Hoe maak ik een jeugdbeleidsplan
Bouwstenen voor een jeugdbeleidsplan in de sport.
Een
jeugdbeleidsplan is een document waarin de stand van zaken met de jeugd in de
club staat beschreven. En vervolgens de doelen, waar het met de jeugd naar toe
moet, en hoe dit bereikt kan worden. Vaak is het trainingsplan in dit
beleidsplan opgenomen, maar soms is dat een apart stuk. Is dit laatste het
geval, moet zo’n trainingsplan inhoudelijk wel een eenhied vormen met het
beleidsplan. Het jaarlijks op te maken activiteitenplan vloeit rechtstreeks
voort uit het jeugdbeleidsplan. Het activiteitenplan bevat
competitie-indelingen, overzichten van nevenactiviteiten, vergaderroosters met
onderwerpen die zullen worden besproken, de toewijzing van trainers aan
groepen, enzovoorts.
Zo’n activiteitenplan is heel concreet. Er staat precies in wat er moet
gebeuren, en dat geeft het kader houvast. Het gebeurt nogal eens dat een
activiteitenplan zo’n kracht heeft dat het ‘losraakt’ van de uitgangspunten
van het beleid zoals die in het beleidsplan geformuleerd staan. De organisatie
rond de indeling van teams bijvoorbeeld kan door de jaren heen zo gericht zijn
geweest op de bevoordeling van jonge talenten, dat het uitgangspunt uit het
beleidsplan van ‘spelplezier voor iedereen’ op de achtergrond is geraakt. Dat
hoeft geen teken van kwade wil te zijn. Het kan ook onvoldoende inzicht zijn
in de gevolgen van een bepaalde werkwijze of gewoon onmacht om uitgangspunten
of doelstelling om te zetten in concreet handelen.
Waarom nu zoveel werk aan de ontwikkeling van zo’n jeugdbeleidsplan? Veel clubs hebben het al moeilijk genoeg om met de dingen van de dag het hoofd boven water te houden... In het kort volgt hier een opsomming van redenen voor de ontwikkeling van een jeugdbeleidsplan:
In de eerste plaats kan, zowel naar binnen als naar buiten, verhelderd worden, waar de club voor staat met haar jeugd, Dat kan heel wat helderheid geven, ook t.a.v. de vraag waar verschillende verantwoordelijkheden voor de jeugd liggen.
Het tweede argument is om meer lijn in het trainings- en beleidsplan voor de jeugd te krijgen. De trainers weten nu ongeveer waar ze aan toe zijn en op die manier kunnen trainingen ook beter op elkaar aansluiten.
Een derde argument zit in de continuiteit. In een vrijwilligerscultuur kunnen om allerlei (vaak zeer respectabele) redenen bestuursleden en trainers uitvallen, zelfs zonder opzegtermijn die in een professionele organisatie gebruikelijk is. Weliswaar verliest de club met hun vertrek een flink stuk ervaring, maar gelukkig zijn die ervaringen in een plan opgeschreven, zodat de opvolgers weten wat ze te doen staat. Men hoeft dus niet steeds opnieuw te beginnen.
Een laatste argument is dat men het handelen op deze manier legitimeert, ook naar de jeugd zelf. Met name oudere jeugd krijgt hier materiaal in handen om betrokken te raken bij het reilen en zeilen van de club. Een goed jeugdbeleidsplan is een belangrijk middel om de jeugd beter in het clubbeleid te laten participeren en is als zodanig ook een bouwsteen voor het kaderbeleid. Daarvoor moet ze ook in een taal opgeschreven zijn, die voor de oudere jeugd begrijpelijk is.
