglais?' Nee natuurlijk niet. Hollands ook
niet dus echt makkelijk ging dit niet worden. 'Bla bla bla vendre bla bla' He
vendre, dat is toch verkopen. 'U wilt onze Shaggy kopen?! Qui. Onze Shaggy? Maar
u denkt toch niet dat wij...' De meneer duidelijk gemaakt dat wij dat dus niet
gingen doen en gauw in de auto gaan zitten. Wat denkt hij wel, onze Shaggy
verkopen!
Das handig, onze eigen fixer
Niet veel later kwamen gelukkig de overige peopletjes weer terug en konden wij
onze weg naar die nog altijd welverdiende camping vervolgen. Wat een heerlijk
moment, het binnenrijden van de campsite! Een grote muur om de camping heen
maakte dat we ons even van de buitenwereld konden afsluiten. We parkeren de LR's,
pakken onze stoelen en tafels en verorberen in no-time 6-8 stokbroden. Een
bakkie leut (en voor mij een glaasje siroop) en vervolgens eerst een uur lang
'uitbuiken'.
Na
een paar lange (wacht)dagen en de vele impressies in korte tijd zijn we gewoon
even us. En dan te bedenken dat we nog maar net in Mauretanië zijn... Een warme
douche doet overigens wonderen op dit soort momenten. In Nederland is een warme
douche natuurlijk niets bijzonders, hier wel! Vandaar dat we erg blij zijn als
blijkt dat de campsite een warme douche heeft! Ik ga op zoek naar de douche maar
kan deze niet één twee drie vinden. 'Monsieur, ou a le/la douche? C'est ici
monsieur.' En vervolgens wijst de meneer mij het toilet. 'Mais non, la douche
svp. Qui, c'est ici.' Que?! Ik weet zeker dat ik enige tijd geleden in dit
zelfde hokje heb staan plassen. Oeps, heb ik in de douche staan plassen? Nee,
dat kan niet. Mooi wel dus! De douche is in het toilet (of andersom, maar net
hoe je er tegen aan kijkt). Dat is lekker zeg. En nou. Hmm, de douche is wel
warm en een andere douche is er niet. Gatver, de gedachte dat iemand net een
stevige... Niet aan denken, douchen en warm!
Mauretanië is een bijzonder land.
Met de beperkte middelen die men hier heeft kan men toch best aardig leven. De
gezichten vind ik persoonlijk wel wat nors overkomen en het gebedel is absoluut
niet ideaal maar het heeft wel iets. En ook hier geldt heel duidelijk: het gaat
er niet om wat je kent, maar wie je kent. Aangezien wij nog maar net in
Mauretanië zijn kennen wij, naast de 'zwarte bende' en andere corrupte
douaniers (en die willen we zo snel mogelijk vergeten) niet echt veel mensen.
Gelukkig 'kennen' wij onze gids. Dit blijkt een uitkomst te zijn. Onze gids
heeft namelijk wél veel kennissen. Binnen een 'poep en een scheet' heeft het
manneke (van hooguit een jaar of 12/13) voor ons Mauretaans geld (zwart
gewisseld...), een autoverzekering, toegang tot het 'Parc National' en een gids
geregeld (die uiteindelijk niet meeging). Dat is nog eens zakendoen. We geven de
fixer wat munten (Nederlands, Frans, Spaans) voor zijn 'verzameling' en bedanken
hem uitvoerig. Yep, kennis is macht maar kennissen zijn machtiger!
Duwen, slepen en giddie-up-go, daar gaan
we weer
De volgende dag relaxen we nog wat, kopen proviand voor onze woestijntocht van 5
dagen (o.a. 40 stokbroden!) en proberen de website te updaten. Dit laatste
blijkt een uitdaging te zijn. In Nouadhibou zijn diverse Internet/Cybercafes te
vinden. Sommige zelfs met prachtige computers (500-800mhz). Wat men helaas niet
begrijpt is dat de snelheid van de verbinding belangrijker is dan de
kloksnelheid van de pc. En zo kan het dus voorkomen dat 10-15 rappe machines
allemaal dezelfde analoge telefoonlijn gebruiken. Je kunt je voorstellen wat dit
met de snelheid doet. Na drie cybercafes gaan we teleurgesteld en onverrichter
zake terug naar de camping. Dit is balen!
