Mijn kind wil op voetbal: De 30 meest gestelde vragen
Daar waar de jeugd zichzelf vroeger terugbetaalde aan de kleine clubs, die beloftevolle jonge spelertjes voor fraaie bedragen konden verkopen en verhuren aan grote clubs, kunnen de topclubs het jonge talent nu gratis en voor niks weghalen. Het kan niet anders of dit moet grote gevolgen hebben voor de jeugdopleiding. Velen stellen zich dan ook de vraag of de jeugdopleiding nu helemaal op de helling komt te staan, of de jeugd zichzelf moet betalen ondanks het gegeven dat vele vrijwilligers een gratis handje toesteken.
Met het afschaffen van het transfersysteem werd een einde gemaakt aan heel wat ellende in het jeugdvoetbal. Dat heeft ook zijn prijs, spelers zijn nu vrij en die vrijheid zal gekoppeld worden aan het financieel budget voor de jeugdopleiding. Toch zijn daarmee nog niet alle moeilijkheden en zwakke punten opgelost. In veel clubs zijn nog trainers aan het werk die hiervoor absoluut niet gekwalificeerd zijn, bepalen sponsors wie speelt en wie op de bank zit, is de infrastructuur allesbehalve duidelijk, worden de ouders nauwelijks of niet betrokken of ingelicht bij het gevoerde beleid, is er geen sprake van een opleidingsprogramma of medische begeleiding.
Voor de vele ouders waren de zaterdagen rond het voetbalterrein een gelegenheid om elkaar te ontmoeten, een afwisseling voor de dagelijkse sleur en de klassieke zaterdagse inkopen. Het was voor een goed doel en voor de ambiance zorgden ze zelf wel. Nog steeds zijn ouders op zoek naar antwoorden op hun vragen, krijgen ze ook verschillende antwoorden bij evenveel personen, en is in de praktijk niets merkbaar terug te vinden.
Welke zijn de meest voorkomend vragen :
1. Welke club moet
ik kiezen ?
De meeste ouders kiezen om praktische redenen voor de dichtst bij gelegen
voetbalclub. Meestal gebeurd de inschrijving zonder voorafgaande vraag naar
inlichtingen. Haast niemand laat zich degelijk informeren naar de reputatie
van de club, en de manier waarop er gewerkt wordt, met als gevolg dat later
grote teleurstellingen kunnen volgen. Om dat te vermijden, is het beste om
vooraf zoveel mogelijk inlichtingen in te winnen over de verschillende clubs
in de regio. Ga vooraf eens een kijkje nemen naar een training, praat met
ouders van aangeslotenen of met de trainers zelf.
Waar moet U allemaal op letten :
- Krijgen alle kinderen de kans om te spelen?
- Krijgen zij de kans om alle spelposities uit te proberen?
- Heeft de club een visie?
- Is er een jeugdcoördinator?
- Is er een jaarplanning?
- Is er trainingsplanning, methode of werkwijze?
- Voeren de trainers de planning uit, zijn zij kindvriendelijk, sportief
gedreven....?
- Wat wordt er benadrukt : de technische ontwikkeling of het plezier?
- Wordt sportiviteit beloond?
- Hoe wordt de discipline geregeld, is er orde, is er een huishoudelijk
reglement?
- Hoe worden spelers na blessures / ziekte terug geïntegreerd in de groep?
- Worden er nevenactiviteiten georganiseerd?
- Krijgt U regelmatig informatie, is er een clubblaadje?
- Welke kosten zijn eraan verbonden ?
Je mag ervan uitgaan dat het aantal "ja" antwoorden, goede parameters zijn om,
althans in theorie, deze jeugdopleiding een kwaliteitslabel op te spelden.
2. Hoeveel bedraagt het lidmaatschapsgeld ? Is de verhouding
onkosten/kwaliteit/prijs verantwoord ?
Na het afschaffen van het transfersysteem werd dat bedrag bij alle clubs
verhoogd.
Ter compensatie van......Laat U dat echter niet aanpraten. Veel clubs zien hun
inkomsten verminderen, elke jeugdspelers die (voor 1997) vertrok bracht geld
op, nu zijn ze vrij.
Op zich is er geen enkel probleem met het verhogen van het lidmaatschapsgeld,
op voorwaarde dat daar ook een verbetering van de kwaliteit van de
dienstverlening tegenover staat.
