Reisbelevenissen Nigeria

Om onze reisbelevenissen enigszins te ordenen hebben we van elk land de Highlights (samenvatting), Belevenissen (reisverhaal met foto's) en Route (kaart met daarbij waypoints van bijzonderheden) beschreven.  Hieronder volgen onze reisbelevenissen van Nigeria.

Highlights

    En dan is daar die lang verwachte grens van Nigeria...

    Jippie ja jeeehhhh, rendez vous met Arnold en Jacob!...

    Wachten, wachten en nog eens wachten...

    'Nog even de tank volgooien en dan giddie-up-go!'...

    'brrrr, ik voel me helemaal niet lekker Juut'...

    'Hoor wie klopt daar kinderen, is een vreemdeling zeker'...

    Het gaat lukken, we krijgen een transitvisum voor Kameroen!!!...

 

Belevenissen

Tegen twaalf uur zijn we al halverwege Benin
Tijd om rechtsaf te slaan. Dit betekent voorlopig ook het einde van het asfalt. We draaien een piste op van bewonderenswaardige kwaliteit, dit hebben we wel eens anders meegemaakt! Even proberen welke snelheid comfortabel is. Zelfs op de piste kunnen we zeventig à tachtig kilometer per uur rijden, dat schiet lekker op.
En dan ineens staan we voor de grens van Nigeria. Best spannend, de verhalen over Nigeria zijn niet al te best geweest. Alhoewel Arnold en Jacob over deze grensovergang wél goed te spreken waren. Ze hebben niet gelogen, voor we het weten staan we in Nigeria. In Nigeria!!! Eigenlijk zijn we hartstikke gek, wie gaat er nou naar Nigeria?! Dat is toch vragen om problemen... Mooi niet dus. De douanebeambten zijn vriendelijk, de mensen onderweg zijn vriendelijk zelfs de controleposten onderweg zijn geen probleem. Alleen de weg is niet al te best.

Was de piste in Benin nog ok, in Nigeria lijkt de afgelopen jaren niets aan dit stuk weg gedaan
Stevige potholes, ribbels in het wegdek en her en der een verdwaalde kei maken dat we niet sneller dan dertig à veertig kilometer per uur kunnen rijden. En daar hadden we niet op gerekend. Voor we het weten is het donker aan het worden en rijden we nog midden in de bush. Donders wat nu. Wildcamperen in dit 'verlaten' stuk bos zien we niet zitten, een hotel/camping gaan we hier zeker niet vinden. Hmm, dan maar vragen of we ergens in de 'tuin' mogen camperen. Als we een dorpje naderen zien we rechts van ons een paar lemen hutjes met rieten dak. Mooi verscholen tussen de bomen vallen de hutjes nauwelijks op. 'Zullen we hier vragen of we mogen camperen? Tja, beter dan dit gaat het vast niet worden. Vraag jij het? Nee doe jij maar...' Judith parkeert shaggy onder een grote boom terwijl ik richting de ingang van de compound loop. Met nog een paar meter te gaan wordt hoor ik rechts van mij iemand praten. Onverstaanbaar, maar wel aan mij gericht. 'Hello how are you sir? Que? Aah, meneer spreekt geen Engels, Frans dan maar: Bonjour, comment allez vous?' De vragende blik in de man zijn ogen zegt mij voldoende. Dan maar het betere handen en voeten werk. Terwijl ik als geoefend mime-speler duidelijk probeer te maken dat we graag binnen de compound willen overnachten hoop ik dat niemand ziet hoe belachelijk ik erbij sta. Probeer maar eens uit te leggen dat het al laat is, we erg moe zijn, dat we graag Shaggy op meneer zijn erf willen parkeren en dat we onze tent boven op de auto hebben. Lastig!