We laten de pret niet al te lang bederven: 'This is
Mauretanië man!'
Er
ligt een prachtige rit op ons te wachten, 525 Kilometer woestijn. Oke, naast
prachtig vinden we de rit ook vooral spannend. Shaggy is goed geprepareerd, daar
zijn we van overtuigd. Maar 525 km keien, zand, mul zand en zelfs zacht zand
zijn ook voor deze equipe een uitdaging. Gelukkig zijn we met drie Land Rovers.
Hoe handig dat is blijkt al na een kilometer of dertig. Terwijl we parallel aan
de treinrails rijden zien we de piste (zand en stenen) smaller worden. In die
zin, het verharde zand wordt smaller en het onverharde zand wordt evenredig veel
breder. Lastig. Links van ons de treinrails, rechts van ons mul zand en wij er
tussen in. Voorop Arnold en Jacob, midden Ronald en Margriet (met aanhanger!) en
wij achterop. Het is alsof we in een trechter rijden, het verharde zand
verdwijnt volledig en het enige wat overblijft is het mulle zand. Arnold en
Jacob komen met wat extra gas redelijk eenvoudig er doorheen. Voor Ronald en
Margriet is het wat lastiger. De aanhanger is (qua wielbasis) net iets smaller
dan de auto en maakt daardoor deels een eigen spoor. Een zwaar beladen aanhanger
is dan net een blok lood wat achter de auto aan wordt getrokken. Shit, vast! Wij
kunnen nog net een iets verhard stukje vinden en parkeren Shaggy een meter of
veertig achter Walkabout (de LR van Ronald en Margriet). En nu gaat het
beginnen. Vele cursussen hebben we gehad, videobanden bekeken en Parijs-Dakar
jarenlang gevolgd: We gaan graven, duwen, trekken en misschien zelfs wel lieren,
want ja we zitten vast. Wat een anti-climax als blijkt dat met een beetje graven
en een sleep van Jacob en Arnold Walkabout binnen enkele tellen weer op hard
zand staat. Hmm, lullig. Geen stoere verhalen, geen bloed zweet en tranen gewoon
ff trekken en klaar. Gelukkig hadden wij nog 495 km voor de boeg...
En inderdaad, wij zijn nog aan onze trekken gekomen.
Niet vaak overigens. Het navigeren over bestaande sporen met goede waypoints (en
GPS) is niet al te moeilijk gebleken. Niet omdat wij zulke bikkels zijn
(alhoewel) maar veel meer omdat gezond verstand en goed materieel 95% van de
klus klaard (de laatste 5% is geluk!). De weg van Nouadhibou (2e) naar Nouackchott (1e stad van
Mauretanië qua omvang) is de weg door de woestijn. Bush (dessert is een beter
woord) taxi's doen over dit hele stuk een kleine dag (en dan ook nog eens met 20
man in en op de auto!). Oke wij doen er 4-5 dagen over, maar wij hebben dan ook
geen haast (inderdaad, tegenwoordig hebben wij geen haast meer...). En ja, soms
hebben wij niet helemaal het goede pad gevolgd (er staan namelijk tientallen
sporen en soms kies je wel eens de verkeerde) maar daar waren we vaak al snel
achter, als we vastzaten... En soms zaten we wel op de goede piste en bleek dat
we niet niet genoeg gas hadden gegeven, als we vastzaten... Maar alles bij
elkaar, terugkijkend, viel het best mee!
