Kaboutervoetbal - Mini-pupillen
Voor iedere sportclub is de vraag van belang welke (minimum) toelatingsleeftijd men hanteert voor nieuwe leden. Bepaalt de club die zelf , of is ze meer gebonden aan de regels van een sportbond? Wanneer de club een eigen beleidsruimte heeft, dan dienen de volgende vragen zich aan:
Wat zijn de argumenten voor een bepaalde toelatingsleeftijd?
Zijn die argumenten gericht op het belang van de kinderen, of meer op het belang van de club?
Kijkt men alleen naar de leeftijd of let men ook op de ontwikkeling van het kind en of er mogelijk een talent in het kind schuilt?
Gelden er vaste regels of kan men daar zo nodig van afwijken?
Als men besluit kleuters tot de club toe te laten, heeft men dan ook goede voorzieningen en zijn er trainers/spelleiders die deze groep kinderen goed kunnen opvangen en begeleiden?
Hoe wordt daarover gecommuniceerd met ouders?
Wanneer begint men met wedstrijdjes bij de jonge kinderen?
Gehoopt mag worden dat de club goed heeft nagedacht over deze vragen. Zeker bij die takken van sport, waarbij tot voor kort nog niet met zulke jonge kinderen werd gewerkt. Belangrijk lijkt ook dat men een vorm van goede communicatie met de ouders heeft, waarbij men zich openstelt voor hun vragen, maar tegelijk ook goed duidelijk kan maken hoe de club zich de begeleiding van kleuters voorstelt. Een mogelijkheid kan zijn een vragenlijst die de ouders voorgelegd kan worden, wanneer ze hun kind komen aanmelden. Daar zou een uitnodiging bij kunnen zitten om een training of een spelles bij te kunnen wonen. Dan hebben ouders een goed beeld van de sportieve activiteiten en van de mensen van de club, waar ze hun kind aan toevertrouwen.

Tips:
Spelplezier voor jonge kinderen?
Jonge kinderen hebben grote behoefte aan bewegen, ook aan divers bewegen. Een poos stilstaan om uitleg te geven is voor de kleintjes een ramp. Er moet dus gezorgd worden voor een divers bewegingsaanbod.
Het kind moet in een veilige sfeer kunnen spelen en sporten. De sfeer wordt voor een belangrijk deel door de leiding bepaald. Geef het kind voldoende individuele aandacht. En als de groep te groot is, zorg dan voor een tweede begeleider of assistent, zodat men elkaar kan aanvullen.
Complimentjes geven werkt bij jonge kinderen vaak beter dan het geven van kritiek. Kinderen moeten zich gestimuleerd weten.
Praat in een taal die de kinderen vatten. Een open deur natuurlijk, maar toch...
Spanningsveld tussen spel en sport?
Een gedreven trainer bereid zijn zaken goed voor, maar "helaas" de jonge kinderen zijn volledig gericht op een kat die bezig is om een vogeltje te vangen. Ze zien de trainer niet meer staan. Dan kan er een bepaald spanningsveld ontstaan. De speelsheid van het kind (de kinderen) en de interesse in de dingen die om het kind heen gebeuren, aan de andere kant de regels van de sport en de voorbereidingen van de trainer.
Van groot belang wordt het dan hoe verschillende mensen naar zo’n situatie kijken. Vanuit welke gezichtshoek of vanuit welk belang wordt de situatie geinterpreteerd?
Ook sportleiders onderling geven verschillende betekenissen aan het gedrag van kinderen. Betekenissen die vaak door handelingen worden gevolgd. Een trainer die dit tafereel ziet, kan de kinderen krachtig tot de orde roepen om ze weer bij de les te krijgen, maar hij kan er ook vertederd naar kijken en ze geamuseerd de tijd gunnen om dit spelletje te spelen. Het is van groot belang dat ouders en leiding deze verschillen in betekenisverlening bij elkaar onderkennen en in principe ook van elkaar accepteren. Maar er zijn natuurlijk ook grenzen aan tolerantie. Een trainer die voortdurend de speelbehoeften van jonge kinderen negeert, op een manier die hen van het plezier in bewegen berooft, kan beter uit de groep worden gehaald. Wellicht is hij in een andere groep beter op zijn plaats.
In de kindersport kan er een spanning bestaan tussen het kind nog het spel gunnen en daarnaast de kinderen voorbereiden op de sport. Nu worden de begrippen sport en spel in het dagelijks taalgebruik vaak verwisseld. Zo heeft men het over het voetbalspel. Boompje verwisselen is een hele sport om niet zonder boom te komen staan. Bij de kleuter hoort het kinderspel helemaal bij hun verschijning. Het jonge kind speelt heel intens en spontaan met de dingen. Die dingen kunnen werkelijk van alles zijn. Een tafel is de ene keer een huis en de andere keer een trein. Meestal is het kind heel erg individueel bezig en gaat het volledig op in zijn eigen fantasiewereld. Daar hoort geen trainer bij die het heeft over ‘het spel breed houden’ of ‘bij je man blijven’. Kinderen begrijpen ook vaak niet waar de trainer het in dit soort gevallen over heeft.
Kenmerken van het spel bij hele jongen kinderen:
Lekker bewegen: kinderen bewegen vooral om het genoegen van het bewegen zelf. Ze kunnen ook eindeloos genieten van het herhalen van bewegingen.
Laten zien wat je voelt: de kinderen uiten in hun bewegingen wat ze voelen. Een kind begint te springen als het ergens opgewonden van raakt.
Het meten van wat je kunt: een kind zegt: "Ik kan dit optillen, zwaar hoor."
Samen spelen: kinderen spelen om elkaar te ontmoeten
Spannend: bewegingssituaties kunnen spannend zijn voor kinderen en daardoor kunnen kinderen worden uitgedaagd om mee te bewegen.
Grote mensen doen het ook: kinderen imiteren op hun wijze datgene wat ze bij volwassenen zien
Het spel moet: spelen is niet een toevallige keuze van het kind, maar het is een noodzakelijke activiteit. Al spelend verkent het kind zijn wereld en zichzelf.
(bron: boek Jeugdsport, een verhaal apart)