Maar het lukt!
We mogen op de compound onze auto parkeren. Als we willen kunnen we zelfs in één van de hutjes slapen. "Neen dank u, we slapen prima in ons tentje.' Meneer neemt ons mee de compound op, laat ons kennis maken met al zijn vrouwen en kinderen en maakt duidelijk dat we zelf ons plekje mogen kiezen. Wat een gastvrijheid! We vinden een mooi plekje naast het achterste hutje, pakweg honderdvijftig meter van de 'weg'. In het donker zetten we de tent op. Gelukkig zijn we ondertussen zo geoefend dat dat geen problemen oplevert. Moe maar voldaan zetten we water op voor thee en ons noodrantsoen; in koken hebben we nu echt geen zin meer. Als we goed en wel onze billekes in de stoelen hebben gedrukt zien we twee kinderen om de voorkant van Shaggy komen lopen. In hun handen hebben ze allerlei pannetjes. De pannetjes worden op onze tafel gezet, een onderdanige kniebuiging volgt. 'Paul, volgens mij hebben ze eten voor ons gebracht. Het lijkt er wel op he. Dit kan toch niet waar zijn, die mensen hebben al zo weinig.' We openen de pannetjes, hmmmmmmmmmmm dat ziet er lekker uit... Maar het gebaar is fantastisch! We proberen van alles een beetje te eten, in combinatie met ons noodrantsoen lukt dat best aardig. Wat we over hebben brengen we terug, misschien dat ze dat morgen weer kunnen gebruiken.

Op de compound is, buiten het kampvuur, geen licht aanwezig
Om de familie te bedanken voor hun gastvrijheid geven we een aantal waxinelichtjes, pennen, breeklichtjes en stickers cadeau. Wederom vallen diepe kniebuigingen ons ten deel.
We slapen als roosjes. 's Ochtends vroeg weer op pad, een lange dag te gaan. We hobbelen en stuiteren over de piste, door het bos, langs vele dorpjes. Naarmate de weg beter wordt, worden de dorpjes groter, de huizen van betere kwaliteit en de controles intenser. Als we eindelijk weer op asfalt rijden schieten we per direkt in de stress: wat een stelletje idioten op de weg! Dit gaat echt helemaal nergens over. Met gevaar voor eigen leven ontwijken we verrotte taxi's, slingerende vrachtauto's en voorbij razende bussen. Een rijbewijs hebben deze mensen nog nooit van dichtbij gezien. Alsof men elkaar continue aan het uitdagen is: ik durf toch langer dan jij op de verkeerde weghelft te rijden... Als er potholes in de weg zitten is het feest nog groter, ongeacht aan welke kant de pothole zit men rijdt er gewoon om heen. Ook al moeten wij dan met gierende remmen tot stilstand komen.

Zelfs op de snelweg naar Abudja maken we de meest vreemde dingen mee
Zoals vrachtauto's die midden op één van de twee rijbanen stil gaan staan om ff iets aan de auto te checken. Met als gevolg dat al het achterop komende verkeer van twee naar één baan gaat 'ritsen'. En dat met tachtig à honderd kilometer per uur!
Maar goed, langzaam maar zeker naderen we Abudja. 'Zouden Arnold en Jacob er nog zijn? Het zou wel heel erg tof zijn!' We hebben de naam en alle andere noodzakelijke gegevens van hun Guesthouse, dit zouden we toch zonder problemen moeten kunnen vinden. Abudja blijkt errug groot te zijn... Tegen vijf uur zien we eindelijk het Starc Guesthouse, wat zou het gaaf zijn als... En ja, jippie ja jeeehhh we zien de rode Land Rover staan!!! Op de mini parkeerplaats van het Guesthouse staat de rode LR van Arnold en Jacob, ze zijn er nog! Een vreugde gevoel gaat door ons heen, een glimlach op ons gezicht. We hebben niet voor niets twee dagen van twaalf uur gemaakt. 

Aan de bewaker vragen we waar de eigenaren van de rode LR zijn
Hij toont ons de kamer. Als we door het raam naar binnen gluren zien we Jacob op bed liggen en Arnold achter de pc. We bonzen op de ramen, yoehoe we zijn er!!! Ietwat verschrikt kijken ze om zich heen. Als ze onze hoofden voor het raam zien komt ook bij hun een glimlach op het gezicht, dit is gaaf zeg.
De volgende uren is het verhalen uitwisselen, bier drinken en nootjes eten. 's Avonds eten we in het centrum, lopen we (per ongeluk) langs de hoeren en lachen loeihard als één van de dames een trio-tje met Judith en mij voorstelt. 