Lastiger was het om een camping te
vinden in de woestijn
Gelukkig
is een campeervergunning in de woestijn niet nodig. Kies een willekeurige
zandduin en sla het kamp op. Heerlijk. Rust! En wat een prachtige zonsondergang,
echt super. Boven op de zandduin, kilometers ver kijkend net zolang tot het
zonnetje is vertrokken. Een overheerlijk diner -met een glaasje wijn- en
vervolgens genieten van de indrukwekkende sterrenhemel. Nee, dit is niet de
vakantiebeschrijving van een ver tropisch oord, 'This is Mauretanië man!' Wat
een contrast herbergt dit land. De gekte en armoe in de steden tezamen met de
rust en pracht van de woestijn. Yep, absoluut de moeite waard.
Cap Taferit: er is dus toch een 'camping' in de woestijn
De enorme hoeveelheden zand zijn indrukwekkend. Daarnaast bevindt
zich niet ver van onze reisroute een enorme hoeveelheid water: de Atlantische
Oceaan. Als je daarbovenop ook nog eens het Parc National du Banc d'Arguin (een
hele mond vol) bedenkt dan is het verhaal echt compleet. Ergens in dit 'Parc' is
een klein dorpje (6 bouwvallen) dat aan het water ligt: Cap Taferit. Volgens de
Lonely Planet/Rough Guide/o.i.d. moeten hier zeehonden te zien zijn. Zij die
Judith kennen weten dan al dat een discussie weinig zin heeft: 'we gaan
zeehonden kijken!!! Maar Juutje, het kan ook zijn dat ze er morgen niet zijn.
Niks mee te maken, zeehondjes wil ik zien.' Met de steun van Margriet wordt
richting gezet naar Cap Taferit... Laten er alsjeblieft zeehonden zijn denk ik
bij mezelf.
Gids, camping eigenaar of sjaggeraar?
Als we het dorp naderen zien we her en der locals uit de huisjes komen, logisch
want wij zijn 'business'. De mensen staan ons vriendelijk te woord en één van
hen is zelfs zo vriendelijk om ons 'de mooiste plek aan zee' te tonen.
Magnifiek, dan kunnen we daar camperen. We crossen door de duinen en inderdaad
niet veel later openbaard zich een prachtig uitzicht: een lang, breed strand met
aan de linkerzijde een kleine rotswand die enige honderden meters in zee pas
eindigt. We hebben onze eigen baai! F... wat is dat nou, er staan nog meer
auto's. ..Ecole of zoiets. Hoe kan dat nou op een verlaten strand... Verdorie
mijn ideaalbeeld verstoord. Het ideaalbeeld wordt nog verder verstoord als
blijkt dat wij op de 'camping' van Cap Taferit staan. Die 3 nomadententen hadden
wij ook wel gezien, maar dat 3 tenten gelijk een camping vormen (zonder verdere
voorzieningen) is mijns inziens wat overdreven. En of we gelijk maar even 5000
ouguiya (oftewel 50,-) per nacht voor de hele groep willen betalen. Wat zegt u,
wie bent u dan wel? U was toch alleen maar even die vriendelijke gids...
Maar waar zijn nou toch die lieve zeehondjes...
Uiteindelijk staan we twee dagen op 'camping' Cap Taferit. We genieten van de
rust, het zwemmen in zee, wandelen met Noeska, het schrijven van onze
reisbelevenissen, 3 dagen oud brood, lekker niks doen, het speuren naar
zeehonden etc. etc. Lekker hoor!! En dan komt dat moment van vertrek. En we
hebben nog steeds geen zeehondjes gezien... En nou?! Ietwat teleurgesteld
starten we de auto en werpen een laatste blik in zee, shit geen zeehondjes. De
Lonely Planet/Rough Guide en al die andere boekjes hebben allemaal gelogen, er
zijn hier helemaal geen zeehondjes!
Strandracen, das pas gaaf!
Door de duinen crossen we terug naar 'de beschaving'. We betalen netjes voor het
gebruik van de camping, storten het vuil en vervolgen onze weg naar Nouakchott.
Toeval bestaat niet, maar het is toch verrekt toevallig dat midden in de
woestijn, waar gemiddeld twee auto's per halve dag passeren, wij op een
willekeurige kruising precies tegelijk met drie andere auto's arriveren.
Hoe bestaat het! Gelukkig, wij komen van rechts en hebben dus voorrang...