Dit jaar liepen de energiekosten hoog op, sommige clubs betalen voor een
symbolisch bedrag, de accommodatie van de gemeente, enkele clubs moeten bij
gebrek aan vrijwilligers, het kantinepersoneel, het terreinonderhoud,
onderhoud kleedkamers, enz... uitbesteden en ook betalen. Enkele clubs hebben
voor het verwerven van terreinen en gebouwen, langlopende leningen afgesloten.
Anderzijds, hoeveel geld brengen sponsors mee om via publiciteit op
materiaal/kledij, het (jeugd)budget te verlichten.
3.Waarom en wat moet ik allemaal tekenen ?
Eenmaal U een club voor uw kind hebt gekozen, moet U uw handtekening plaatsen
voor een officiële aansluiting bij de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond.
Want spelen in een voetbalclub is niet hetzelfde als lid worden van een
tennisclub of turnkring. Bij het plaatsen van een handtekening hoor je vaak
bij de waaromvraag het antwoord: "‘t is voor de verzekering", maar dat is
niet het enige. Uw kind is
lid van de voetbalclub die weer lid van de KNVB is. Uw club dient een eerste
inschrijving en jaarlijks lidgeld per speler te betalen aan de KNVB. Na een
paar weken ontvangt U kind ook het blad van de KNVB op zijn naam
thuisgestuurd. Op de club ligt dan de bondsidentiteitskaart met een nummer.
Deze kaart moet tevens voorzien zijn van een pasfoto.
4. Is mijn kind medisch geschikt om te voetballen?
Veel ouders "vergeten" bij de inschrijving van hun kind in de club, te spreken
over de medische voorgeschiedenis van hun zoon , of durven verborgen ziekten
niet vermelden, uit schrik dat hun kind niet zal worden opgesteld, of minder
speelkansen zal krijgen. Ook clubs vragen daar niet altijd naar. Het is echter
van groot belang om de trainer/jeugdcoördinator te verwittigen als uw kind
astma heeft, een hartoperatie heeft ondergaan, of allergisch is voor bepaalde
producten.
In een goed georganiseerde club zal men een document voorleggen, waarin wordt
gevraagd:
uw huisdokter, huistandarts, alle medische problemen, noodnummers en namen van
personen die bij noodgeval kunnen ingeschakeld of op de hoogte gebracht kunnen
worden, op te geven.
5. Welke schoenen moet ik kopen?
Natuurlijk krijgt U in de
speciaalzaak de diensten aangeboden van de verkoper. In de schoenendiscounts,
die goedkoper blijken te zijn, moet U het vaak zelf oplossen. Misschien kan U
onderstaande tips goed gebruiken.
Bij een kind in volle groei is het van het grootste belang dat de voeten goed
worden ondersteund: niet te klein (kindervoeten groeien snel) niet te groot
(niet op de groei kopen) Heeft hij een brede voet, of smal en lang. (Grieks en
Egyptische voet)
Nieuwe voetbalschoenen koop je best overdag, een schoen die goed zit, hoeft
nog niet aan te vullen als een pantoffel, schoenen moeten eerst ingelopen
worden. Een wedstrijd spelen op gloednieuwe schoenen doet men dus beter niet.
De zool moet buigzaam zijn, maar ook niet te slap. De schoen moet vooral
buigzaam zijn tussen de tenen en de bal van de voet, dit om het natuurlijk
afrollen van de voet te kunnen volgen bij het lopen en om baltechnieken te
verrichten bovenop een bal.
De binnenzool moet een voetverhoging hebben om het naar binnen kantelen van de
voet te vermijden (voorkomt blessures aan de buitenste kniebanden) Voor de
spelers met platvoeten, gebruik liefst geen steunzolen, zij gaan in de schoen
glijden en maken voetballen onmogelijk. Voor kinderen met platvoeten bestaan
schoenen met geïntegreerde steunzool. Het hakgedeelte moet voldoende steun
geven om beschadiging aan de achillespees, door druk tijdens het lopen, te
vermijden. De afronding zijwaarts moet onder het enkelgewricht blijven.
Kies als de speler nog jong is voor schoenen met langwerpige vaste noppen. Het
spelen op een hard terrein met zogenaamde 6-studsschoenen (afschroefbare
noppen) kan talalgie (hielpijn) opleveren. Zorg dat Uw speler minstens twee
paar schoenen heeft. (droogtijd, inlopen enz...)
