Coachen door de keeper

Coachen gebeurt niet alleen verbaal.


Een misvatting is dat 'coachen' alleen verbaal gebeurt. Het coachen in een wedstrijd zou je kunnen ontleden in een viertal aspecten:

  1. Verbaal: de meest voor de hand liggende vorm. De grootste fout die hierbij gemaakt wordt, met name door veel jeugdkeepers, is dat het te veel in algemene zin gebeurt in de trant van ‘Kom op jongens’, of ‘zakken!’ Bij deze algemene kreten voelt geen enkele speler zich aangesproken, want het is toch voor  ‘iemand anders’bestemd?! Bovendien kun je dan nooit een speler op zijn falen aanspreken. Wanneer je coacht ‘Peter, in je rug!’, dan is dit wel mogelijk. Ook de intonatie is van groot belang. Het is een groot verschil wanneeer je van nature een krachtig (en niet al te hoog) stemgeluid hebt. Ik heb regelmatig een keeper uit het tweede elftal moeten corrigeren die met een vrij hoog stemgeluid op maximaal niveau zijn verdedigers probeerden te sturen. Het coachen werd daardoor ronduit paniekerig en irritant voor zijn eigen medespelers. Probeer dus zoveel mogelijk de commando’s kort, to-the-point en verstaanbaar te houden. Ik herhaalde mijn commando’s vaak nog: “Peter, in je rug. In je rug!”.
  2. Met armen/handen: het is niet altijd mogelijk om je medespelers verbaal te bereiken. Je stem reikt soms niet verder dan het 16-meter gebied. De non-verbale communicatiemiddelen zijn dan zeker zo belangrijk. Het meest voorkomende gebruik van handen en armen kennen we bij het neerzetten van de organisatie bij corners en vrije trappen. Wanneer de afspraken hierover goed zijn, kun je met simpele handbewegingen een muur neerzetten.
  3. Lichaamstaal: hiermee bedoelen we, het laten blijken van (vaak) je ongenoegen in (maar meestal na) een spelsituatie. Vaak kan een keeper zijn ploeg wakker schudden, door met gebalde vuisten en vonkende ogen zijn medespelers duidelijk te maken dat ze verkeerd gehandeld hebben of dat ze meer bij de les moeten zijn. Soms ook kan, door het geven van een knipoog of een schouderklopje, aan een medespeler duidelijk gemaakt worden dat je tevreden bent over hem.
  4. Loopactie: met name bij terugspeelballen is dit een belangrijk aspect. Wanneer de keeper door middel van een snelle en felle loopactie vanuit het doel aangeeft waar hij de bal wil hebben , zal een speler de bal sneller (in de juiste richting) terugspelen, dan wanneer een keeper weifelend enkele passen opzij zet. Ik eis altijd van mijn keepers dat zij bij een terugspeelbal de bal zowel verbaal (roepen) alsook non-verbaal opeisen (door middel van een felle loopactie en het uitsteken van de arm in de richting waar ze de bal willen hebben).

    Bron: De coach en zijn keeper Maarten Arts. Meer weten over dit boek?

 

Jeugdkeeperstraining

Coachen "Hoe doe je dat?" - deel 1

Coachen rond de wedstrijd - deel 2

Startpagina


Deze pagina is een onderdeel van de website Jeugdvoetbaltips: http://www.jeugdvoetbaltips.nl


Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 06 mei 2008