We arriveren in Memghar alwaar onze toegangsticket voor het park wordt
gecontroleerd. Jammer, deze is één dag verlopen. Of we maar ff een nieuwe voor
twee! dagen willen kopen. 'Maar meneer, we zijn maar één dag over tijd. Niets
mee te maken, we hebben alleen maar toegangstickets voor twee dagen...'
Dit soort situaties zijn voor ons nog steeds wennen. Op deze momenten ontbreekt
het voor ons aan (westerse) logica en dat is lastig. We proberen veel situaties
te verklaren, in te passen in ons 'normale' denkpatroon. Dat gaat niet! En dat
is nou juist één van de leuke kanten aan reizen: (het opdoen van) nieuwe
zienswijzen.
Gatver pielekes, das best lastig.
Het is vroeg in de middag en we vragen ons af wat een goed moment is om te
vertrekken. Normaal gesproken hoeven we daar niet zo heel bewust mee om te gaan,
nu wel. Voor ons ligt namelijk 150 kilometer strand! En het bijzondere van dit
strand is, dat het zeewater enige tijd op het strand ligt en vervolgens enige
tijd van het strand is. Oftewel eb en vloed! Twee maal daags is er mogelijkheid
om de honderdvijftig kilometer af te leggen, 's middags vanaf een uur of vier en
's ochtends vanaf een uur of vijf. Gedurende een paar uur (4-6) kun je dan
redelijk over het (opgedroogde) strand rijden. We willen niet in het donker
rijden en besluiten om te wachten tot de volgende ochtend. Om 05.00uur gaat de
wekker en enigszins gespannen beginnen we (in het donker) aan ons ochtendritueel
(voor uitleg zie onze Spanje
Belevenissen: hier is tot op heden weinig aan veranderd...).
Tegen
06.15uur zijn we gereed. Balen, het is nog steeds donker. Wachten dus maar.
06.30uur, nog steeds donker maar de schemering begint in te zetten. 06.45uur we
gaan het doen! Arnold en Jacob voorop, Ronald en Margriet erachter en wij in de
bezemwagen. Puur 'toeval' zien we vlak voor ons een bush/dessert/strandtaxi het
strand op scheuren. Scheuren ja, aangezien de eerste 30-50 meter mul zand zijn!
Jacob en Arnold bestuderen het rijgedrag van de local en scheuren enige seconden
later door het mulle zand het strand op. De auto schudt stevig van links naar
rechts, soms een bandje los, zoekend naar het 'juiste' track. Op dit moment is
controle ver te zoeken. Gelukkig, ze zijn heelhuids op het strand gearriveerd.
Nu wij nog...
We gaan eerst maar even kijken hoe het mulle zand er van
dichtbij uitziet
We houden van een uitdaging, maar willen toch ook alles heel houden. In z'n
laag, met difflock en voldoende gas gaan we met kloppend hart (gelukkig maar)
van start. Ook wij schudden stevig van links naar rechts. De banden blijven wel
allemaal aan de grond wat een gecontroleerd gevoel geeft. Een lastig bochtje aan
het eind en ja we zijn er! We staan op het strand, nog maar 150 kilometer te
gaan... De eerste kilometers zijn wat ongemakkelijk. Het strand is hooguit een
paar meter breed en dan ook nog eens met (schuine) kuilen en bulten. Daarnaast
zijn er regelmatig behoorlijke golven die over het strand heen spoelen. Dit
zorgt voor voldoende opspattend water en slecht zicht. Samen komen we gelukkig
een heel eind! Na enige kilometers tuffen we met een gangetje van 50-80 over het
strand en dat is kicken! Langs de route liggen enige vissersdorpjes wat vraagt
om extra aandacht. In deze vissersdorpjes (waar soms tientallen bootjes op/aan
het strand liggen) is het 's ochtends vroeg nog een drukte van belang. En geloof
nou niet dat de mensen aan de kant gaan voor een stelletjes 'racende' reizigers.
Sterker nog, ze gooien nog een extra hengel uit! Het gebeurt dan ook regelmatig
dat we over vislijnen en om boten heen zigzaggen. Te gek!!
