Jeugdkeeperstraining - De Visie van Hans van Breukelen  

Dit artikel heb ik gevonden in een wat ouder boek dat ik een paar jaar geleden uit de Bibliotheek had gehaald. Ik weet niet meer precies de titel, maar sommige stukjes uit het boek had ik bewaard. Dit stukje gaat over jeugdkeeperstraining, en dan met name hoe Hans van Breukelen daar tegen aan kijkt.

"Keepers zijn allemaal gek", zegt Ernst Happel. "Keepers zijn individualisten", zeggen de keepers zelf. Maar in de voetballerij geldt de wet: wie aan een goed elftal wil bouwen, begint met een goede keeper. Want je kunt als elftal pas echt goed worden als je een verdediging hebt waarop je kunt vertrouwen. Het is een abc-tje dat een keeper de verdediging kan maken en breken.

In de jaren zestig en zeventig had Nederland erg veel goede keepers. In het algemeen kan trouwens toch worden gesteld dat dit land, waar het doelverdedigers betreft, altijd goed heeft geboerd. Halle, Kraak, De Munck. Later Van Beveren, Jongbloed, Schrijvers, Doesburg en een groot aantal sub-toppers en sub-sub-toppers daarachter. De jaren tachtig (waarin de kwaliteit in elk opzicht en op elk gebied achteruit is gegaan) lijken die stelling niet te bevestigen. Het keepen is moeilijker geworden. De traptechniek van de spelers is verbeterd (wegdraaiende voorzetten), de druk is groter geworden, vooral ook op de man in de goal. De hoeveelheid werk is verminderd door het meer verdedigende voetbal, maar het werk dat er is, is veel moeilijker geworden.

In grote lijnen zijn er twee typen keepers: de geboren keepers en de gemaakte keepers. Dat zijn grote woorden, maar het gaat even om de kern van de zaak. Je hebt het in je vingers om keeper te worden, of je hebt interesse en iets minder talent meegekregen, maar heel veel ambitie en trainingsvlijt. In beide gevallen kun je als keeper de top bereiken.

Jan van Beveren was het schoolvoorbeeld van de keeper die ‘het’ allemaal had. Hans van Breukelen schopte het net zover als van Beveren, maar moest er heel wat meer voor doen en laten. Misschien is het daarom dat van Breukelen een simpele. Maar niettemin zeer interessante kijk heeft op de opleiding van keepers. Luister naar de oud-doelman van Oranje.

Als je het hebt over keepertjes onder de tien jaar, dan ben je snel uitgepraat. Die jochies moet je alleen maar plezier geven in het keepen. Leuke dingetjes doen en hooguit een heel klein beetje op techniek oefenen. Hoe moet je vangen  en zo, vingers achter de bal; dat soort tips. Meer niet. Lekker wat rommelen en niet teveel zeggen. Keepertjes maken zichzelf. De echte fanaatjes gaan op een gegeven moment toch wel in de goal staan en die leren het zichzelf wel. Bij mij is het precies zo gegaan. Ik herinner me nog goed dat ik tot mijn zestiende af en toe wel eens mee wilde voetballen. Elk jaar had ik een periode, meestal in februari of daaromtrent, dat ik geen zin meer had in keepen. Dan wilde ik meespelen. Maar dat mocht niet; ik moest in de goal blijven. Want er was niemand anders die kon keepen of wilde keepen. Toch jammer. Je moet een keepertje aanvoelen, ook als je hem traint. Geen ballen geven die hij niet kan pakken. Je moet er staan voor dat ventje, je moet alles vergeten en alleen maar aan dat mannetje denken. Hoe kan ik hem het beste trainen? Hoe kan ik de ballen trappen dat hij ze net kan hebben? Want het is toch wel gemakkelijk dat je een goeie trap hebt, wanneer je een keepertje traint.

Vanaf tien pleit ik voor een intensievere training voor keepers en vanaf twaalf mogen er gerust ook tactische zaken bij, Hoe je je moet opstellen, hoe je moet meevoetballen. Maar voor de rest is het veel doen en vooral veel herhalen. Kijk maar naar Doesburg, Schrijvers, Van Beveren en Jongbloed. Vier topkeepers, maar vier compleet verschillende stijlen van keepen. Tegen Doesburg zeiden ze vroeger: Ga maar in de goal staan en houd ze maar tegen. En dat deed Pim dan. Die trainingen die ik in Engeland heb gehad, daar had Doesburg nog nooit van gehoord. Die is helemaal nooit gericht bezig geweest! Ben je gek joh. Die heeft het zelf allemaal geleerd en is toch in de top terechtgekomen. Daarom valt het me ook op dat er steeds meer gemaakte keepers komen. Die indruk heb ik tenminste. Die opgeleid worden met speciale trainingen, met prachtige methodieken. Dan denk ik wel eens: is het niet te veel? Natuurlijk kun je iets doen als iemand verkeerd valt. Dan gebruik je de opbouw: eerst zitten en vallen, dan staan en vallen, dan duiken en vallen. Natuurlijk. Maar nooit mag je vergeten dat keepers individualisten zijn, dat ze fanatieker zijn dan voetballers. En dat keepers niks kunnen verbloemen. En dat ook niet erg vinden. Ze willen alleen zijn, ze willen het allemaal zelf doen. Laat ze daarom ook maar lekker rommelen!

 

Lees hier in januari 2005 meer over de televisie uitzending bij de Vara op 8 september 2004 - Masterclass met Hans van Breukelen -

naar Trainingstipsstartpagina
naar Keeperstrainingsinformatie

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 07 mei 2008