Oorspronkelijk dacht Fokker de Fokker F27 te kunnen blijven produceren tot aan het einde van de 20e eeuw. Door externe factoren bleek dit niet het geval te zullen worden. Deze ontwikkelingen noopten Fokker tot de ontwikkeling van een nieuw vliegtuig in plaats van stapsgewijze verbetering van de F27 om deze jaar na jaar modern te houden tot de productielijn werd gesloten. Aan het begin van de jaren '80 maakte Fokker een studie naar een nieuwe motor, de zogenaamde F27RE (RE= re-engined) versie. De ontwikkeling van een versie met alleen een nieuwe motor vond ook geen doorgang vanwege de concurrentie met andere vliegtuigbouwers, omdat alleen een nieuwe motor niet interessant genoeg was voor de luchtvaartmaatschappijen.
Wilde Fokker de laatste technologie kunnen inzetten en wedijveren met de concurrentie, moest er een nieuw toestel komen. Met project P335 werd de bouw van de Fokker 50 in gang gezet.
Een primeur in de vliegtuigbouw was de toepassing van composietmaterialen op primaire, dragende delen van de constructie. Tot dan toe gebeurde dit alleen in de secundaire, niet-dragende delen van het toestel. Gebruikte materialen zijn bijvoorbeeld aramide en glasvezel. Aramide wordt toegepast in de rompneus, vleugelvoorrand, delen van het kielvlak en de rugvin, de vloeren en de vloeistukken tussen vleugel en romp. Glasvezel wordt toegepast in de motorgondels en de staart.
Voor de bouw van de Fokker 50 werd door Fokker samengewerkt met:
Dassault te Biarritz (Frankrijk}
SABCA te Gosselies (België)
Messerschmitt-Bölkow-Blohm (Duitsland)
Fuji Heavy Industries (Japan)
De Fokkerbedrijven te Dordrecht, Papendrecht, Ypenburg, Hoogeveen, Woensdrecht en Schiphol-Oost werkten eveneens aan het toestel.
Navigation