Circuitmodel
Inleiding
De trainer moet ervoor zorgen dat de kinderen zoveel mogelijk in aanraking komen met verschillende voetbalvormen. In het circuitmodel worden meerdere velden naast elkaar uitgezet, zodat meer dan een groep tegelijkertijd kan spelen.
Wat is een circuitmodel?
Het circuitmodel is een model voor de organisatie van een training. In deze organisatie spelen de voetballers in groepen. Als warming-up kan de training beginnen met een tikspel, pingelvorm of vrij voetballen in een afgebakend gebied. Daarna worden groepen gevormd die twee of drie verschillende voetbalvormen afwerken. Een scoorvorm, een pingelvorm, en/of een partijvorm. Er wordt een of twee keer doorgedraaid. De training wordt vervolgens afgesloten met een partijspel.
Het circuitmodel is een middel om kinderen beter te leren voetballen.!
Waarom een circuitmodel in de training?
Voor spelers is het beter en prettiger elke week kort een aantal voetbalvormen te herhalen dan in een training lange tijd aandacht te besteden aan hetzelfde voetbalspel. Bovendien laat het leerproces geen doorlopende (stijgende) lijn zien: wat de ene training nog niet lukt, lukt de volgende keer misschien beter.
De voordelen van het circuitmodel
Het traditionele beeld van een trainer die voor een groep staat, lijkt op het eerste gezicht eenvoudiger dan het opzetten en organiseren van drie verschillende voetbalvormen. In het begin is dat ook zo. Eenmaal op gang is het verloop daarna bij het circuitmodel eenvoudiger. Door de variatie, en daarmee de verhoging van de uitdaging, zijn kinderen meer gemotiveerd om zelfstandig te spelen. Hierdoor is het niet alleen gemakkelijker om overzicht te houden, het is ook minder noodzakelijk. De ervaring leert dat het in het begin wat rommelig overkomt, maar na 1 of 2 trainingen zijn de kinderen bekend met de organisatievorm. Belangrijk is dat de aangeboden oefenvormen wel boeiend blijven. In het begin kan gekozen worden voor voetbalvormen die door alle kinderen snel zijn te spelen. Daarna kan iedere voetbalvorm in een vervolgtraining worden aangepast. Als de vorm boeiend is, kunnen de spelers deze rustig een paar keer achter elkaar uitvoeren zonder de interesse te verliezen. Ze gaan de structuur snel doorzien, kunnen het na verloop van tijd zelf straten, en soms ook zelf neerzetten.
Hierdoor heeft de trainer meer tijd om rustig te kijken of de organisatie goed staat en of de kinderen ook iets leren.
Zijn de doelen groot genoeg? Moet het veld langer? Staat de spits niet te dicht bij de keeper? Houden de spelers de bal goed bij zich tijdens het pingelen? Kijkt de speler bij het Poortenspel 5 tegen 3 wel eerst naar zijn medeverdedigers voordat hij naar het andere doel loopt? Al deze zaken spelen een rol in het vervolg van de training.Tijd
Een goede training begint al thuis met de voorbereiding. Bij oefenvormen staan verschillende voetbalvormen die in het circuitmodel kunnen meedoen. Na een printje kunnen deze werktekeningen en aanwijzingen eventueel meegenomen worden naar het trainingsveld.
Een belangrijk aspect is ook het overleg met de andere trainers. Maak van tevoren afspraken over gebruik materiaal en indeling van het trainingsveld.
Klaarzetten
De meest ideale situatie is dat voorafgaand aan de training de velden en oefeningen kunnen worden uitgezet. Het voordeel is dat er tijdens de training geen tijd verloren gaat. In de praktijk kan het echter voorkomen dat er al een team aan het trainen is. In dat geval zijn er diverse mogelijkheden.
Afspraken maken ten aanzien van veldindeling met alle betreffende trainers die op hetzelfde tijdstip gebruik maken van de ruimte. Wie eindigt waar? Bijvoorbeeld: Wanneer trainer A eindigt met het partijspel op het veldgedeelte bij de kleedkamers, kan trainer B alvast het andere gedeelte van het veld gaan inrichten.
Aan het begin van het seizoen trainingsuren zo inroosteren, dat materialen kunnen worden gebruikt door dezelfde leeftijdsgroepen. Materialen kunnen dan blijven staan. Voorwaarde is wel dat er ook hier overleg moet zijn. Afstemming betreffende de trainingsstof heeft de voorkeur.
Als de spelers na een tijdje gewend zijn aan het circuitmodel, dan gaan ze oefeningen ook sneller herkennen. Slimmeriken kunnen dan soms zelf al een veldje met bijbehorende oefening klaarzetten. Een compliment van de trainer aan het kind in het bijzijn van de hele groep kinderen, werkt enorm stimulerend.
