Theo Bos - Oud boek als sportbijbel

Foto: Rens Horn/rensomatic.nl Gedreven door het stellige weten.

Wielrenner Theo Bos is gisteravond door de Brit Chris Hoj uitgeschakeld op het wereldkampioenschap sprint. Bos kan troost putten uit het boek Temidden der Kampioenen over zijn grote voorbeeld Piet Moeskops. Het is zijn sport-bijbel.

Piet Moeskops (1893-1964) uit Den Haag, dat was er een. Honderd kilo zwaar en in de jaren twintig van de vorige eeuw vijf keer wereldkampioen op de sprint. Theo Bos uit Hierden is er óók een, tot gisteren wereldkampioen sprint in 2004, 2006 en 2007. En dan had je nog Joris van den Bergh (1882-1953).

Van den Bergh was een pionier in de Nederlandse sportjournalistiek. Hij ijverde voor Nederlandse deelname aan de Tour de France en trad bij het debuut van de Nederlanders in 1936 ook op als ploegleider. Dat deed hij van huis uit. Elke avond bellen met de renners voor een stuk in de krant en meteen de koersplannen van de volgende dag bespreken. Over het sprintleven van Piet Moeskops schreef Van den Bergh in de Tweede Wereldoorlog een baanbrekend boek, Temidden der Kampioenen.

In de taal van toen vertelt Van den Bergh over het leven van de zoon van een jachtopziener te Loosduinen. Pietje Moeskops genoot al snel een reputatie als brutaal fietsrijder. Drie dagen achtereen lag Pietje met fiets en al in de Loosduinse vaart ‘doordat hij gepoogd had over een verhoogd walkantje van twintig centimeter breedte te rijden, welk kantje ook nog een hoek van 130 graden maakte.’ De vierde keer was het dan toch gelukt en was Pietje droog thuisgekomen onder het schreeuwen van ‘nou kan ik het.’

Samen met de Haagse poelier H. van der Zijden fietste Pietje de markten in de omgeving van Den Haag af, kippen verkopen. Van der Zijden, zelf amateurwielrenner, had het snel gezien. ‘Jij hebt mirakel veel aanleg om racer te worden en moet zo snel mogelijk naar de baan.’ Pietje Moeskops vond het een goed idee, ofschoon zijn vader het hem verbood.

Wat een racefiets was, wist Piet nog niet precies. Daar kwam hij pas achter toen een boerenzoon hem uitlachte omdat hij zo’n krakkemikkig vehikel had, met voorop een mand vol hoenders. Piet was in zijn wiek geschoten. ‘Zullen wij eens fietsen om het hardst?’ De boerenzoon ging akkoord, maar moest eerst zijn racemodel halen. ‘Rooiem, wat heeft die vent een mooie spullen’, dacht Moeskops. Maar hij won wel. ‘Ik bleef zowat een honderd meter voor de boerenkinkel rijden en riep dan ‘kiep! kiep! kiep!’’

Op een echte koersfiets zou het nog beter gaan. Moeskops werkte bij een verhuisfirma totdat hij er een kon betalen. Hier ‘beitelde zich een karaktertrek af en wel deze: van als ik wil, zal het! Het karakter van Moeskops ontplooit zich het sterkst bij tegenwerking en ongeloof, gedreven door het stellige weten te zullen slagen’, noteert Van den Bergh.

In zijn eerste jaren als serieus coureur werd vaak gepraat over de losse aanpak van Moeskops. ‘Hij leefde naar het populaire voorbeeld van de jonge tijger voor wie elke speelse sprong een voorbereiding is tot het vellen van zijn prooi.’ Moeskops zat maar wat te zitten op het middenterrein van de wielerbanen, lachte veel en deed niks, zo leek het. In werkelijkheid observeerde hij zijn tegenstanders en dacht diep na over het vak. ‘De fijne knepen van het metier geven de doorslag.’

Zo kwam Moeskops tot het inzicht dat een sprinter die zijn tegenstander voor zich uit ziet rijden, psychologisch sterk in het voordeel is. ‘Hij begon in te zien dat er renners zijn die het hardst reden wanneer zij moesten inhalen. Die een prikkel nodig hadden! Hij peinsde en legde het eerste verband tussen snelheid en gemoedstoestand.’

Sprinters van nu weten niet anders. Tegenwoordig is elkaar de kop opdringen een vast onderdeel van de sprint. Topsport zonder psychologie is ondenkbaar geworden. Van den Bergh schreef: ‘Een renner wiens gemoedsleven zich niet in zijn verrichtingen weerspiegelt, is hoogstens een middelmatige, nooit en nooit een wereldgrote. De renner die alleen maar fysiek traint, is als de kunstschilder die alleen maar verft. Zoals je schildert met je brein, met je gemoed, met je gedachten en je sentiment, zo kan je sport beoefenen.’

Later diepte Van den Bergh het onderwerp uit in zijn klassieker De Mysterieuze krachten in de sport. Theo Bos heeft er voordeel uit geput. Zijn exemplaar van Te midden der Kampioenen is inmiddels versleten.

Artikel  Dagblad de Pers geplaatst op vrijdag 28-03-08 door Dominique Elshout.

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 07 juli 2008