Toernooivorm individueel 4 tegen 4 toernooi

Een 4 tegen 4 toernooi voor 16 - 40 spelers van 90 minuten, en slechts een organisator!

Iedereen kent de opzet van een voetbaltoernooi. Op basis van het aantal spelers, de beschikbare tijd, velden en de leeftijd van de deelnemers, wordt een toernooischema opgesteld waarin een hele of halve competitie wordt gespeeld.

Een van de oordelen is dat niet alle ploegen/deelnemers gelijktijdig bezig zijn. Tussen de wedstrijden door zijn er ruime pauzes. Net nadeel is dat het veel tijd en organisatie kost. Toch is het ook mogelijk, wanneer er maar weinig tijd beschikbaar is een toernooi te organiseren.

  1. Waar alle spelers tegelijkertijd spelen.
  2. Waar bij iedere wedstrijd een andere ploeg qua samenstelling speelt.
  3. Dat niet langer duurt dan bijvoorbeeld 90 minuten ( op basis van 5 wedstrijden van 10 minuten en 5 minuten rust)
  4. Waarbij 1 individuele winnaar uit de bus komt.
  5. Dat betrekkelijk makkelijk te organiseren is.
  6. Dat gespeeld kan worden met maximaal 40 spelers op 1 voetbalveld met vier 4 tegen 4 velden.
  7. Waar gespeeld wordt met 4-tallen (al dan niet met wisselspelers afhankelijk van het aantal deelnemers)
  8. Waar gespeeld zou kunnen worden zonder scheidsrechter.
  9. Waarbij de deelnemers zelf kunnen zien waar en met wie ze gaan spelen
  10. Waarbij de deelnemers zelf de stand bijhouden en dit doorgeven aan de organisator.
  11. Waarbij de organisatie slechts in handen is van een of enkele leiders of leidsters.

 De organisatie is als volgt: 

  1. Met 16 pilonnen of 8 doeltjes worden vier 4 tegen 4 velden uitgezet ( doel 2-4 meter breed; niet te klein, veel doelpunten horen erbij!)
  2. De velden worden aangeduid met de letters van het alfabet: veld I : A links – B rechts Veld II : C links – D rechts veld III; E links-F rechts veld IV; G links-H rechts ( zie plattegrond). Deze letters kun je uit dit boekje kopieeren.
  3. De letters worden zo neergezet en zo groot gemaakt dat het gelezen kan worden vanaf de centrale plaats ( zie eveneens plattegrond).
  4. Het aantal deelnemers bedraagt tussen de 16 en 40 spelers. Als er meer dan 40 deelnemers zijn, kan een tweede veld gebruikt worden. Stel er zijn 70 deelnemers, verdeel dan de totale groep over 2 velden: bijvoorbeeld 35 op veld I en 35 op veld II. Zijn er 60 deelnemers dan 30 op veld I en 30 op veld II.
  5. Winnen levert 20 punten op. Gelijkspel 10 punten en Verlies 0 punten. De gemaakt doelpunten worden bij het behaalde aantal punten opgeteld.
  6. Na afloop van iedere speelronde wordt de uitslag op een formulier ( zie voorbeeld  blz 13) geschreven. Tijdens de volgende speelronde worden de punten door de organisator genoteerd op het wedstrijdschema.
  7. Als de velden zijn uitgezet en het wedstrijdschema is opgehangen, worden de deelnemers opgevangen.
  8. Alle deelnemers worden op het schema ingeschreven of zijn ingeschreven ( als de deelnemers van te voren bekend zijn).
  9. Daarna wordt uitleg gegeven aan de deelnemers over: Het schema, hoe moet je het lezen, waar moet je naar toe (veldaanduiding), Het aantal punten dat je kunt halen, de rustmomenten, de wisselende partijen, de wisselspelers. De spelregels, het begin-en eindsignaal, het dragen van hesjes/overgooiers, aansluitend worden eventuele vragen beantwoord.
  10. Nu kan de centrale warming-up beginnen. Deze wordt geleid door de centrale organisator of trainer.
  11. Na de warming-up gaan alle deelnemers naar hun betreffende veld en kan het toernooi beginnen. Het centrale beginteken wordt gegeven met behulp van een claxon/fluit of bel, je moet het op het gehele veld kunnen horen.)
  12. Tussen de wedstrijden door kan een drinkpauze worden ingelast om het vochttekort aan te vullen. (drinkketel op het veld?)

Let op: Om de partijen van elkaar te onderscheiden zijn er hesjes/overgooiers nodig. Uitgaande van 4 velden zijn dus maximaal 4x4=16 hesjes nodig. Op de veldaanduiding staat aangegeven welke ploeg de hesjes draagt. Vooraf en na afloop van iedere partij worden de hesjes uitgedaan en blijven achter op het veld ( evenals de bal).

Geef duidelijkheid naar de spelers toe door de schema’s in kleur te maken. Bijvoorbeeld geel voor de jonge spelers en wit voor de oudere spelers spelers of geef het aan met gekleurde viltstiften.

Organisatorisch kun je dan op 1 veld spelen, eerst de jongen spelers (oudere hebben rust) en daarna wisselen. Jonge spelers rust, oudere spelen. Je kunt het toernooi ook op 2 velden spelen en de leeftijden zo scheiden. De coordinator staat er tussenin met de wedstrijdschema’s.

Plattegrond om vier tegen vier veldjes uit te zetten op een standaard voetbalveld. De velden kunnen ook in een plantsoen of op een groot plein worden uitgezet.

Wat voor materiaal is er nodig?

Tips:

Stappenplan organisatie 4 tegen 4 individueel 4 toernooi
4 tegen 4 wat is dat (beginpagina)
4 tegen 4 wedstrijdspelregels
4 tegen 4 trainingspartijspel
KNVB trainerscursus
  Coaching- Trainingtips
  Oefenvormen F - Pupillen
  Oefenvormen E - Pupillen
  Oefenvormen D - Pupillen

Startpagina

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 19 mei 2008