Leren schoenen zijn nog altijd de beste, ze laten meer vocht door en nemen
meer vocht op en zijn veel soepeler dan kunstleren schoenen. Leren schoenen
spoel je liefst zelf onder de kraan (lauw water) af, opvullen met kranten
papier (niet te veel), en op natuurlijke wijze laten drogen (niet tegen de
verwarming). Je kan ze nadien ook een vetbeurt geven.
6. Moet mijn kind een "echte" voetbal hebben?
Balgevoel krijgen is het voornaamste. Het spelen met een "echte" voetbal of
een gewone plastic of rubberen bal, is een verschil van dag en nacht. Een kind
dat nooit met een leren bal speelde en plots geconfronteerd wordt met dat
harde zware ding, zal zeker in begin problemen hebben. Het helpt ook als uw
kind thuis kan voetballen, zowel binnen op de tapijt met statische
baloefeningen, als buiten op het gras. Voor de F-Pupillen opteren sommige
clubs voor een bal nr. 5, die weliswaar lichter weegt, maar toch een omtrek
heeft van max. 71 cm. Andere clubs laten deze spelers voetballen met een nr. 3
of 4 omdat de balbeheersing, vooral door oefeningen op/aan/tegen/ de bal,
motorisch gemakkelijker zijn. Nadien worden de Pupillen per
leeftijdscategorie geconfronteerd met zwaardere ballen.
7. Krijgen ze een outfit voor de wedstrijden?
Dit verschilt heel erg per club. Veel clubs willen hun prestige en/of
kwaliteitsopleiding uitdragen door het verplichten van het dragen van de
clubtraining, kwestie van "eenvormigheid" heet het dan. Zij zijn wel
afhankelijk van sponsorbijdragen. Ook kan een club een afspraak hebben gemaakt
met een kledingfabrikant, die de clubkleding speciaal laat maken. Ouders
kunnen het clubtenue dan alleen via de club kopen en niet via de
sportwinkels.
In sommige clubs krijgen spelers een truitje/broekje/kousen. Wel te verstaan
"lenen" niet krijgen. Als U geluk heeft wordt deze kledij ook gewassen door de
club. Andere laten dit doen door een afgevaardigde/trainer/ouder mits een
financiële compensatie daar tegenover staat of de afgifte van waspoeder. Let
in dit soort situaties wel op dat u kind geen allergische reactie krijgt als
dit wasmiddel anders is dan dat van eigen gebruik thuis.
8. Wat moet er in de voetbaltas zitten?
Zorg eerst voor een voldoende grote sporttas, met veel aparte vakken en
plastic zakken.
Na afloop van de training kunnen voetbalschoenen flink besmeurd zijn, en als
ze samen met de handdoeken en het wit onderhemdje, de tas in moeten, dan weet
je het wel....
Een voetballerspeler heeft steeds de volgende zaken in zijn tas:
- douche benodigdheden, zeep/gel, 2 handdoeken (afdrogen/grond) borstel/kam,
badslippers
- kledij : trainingspak, broekje, kousen, T-shirt, regenjasje, schoon
ondergoed + kousen
- voetbalattributen: schoenen,
scheenbeschermers,reserveveters/noppen/sleutel(keeperhandschoenen/petje)
9. Is het douchen verplicht?
Zeker verplicht. De jongste spelers worden begeleid door
trainer/coach/afgevaardigde (liefst geen ouders in de kleedkamer), oudere
spelers trekken hun plan. Bij begeleiden bedoelen we niet helpen maar
"sturen", aanwijzingen geven. Spelers bouwen hiermee aan hun zelfstandigheid
en maturiteit. Anderzijds heeft het douchen ook een hygiënische reden : Wie
bezweet blijft rondlopen, zorgt ervoor dat het zout via de houd in de spieren
kan dringen, en dat verhoogt dan weer het risico op blessures. Bij
voetbalclubs laaien wel steeds discussies op of je dit de spelers kan
verplichten. In overbevolkte kleedkamers is het niet prettig douchen. Met name
de hygiënische omstandigheden t.a.v. de openbare zwembaden doen veel ouders
besluiten hun kinderen tegenwoordig thuis te laten douchen. Een hele
vervelende ontwikkeling.