Veel tijd gaat verloren als er tijdens de training materialen moeten worden klaar gezet. Het is efficiënter om dingen weg te pakken.
Stap 1 Een groot veld (50x30 meter) uitzetten voor het partijspel aan het einde van de training
Stap 2 Daarbinnen drie deelveldjes uitzetten voor de verschillende oefenvormen.
Stap 3 Na elk onderdeel kan iets weggenomen worden.
Stap 4 Partijspel, het laatste onderdeel, hoeft alleen nog maar te worden aangevuld met doelen (pilonnen of ‘echte’ doelen)
Veranderen
Terwijl de kinderen aan het spelen zijn, kan de trainer een veld aanpassen (bijvoorbeeld breder of smaller maken). Ook tijdens de wisselmomenten kan, eventueel samen met de spelers, het nodige worden veranderd.
Opruimen
Het is heel belangrijk om vanaf het begin de spelers duidelijk te maken dat de zorg voor de materialen een wezenlijk onderdeel is van hun voetbalontwikkeling en voetbalopvoeding. Dit betekent na afloop van de training bijvoorbeeld niet trappen tegen een bal die nog in het net zit of op een markeringshoedje ligt. Let hierop vanaf het begin.
Opbouw van het circuitmodel
Het werken met een circuitmodel vereist, vooral in het begin, enige investering in tijd en energie. Zowel de trainer als de kinderen moeten ermee leren werken. En die tijd moet ook iedereen worden gegund. Het algemene schrikbeeld van een (onervaren) trainer wordt omschreven als ‘het kwijtraken van het overzicht wanneer op verschillende veldjes tegelijkertijd wordt gespeeld’. Een geruststellende gedachte is dat de kinderen er vaak sneller aan zijn gewend dan de volwassene die de training geeft. Tijdens de tweede training is voor de meeste kinderen al duidelijk hoe de structuur en de organisatie in elkaar zitten. Een half woord is veelal voldoende. De tijd die verloren gaat tijdens de eerste trainingen wordt in de loop van het seizoen dubbel en dwars teruggewonnen.
Zelfs voor een geroutineerde trainer is het een grote klus om tegelijkertijd te straten op meerdere veldjes. Het aantal is trouwens geen wet van Meden en Perzen. Wanneer er een groep is van 14 kinderen dan kan er het beste op twee veldjes worden gespeeld. Met andere woorden, de indeling gebeurt op basis van het aantal kinderen dat noodzakelijk is om een voetbalvorm te kunnen spelen en niet op het aantal uitgezette velden gekoppeld aan de grote van de groep!
Voorbeeldtrainingen
De onderstaande voorbeelden zijn gebaseerd op een spelersgroep van veertien pupillen.
Wisselmomenten
Het rouleren gebeurt op de volgende wijze (uitgaande van variant 2):
Neem alle spelers mee naar de eerste voetbalvorm. Laat groep 1, die hier begint, een voorbeeld geven, zodat de bedoeling van de voetbalvorm en de regels duidelijk zijn. Groep 1 mag doorspelen. Groepen 2 en 3 gaan naar het tweede veldje. Samen met groep 3 wordt naar het voorbeeld van groep 2 gekeken. (tweede voetbalvorm) Groep 2 mag doorspelen. Tot slot wordt alleen aan groep 3 de derde voetbalvorm uitgelegd. Groep 3 mag doorspelen. Na ongeveer 15 minuten wisselen de groepen 1 en 2 van onderdeel, terwijl groep 3 blijft spelen onder leiding van de trainer.
Wisselen: Neem groep 1 en 2 mee naar de partijvorm. Groep 3 is daar nog aan het spelen. Het voorbeeld wordt dus al gegeven. Een korte toelichting van de regels is al voldoende. Groepen 1 en 2 nemen de plaats in van groep 3.
Neem groep 3 mee naar de eerste voetbalvorm. Het voorbeeld hebben ze al gezien. Controleer wat ze hebben onthouden en corrigeer eventueel.
Vervolg van de trainingen
In de volgende training(en) is het logisch om een van de bekende voetbalvormen te vervangen door een voetbalvorm uit dezelfde leerlijn. De voetbalvorm wordt weer groepsgewijs uitgelegd: een aantal kinderen geeft het voorbeeld, waarna zij deze kunnen blijven spelen. De anderen worden verdeeld over nog eens twee groepen en kunnen aan het werk bij de reeds bekende voetbalvormen. De trainer blijft bij de nieuwe voetbalvorm om de kinderen te begeleiden. Na een paar minuten gaat hij naar de andere voetbalvormen om eventueel iets te veranderen of om nieuwe opdrachten te geven.
