Coachen door de
keeper
Coachen gebeurt niet
alleen verbaal.
Een
misvatting is dat 'coachen' alleen verbaal gebeurt. Het coachen in een
wedstrijd zou je kunnen ontleden in een viertal aspecten:
-
Verbaal: de meest voor de hand liggende vorm. De grootste fout die hierbij
gemaakt wordt, met name door veel jeugdkeepers, is dat het te veel in
algemene zin gebeurt in de trant van ‘Kom op jongens’, of ‘zakken!’ Bij deze
algemene kreten voelt geen enkele speler zich aangesproken, want het is toch
voor ‘iemand anders’bestemd?! Bovendien kun je dan nooit een speler op zijn
falen aanspreken. Wanneer je coacht ‘Peter, in je rug!’, dan is dit wel
mogelijk. Ook de intonatie is van groot belang. Het is een groot verschil
wanneeer je van nature een krachtig (en niet al te hoog) stemgeluid hebt. Ik
heb regelmatig een keeper uit het tweede elftal moeten corrigeren die met
een vrij hoog stemgeluid op maximaal niveau zijn verdedigers probeerden te
sturen. Het coachen werd daardoor ronduit paniekerig en irritant voor zijn
eigen medespelers. Probeer dus zoveel mogelijk de commando’s kort,
to-the-point en verstaanbaar te houden. Ik herhaalde mijn commando’s vaak
nog: “Peter, in je rug. In je rug!”.
-
Met armen/handen: het is niet altijd mogelijk om je medespelers verbaal te
bereiken. Je stem reikt soms niet verder dan het 16-meter gebied. De
non-verbale communicatiemiddelen zijn dan zeker zo belangrijk. Het meest
voorkomende gebruik van handen en armen kennen we bij het neerzetten van de
organisatie bij corners en vrije trappen. Wanneer de afspraken hierover goed
zijn, kun je met simpele handbewegingen een muur neerzetten.
-
Lichaamstaal: hiermee bedoelen we, het laten blijken van (vaak) je
ongenoegen in (maar meestal na) een spelsituatie. Vaak kan een keeper zijn
ploeg wakker schudden, door met gebalde vuisten en vonkende ogen zijn
medespelers duidelijk te maken dat ze verkeerd gehandeld hebben of dat ze
meer bij de les moeten zijn. Soms ook kan, door het geven van een knipoog of
een schouderklopje, aan een medespeler duidelijk gemaakt worden dat je
tevreden bent over hem.
-
Loopactie: met name bij terugspeelballen is dit een belangrijk aspect.
Wanneer de keeper door middel van een snelle en felle loopactie vanuit het
doel aangeeft waar hij de bal wil hebben , zal een speler de bal sneller (in
de juiste richting) terugspelen, dan wanneer een keeper weifelend enkele
passen opzij zet. Ik eis altijd van mijn keepers dat zij bij een
terugspeelbal de bal zowel verbaal (roepen) alsook non-verbaal opeisen (door
middel van een felle loopactie en het uitsteken van de arm in de richting
waar ze de bal willen hebben).
Bron: De coach en zijn keeper Maarten Arts. Meer weten over dit boek?

Jeugdkeeperstraining
Coachen "Hoe doe je dat?" - deel 1
Coachen rond de wedstrijd - deel 2
Startpagina
Deze pagina is een onderdeel van de website Jeugdvoetbaltips:
http://www.jeugdvoetbaltips.nl