Er zijn echter ook voetangels en klemmen te beschrijven bij het werken aan zo’n plan, zoals:
de gedachte dat je met een paar goede tekstschrijvers snel een goed jeugdbeleidsplan in elkaar kan timmeren. Zo’n plan kan er heel mooi uitzien, maar de kans is groot dat slechts weinigen zich in zo’n plan herkennen;
de gedachte dat het in zo’n plan vooral moet gaan om mooie doelformuleringen, waar het dus met de jeugd naar toe moet. Doelstellingen moeten echter altijd gekoppeld worden aan de reeele gang van zaken in de jeugdafdeling en er moet een directe relatie met het handelen worden gelegd, zoals die in het activiteitenplan zichtbaar kan worden gemaakt;
de gedachte dat er in een beleidsplan vooral problemen beschreven moeten worden en de oplossingen die daarvoor kunnen worden aangedragen. Dat laatste moet zeker gebeuren, maar men moet niet vergeten ook de goede dingen van de club te beschrijven, die men zo graag wil houden en waar men trots op is. Ook is een beleidsplan veel meer dan een knelpuntennota;
de gedachte dat men vooral taakstellend moet schrijven, van ‘dit en dat moet er allemaal gebeuren.’ Het is echter van belang om voortdurend aandacht te schenken aan de ervaringen van de clubleden en met hen daarvoor ook in dialoog te gaan, zodat de leden steeds meer betrokken raken bij het beleid;
de gedachte dat het schrijven van een jeugdbeleidsplan en de discussie daarover vooral een taak is voor de oudere generatie, ‘Over U, zonder U’ , wordt er nogal eens opgemerkt;
de gedachte dat goed gebruik gemaakt kan worden van het plan van een andere club. Men kan zich zeker laten inspireren daar andere plannen. Maar kopieren lijkt weinig zinvol, omdat men het plan juist schrijft vanuit de mogelijkheden en onmogelijkheden van de club. Beter een incompleet, onaf en gebrekkig eigen plan, dan een mooi boekwerkje van een compleet andere vereniging. En met een mooi kaftje is dat niet te camoufleren.
Hoe ziet nu zo’n jeugdbeleidsplan eruit? Er komt een voorbeeld van zo’n plan voorbij, maar er zijn ook andere indelingen denkbaar. Dit hoofdstukkenplan kent een aantal overwegingen, die we hierna kort weergeven:
De uitgangssituatie van de jeugdafdeling en de doelstellingen worden steeds in onderlinge samenhang gezien. Het is dan ook heel principieel om te beginnen met een beschrijving van de eigen situatie om pas daarna met de doelstellingen op de proppen te komen. Als de beschrijving goed gedaan is worden de doelstellingen daarmee een stuk realistischer.
Op verschillende plaatsen komt in het hoofdstukkenplan de bijzondere positie van kinderen en jongeren in de sport naar voren. Er is geprobeerd om vanuit de situatie van de jeugd te schrijven. Het moet niet zo zijn dat het begrip ‘jeugd’ kan worden weggeveegd om daarvoor in de plaats ‘veertigplussers’ neer te zetten, waarbij het hele betoog in tact blijft. Dan is het plan zo algemeen geworden dat de jeugd naar de achtergrond geschoven is.
Het jeugdbeleidsplan is het resultaat van discussie en overleg in de vereniging, geen dictaat van enkelen, die wel eens even zullen zeggen hoe het moet. Daarom is uitdrukkelijk een hoofdstuk over ervaringen van de leiding van de jeugd gepland, niet erg gebruikelijk in een beleidsplan. Maar met de opname van zo’n hoofdstuk worden de beleidsmakers als het ware gedwongen de discussie met de achterban aan te gaan.
Met een SWOT-analyse worden niet alleen de zwakke kanten zichtbaar, maar ook de sterke kanten. Door voorbeelden te geven van goede praktijken, geeft men tegelijk ook de leiding en de vrijwilligers een pluim op de hoed die ze verdienen. En het laat de leden zien, dat het plan ook van hen is.
Het is aan te bevelen om in het jeugdbeleidsplan per paragraaf ook praktische consequenties van ervaringen of procedures te beschrijven. Daar kan men een kader omzetten, zodat bij het opstellen van het activiteitenplan voor het nieuwe seizoen daar nog eens apart naar gekeken kan worden .
Bij het maken van een jeugdbeleidsplan moet men heel praktisch te werk gaan en niet te veel hooi op de vork nemen. Kies voor de eigen vereniging die zaken die voor haar op dat moment het belangrijkst zijn, zoals ze in de jeugdafdeling ervaren worden. Dat kunnen paragrafen zijn als:
de inbreng van ouders
vormen van selecties
de verhouding van jeugdparticipatie en kadervorming
verstoorde verhoudingen (en hoe men daarin moet handelen)
De SWOT analyse kan helpen om de prioriteiten te bepalen van datgene wat per se in het jeugdbeleidsplan moet komen. Door deze sterkte/zwakte analyse heeft men een handvat om de grootste knelpunten te selecteren, waar in het beleid eerst aandacht aan moet worden besteed. Overigens behelst het beleid meer dan het oplossen van knelpunten, ook het consolideren van wat er al goed gaat is minstens zo belangrijk.
Tips:
Vraag jeugdbeleidsplannen van andere clubs op en laat je daadoor inspireren. Zonodig kun je die clubs opbellen voor aanvullende informatie. Stukken zonder meer overschrijven heeft meestal niet zoveel zin. Het plan moet toegsneden zijn op de eigen situatie.