In de opbouw van het circuitmodel wordt een nieuwe voetbalvorm altijd eerst voor de gehele groep uitgelegd en met de gehele groep gespeeld. Tijdens de volgende training wordt het door een kleinere groep gespeeld en wordt de nu bekende voetbalvorm opgenomen in het circuitmodel.
Op deze wijze kan het circuitmodel worden ingevoerd zonder dat het organisatorisch en/of inhoudelijke problemen geeft voor de trainer. Het arsenaal aan voetbalvormen wordt langzamerhand uitgebreid. Tevens bestaat de mogelijkheid om na verloop van tijd een reeds bekende voetbalvorm opnieuw aan te bieden waardoor er een trainingscyclus ontstaat.
Het is heel goed mogelijk om bekende voetbalvormen voor E-Pupillen, uit de leerlijnen mik-, scoor- of pingelvormen, te combineren met een nieuwe partijvorm.
De Partij
Na het circuit ruimt elke ploeg de materialen van zijn eigen veld op. Het veld voor het partijspel stond al klaar. Alleen de doelen moeten nog worden geplaatst. Dat kan de trainer eventueel samen met de pupillen doen. Het is de taak van de trainer om de individuele mogelijkheden van de voetballer juist in te schatten . Als een individuele aanwijzing wordt gegeven moet de voetballer de gelegenheid worden geboden hiermee te experimenteren. Laat de kinderen vooral veel spelen. Bij een partijspel, bijvoorbeeld 7 tegen 7, komt al heel veel informatie tegelijkertijd op hen af en valt er sowieso genoeg te leren.
Om op een verantwoorde wijze training te kunnen geven aan deze groep kinderen is het noodzakelijk dat elke groep een speelruimte tot de beschikking heeft van minimaal 50 x 40 meter. Daarin kan een organisatie worden neergezet geschikt voor het partijspel. De andere voetbalvormen , die hieraan voorafgaan, worden daarbinnen klaargezet.
Benodigde materialen:
- Per kind een bal
- Hesjes, het liefst twee kleuren.
- Pilonnen
- Markeringshoedjes
- Pupillendoelen
- Grote doelen
Aantal spelers
In de bovengenoemde trainingsopbouw van het circuitmodel wordt uitgegaan van veertien pupillen. Wanneer blijkt dat er bijvoorbeeld maar 10 kinderen meedoen, kan toch gebruik worden gemaakt van deze organisatievorm. In plaats van op drie velden tegelijkertijd te spelen wordt dan een veld leeg gelaten: op de andere twee velden spelen nu vijf kinderen per voetbalvorm. Tijdens het wisselen schuift een van de twee groepen door naar het lege speelveld. Daarbij dient wel in het oog te worden gehouden dat in het lege veld geen onbekende voetbalvorm moet worden gespeeld. De komende groep dient immers een voorbeeld te hebben. Wanneer dit voorbeeld ontbreekt, omdat er geen voetballende pupillen te zien zijn, is de consequentie dat de trainer de voetbalvorm opnieuw moet uitleggen. Hiermee verliest hij kostbare tijd.Het trainingsveld delen
Het bovenstaande circuitmodel kan uitsluitend worden toegepast wanneer een groep uit bijvoorbeeld veertien kinderen bestaat. afhankelijk van de gekozen voetbalvormen kan een indeling worden gemaakt. Bij een groot aantal verenigingen wordt er door verschillende teams tegelijkertijd getraind. Dit kan betekenen dat er twee D-teams op een trainingsveld moeten spelen. Wanneer deze situatie zich voordoet, is het nu volgende circuitmodel heel goed toepasbaar.
Er wordt uitgegaan van deze situatie:
Accommodatie: trainingsveld ( 100 x 60 meter)
Beschikbare tijd: 60 minuten
Aantal teams: 2 D-teams ( 14 pupillen/team)
Totaal kinderen: 28
Totaal trainers: 2
Werkwijze
Vooraf worden velden uitgezet door de beide trainers. In dit schema traint elk team 60 minuten. Er wordt in principe geen onderscheid gemaakt tussen D1 en D2. De trainers schuiven met hun eigen team mee naar het volgende onderdeel en kunnen eventueel bepaalde voetbalvormen moeilijker of gemakkelijker maken.
Voorwaarden
Nog meer dan bij de eerste variant van het circuitmodel, vergt deze werkwijze afstemming tussen de verschillende trainers met betrekking tot :
Trainingstijden
Klaarzetten en opruimen
(Planning van de) Inhoud
Voldoende materiaal: om met twintig pupillen een voetbalvorm te kunnen spelen zijn meer ballen nodig dan met een groep van veertien kinderen.
Deze tekst komt voor in alle drie de KNVB opleidingsboeken D-, E- en F pupillentrainer.
naar Boekbespreking "Zo doen wij dat Effies"
naar Boekbespreking "E-tjes worden een met de bal"