Arnold en Jacob hebben het visum voor Tjaad reeds in hun bezit
Het visum voor Sudan hopen ze de volgende dag (donderdag) te regelen. Met beide auto's rijden we 's ochtends vroeg richting de ambassade van Sudan. Onderweg pikken we nog een fixer op die hopelijk het proces in de ambassade kan bespoedigen. We wachten, wachten en wachten nog een beetje. Daarna wachten we nog even en vervolgens... Tegen half twaalf krijgen we van de ambassadeur te horen dat hij helaas geen visum af kan geven, tenzij we een visum hebben waaruit blijkt dat we Sudan weer zullen verlaten om onze reis te vervolgen. Kilo Utrecht Tango! Dit is niet leuk. Om vanuit Sudan verder te reizen zijn er twee mogelijkheden: Ethiopië en Egypte. Na Sudan willen we graag naar Ethiopië, helaas is in Abudja geen ambassade van dit land aanwezig. Van Egypte wel, maar dat visum hebben we eigenlijk helemaal niet nodig! Zonder een onward-visum krijgen we echter geen visum voor Sudan. Shit, dan maar extra geld uitgeven voor het visum van Egypte.

Met een noodgang scheuren we met een taxi naar de ambassade van Egypte
Nog net op tijd, want om twaalf uur sluit het loket voor visumaanvragen. Stipt twaalf uur liggen onze vier visumaanvragen op de balie gereed. Wachten maar weer. Om twee uur kunnen we onze paspoorten met visum ophalen, dan direkt door naar de ambassade van Sudan waar we tot vier uur terecht kunnen. Redden we dat niet dan zijn we dinsdag pas weer aan de beurt.
Om twee uur staan we op de stoep van de ambassade. Even wachten bij de receptie? Prima hoor. Half drie, kwart voor drie, zelfs drie uur wordt het eer we onze paspoorten krijgen. Wat een geneuzel, opschieten! Als ware we de Vliegende Hollanders zelf, in no-time staan we op de stoep van de Sudanese ambassade. Rap die paspoorten naar binnen, vingers gekruisd en hopen dat alles goed gaat. JAAAAA, tegen vijf uur hebben we ze! We hebben het visum voor Sudan! 

Rondom gelukkig rijden we terug naar het hotel
One down, one to go. We vieren ons visum met een biertje en nootjes. Kletsen wat met andere hotelgasten en drinken voor de gezelligheid nog een biertje en nemen nog wat nootjes. Om het af te leren nemen we nog... Jammer, had ik niet moeten doen. De toiletpot is tijdelijk mijn grootste vriend. Judith, Arnold en Jacob hebben ogenschijnlijk nergens last van; gedrieën gaan ze ergens nog wat eten.
's Ochtends voel ik me gelukkig weer wat sterker. Al vroeg zijn we met een taxi op stap om geld te wisselen. Om niet te snel door onze (mini-voorraad) dollars heen te gaan proberen we Traveller Cheques in te wisselen. Zonder aankoop-voucher blijkt dit echt een probleem. Hmm, een uitdaging. En dat zo vroeg op de ochtend. Wonder boven wonder is Louise, van de customer service in de bank, zo welwillend om diverse bankregels te overtreden. Met het ontslagzwaard van Damocles boven haar hoofd zorgt ze ervoor dat we vlak voor negen uur ons felbegeerde Nigeriaanse geld ontvangen. Wauw, dit is echt fantastisch. Om haar te bedanken geven we een pen en vragen haar email adres: 'I_am_most_blessed @...com' Tja, met hulp van onze lieve heer moet het wel goed komen!

top

Het visum voor Tjaad is geen probleem
Tegen vier uur 's middags zijn we voorzien van alle noodzakelijke papieren, in twee dagen drie visa. Wat een heerlijkheid, we kunnen overland dwars door Afrika heen! Verschepen is niet nodig, een last valt van onze schouders.
's Avonds gaan we heerlijk, maar (erg) kostbaar uiteten. Ach, soms moeten we onszelf wat extra verwennen... Zaterdagochtend, time to get wild and loose: in drie dagen dertienhonderd kilometer dwars door Nigeria heen! Voor vertrek willen we alleen nog ff tanken. Dat blijkt in Abudja toch lastiger te zijn dan het lijkt. In heel Abudja is geen pompstation te vinden wat diesel verkoopt. Normaal of super benzine is geen probleem, diesel des te meer. Uiteindelijk moeten we op straat een fixer regelen die ons vijfentwintig kilometer verderop naar een pompstation brengt waar ze diesel verkopen. Na de nodige onderhandelingen kunnen we eindelijk onze tanks volgooien. We zijn gereed voor vertrek!