Vraag jonge kinderen om tekeningen waarin te proberen uit te beelden wat ze zo leuk vinden op de club. Een selectie van die tekeningen kun je als illustratie opnemen in het plan.
Oudere jeugd kan bijdragen leveren door middel van foto’s in ingezonden stukken.
Schets hoofdstukken jeugdbeleidsplan
Inleiding
Waarin de aanleiding en het doel van het plan wordt beschreven, de schrijvers
zich voorstellen en de werkwijze wordt toegelicht.
Hoofdstuk 1 Gegevens over de jeugdafdeling
Zoals ledentallen per leeftijdscategorie, de leiding die beschikbaar is, de
accommodaties, gegevens over sportuitval, deelname aan competies en een
overzicht van nevenactiviteiten. Bijzondere aandacht moet worden geschonken
aan de typische aspecten van jeugd in het voetbal.
Hoofdstuk 2 De doelstellingen
Op basis van de gegevens uit hoofdstuk 1 worden er doelen geformuleerd, voor
de jeugdafdeling als geheel en vervolgens voor elke leeftijdsgroep apart. Die
doelen zijn niet alleen van het type ‘zo hoog mogelijk eindigen in de
competitie’, maar gaan ook over de opvattingen over voetbal, de sfeer in de
groep, de communicatie met de jeugd en het bevorderen van de zelfstandigheid.
Hoofdstuk 3 De ervaringen van de jeugd en van de leiding
Om te voorkomen dat de doelen losraken van de werkelijkheid is het van belang
een apart hoofdstuk te schrijven over de ervaringen van de jeugd in de club,
gekoppeld aan de ervaringen van de leiding, op basis van interviews en
geschreven verhalen.
Hoofdstuk 4 Een SWOT-analyse van de jeugdafdeling
Waar
liggen de sterke kanten en waar ligt de zwakte? Waar liggen kansen en wat zijn
de bedreigingen? Van belang hierbij is ook om ouders, buitenstaanders en
natuurlijk de jeugd zelf te vragen om hun licht over de jeugdafdeling te laten
schijnen.
Hoofdstuk 5 Training en begeleiding per leeftijdsgroep
Het is aan te bevelen om per leeftijdsgroep de training, de nevenactiviteiten
en de begeleiding in onderlinge samenhang te behandelen. Dan kunnen ook de
typische zaken van een bepaalde groep benadrukt worden.
- bij de jongsten: de toelatingsleeftijd en de spanning tussen spelen en
sporten;
- bij de oudere kinderen: manieren van leren in voetbal, groepsindelingen,
spanningen tussen selectie en meedoen;
- bij jongeren: jeugdparticipatie, tot hoe lang jongens en meisjes samen
sporten, zelf een plek vinden in de sport.
Hoofdstuk 6 De leiding in de jeugdafdeling
Beschrijving van de pedagogische taak van de voetbalclub;
- stimuleren van een brede ontwikkeling en bevordering van zelfstandigheid;
- duidelijke zorg en verantwoordelijkheid met name voor de kleinsten; aparte
aandacht en omgangsvormen en Fair Play;
Daarnaast kan aandacht geschonken worden aan:
- kaderopleiding en kader begeleiding;
- zorg voor aparte taak jeugdcommissie;
- zorg voor de gezondheid van de voetballers.
Hoofdstuk 7 Communicatieplan
Zowel binnen de vereniging (met de leiding, ouders en jeugd) als ook
daarbuiten (met de gemeente, de scholen en de sportclubsuit de regio).
Hoofdstuk 8 Voorwaarden voor jeugdbeleid
- een
positieve instelling van de club voor de jeugd
- bereidheid om de jeugd te laten participeren
- participatie in plaatselijke sportraad om de belangen van dejeugd beter te
kunnen bekijken
- contacten met scholen
Hoofdstuk 9 Vertaling naar de praktijk
In dit
hoofdstuk wordt beschreven hoe het beleid concreet in een planning wordt
omgezet.
Uiteraard
kan je niet alles tegelijk aanpakken. De dingen van de dag moeten ook de
nodige aandacht krijgen. Maar het is van belang om die zaken als
beleidsvoornemens voor de toekomst alvast neer te leggen, zodat er ook al enig
inzicht in het beleid voor de komende jaren ontstaat.
Lees verder het vervolgartikel
jeugdbeleid in wiens belang.
Zie ook verder artikelen Selecteren , Scouten en Meisjes en jongens voetballen samen, Wedstrijdsport spanning tussen selectie en meedoen.
Artikel afkomstig uit Werkboek voor de sportvereniging Jeugdsport, Een verhaal apart.