10. Zal ik mijn kind naar het voetbal op tv laten kijken?
Dat kan maar is helemaal niet nodig. Een kind moet aan den lijve ondervinden
wat het is om te voetballen. U kan uw kind wel enthousiast maken voor een mooi
doelpunt of zeker de manier waarop een speler met schijnbeweging en techniek
een andere speler uitschakelt. Enkel wanneer het kind , iets met de nodige
scherpte kan observeren, en het daarna in de praktijk wil uitvoeren, dragen
mediabeelden bij tot de technische ontwikkeling van een kind. Het kijken naar
voetbal op tv heeft ook een negatief aspect. Beelden van een speler die vol
overgave zijn ongenoegen uitspuwt tegen de scheidrechter of tegenstander,
worden dan ook (bon)bewust meegedragen.
11. Hoe zit het met de verzekering? Wat te doen bij sportongeval?
1. Een formulier aanvragen bij de club of bij de leider, trainer.
2. Een doktersbezoek aanvragen bij hetzij de clubarts of eigen huisarts.
Vraag om een "Medisch Getuigschrift" van de ongevalaangifte door de
behandelende dokter te laten invullen.
3. De ingevulde ongevalaangifte onmiddellijk bezorgen bij de gerechtigde
correspondent van de club.
Het bedrag dat niet terugbetaald wordt door uw verzekering is normaal gedekt
door de verzekering van de club indien U alle bovenstaande zaken hebt
opgevolgd.
- bewijs van terugbetaling door uw verzekeringsmaatschappij/ziekenfonds
- onkostennota van betaling geneesmiddelen bij de apotheker
- factuur van
hospitalisatie ( originele factuur, geen kopie )
Let goed op:
- voor "tanden" wordt vaak een speciale regeling getroffen
- voor geneesmiddelen waarvoor het ziekenfonds niet tussenkomt, is er ook geen
terugbetaling door de verzekering.
Het bedrag dat door de verzekering wordt terugbetaald, zal, na goedkeuring,
door de club aan de ouders van de speler bezorgd worden.
12. Heeft het voetbal invloed op de schoolresultaten?
Naar de specifieke invloed van voetbal op de studies is nog geen systematisch
wetenschappelijk onderzoek gedaan. Wel heeft een recent Frans onderzoek
aangetoond dat lichamelijke inspanning in het algemeen een positieve invloed
heeft op de intellectuele en cognitieve prestaties, en dit zowel bij kinderen
als bij volwassenen.
"Mens Sana in corpore sano" heet het motto.(een gezonde geest in een gezond
lichaam) Een ander gegeven is dat voetballen tijd in beslag neemt, tijd die
anders misschien voor een stukje denk-of studiewerk zou gaan. Bovendien moet u
nog onderscheid maken tussen de verschillende studieniveaus, en de
verschillende niveaus waarop wordt gevoetbald.
13. Hoeveel trainingen moet mijn kind hebben om een aanvaardbaar
niveau te hebben?
Laten we ervan uitgaan dat we de maximum tijd die beschikbaar is, gaan
benutten. Tijd en uren waarbij geen enkel studieprogramma in het gedrang komt.
Daarvoor zijn de woensdag (halve schooldag) en vrijdag (zaterdag of zondag
vrije dag) ideaal. Wij gaan er ook van uit dat om iets aan te leren, dito het
onderhouden via herhaling, juist de frequentie heel belangrijk is. Met 1
uurtje per week kan je ook niet leren schrijven/lezen/rekenen.
14. Mag mijn kind buiten het voetbal ook andere sporten beoefenen?
Ja, natuurlijk, rekening houdend met de intensiviteit en duur van de sporten.
(liefst balsporten)
Toch zullen enkele sporten zich niet ontlenen om optimaal te kunnen
voetballen. De werking en ontwikkeling van vooral de beenspieren bij
voetballers is anders. Een voetballer heeft nu eenmaal verkorte (soms
slappe/sterke) groep beenspieren. Wanneer sommige spiergroepen zich meer gaan
ontwikkelen kan er een disbalans ontstaan, waarmee het risico tot blessures
vergroot. Ga daarom voor een wedstrijd liefst niet fietsen of rolschaatsen.
Ook zwemmen (chloor) liever na de wedstrijden. Tennis is ideaal te
combineren,(winter/zomer), gevechtssporten (incasseringsvermogen) ook. We
raden wel af dat een kind meer dan twee sporten beoefend. De spieren hebben
ook hun rusttijd nodig.
15. Hebben jonge voetballers al een vaste plaats in de ploeg?
Als de opleiding goed is in principe tot ongeveer 12 jaar niet. Toch zie je
vaak dat coaches/ trainers/leiders al in het prilste begin hun spelers op
dezelfde plaats opstellen. Dit ondanks de roep om polyvalentie in het voetbal.
