
Voorbeeld uit KNVB opleidingboek " Zo doen wij dat effies" blz. 45
-Veldafmetingen-Benodigd
materiaal
Negen pilonnen (zes als doel en drie als telpilon), zes markeringshoedjes,
een hesje en drie ballen zijn nodig om het spel met zeven kinderen te kunnen
spelen.
-Organisatie
Drie doelen (gemaakt van twee pilonnen) staan in één lijn met een
onderlinge afstand van ongeveer 1.50 meter. De onderlinge afstand tussen de
markeringshoedjes van één tweetal bedraagt ongeveer tien meter
Voor
elke speler ligt een kampioenshoedje klaar
Voor elk tweetal ligt een bal klaar en een hesje voor de verdediger
De drie telpilonnen staan op het midden
Er wordt gestart met zeven spelers.
-Spelverloop
De tweetallen die tegenover elkaar bij een markeringshoedje staan, proberen
door het doel de bal heen en weer te spelen zonder dat de keeper de bal kan
afpakken. Wanneer de keeper bijvoorbeeld vijf keer een bal heeft afgepakt of
weggetikt, is het spel ten einde en wijst de keeper een nieuwe aan. Hij speelt
nu zelf mee als schutter.
-Spelregels
en regelingen
Het spel start op het moment, dat de keeper het hesje aan heeft .
De keeper kan de bal alleen onderscheppen als die gespeeld is door de schutters
Bij elke onderschepping wordt er een telpilon overeind gezet: na drie
onderscheppingen wordt er gewisseld met een speler van een tweetal.
De schutters moeten van achter hun eigen markeringshoedje door het doel naar de
overkant schieten, zodanig dat de medespeler de bal gemakkelijk kan stoppen.
De schutters hebben allemaal een eigen markeringshoedje.
- Terug naar KNVB trainerscursus
- Terug naar Coaching- Trainingtips
- Terug naar Oefenvormen F - Pupillen