Het is echt waar!!!
Na enige uren beginnen we echt in ons element te geraken en hebben zelfs tijd om
een beetje om ons heen te kijken. Links is niet al te veel nieuws te zien, zand!
Rechts ook niet, water! Maar toch, als we goed kijken valt er vast wel iets
nieuws/leuks te ontdekken. En zo speuren wij, met de hand boven de ogen, de
horizon af. Daarbij uiteraard niet vergetend ook voor ons te kijken. En gelukkig
maar, want plotsklaps gaan de twee auto's voor ons vol in de ankers. What the f...
is that man?! We zien Margriet richting zee wijzen. Was da? Ahoeawaieawawawie
DOLFIJNEN!!!! Is het echt??!!! Tjeemigtepeemig het is echt, we zien dolfijnen.
Niet één, niet twee, nee zeker een stuk of 6-7. Waanzinnig. Nu hebben wij wel
vaker dolfijnen gezien, Judith in haar Marinetijd 'regelmatig', maar meestal was
dit in de dierentuin o.i.d. En dit is in het 'echie'. Dat is toch anders hoor.
We zijn (extra) gelukkig!
Hmmm, erop is niet eenvoudig maar eraf ook
niet!
Onder het genot van een bakkie laten we dit vreugdevolle moment nog even
doorwerken. Nog een klein uur te gaan, schatten we. We zien ondertussen het
water hoger het strand opkomen en beseffen dat het 'maar goed is' dat we er
bijna zijn. Het woord 'bijna' heeft in dit geval een bijzondere betekenis. Ook
wel eens zo'n moment gehad dat het 'bijna' gelukt was of dat je 'bijna' de 1
miljoen had gewonnen. In die zin waren wij 'bijna' van het strand af. Maar nog
niet helemaal. We bereiken het laatste waypoint van onze route en zien inderdaad
links van ons het pad van de camping. Perfect! Ware het niet dat tussen de
camping en ons nog 40-50 meter mulzand ligt... En 40-50 meter mulzand, midden op
de dag kan echt héél vervelend zijn. 'Laten we even kijken of we hier het
strand af kunnen. Lijkt me een goed idee.' Jacob en ik lopen het mulle zand om
ergens een soort van pad te zoeken. Er lopen genoeg sporen dus het zou moeten
kunnen. De aanhanger van Ronald en Margriet is echter 'de zwakste schakel in de
keten'. Ondertussen zien we het zeewater alsmaar dichterbij komen. De golven
beginnen de banden nu echt nat te maken en het strand is nog hooguit een meter
of 2-3 breed. We moeten iets doen. Juist op dit moment (het kan toch geen
'toeval' zijn...) verschijnt een local die duidelijk maakt dat we 300 meter
verder redelijk eenvoudig het strand afkunnen. Super! Klein nadeel, het is
midden in de enorme vismarkt van Nouakchott...
Dan
maar door de vismarkt, we moeten hier echt weg!! Local in de auto bij Jacob en
Arnold en gas. Mijn hemel, het is hier druk. Honderden boten en evenzovele
mensen, het is druk hier!! Shit was is het druk hier. Gelukkig is dit de 'goede
buurt' van Nouakchott en iedereen kijkt dan ook erg vriendelijk... Even steken,
achteruit de kont bijna in het water, een kruisje slaan en gas! Door het (ook
hier) mulle zand -een meter of 10-, hugje op, links bijsturen, langs alle boten,
mensen, geiten, vissen en Yes we staan op asfalt! Klasse, we staan echt op
asfalt. We hebben het gefixed, we zijn door de woestijn van Nouadhibou naar
Nouakchott gereden. Wij!!
Een lekker gevoel maakt zich van ons meester
Met enig gevoel van euforie parkeren wij onze Shaggy achter Jacob en Arnold.