Blijkbaar is het resultaat van een wedstrijd voor veel coaches nog te
belangrijk.
16. Wie is wie in de club?
Een goed gestructureerde club heeft heel wat personen nodig voor de werking.
Dagelijks bestuur : voorzitter, ondervoorzitter, sportief manager,
penningmeester, secretaris, gerechtigde correspondent, bestuursleden,
begrotingsmanager, advocaat, voorzitters van de werkgroepen
Staf : sportief manager, hoofdtrainer, hulptrainer, keeperstrainer, clubarts,
verzorger, terreinafgevaardigde
Jeugdbestuur : voorzitter, bestuursleden, jeugdcoördinator, stagemanager,
toernooimanager
Werkgroepen : terreinen, gebouwen, sponsoring, kantinebeheer, festiviteiten,
keukenbeheerder
Trainerswerkgroep: sportiefmanager, jeugdtrainers, coachen, afgevaardigden,
scouting, jeugdcoördinator, looptrainer, keeperstrainer. Als nieuweling bij
een club is het belangrijk vooraf een overzicht te kunnen krijgen van alle
betrokken personen.
17. Wat is een jeugdcoördinator?
De jeugdcoördinator is de belangrijkste man in een club naar de jongeren toe.
Hij heeft de technische leiding over de trainers en begeleiders. Hij moet door
voetbal gebeten zijn en moet met kinderen kunnen omgaan. Een goede opleiding
en begeleiding van de jongeren in een club staat of valt met de
jeugdcoördinator. Hij zoekt goede jeugdtrainers en helpt/delegeert/controleert
hen. Hij bepaald op welke manier er training gegeven wordt. Hij
voert/controleert de visie/sportief jaarplan/trainingsschema's van de club.
Hij verdeeld de kleedkamers/ uren/ terreinen. Hij komt regelmatig samen met
alle trainers om de trainingsprogramma's te bespreken en de spelers te
evalueren. Hij lost de problemen met de ouders/spelers op, zoekt oplossingen,
hij maakt voor de spelers de weg open naar het eerste elftal. Hij probeert
overal aanwezig te zijn, en toont belangstelling voor alle spelers.
Jammer genoeg beseffen niet alle clubs hoe belangrijk een goede
jeugdcoördinator is : sommige clubs hebben er zelfs geen. Daar "regelen" een
of meerdere bestuursleden de jeugdopleiding. Het spreekt vanzelf dat dit geen
goede zaak is.
18. Aan welke criteria moet een trainer beantwoorden?
De eigen ervaringen , de referentie waaruit de trainer een aanvaardbaar beeld
opbouwt. Maar zijn ervaringen zijn maar zo nuttig als de scherpte waarmee hij
ze observeert. Zelfobservatie is de kernvaardigheid van de trainer. Met andere
woorden :
De trainer moet zijn elftal voorbereiden, op (uithouding), snelheid, lenigheid
en coördinatie.
Hij moet hiervoor technisch en tactisch onderlegd zijn en zijn elftal mentaal
goed kunnen benaderen. Als jeugdcoach wordt hij bovendien verondersteld
inzicht te hebben in de fysieke, sociale en psychologische ontwikkelingen van
het kind. Een trainer moet voor een omgeving zorgen , waarbij de speler op een
ideale manier kan trainen en zich prettig voelt.
Trainers moeten o.a. leren inzicht te krijgen in disciplines zoals
sportgeneeskunde, biomechanica, voeding en matchanalyse. Hoewel een trainer
niet negatief mag ingesteld zijn, gebruikt hij tijdens zijn sessie het
negatieve als didactische truc om aan te tonen hoe het niet moet, waaruit dan
glashelder volgt hoe het wel moet. Een trainer die aan zijn spelers moet
zeggen dat hij de baas is, is dus niet de baas. Een goed leider moet de kracht
hebben om baas te zijn, maar onder kracht verstaan we, energiek zijn en
energie uitstralen, specifieke kennis van het trainersvak hebben: onwetendheid
wordt snel doorprikt.
Een goed leider moet beslissingen durven nemen. Hij moet spreekwoordelijk moed
hebben om op het kruispunt te gaan staan en het verkeer te regelen vanuit de
voetbalfilosofie : het is beter om een slechte beslissing te nemen dan geen.
Arrogantie past niet in het plaatje van de trainer. Het heeft geen zin je
spelers er voortdurend op te wijzen hoe goed je zelf wel was en hoe zwak zij
zijn.
