Deel 4.
                                                                           

                        De woelige Middeleeuwen, en de Reformatie. Tumult op het kerkhof.

 

Het eerste kerkje in Tiel, een zaalkerkje was gebouwd op Romeins puin. Huub van Heiningen geeft er in zijn boek “Versteend Verleden”uitgebreid verslag van.
Het kerkje dateert uit de negende eeuw. We hebben het over de St. Maartenskerk. Het moet een eenvoudig kerkje zijn geweest, met een op het oosten gericht koor, en aan de westkant een torentje. Dat hield verband met een visie op de kosmos in die tijd. Hieruit kunnen we opmaken dat de kerk behoorlijk in de leer aan het verwateren was. Aan het kerkgebouw is zo’ n zeven eeuwen gebouwd en verbouwd. Men spreekt wel eens van de kerk van tien gedaanten.
De St. Walburgkerk is na de St. Maartenskerk gebouwd. Zo rond het jaar 900. Met de andere kleine kloosterkerk en kapelletjes moet er voor de circa 2000 Tielenaren genoeg plek zijn geweest. De St. Walburgkerk noemde men ook wel eens de kerk van adel, terwijl de Sint- Maartenskerk de kerk van het gewone volk werd genoemd. Zou in die twee kerken zo’ n honderd tot tweehonderd jaar later Gezang 27 uit onze gezangenbundel al zijn gezongen?
De St. Walburgkerk is in het jaar 1006 leeggeplunderd door de Noormannen, en de stad platgebrand. Het zal een vreemd gezicht zijn geweest. Een zwart geblakerde stad, met daar aan de rand een enigszins geblakerd, maar verder ongeschonden kerkgebouw. In 1007 kwamen de Noormannen weer terug met zo’ n 90 schepen. Tiel was toen uitgegroeid tot één van de belangrijkste handelssteden van Europa. Met handel op Engeland. De producten werden hier verscheept, en vervoerd naar het enorme Europese achterland.
Bij archeologische opgravingen in de Russische stad Psvkov zijn een groot aantal in Tiel geslagen munten gevonden. Voor de Noormannen viel hier dus veel te halen. We gaan er van uit dat de Waal toen vlak voor Tiel rechtsaf boog en naar de Linge stroomde. Ongeveer ter hoogte van de Veemarkt – Oliemolenwal is er een verschrikkelijk bloedbad geweest, wat mogelijk aan honderden Tielenaren het leven heeft gekost. Waaronder uiteraard heel veel kerkleden. In zijn, “Gebeurtenissen van deze tijd”, geschreven circa 1040, vertelt Alpertus van Metz over deze, en andere zaken. Over de diefstal van de misgewaden door de Noormannen uit de St. Walburgkerk. Ook over de mirakelen van de heilige Walburg in Tiel. Maar dat het Woord van God wordt verdrongen schrijft hij niet. In al deze verhalen proef je toch wel de Roomse invloed.
De St. Walburgkerk heeft gestaan op het Kalverbos. Mogelijk op het plantsoen. De fundamenten zitten nog in de grond. De kerk, is circa 1680 gesloopt. De kerk in Drumpt is circa de 12e eeuw gebouwd, en heeft gestaan op de plaats waar nu het Drumptse kerkhof is, aan de Dorp straat (ingang ’t Elzenlaantje). De geruchten gaan, dat dit kerkhofje, binnen afzienbare tijd, zal worden gerestaureerd. Inclusief, het op instorten staande oude baarhuisje uit 1683.
In de late middeleeuwen werd het steeds donkerder in de kerk. Terwijl er juist Licht vanuit moest gaan. Het Licht van Verlossing Verzoening en Genade. De kerk had heel wat macht in de wereld. En dat is heel gevaarlijk voor de kerk, want dan krijgt de wereld de macht over de kerk. Zou de Heer van de kerk Zijn kerk vergeten zijn? Was de kerk dan toch een zaakje van mensen? Zou het Woord helemaal gaan verstikken in de kerk? Nee hoor. We hebben het al gezegd, God gebruikt mensen. Mensen die protesteerden tegen bepaalde misstanden in de kerk. We noemen er een paar: John Wiclif. 1324-1384. Geert Grote 1330-1384. Johannes Hus. 1369-1415. Wessel Gansfort 1419-1489. Ook in Tiel was zo’n figuur werkzaam. Dat was pastoor Gerard Geldenhauwer, een vriend van Luther, en bekend met Melanchton. Maar als, hij het, geleerde in Tiel in de praktijk brengt, krijgt hij moeilijkheden, en moet vluchten. Maar, er is gezaaid.
Dat waren de voorlopers van de grote Reformatie die er aan kwam. Een Reformatie die zou beginnen bij Maarten Luther. 1483-1546. En die haar hoogtepunt zou krijgen in Johannes Calvijn, 1509-1564, en de jaren daarna. Er zou nog veel meer over de donkere middeleeuwen te vertellen zijn. Maar dat past niet in het bestek van deze beschrijving. We willen immers de gang van het evangelie naar Tiel volgen tot aan vandaag?