Even drie keer diep ademhalen en dan pas naar buiten kijken. Hmm, helemaal op
ons gemak voelen wij ons niet. Niks mee te maken. Als we 500 kilometer door de
woestijn heen kunnen dan kunnen we toch zeker ook wel op de vismarkt van
Nouakchott verblijven (al is het maar voor even). Zo gezegd zo gedaan. Ook
Arnold en Jacob zijn ondertussen uit de auto gestapt, het wachten is op Ronald
en Margriet. Dat duurt wel erg lang. 'Hoe is het met Ronald en Margriet? Die
zitten vast. Wat, die zitten vast?!' Dat is kl... Zeker met het opkomende water.
Nog maar niet te spreken van de 'prachtige' entourage waar we ons in bevinden.
Jacob en Arnold keren redelijk vlot de auto, een meter of dertig achteruit,
sleeplinten vast en gas. Nog een beetje duwen en yes ook zij staan op het
asfalt. We zijn er door! Juutje en Margriet kopen een paar verse broden en weg
hier.
Hoeren (op de) camping
De local die we op het strand hadden 'opgepakt' blijkt een eigen camping
downtown te hebben. Dat is ideaal. Hij stapt in een taxi en het enige dat wij
hoeven te doen is de taxi volgen. Wat een verademing, asfalt. Vlot leggen we een
paar kilometer af. Links en rechts zijn huizen in aanbouw, best een aardige
buurt. He een tankstation. Dat is lang geleden. He, dat is een bekende auto. Hé
dat zijn Christanne en Rene, den Zwitsers! Remmen!! Dat is dus een groot
voordeel van Afrika, je kunt stoppen waar je wilt... Ook zij hadden ons al
gezien en een vrolijk gedag zeggen volgt. We spreken af op de camping waar Rene
en Christianne ook staan, maar eerst de auto's laten afspuiten. Zeewater is
namelijk niet echt goed voor onze Land Rovers (ook niet voor andere auto's
hoor). Gelukkig is Nouakchott ingericht op woestijnreizigers en een klein uurtje
later zijn de LR's als nieuw. Dat is lekker. Nu nog het stof/zand aan de
binnenkant verwijderen...(ook uit bed).
Op de camping aangekomen valt de enorme 'partytent' als eerste op. Hmm, waar is
die dan voor. Dat bleek later. Terwijl de dames met Noeska aan het wandelen
zijn, en de mannen druk, druk, druk met onderhoud van de voertuigen bezig zijn (ahum)
komen daar plots drie andere (luchtig geklede) dames aangelopen. 'Bonjour.
Bonjour madames, ca va? Ca va, merci.' De dames (van een jaar of twintig) nemen
op onze stoelen plaats en kijken, enigszins keurend, onze kant op. 'Euhh Ronald,
heb jij deze dames uitgenodigd? Nee, volgens mij niet. Hmmm.' Judith kennende...
(dit hoeft verder geen toelichting denk ik). Enige oplossing is dus zo snel
mogelijk de dames (laten) verwijderen. Het kan geen toeval zijn (want toeval
bestaat toch niet...) maar uit het niets verschijnt de camping manager: 'of wij
deze dames hebben uitgenodigd? Neeeuuu, niet echt. Of hij ze weg moet sturen?
Lijkt ons een goed idee!' En zo geschiedde. Navraag leerde dat de camping
diverse dames van lichte zede huisvest. Aah, dan weten we ook wel waar de
partytent goed voor is...
Een foto hier, een beetje filmen daar
Eén dag op deze campsite is mooi genoeg. Zeker gezien het feit dat we tot een
uur of drie geen oog dicht hebben kunnen doen in verband met het feestgedruis...
