Oefenvormen Pingelspel duel 1 tegen 1 (vier doelen)

 

Voorbeeld uit KNVB opleidingboek " Zo doen wij dat effies" blz. 57

-Veldafmetingen
Het totale speelveld bedraagt 20 x 15 meter.

-Benodigd materiaal
Acht pilonnen, zes markeringshoedjes, een hesje en drie ballen zijn nodig om het spel met twee kinderen te kunnen spelen.

-Organisatie
Zes hoedjes bakenen een veld van 20 x 15 meter af
Vier doelen (gemaakt van twee pilonnen) staan op de doellijn in het veld. De doelen zijn twee meter breed
Er ligt een bal klaar in het veld en twee reserveballen buiten het veld
Bij een oneven aantal spelers is er één speler die in de VIP-box met de reservebal wacht. Wisselen als er drie keer bij een speler is gescoord of bij één doel nog maar één pilon staat.

-Spelverloop
Er zijn twee spelers per veld, die allebei twee kleine doelen moeten verdedigen en mogen scoren op een van de doelen van de tegenstander.

-Spelregels en regelingen
De speler zonder hesje mag beginnen bij zijn eigen doel

Na een score moet de doelpuntenmaker het eigen doel een voetlengte groter maken

De speler, bij wie gescoord is, krijgt de bal uit

Deze mag starten als de andere speler weer bij de (één van de) eigen doelen staat

Speelt een speler de bal buiten het veld, dan haalt hij zelf de bal en geeft die aan de tegenstander, die de bal met de voet in het speelveld dribbelt.

- Terug naar KNVB trainerscursus

  - Terug naar Coaching- Trainingtips

  - Terug naar Oefenvormen F - Pupillen

-  Terug naar Oefenvormen E - Pupillen

  - Terug naar Oefenvormen D - Pupillen