Claes Vijgh was een telg uit een burgemeestersgeslacht van Nijmegen. Geboren rond 1505. In Tiel overleden in 1581. Getrouwd met een bastaarddochter van Karel van Gelre. Claes Vijgh werd in februari 1538 Ambtman van Neder-Betuwe en Richter van Tiel. Daarvoor had hij wel de lieve som van 6000 goudguldens, of Karolus gulden betaalt. Daardoor werd hij een zeer machtige man. Zo werd, zijn positie zeer onaantastbaar.
Vijgh bleef de Rooms katholieke kerk trouw. Voor hem gold ook de Godsdienstvrede van Augsburg. Maar met het Spaanse gezag hadden de Vijgh’s niet veel mee op.  Protestanten die werden opgepakt vanwege hun geloof werden door Claes Vijgh via een achterdeurtje weer vrijgelaten. Toch werd Vijgh in 1559 door de koning van Spanje tot rid-der van het Gulden Vlies geslagen. Vijgh heeft ook veel gegeven voor de opbouw van een door de storm deels verwoeste St. Maartenskerk. De Vijghs stonden bekend om hun zelfstandigheidsdrang. Een was hier maar de baas, en dat was de Ambtman volgens hen.
Diederik Vijgh was een zoon van Claes Vijgh en Anna van Gelder. Hij is geboren in 1532, en overleden op 4 april 1615 te Tiel. Ook Diederik stond bekend om zijn koppigheid. Mede door de zwakke gezondheid van Claes Vijgh werd Diederik al in 1559 door zijn vader aangesteld als schepen, en later als richter van Tiel.
Wat waren het voor mensen, die Vijgh’s? Waren het  ruige Calvinisten? Diederik moest af en toe wel eens op de vlucht naar het kasteel in Zoelen, of was dat het huis Aldenhaag? Zijn handjes zaten wel eens los. Met broer Adriaan hing hij toch wel de nieuwe leer aan.
Op 6 oktober wordt er gepreekt in de buurt van het St. Walburgkerkhof. Adriaan heeft met geweld de sleutel van de Santwijckse poort bemachtigd. Met nog twee andere Tielenaren huurde hij op 5 oktober, onder een vals voorwendsel, een wagen. Hij moest een zieke vrouw ophalen uit Culemborg. In werkelijkheid was dat een man. Een dominee. Tot Buren ging het goed, maar daar kreeg men onenigheid. Mogelijk was het geheim ontdekt. Te voet moest Adriaan met de dominee verder naar Tiel.
Diederik is schout. Hij moet, hoewel hij de nieuwe leer is toegedaan, wel optreden. Met zijn hond naast hem en met ontblote degen gaat hij er naar toe. Hij dringt zich door de grote menigte heen.
Ter plekke, schrijven de heren Smit en Kers in “De Geschiedenis van Tiel”, werd een schepenvonnis geformuleerd, dat de predikant het recht om te spreken ontzegde en de schout het recht gaf om hem te verwijderen. Onder hevig geschreeuw van het volk, bracht Diederik de predikant de stad uit naar het veerhuis aan de Echteltsedijk. Daar bracht de predikant de nacht door.
De zondag daarop verzamelden zich weer grote groepen burgers, nu op het St. Maartenskerkhof. De woedende, merendeels gewapende, menigte koerste naar het stadhuis. Men eiste dat de beide burgemeesters zouden aftreden, inclusief de schepenen die voor het verwijderen van de predikant hadden gestemd. De belegering duurde de gehele nacht. s’ Maandags s’morgens 15 oktober werd er een compromis gesloten. Diederik moest zijn, 50 inderhaast in dienst genomen, soldaten weer afdanken. Een aantal schepenen werden verwijderd. In ruil daarvoor moesten de burgers beloven dat er in Tiel geen beeldenstorm zou plaatsvinden. Maar heeft Diederik zich er aan heeft gehouden?
In 1526 zijn er twee Tielse protestantse vrouwen, in Arnhem verbrand. Van een derde vrouw, een volgeling van Gerard Geldenhauwer, werd het lichaam na haar dood opgegraven en alsnog verbrand. Dit omdat zij het sacrament der stervenden had geweigerd. Dit gebeurde op last van Karel van Gelre.
Diederik ontbood op zijn kasteel in Zoelen de dekens van Avezaath en Echteld, Hij liet hen beloven, mogelijk na behoorlijk wat drang, de kerken in hun gebied niet meer te visiteren en de Reformatie niet meer te hinderen.
De eerste predikant in Tiel werd Johannes Focking uit het Westfaalse Vreden. Ook werd hij wel Vredanus genoemd. Ds. Vredanus werd ook wel verdacht van Arminianisme. Maar dat is niet met zoveel zekerheid te zeggen. Hij is circa veertig jaar predikant geweest. De tweede predikant, Alardus de Vries, werd beschuldigd van remonstrantse ideeën. Weer zorgen dus in en om de kerk.

                                                                                  Egbert. A. van de Haar.

Vorige