Een zuurpruim zal het niet redden als coach. De glimlach is belangrijk in een
groep en werkt aanstekelijk. Zonder voortdurend de lolbroek uit te hangen moet
een trainer toch een gevoel voor humor hebben.
Veiligheid is een prioriteit. Een trainer neemt verantwoordelijkheid voor de
groep en voor zijn spelers individueel als het misloopt, om welke reden dan
ook. Men faalt als leider wanneer men zich niet loyaal opstelt tegen over de
groep. Concreet betekent dit dat men in publiek zijn spelers NIET mag
bekritiseren. De meeste zaken spreken voor zich: een goed leider is prima
georganiseerd, laat niets aan het toeval over. Een goede organisatie, zowel
van de training als alles wat daarbuiten staat, heeft uiteraard met
voorbereiding te maken. Zonder voorbereiding is geen goede organisatie
mogelijk.
Om een groep te leiden en tegelijk in die groep te leven heeft men
verbeeldingskracht nodig, creativiteit. Je moet als leider de groep af en toe
kunnen verrassen of hun verbeelding laten werken.
Een coach moet aan honderden zaken denken en moet daarbij voortdurend in staat
zijn om een andere pet op te zetten: zijn relatie met de spelers, met het
bestuur, met de ouders en met het publiek. Flexibiliteit is hierbij een
noodzakelijke voorwaarde.
19 Wat verwacht de trainer van ons (ouders)?
Gelukkig volgen veel ouders het voetballen van hun zoon of dochter.
Het enthousiasme van ouders is érg belangrijk voor de voetbalbeleving van
kinderen. Helaas echter houden veel ouders het niet bij het aanmoedigen van
hun kinderen. De kinderen worden al snel een verlengstuk van de beleving van
de ouders. Aanmoedigingen worden dan ook aanwijzingen en voordat iemand het in
de gaten heeft, staan er 2 keer zo veel coaches langs de lijnen als er
voetballers binnen de lijnen lopen. Voor de coach de belangrijke, maar zeer
moeilijke taak de ouders duidelijk te maken welke rol er voor hen op dat
moment is weggelegd en welke rol de coach zelf heeft naar de kinderen. Het
gaat ook nu weer om het leerproces en de spelbeleving van de kinderen.
Kinderen leren het snelst in een "veilig" leerklimaat. Dat wil zeggen een
sfeer waarin het kind de vrijheid heeft om het spel zelf te ontdekken. Het
wordt daarbij geholpen door één persoon, de coach. Die structuur moet heel
duidelijk zijn. Zo niet, dan wordt het verwarrend en begrijpen de kinderen
niet meer waar zij aan toe zijn. Natuurlijk vinden ook de kleinste voetballers
het fantastisch als ze worden aangemoedigd! Ouders zijn dus zeker nodig en
welkom langs de lijn! Daarnaast heeft de coach vaak hulp nodig van ouders.
Zodra de kinderen hun eigen schoenen kunnen "strikken", en zelf kunnen douchen
, schept het rust als ouders zich ook daar niet meer mee bemoeien. Het kan
worden gezien als een volgende stap naar zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid.
Geef ze de kans!
20. Krijgt mijn kind kans om te spelen?
Het gebeurt meer dan eens dat jongeren worden opgeroepen en uiteindelijk niet
worden opgesteld. Zonder uitleg. Sommige ouders durven niets te vragen, uit
schrik dat hun kind nog meer uitgesloten wordt. De ouder die zich wel laat
horen, wordt soms een "moeilijke" genoemd. Een kind dat bijna de hele
wedstrijd op de bank zit, zal zich verstoten voelen, en twijfelen aan zijn
mogelijkheden. Er zijn kinderen die dat een heel seizoen lang moeten
volhouden. Trainers houden er geen rekening mee dat de sfeer thuis daardoor
soms verpest wordt en dat de schoolresultaten achteruit gaan. Veel
probleemsituaties komen voor bij jongens die te goed zijn in een team, en waar
er geen plaats is voor hen is in een hoger team. Uitspraken als "niet opgeven,
volgend jaar ben je er misschien bij" lossen in dit geval niets op.
