Oefenvormen - Het pingelspel duel 1 tegen 1
Dit voorbeeld is afkomstig uit het KNVB opleidingsboek F-Pupillentrainer ' Zo doen wij dat effies' blz. 55
Trainingsvorm - Pingelvorm
Veldafmetingen:
veldje van 20 x 15 meter
Benodigd materiaal:
6 markeringshoedjes, 8 pilonnen, (bij drie spelers 14), 1 bal (2 reserveballen aan speelveldrand)
Spelverloop:
Twee spelers per veld, die allebei twee kleine doelen (twee meter breed) moeten verdedigen en mogen scoren op een van de doelen van de tegenstander. Degene die scoort moet zijn eigen doel vergroten met een voetlengte. De speler bij wie gescoord is die krijgt de bal uit. Hij mag starten als de ander weer bij een van zijn eigen doeltjes staat. Speelt een speler de bal uit het veld, dan haalt hij zelf de bal op en legt hem klaar voor de tegenstander op de plaats waar deze buiten ging. De bal wordt dan weer dribbelend het speelveld in gebracht.
Variaties:
Bij drie personen staat derde persoon bij het scorebord (3-3 pilonnen)
Hij houdt de score bij, als er drie pilonnen om zijn mag winnaar blijven staan. Verliezer gaat bij scorepilonnen staan.
Het speelveld vergroten als er te weinig vrije ruimte is om te pingelen.
In plaats van twee doeltjes, drie pilonnen naast elkaar zetten. Wordt een van de pilonnen omgeschoten dan neemt de doelpuntenmaker de pilon mee en mag deze zelf bij zijn eigen pilonnenrijtje zetten.
Leermomenten:
Voor de pingelaar:
De bal binnen speelbereik houden op weg naar een doel
Kijken of een doel niet wordt afgedekt, zodat kan worden gescoord.
Tussen de bal en de tegenstander blijven (afschermen van de bal) als een tegenspeler dichtbij komt
Wegdribbelen in de vrije ruimte om een nieuwe aanval te kunnen opbouwen.
Voor de afpakker:
Tussen het eigen doel en de pingelaar blijven en het eigen doel zo goed mogelijk afdekken
De doorgang van een pingelaar afsluiten en de bal afpakken
- Terug naar KNVB trainerscursus
- Terug naar Coaching- Trainingtips
- Terug naar Oefenvormen F - Pupillen