
Voorbeeld uit KNVB opleidingboek " Zo doen wij dat effies" blz. 52
-Veldafmetingen-Benodigd
materiaal
Twee doelen (of vier pilonnen), drie telpilonnen, tien markeringshoedjes en
drie ballen zijn nodig om het spel met vier kinderen te kunnen spelen.
-Spelverloop
Vanaf een plek tussen de markeringshoedjes proberen in één van de kleine
doelen te schieten. Deze "gaten in de schutting" worden door de keeper
("buurman") verdedigd. Wanneer alle ballen zijn geschoten, wordt er
gewisseld met een wachter.
-Spelregels
en regelingen
De
schutter moet de bal stil leggen op de denkbeeldige lijn tussen de
markeringshoedjes; de helpers blijven aan de kant staan
De bal wordt gehaald door de helpers die de ballen snel weer op de hoedjes
leggen
Bij een doelpunt zet de teller een telpilon overeind
Wanneer de drie telpilonnen overeind staan, wordt er gewisseld: de schutter
wordt keeper, de teller wordt schutter, één helper wordt teller en de andere
helper blijft dat nog een ronde
Als de keeper een bal heeft gevangen, rolt hij deze naar de zijkant zodat de
schutter de bal daar kan halen en weer achteraan kan sluiten.
Terug naar Oefenvormen F - Pupillen