De weg is redelijk tot goed
Sommige stukken hebben wel wat potholes maar over het algemeen kunnen we lekker doorrijden. We cruisen met een gangetje van tachtig door het mooie landschap van Nigeria. Overal waar we komen zijn de mensen vriendelijk en behulpzaam. Dit is toch Nigeria?! Het land waar zo veel verhalen de ronde over doen. Wij hebben echt niets van al deze indianenverhalen gemerkt. Wat ons betreft is het een prima 'vakantie'land. Over het zuiden van Nigeria kunnen we niet oordelen, misschien dat juist daar de verhalen vandaan komen?
Terwijl we genieten van het moois om ons heen zien we in de berm van de weg een aantal mensen en dieren staan. Judith rijdt. Als we bijna ter hoogte van het groepje zijn steekt plotsklaps een geit over. BAM! Vol op de bullbar. Wow, die was raak! Judith trapt nog vol op de rem en probeert een uitwijk manouvre naar links te maken, stom!! Dat moet je niet doen met een 3000 kilo zware auto. Die krijgt dan zijn eigen leventje. We slingeren over de weg, 'Rem Los!' schreeuw ik in Judith haar oor. In een reflex doet ze dat gelukkig ook. Nog een beetje bijsturen en ja hoor Judith heeft Shaggy weer onder controle.

'Juut, je kunt met een auto als deze niet remmen en uitwijken tegelijk!'
'Ohh, ik hoop dat het geitje gelijk dood is. Juut, ik zei dat je met deze snelheid niet vol in de ankers kan en nog uitwijken ook. Als het geitje niet gelijk dood is kunnen die mensen tenminste het geitje dood maken.' We praten echt volledig langs elkaar heen, Judith is nog druk met het geitje bezig, ik met onze eigen veiligheid. Tja, zo zie je maar waar de prioriteiten liggen... We besluiten wel om door te rijden, stoppen kan nogal lastige gevolgen voor ons hebben: uiteraard was deze geit net de 'kip met de gouden eieren'. Ellenlange discussies willen daar niet over hebben, zeker niet als we de lokale taal niet spreken.

Arnold en Jacob rijden enige honderden meters voor ons
Zij hebben niets van het hele voorval gemerkt. Aan het eind van de middag bereiken we, volgens planning, Baunchi. Met behulp van een brom-taxi vinden we redelijk eenvoudig het CFA hotel. Ook hier blijkt weer de gastvrijheid van de Nigerianen: we mogen gratis op de parkeerplaaats van het hotel camperen. Als wederdienst maken we van het restaurant gebruik. Voor mij echter geen warme hap, ik voel me die dag niet zo best: veel buikkrampen en geen 'sterk gevoel'. Als de Judith, Arnold en Jacob gaan avondeten duik ik mijn bedje in. Voor de zekerheid neem ik nog even de temperatuur op. Hmm, 37.8 Even in de gaten houden. Hooguit een half uur later lig ik te rillen in mijn bed. Ik pak het dekbed van Judith erbij om warm te blijven. This is no good. Als Juutje een uurtje of twee later ook de tent in komt is de temperatuur naar 38.4 gestegen. This is helemaal no good. De verschijnselen doen me aan Bamako terugdenken. Toch niet weer malaria he. We overleggen wat verstandig is, voor de zekerheid een anti-malaria kuur (m.b.v. Artisunate) of nog even aankijken. We kiezen voor het eerste. Artisunate is veel minder schadelijk voor de gezondheid dan bijvoorbeeld Lariam, maar werkt zeker zo goed. Zelfs kinderen kunnen Artisunate slikken.