Voor de laatste maal nemen we afscheid van Christianne en Rene. Zij blijven nog
een paar dagen, wij gaan naar Senegal! Eindelijk echt 'zwart' Afrika. Overigens,
de lokale bevolking is gaandeweg de route al telkens donkerder geworden. Met de
drie LR's achter elkaar rijden we dwars door Nouakchott. Leuk, kunnen we mooie
plaatjes schieten. Terwijl Judith rijdt probeer ik aan mijn carriere als
amateurfotograaf te werken. Dit gaat best aardig. Totdat we stil komen te staan
bij een verkeerslicht en ik vergeet de camera uit het zicht te houden. Op de
treeplank van het (overvolle) taxibusje voor ons staan diverse mannen te wachten
tot het busje waarin zij zich bevinden vertrekt. Hun 'sixth sense' vertelt hen
dat ik aan het filmen ben en een fractie van een seconde later ontstaat enige
commotie op/aan de achterzijde van het busje. De heren zijn boos! Shit, dit is
niet leuk. Direct doe ik de (toch al kleine) camera naar beneden en vraag aan
Judith of ze alsjeblieft het verkeerslicht op groen wil zetten. Als ware het een
wonder, het verkeerslicht gaat op groen en we kunnen rijden... Het busje schuin
voor ons ook. We rijden gelijk op en vele boze blikken komen onze (mijn) kant
op. Enige handgebaren maken duidelijk dat de heren (en ondertussen de rest van
de bus) niet happy wezen. Oeps, no fun! Een paar honderd meter verder is een
kruising waar wij rechts en het busje (gelukkig!!) links gaat. Wauw, we zijn erg
opgelaten. Judith maakt in niet mis te verstane woorden duidelijk 'dat ik dat
ook niet moet doen', sorry 'k zal het nooooooooiiiiiiittttttttt meer doen. We
kijken nog wat spichtig om ons heen en proberen zo dicht mogelijk (in dit
verkeersgekkenhuis) bij de overige peopletjes te blijven. Stom, stom, stom, als
we denken dat het voorbij is horen we ineens een hevig getoeter bij ons in de
buurt. Wat is dat nu weer. De adrenaline gaat goed tekeer in onze aderen en we
kijken alle kanten op om te zien waar het geluid vandaan komt. Een taxi? Links
en rechts probeert de nog altijd toeterende taxi ons voorbij te komen. Naast de
chauffeur zit een grote vent met telefoon in de hand wild te gebaren. 'Wat moet
hij van ons Juut?! Ik weet niet. Laat hem er niet voorbij hoor'. Allerlei
visioenen trekken aan ons voorbij terwijl de taxi honderden meters achter ons
aan blijft toeteren. We laten hem er niet voorbij. Jammer, dan gaan we toch via
de berm. Met een kilometer of zestig per uur probeert de taxi ons, midden in de
stad op een waanzinnig drukke weg, via de berm in te halen. Shit, wat een
volhouder. 'Uiteraard' brengen wij alles in verband met mijn foto'cursus'. Damn,
nooit meer een foto in de stad! De taxi drukt zich er tussen en rijdt nu op de
linkerbaan schuin voor ons. De bijrijder met de arm gebarend dat we moeten
stoppen. Natuurlijk joh, gas! Aangezien dit niet lukt probeert de taxichauffeur
het bij Jacob en Arnold, die voor ons rijden. Ook zij geven geen reactie. Wat
gaat hij dan nu doen. Niets! Helemaal niets meer! Van het een op het andere
moment scheurt de taxi de berm weer in en gaat daar stilstaan. We staan/zitten
perplex in onze stoelen. Dit moeten we niet te vaak meemaken. De adrenaline
verlaat langzaam ons bloed en rustig nemen we een slokje water. 'Juutje, goed
gereden moppie!'
Nog ff de grens formaliteiten
Binnen enige kilometers wordt het verkeer aanzienlijk rustiger, we rijden
Nouakchott uit. De weg naar Senegal ligt voor ons, een dikke 350 kilometer te
gaan. De weg is weinig afwisselend, hooguit de omvang van de pot-hole
(letterlijk: gat in de weg). De meeste kunnen we omzeilen, sommige ook niet...
Dit leidt tot kleine 'discussies' (ook wel menigsverschillen genoemd) waarbij de
hevigheid van de klap, de hevigheid van onze discussie bepaalt.
