Jeugdbeleid in wiens belang?
Het lijkt een overbodige vraag. Immers, het jeugdbeleid is toch in de eerste plaats de belangen van de jeugd te behartigen? En dat moet in het jeugdbeleidsplan goed tot uitdrukking komen. Dan kan bijvoorbeeld door rekening te houden met de typische aspecten van jeugdsport, ook in onderscheid van de sport die door volwassenen wordt beoefend.
Voor jonge kinderen betekent dat bijvoorbeeld:
de gelegenheid om nog te spelen in de sport;
geleidelijk laten wennen aan de sfeer van de wedstrijd sport met de elementen winnen, verliezen en tegen je verlies kunnen
Voor oudere kinderen kan dat bijvoorbeeld zijn:
een flexibele competitie-indeling, omdat door de jaarlijkse doorstroming in de teams de speelsterkte enorm kan varieren;
een beweeglijke training, waarin de sport op een bij het kind horende manier wordt geleerd.
En bij jongeren:
jeugdparticipatie als oefening in zelfstandigheid en verantwoordelijkheid;
langzamerhand op basis van talent en motivatie als jongere zelf je plek vinden in de sport;
gelijke rechten voor jongens en meisjes in de sport.
Hier dwars doorheen spelen soms belangen van individuele kinderen. Het talent dat eigenlijk beter aan zijn trekken komt in een hogere leeftijdscategorie, of het kind dat beter nog een jaar bij jongere kinderen kan blijven, omdat het kind wat achter is in de motorische ontwikkeling. Verschillende takken van sport kennen hier een dispensatiebeleid, dat er eigenlijk voor bestemd is het belang van het kind te dienen. Soms wordt het ook gehanteerd in het kader van het clubbelang, wanneer een team bijvoorbeeld te weinig spelers heeft. En daarmee komen we tot de vraag welke belangen in jeugdsport, naast het belang van de jeugd zelf, onderscheiden kunnen worden. Die belangen hoeven niet altijd strijdig te zijn met de belangen van de kinderen. Belangrijk is wel om die belangen in kaart te brengen, zodat men ook een overzicht heeft van wat er allemaal speelt, en heeft gespeeld als er beleidsbeslissingen voor de jeugd genomen worden.
In de
eerste plaats kan een interne belangenkaart gemaakt worden, waarin de
belangen en de invloeden binnen de club zelf geinventariseerd worden. Bijna
‘natuurlijk’ komt daarbinnen het clubbelang als centraal begrip naar voren. In
de functie van wedstrijdsport wordt er voortdurend geselecteerd en wordt er
aan de belangen van wedstrijdgroepen en teams gedacht. Een talent wordt soms
snel gebracht omdat er gaten in het ‘eerste’ gevuld moeten worden. Maar of dit
altijd een jeugdbelang is? Misschien is het talent na twee of drie maanden wel
verdwenen en vergoed verloren voor de sport. Het jeugdbelang, en wellicht op
langere termijn het clubbelang, is er meer bij gebaat om een talent
geleidelijk aan, voorzichtig te ‘brengen’.
Naast het directe clubbelang zijn er in de club nog heel wat andere interne
belangen te onderscheiden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er in de club nog
heel wat andere interne belangen zijn te onderscheiden. Daarin kunnen
dorpsbelangen doorspelen, of individuele belangen van bestuurs- of
ex-bestuursleden. Dan gaat het in de vergadering soms meer of zaken die zich
‘onder tafel’ afspelen. Die verschillende belangen zijn heel concreet
zichtbaar bij selectieteams. Daarbij kan een luidruchtige groep ouders als
belangengroep fungeren,waarmee je als bestuurslid wel terdege rekening moet
houden. En dat kan een hele belangrijke overweging zijn, terwijl je als
bestuurslid vindt, dat ze eigenlijk alleen maar voor de belangen van hun
eigen kind opkomen. En wat te doen met meidengroepjes, die dolgraag bij elkaar
willen blijven, maar die wat speelsterkte betreft in verschillende teams
thuishoren? Hoe moeten die belangen worden afgewogen…?
Men
kan ook een externe belangenkaart maken, waarin de invloeden van buiten de
club op de jeugdafdeling overzichtelijk worden weergegeven.
Bij
gemeentelijke belangen kan worden gedacht aan sportvelden en accommodaties die
door de gemeente worden onderhouden. Maar die moeten dan ook een behoorlijk
bezettingsgraad hebben, en dat strookt lang niet altijd met het jeugdbelang.
Bij de belangen van de bond, kan ook gedacht worden aan het inschakelen van
kinderen bij belangrijke internationale wedstrijden. Zo mogen kinderen
Fair-Play vlaggetjes omhoog houden en wat te denken van ballenjongens en
–meisjes. Voor veel kinderen wellicht een hoogtepunt van hun jeugdsportperiode
, om zo dicht bij de sportende toppers van hun tijd te verkeren. Toch kijken
sommige mensen ook met afgrijzen of gene naar bijvoorbeeld ‘de gedrilde
tennisslaafjes op Wimbledon’ … De vraag die hier speelt luidt: waar blijven de
belangen van de jeugdleden in dit krachtenspel?
En natuurlijk moet in dit verband ook iets gezegd worden over de belangen van de sponsors van de club. Heel wat jeugd loopt met een logo van een sponsor van de club op hun shirt. Het gebeurt nogal eens dat een lokale winkelier het clubtenue van een bepaald team voor zijn rekening neemt. Soms ziet dan alleen de selectie er prachtig uit en lopen anderen er wat sjofel bij. Hoe moet men zich dan opstellen als bestuur? En wat te doen als de sponsor dreigt de subsidie te staken omdat het team helemaal onderaan staat in de competitie? Vele sponsors willen winnaars, nietwaar?
Tips
Probeer bij interne conflicten in de club, de belangen van de jeugdsport daarbuiten te houden. Maak daar desnoods aparte afspraken over.
De jeugdcommissie is bij uitstek de belangenbehartiger van de jeugd. Het is aan te bevelen dat in hun taakstelling ook uitdrukkelijk op te nemen.
Belangenconflicten of belangenconfrontaties komen veelvuldig voor. En dat hoeft lang niet altijd voor de club een echt probleem te worden. Bedenk echter als club wel een procedure voor dat soort situaties.
Roken in de kantine? Is er ook een jeugdbelang? En bij het nuttigen van alcoholische dranken?
Terug naar artikel hoe maak je een jeugdbeleidsplan
Zie ook verder artikelen Selecteren , Scouten en Meisjes en jongens voetballen samen, Wedstrijdsport spanning tussen selectie en meedoen.
Artikel afkomstig uit Werkboek voor de sportvereniging Jeugdsport, Een verhaal apart.