21. Waarom staat mijn kind niet in het hoogste team?
Een belangrijke oorzaak van conflicten tussen trainers en ouders, is het
verschil in opvatting over de mogelijkheden van de jonge voetballer. Dat
ouders hun eigen kind verdedigen en trachten voorop te stellen, is een heel
natuurlijke zaak. Goed overleg op basis van enkele spelerevaluaties kan hier
een oplossing bieden. Als ouder hebt U het recht te weten wat er met uw kind
gebeurt in de club, vraag aan de coördinator om de evaluatie van uw zoon toe
te lichten. Ouders willen soms te snel resultaten. Ze willen hun kinderen zo
vlug mogelijk "als een grote" zien voetballen. Vooral vaders, die zelf hebben
gevoetbald, laten zich nogal eens laatdunkend uit over wat ze op het veld te
zien krijgen.
22. Hoe lang duurt
een wedstrijd?
F-jeugd 2 x 20 minuten
E-jeugd 2 x 25 minuten
D-jeugd 2 x 30 minuten
C-jeugd 2 x 35 minuten
B-jeugd 2 x 40 minuten
A-jeugd 2 x 45 minuten
23. Mag mijn zoon in de "goal" staan?
Triestig, verliezen met 14-0 en om de haverklap de bal uit de netten moeten
halen. Kinderen kunnen daarbij hard zijn: ze zoeken al snel een zondebok, en
niet zelden is dat de doelverdediger. Het is evenmin leuk om een hele
wedstrijd in de kou moeten staan, terwijl de ploegmaats aan de andere kant van
het veld het mooie weer maken. Eigenlijk denken weinigen na over de
consequenties van een "definitieve" keuze. Niet iedereen komt in aanmerking om
het doel te verdedigen. Een doelman moet om te beginnen specifieke
karaktereigenschappen hebben, durf, lef, stoutmoedigheid. Een doelman mag niet
bang zijn. Hij moet stressbestendig zijn, koelbloedig blijven, zelfvertrouwen
uitstralen, zijn verdediging organiseren, bevelen uit delen, lenig en snel
zijn, gevoel voor timing hebben, voldoende doorzicht in het spel om te
anticiperen, reactiesnelheid.......... Stille en verlegen kinderen komen dus
liever niet in aanmerking. Wij laten daarom zoveel mogelijk (bij weinig
weerstand) de keeper meevoetballen als "laatste man" of op het middenveld.
24. Er is iets mis, maar ik weet niet wat het is.
Een kind groeit. Volwassenen lijken dat nogal eens te vergeten. Groeien vraagt
veel energie: kinderen krijgen af en toe een inzinking, die enkel en alleen te
wijten is aan de groei. Groeien gebeurt niet gestadig, maar kent stilstaande
fases en zogenaamde "groeispurten". Vooral tijdens deze spurten kan het zijn
dat het kind zoveel energie verbruikt, dat zijn fysiek rendement tijdelijk
beduidend minder is. Groeipijnen kunnen op ieder ogenblik beginnen, meestal
komen ze voor tussen 3 en 5 jaar en 8 en 12 jaar, de pijnen verdwijnen
gewoonlijk na een jaar. Een kind met groeipijn is gezond en er is geen
aanwijzing voor een onderliggende kwaal. Soms is het zo storend dat het kind
nachten lang wakker ligt. Een goed opgebouwd stretchprogramma, lichte massage
en warme baden, blijken een gunstig effect te hebben. In uiterste gevallen kan
een pijnstiller (type paracetamol) de oplossing bieden.
Onwetendheid en gebrek aan vakkundige begeleiding zijn in vele gevallen de
basisoorzaak van overbelasting tijdens de groeiperiode. De trainer moet weten
dat hun "carrosserie" nog fragiel is.
25. Wat is een Meniscus?
In voetbaltermen "de voetbalknie" genoemd. Dit letsel vindt zijn oorsprong bij
het plotseling draaien van het bovenbeen met een gefixeerd onderbeen, bij een
gebogen knie. In het kniegewricht zitten twee grote kraakbenige schijven
(halve maantjes), een in de binnenkant, een in de buitenkant. Een afbrokkelend
stukje van dat kraakbeen dat niet tijdig aangroeit, kan hevige pijnen
veroorzaken zodat de knie niet verder gestrekt kan worden. Indien dat niet
goed behandeld wordt (bij oudere spelers chirurgisch verwijderen) kan dat een
hypotheek leggen op de toekomstige fysieke toestand van de speler.
De enige raad die we meegeven: raadpleeg een sportarts.
