|
De
Donau is de op één na langste
rivier van Europa, en van de "Donauquelle" in
Donauschingen tot aan de
uitmonding in de Zwarte zee aan twee kanten te "befietsen".
De route tussen Regensburg en Wenen geldt als één van de mooiste stukken
van deze route. Langs beide zijden van de rivier is heel goed te fietsen. Zowel de
Duitsers als de Oostenrijkers hebben vooral de laatste jaren ontzettend veel gedaan aan
het aanleggen van strak geasfalteerde fietspaden. Een groot voordeel van deze
fietspaden, die er uitzien als normale wegen, is dat ze niet toegankelijk zijn voor
auto's. Alleen
op sommige plaatsen waar campings en speciale "fietshotels" zijn kun je nog wel
eens wat auto's en tractoren tegenkomen. Maar over het algemeen is het er erg rustig, op
de vele fietsers na.
Langs de hele route zijn er hotels, jeugdherbergen, kamers,
familiepensions en "gasthöfe", waar je kunt overnachten tegen een heel
billijke prijs. Ook eten kun je er voor prijzen die je eigenlijk niet voor mogelijk
houdt. De mensen die in Beieren wonen zouden stug zijn, maar niets is minder waar, ze zijn
gastvrij en de vriendelijkheid zelve.
- Wat betreft de
weersomstandigheden: de maanden juli en augustus zijn meestal de zonnigste maanden van het
jaar, ofschoon in augustus de nachten al weer behoorlijk koud kunnen worden, misschien wel
goed om te weten als je in je tentje langs het water ga kamperen. De temperaturen overdag
liggen in deze maanden gemiddeld tussen de 23º en 30°, s'nachts kan het kwik dalen tot
10°, of zelfs nog wel lager.
Het verhaal zou veel te lang worden als ik de hele route, heen en
weer terug, zou beschrijven dus ik wil me beperken tot de route tussen
Passau en
Linz aangezien wij dit stuk al een aantal malen gereden
hebben. De afstand is precies 100 km,
en wij gingen heen met de fiets, en de terugreis deden we per boot.
Als je toch in
Passau bent, ga dan voordat je vertrekt de stad bezichtigen. Universiteitstad Passau is
een hele oude vestingstad, met een geschiedenis van bijna 2000 jaar. De stad ligt tussen
de Inn en de Donau, waar trouwens
ook de rivier de Ilz erbij komt. Vandaar de naam "Dreiflüssestadt". (Dit kan met name in de winter en het voorjaar nogal wat
problemen opleveren. Net als bij ons de plaatsen langs de Maas heeft Passau vaak
overlast van het water, met als gevolg dat er grote delen van de benedenstad onderlopen.
Kijk maar eens naar deze foto's die gemaakt zijn op
20-03-2002 en de foto's die gemaakt zijn tijdens
het "hochwasser" op 13-08-02).
- Het oude gedeelte, waar het trouwens onmogelijk is om met een auto te
komen,
met
z'n metersdikke muren is een bezoekje meer dan waard. Met name op de punt waar de Donau en
de Inn bij elkaar komen kun je wel een uurtje zoekbrengen, het uitzicht is er geweldig en
er heerst meestal een gezellige drukte. Vergeet natuurlijk ook de gerestaureerde Dom St
Stephan niet. (Bouwstijl:
laatgotisch en barok) Hier staat het grootste kerkorgel ter wereld, en elke dag (in het
toeristenseizoen) is er om 13.00 uur een concert dat gegeven wordt door verschillende
gastspelers. En geloof me: de Dom zit altijd vol, zelfs in de gangpaden zitten de mensen
gewoon op de grond. Er valt nog veel meer over deze stad te vertellen, je kunt jezelf naar
het kasteel laten rijden, dat hoog boven de stad uitsteekt, een rondrit maken, een
rondvaart maken enz. Maar ik zou zeggen als je er toch bent trek er maar een dagje voor
uit, je zult er absoluut geen spijt van krijgen.
Als je richting
Linz gaat zijn er twee mogelijkheden: de route via de noordoever, of de route via de
zuidoever van de Donau. De zuidoever is behoorlijk heuvelachtig, met een paar behoorlijk
pittige klimmetjes, en eigenlijk meer geschikt voor de goed getrainde fietser. De
noordoever is over het algemeen vlak, en je rijdt er als het mooi weer is lekker in het
zonnetje. Beide routes zijn trouwens even mooi. Aangezien de
laatste boot vanuit Linz richting Passau 's middags om 13.30 vertrekt, en wij met de boot
terugwillen kiezen we deze keer voor de noordoever.
We
vertrekken vanaf het plein bij de aanlegsteigers van de rondvaartboten en de
cruiseschepen. Het eerste stukje de stad uit is behoorlijk uitkijken, want het is er echt
verschrikkelijk druk. Maar als je de stad uitbent krijg je een mooi geasfalteerd fietspad strak
naast de Donau, met een adembenemend uitzicht.
