De Vrije Schop
Er zijn twee soorten: de directe en de indirecte. Uit de directe vrije schop mag rechtstreeks in het doel van de tegenpartij worden gedoelpunt; dat kan niet uit een indirecte.
In het laatste geval moet de bal door minstens een andere speler (medespeler of speler van de tegenpartij) zijn aangeraakt, voordat een geldig doelpunt kan worden gemaakt. Zoals al eerder opgemerkt: voor een indirecte vrije schop moet de scheidsrechter een arm omhoog steken.
Voor een directe of indirecte vrije schop te nemen door de verdedigende partij vanuit het eigen strafschopgebied moet, de tegenpartij minstens 9,15 meter van de bal en buiten het strafschopgebied blijven. In zo'n situatie is de bal pas in het spel als hij getrapt en buiten het strafschopgebied is gekomen. Voor een directe of indirecte vrije schop die buiten het strafschopgebied wordt genomen geldt dat de tegenpartij dan ook minstens 9,15 meter van de bal moet blijven. De bal is in het spel als hij is getrapt en beweegt. Op het moment dat de directe of indirecte vrije schop wordt genomen, moet de bal stilliggen. De bal moet eerst gespeeld zijn door een andere speler (medespeler of tegenstander), alvorens de nemer de bal voor de tweede keer mag aanraken.

De scheidsrechter heeft een vrije schop gegeven. Een speler van de partij waartegen de vrije schop is gegeven , probeert het spel op te houden door voor de bal te gaan staan. De scheidsrechter kan hem zeggen onmiddellijk weg te gaan. Wanneer hij dat niet doet, kan hij een officiële waarschuwing krijgen. Bij de volgende keer kan hij van het speelveld worden verwijderd.

Een indirecte vrije schop. De scheidsrechter geeft dit aan doordat hij een hand boven het hoofd houdt. Hij moet zijn hand boven het hoofd houden, totdat de vrije schop is genomen.
De vrije schop kent naast een technisch aspect ( het goed kunne trappen en
kunnen mikken) ook nog een spanningseffect. Het moet in een keer gebeuren. Je
krijgt maar een kans. Dus oefenen in de praktijk in de
wedstrijd/partijsituatie met alles erop en eraan. Slechts een kans, de echte
muur, de stand in de wedstrijd, de tijd waarin het moet gebeuren, de irritatie
bij de tegenstanders, enzovoorts