Vlak voor Rosso besluiten we niet via het pondje de Senegal rivier te passeren,
maar 135 kilometer verderop via een brug. Dit houdt ook in dat we niet bij Rosso
de grens naar Senegal passeren maar vlakbij St. Louis. Het is even wat zoeken,
hier en daar vragen maar binnen een minuut of tien hebben we het juiste
zandpad/dam richting St. Louis gevonden. Een prachtrit!! Veel (verschillend)
groen, kleine 'dorpjes' en zelfs krokodillen!
Dan komt natuurlijk wel dat onvermijdelijke moment, de
grenspassage
Het loopt ondertussen tegen vijf uur, de tijd begint te dringen. Om zes uur
gaat namelijk de grens van Senegal 'dicht'. In die zin dicht, dat na 18.00uur de
avondtarieven ingaan. U weet wel, die niet verklaarbare, zonder bonnetje
betalingen... Maar goed, eerst de grens van Mauretanië. In Mauretanië is het
niet toegestaan zwart te wisselen (logisch anders heet het ook geen zwart
wisselen). Bij binnenkomst in Mauretanië hebben we aangegeven hoeveel geld we
bij ons hebben (de helft!). Bij vertrek kunnen ze aan de grens controleren
hoeveel daar nu nog van over is, en hoeveel wisselbonnetjes we hebben. Aangezien
we zwart hebben gewisseld kunnen wij dit soort bonnetjes niet overleggen.
Overigens, van alle 'afkoop/omkoopsommen' die bij de grenzen worden betaald
hebben we ook geen bonnetje gekregen... Licht gespannen naderen we de grens. Aan
de zijkant parkeren en afwachten wat er nu weer wordt verlangd. De Douane is
easy, 1000 ouguiya (3,30) voor het afstempelen van het carnet: koopje! Maar dan
La Policia. Het is gek, maar deze gasten zien er niet vriendelijk uit en zijn
ook niet vriendelijk. Alsof ze hierop worden geselecteerd! Nadat de lokale
flapdrol rustig ff tussendoor mag zijn wij aan de beurt. 'Kopie Passport!'
Rustig maar, we zitten vlak voor je. Vriendelijk glimlachend geven we de kopie.
'Kenteken en merk auto opschrijven!' At ease man, denk aan je hart. We schrijven
al het gevraagde op en ondertekenen het geheel. 'Finito?' Vraag ik hem. Bijna,
alleen nog even 70 franse franken betalen. Pourquoi? Een uitleg volgt niet,
betalen! Een briefje van 50 ff en twee munten van 10 ff geef ik hem. O nee, die
munten kunnen echt niet. Die munten kunnen niet? Wat is daar nu weer mis mee?!
Alleen papier(afpers)geld wordt geaccepteerd. Jammer joh, dat hebben we niet.
Hevig geirriteerd (van beide zijde) wuift hij met zijn hand dat we weg moeten
gaan. Hij wil er geen woorden meer aan vuil maken. Mooi, wij ook niet!
1:
Dakhla (Alleen om even het geheugen op te frissen waar we ook al weer vandaan
zijn gekomen)
2: Nouadhibou (N20° 54' 29.8"; W017° 03' 13.3") Prima
campsite met prive fixer, ideaal! Het toilet/de douche is wel ff wennen...
3: Cap Taferit (N20° 07' 33.3"; W016° 15' 21.5") Mooie,
rustige plek aan zee. Een beetje idyllisch zelfs. Enne, die zeehonden van Lonely
Planet, nou die zijn er dus mooi niet!
4: Memghar (N19° 00' 44.2"; W016° 13' 35.3") Einde van het 'Parc',
begin van de strandrit. Denk eraan: 16.00uur en 05.00uur zijn perfecte tijden
voor vertrek.
5: Nouakchott (N18° 06' 10.8"; W016° 01' 35.9") Dit is het
waypoint waar wij uiteindelijk van het strand af zijn gereden. Oftewel de
vismarkt van Nouakchott. Later hebben we gehoord dat het verderop (150-300
meter) nog eenvoudiger is om van het strand af te rijden. Tja, niet ff eerder
zeggen!
6: St. Louis (Senegal) Zoals Jacqui en Andrew zeiden: Just Brilliant!
Periode: 3 november - 10 november 2001