De eerste stad waar
we doorkomen is Obernzell, ongeveer 20 kilometer vanaf Passau. De echte klimmers kunnen
als ze zin hebben nog even snel een uitstapje maken richting
Wegscheid. De eerste 5
kilometer heeft een stijgingspercentage van gemiddeld 14%, en dat mag je eigenlijk niet
missen vind ik persoonlijk. Geloof je het wel en ga je gewoon verder vanuit Obernzell dan
is de volgende aanlegsteiger richting Linz "kraftwerk" Jochenstein. Het is
een enorme stuwmuur, met twee sluizen van elk 55000 kubieke meter inhoud, en een
waterkrachtcentrale. Je kunt eroverheen fietsen, en het leuke ervan is dat je boven op de
stuw staat waar je enkele uren later met de boot weer doorheen gesluisd wordt. Er komen
trouwens nog twee van deze bouwwerken, aangezien het hoogteverschil van Passau naar Linz
behoorlijk groot is: een verval van ongeveer 100 meter. Verder is er sinds 20 juli 2000
bij deze centrale een zogenaamd
"Haus am Strom", een soort wetenschapscentrum
waar je alles over water (en dat is heel wat) te weten kunt komen. Een leuk detail is dat
de lift in dit gebouw op dezelfde manier werkt als de 2 sluizen: op waterkracht dus.
Verder worden er films vertoond over de bouw van de stuwdam, die 5 jaar heeft geduurd.
Een belangrijke bijkomstigheid is dat je tegenwoordig door de mensen die in dit
centrum werken een hotel of "Gasthaus" kunt laten boeken. Je geeft aan
hoeveel kilometer je per dag wilt fietsen, (dit kunnen ook een aantal etappes
zijn verdeeld over meerdere dagen) en zij regelen de slaapplaats(en) voor
je tegen een kleine vergoeding. Makkelijker kan het haast niet.

Nu je toch bovenop
de stuw van Jochenstein staat, rij dan even door naar de andere kant. Je kunt dan nog even
snel het Oostenrijkse plaatsje
Engelhartszell bezoeken. Daar vind je de in 1459 in
barokstijl gebouwde kerk. Aan de oostkant ligt het voormalige klooster
Engelszell, dat in
1285 gebouwd is. Sinds 1925 behoort het als enige klooster in Oostenrijk toe aan de
Trappistenorde. Bij de kloosterpoort kun je trouwens likeuren kopen, die door de monniken
zelf gebrouwen zijn, maar wil je vóór 13.30 in Linz zijn dan kun je hier beter niet
teveel van nuttigen, want het alcoholpercentage van deze drankjes is behoorlijk hoog.
Terug maar weer
naar de stuw van Jochenstein, er overheen, en aan de Duitse zijde van de rivier richting
Schlögen. Ongeveer 2 kilometer na Jochenstein is de grens Duitsland-Oostenrijk, waar nog
een heuse slagboom te vinden is. Verder gaat het door het plaatsje Niederranna, en langs
slot Marsbach richting Schlögener Schlinge. Hier heb je een fantastisch uitzicht over de
rivier, die op deze plek een bocht van 180º maakt. Hier eindigt het fietspad aan de noordoever,
en als je verder wilt zul je met een fietspontje naar de andere kant moeten. Er staat
trouwens op de weg met grote letters dat dit het laatste pontje voor de rivierbocht is,
dat is echter niet waar. Ongeveer 1.5 kilometer verder heb je er nog eentje, en dat is het
laatste pontje.
In Oostenrijk
aanbeland krijg je als je het pontje verlaten hebt direct aan de rechterkant van het
aanlegsteigertje hotel Pumberger. Je kunt er gezellig op het terras zitten en behoorlijk
goed eten, en je hebt er een heel mooi uitzicht, maar.....wij zijn er al diverse keren
geweest, en de mensen zijn er absoluut niet vriendelijk. Voor diegenen die goed willen
eten, en vriendelijk behandeld willen worden: fiets nog een kilometer of acht door, en je
hebt aan de rechterkant van het fietspad "Radlertreff Kobling", waar beide zaken
ruim voorhanden zijn.
We gaan verder
richting Aschach. Tussen de stuw bij Sommerberg en de stuw bij Ottesheim-Wilhering wordt
de Donau behoorlijk breed. Er zijn veel zijarmen, waar ontzettend veel watervogels, met
name zwanen, zitten. Verder zijn er op korte afstanden van elkaar kunstmatig aangelegde
rustplaatsen aangelegd, waar je een fantastisch uitzicht hebt over de rivier. Het terrein
waar je nu fietst is een beetje heuvelachtig, met aan de rechterzijde bossen. Wat betreft
het heuvelachtige: als je niet te lang bij de trappisten bent geweest in Engelhartszell is
het wel te doen.