Voor middernacht voel ik me gelukkig weer een stuk beter
De buikkrampen zijn helaas nog niet over, ook de volgende dag niet. Dan zelf maar weer doktertje spelen: een Flagyl kuur dit keer. Deze blijkt gelukkig goed aan te slaan. 's Avonds voel ik me echter niet voldoende fit om mee te gaan uiteten. Juutje gaat wederom met de twee mannen op stap terwijl ik me op het bed te rusten leg. Soms is het echt oneerlijk verdeeld in de wereld... Alhoewel. In mijn slaap hoor ik iemand op de deur kloppen. Ik wordt langzaam wakker en vraag mij af of ik heb gedroomd. Nok nok nok. He, weer geklop op de deur. 'Ogenblikje, ik kom eraan.' Slaapdronken waggel ik naar de deur van onze hotelkamer. Vreemd, bedenk ik mij nog, wie zoekt hier nou wat in dit (low-)budget, achteraf hotel. Ik draai de deur van het slot, open de deur, niemand! He?! Ik heb toch echt kloppen gehoord. In mijn boxershort loop ik de smalle gang op. Niets of niemand te ontdekken. Dit is vreemd, ik dacht dat je alleen van Lariam waanvoorstellingen kreeg...

Maar gauw mijn bed weer in, dit is echt maf
Als Judith terug komt en ik het verhaal vertel zit ze me ongeloofwaardig aan te kijken. 'Verder alles goed? Heb je gedronken? Bob Marley sigaretten gerookt?' Ach bekijk jij het ook effe!
We slapen redelijk in het krakkemikkige bed. 's Ochtends een bucket-(emmer)-douche aangezien het water alleen tussen 18.00 en 06.00 uit de kraan komt. Hetzelfde geldt voor de electriciteit. In het schemerdonker kleden we ons aan, een lange dag voor de boeg.

Als alles meezit gaan we vandaag Ndjamena (Tjaad) bereiken
Als alles meezit zei ik. Op één dag de grens van Nigeria-Kameroen passeren, vervolgens een transit-visum voor Kameroen regelen en als klap op de vuurpijl ook nog de grens van Kameroen-Tjaad oversteken. Een uitdaging. Vanuit Maiduguri zijn we vrij vlot bij de grens. Om niet al ons kruid te verschieten besluiten we dat Jacob eerst bij de grens van Kameroen gaat informeren of we inderdaad een transit-visum kunnen krijgen. Zo ja perfect, zo nee dan kunnen we in ieder geval in Nigeria blijven om de next steps uit te werken. Met een Nigeriaanse douanebeambte gaat Jacob naar de ongeveer een kilometer verderop gelegen grenspost van Kameroen. Ondertussen proberen we met ons drieën de tijd te doden. We praten wat, kijken om ons heen, proberen verkopers af te schudden etc. etc. 'Daar komt Jacob! O laat het alsjeblieft lukken. En?! Hakuna Matata, oftewel geen probleem!' Yahooooo, we kunnen erdoor!!!

top

 

Route

1: Bush Camp - Daar stonden we dan, in de middle-of-nowhere. Geen camping te bekennen, wel een paar hutjes van leem met rieten dak. Tja, dan daar maar vragen of we daarbij mogen camperen. Wat een gastvrijheid! Zelfs eten en drinken hebben we gekregen.
2: Abudja - Starc Guesthouse (N09° 02' 12.7"; E007° 29' 30.9") Veel voor weinig. Duur man Abudja! Wel een heel gezellig weerzien met Jacob en Arnold. 
3: Baunchi - CFA Hotel (N10° 18' 59.5"; E009° 51' 22.8") Camperen naast het hotel. Prima plek, redelijk rustig en hele vriendelijke medewerkers.
4: Maiduguri - Hotel 'achteraf' (N11° 51' 30.2"; E013° 07' 56.0") Hotel 'op stelten'. Bij gebrek aan een betaalbaar hotel dit achteraf hotel maar gekozen. Stroom en water alleen tussen 19.00-06.00uur. Anders wordt het te duur he...

 

Periode: 22 januari 2002 - 28 januari 2002

                      top                                                                                        Volgend reisverhaal: Kameroen