26. Is koppen gevaarlijk?
Net als bij boksen krijgt bij voetbal het hoofd het hard te verduren. Met het
trainen op koppen moet absoluut voorzichtig worden omgegaan. Bij de Pupillen
zo ie zo niet doen. De kans dat spelers een bal verkeerd raken is relatief
groot. Dat houdt vaak in dat men daarna nooit meer zal koppen. De spelers gaan
geleidelijk aan zelf ballen koppen. De een is daar wat eerder mee dan de
ander. Een koptraining waarbij 50 ballen worden gekopt is af te raden. Koppen
moet je aanleren in verschillende stappen, als de trainer weet hoe het moet,
dan verminder je bovendien de risico's.
27. Is er doping in het jeugdvoetbal?
Er duiken altijd wel weer verhalen op van ouders die beweren dat hun zoon door
de trainer verplicht wordt om voor een wedstrijd bijvoorbeeld een klontje
suiker met enkele druppels ether te nuttigen. Om zulke praktijken tegen te
gaan en aan te klagen dienen zowel trainer als ouders, op de hoogte te zijn
van de "verboden" middelen.
Het is aan te raden een aantal geneesmiddelen NIET te nemen binnen de drie
dagen voor een wedstrijd. Wie over voldoende gezond verstand beschikt, laat
een ziek kind helemaal geen wedstrijd spelen. Zo simpel is dat.
Volledigheidshalve geven we hier een lijstje van verboden medicijnen :
- Beta-blokkers : tegen hartkloppingen
- Efedrine en derivaten : opletten bij druppels en siropen
- Coffeïne vanaf 12ug/ml urine: ook Gurosan bevat coffeïne
- Cortisone: opletten met zalven, oog- en neusdruppels
- Hormonen: testosteron, anabole steroïden, schildklierhormoon, erytropoëtine
- Waterafdrijvende middelen
- Narcotica, morfine, cannabis, xtc.........
- Hoesmiddelen: Actifed, Broncosedal, Paracodine
- Neusdruppels: Vibrocil
- Oogdruppels: opletten met Visine, Pranox
28. Mijn zoon is vegetariër.
Voedingsdeskundigen raden al jaren aan minder vlees en meer groenten en fruit
te eten, en minder vet. Het is dan ook verstandig bij diëten (en vegetariërs)
die bv vlees totaal verbannen, bepaalde voorzorgsmaatregelen te treffen. Hoe
strenger het dieet, hoe moeilijker het is om alle levensnoodzakelijk
ingrediënten op te nemen, zeker als men ondertussen intensief aan sport doet.
Vegetarisch eten vergt planning en voorzichtigheid. Eiwitten en proteïnen die
in vlees voorkomen zijn niet dezelfde als in ei en melk. Vooral kinderen
hebben proteïnen en calorieën nodig. In een zakje chips zit 150 Kcal in. Een
goede energie bron, ware het niet dat 40% van de energie door vet wordt
aangebracht. Als je weet dat bij de eerste 90 minuten van een voldoende
inspanning, de energie geleverd wordt door de koolhydraten (suikers en
zetmeel) en pas daarna het lichaam zijn vetreserves aanspreekt, dan weet
je......vet........te mijden.
29. Mag ik als ouder op het veld komen?
Nee. Moeders (en ook vaders) langs de zijlijn: een echte bezienswaardigheid.
Gaat u maar gerust eens naar de F-jes kijken. U zal evenveel plezier beleven
aan het observeren van de moeders als aan het voetbalspel zelf. Het gebeurt
meer dan eens dat een bezorgde moeder door de scheidrechter van het terrein
gewezen wordt, omdat ze tijdens het spel over de omheining gaat om hun
huilende kind bij te staan na een harde tackle.
30. Het wondermiddel, "de spons".
Bij selectieteams is er vaak een speciale verzorger. Bij Jeugdteams krijgen
leiders aan het begin van het seizoen vaak een nieuwe waterzak met 1 spons mee
voor hun team. Daar moet het dan maar mee gebeuren. Goed het is om even stil
te staan bij de hygiëne. Het gebeurde tijdens een wedstrijd: de magische spons
werd bovengehaald bij een hevig bloedende knie. Met die spons werd
vervolgens een volgend slachtoffer in
het volle gelaat verzorgd. Niet
het toonbeeld van hygiëne en het houdt
tevens risico's in. Waterzak
en spons staan nog altijd veel langs de lijn maar ga er verantwoord mee om.
Als je de spons gebruikt, zorg dan dat je altijd een paar extra schone sponzen
bij je hebt. Ook een extra bidon water kan ervoor zorgen dat bij open wonden
het water in de waterzak niet direct vervuild wordt.