Aschach gaan we
doorheen (eigenlijk rijdt je er langs als je de rivieroever blijft volgen), en we gaan
richting Ottesheim. Voordat je in Ottesheim bent krijg je nog een enorme stuw, met volgens
mij een verval van wel 50 meter. (Volgens mijn vrouw zijn het er niet meer dan 40, maar
dat zoeken we nog wel een keertje uit). Nu heb je twee mogelijkheden. Als je haast hebt,
om de boot terug naar Passau te halen kun je het beste over de stuw fietsen naar de
overzijde, want bij Ottesheim-Wilhering houdt het fietspad op, en moet je met een autoveer
naar de noordoever van de rivier. Nou zul je zeggen: doen we dat toch, maar dat is nou
juist het probleem als je haast hebt. Bij Ottesheim ligt namelijk het meest
milieuvriendelijke autoveer van Europa. Het is een futuristisch uitziend gevaarte, dat
door de stroming van de rivier van de ene naar de andere kant gedreven wordt. Hoog boven
de rivier heeft men van de ene naar de andere oever een staalkabel gespannen. Daaraan
heeft men een kabel van ongeveer 100 meter bevestigd, en daar heeft men het autoveer weer
aanvast gemaakt. Door het roer in een bepaalde stand te zetten wordt het veer door de
stroming van de ene naar de andere oever gedreven. Maar je kunt wel nagaan dat deze manier
van overzetten niet zo snel gaat. Als je aankomt rijden en het veer is net vertrokken naar
de overkant moet je er rekening mee houden dat je wel een half uur tot drie kwartier nodig
hebt om naar de andere kant te komen. Maar toch is het een aanrader, bovendien is Ottesheim een leuk en gezellig stadje om door te rijden.
Maar voor welke van
de twee mogelijkheden je ook kiest, uiteindelijk kom je toch weer op hetzelfde punt
uit. Ga
je echter over de stuw, dan krijg je nog een paar hele mooie kilometers kris kras door een
bos, voordat je het gedeelte krijgt dat (helaas) parallel loopt aan een drukke
"bundesstrasse", die net voor Linz naar het noorden draait. Ook kom je nog langs
een behoorlijk grote wedstrijdbaan voor kanoërs, waar op het moment dat wij er
voorbij kwamen wedstrijden aan de gang waren. Helaas zaten we krap in onze tijd, er moest
nog een boot gehaald worden, en zijn we direkt doorgefietst.
Eindelijk in
Linz aanbeland zie je recht voor je een grote brug over de Donau. Daar zul je eerst
overheen moeten, voordat je in het centrum bij één van de vele cafeetjes een poosje uit
kunt rusten onder het genot van een drankje. Om bij die brug te komen moet je vóór de
brug links af gaan, de weg nemen die ongeveer een kilometer lang licht omhoog loopt, en
vervolgens een rare draai naar rechts maken. Als je over de brug bent krijg je een
ontzettend druk onoverzichtelijk kruispunt. Aangezien je, als je tenminste met de boot
terug gaat, eerst een ticket moet kopen moet je op dat kruispunt links af gaan. Omgeveer
driehonderd meter verder aan de linkerkant heb je dan een klein kantoortje van de
maatschappij die je terug vaart naar Passau.
(Wurm und
Köck) De reden dat ik dit in het
kort opschrijf is dat als je voor het eerst in Linz bent het ticketkantoortje een beetje
moeilijk te vinden is. De vertrekplaats van de boot is in de buurt van dit kantoor.
Na het halen van de
tickets dezelfde driehonderd meter terug naar het drukke kruispunt, en daar linksaf naar
het centrum gaan. Hoe je op dit kruispunt het beste af kunt slaan weet ik eigenlijk nog
steeds niet, en ik ben er toch meerdere malen geweest. Ik doe het gewoon op de
"hollandse" manier die m'n vrouw nog steeds een kortstondige
hartverzakking bezorgt: gewoon even goed kijken, en dan met een rotgang overal doorheen.
Overigens niet de slimste, maar wel de snelste methode.
De stad Linz is op zich ook al een
bezoekje waard. Het is een stad met prachtige oude gebouwen in barokstijl. Je kunt er
gezellig inkopen doen, maar eerlijk gezegd hebben wij meestal na zo'n lange rit niet zo
veel zin (en tijd) meer om de stad uitgebreid te bezoeken, en komen we niet verder
dan het plein in het centrum, waar je overigens hartstikke gezellig kunt zitten op één
van de vele terrasjes die dit plein rijk is. Om
13.30 vertrekt de boot
richting Passau, en geloof me de NS kunnen er een voorbeeld aan nemen: ze vertrekken
precies op tijd, dus zorg dat je er bent want er wordt niet gewacht. De boot is erg
comfortabel, met drie dekken. Beneden kun je de fietsen stallen, en rustig zitten om van
het uitzicht te genieten. Op het middendek kun je goed eten en heb je de
taxfreewinkel. Op
het bovendek kun je als het mooi weer is zonnen, en het spreekt vanzelf dat als de zon er
is van die mogelijkheid het meeste gebruik gemaakt wordt.
De
boot doet er ongeveer zeven uur over om weer in Passau te komen. (inclusief het sluizen)
Je hebt dus alle tijd om van de rust en het uitzicht te genieten. En geloof me het
is echt de moeite waard. Op de terugweg doet deze boot nog een aantal haltes aan, en het
is interessant om te zien hoe snel zo'n groot schip afmeert, een aantal passagiers afzet,
en weer wegvaart.
Je moet het
eigenlijk allemaal een keertje zelf beleven, dus voor de mensen die denken hier een keer
te gaan fietsen: Veel plezier !!!!!!
|