Keeperkleding en handschoenen

Handschoenen

Handschoenen zijn het belangrijkste gereedschap voor een keeper. Waar moet je allemaal op letten? 

2. Gebruik en onderhoud van handschoenen

Schoenen

 

De meeste schoenen hebben als basis een zwarte kleur met witte accenten. Hierdoor past een dergelijke schoen bij elk willekeurig tenue. Uiteraard zijn je schoenen een belangrijk onderdeel van je presentatie en van je werktuig. Voor een keeperstrainer is het zelfs het belangrijkste werktuig. Zorg goed voor je schoenen, twee paar is ideaal. Je kunt de schoenen dan afwisselen en het leer de tijd geven om te herstellen. Vet leren schoenen regelmatig in: hierdoor blijft het leer soepel. Zet natte schoenen nooit bij de verwarming. Hierdoor droogt het leer uit.

Voor Jeugdkeepers luidt het advies om op schoenen met vaste noppen te spelen. Het blessuregevaar is dan minimaal. Dat is anders voor senioren keepers, die hebben voor een optimale grip meer aan schoenen met schroefnoppen.

Voetbalschoenen die van leer zijn gemaakt, moeten passend gekocht worden. Leer zal in de breedte wel iets uitlopen, maar nooit in de lengte. Pas de schoenen met de sokken waarmee je de wedstrijden speelt. Het maakt niet uit of je speelt met sokken met of zonder een badstof voet. Schoenen die te groot zijn gaan schuiven, waardoor blaarvorming kan ontstaan. Ook heb je dan minder balgevoel. Verder geldt dan hetzelfde als bij handschoenen: train eerst een of meerdere keren met de schoenen voordat je er een wedstrijd mee gaat spelen.

Er is een fabrikant die een specifieke keeperschoen heeft ontwikkeld,

De verschillen zijn:

Kleding 

 

Kleding moet in de eerste plaats functioneel zijn: dat betekent voor een keeper dat de kleding je moet beschermen tegen weersinvloeden en tegen blessures. Daarnaast heeft kleding ook een optisch effect: kleding bepaalt voor een belangrijk gedeelte je uitstraling.

Een keeper die met een tenue op het veld verschijnt dat op-en-top in orde is, dwingt al bij voorbaat respect af bij zijn tegenstanders.

Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste kledingstukken:

 

1. Sokken:  deze moeten bij voorkeur wit zijn. Hierdoor lijk je als keeper groter. Een badstof voet zorgt voor een goede vochtopname.

Sokken mogen niet te kort zijn: ze moeten zonder problemen tot net onder de knieschijf opgetrokken kunnen worden.

 

2. Scheenbeschermers:  scheenbeschermers moeten het grootste deel van het onderbeen beschermen, maar ook niet zo groot zijn dat deze over de knieschijf komen waardoor irritatie ontstaat. Goede scheenbeschermers hebben een vaste sok met bescherming aan de zijkanten  tegen schoppen van een tegenstander. Het belangrijkste doel van deze sok is echter het verschuiven van de scheenbeschermer tegen te gaan. De beschermers hebben een klittenbandsluiting aan de bovenkant. Sommige modellen hebben deze sluiting halverwege zitten. Hierdoor worden de kuitspieren afgeklemd. Dit is dus niet aan te bevelen. De beschermer moet als het ware rond om  het onderbeen lopen voor een optimale bescherming.

 

3. Korte broek:  hierbij heb je verschillende variaties, van kort en zonder bescherming op de zijkant, tot halflang met polstering. Van deze bescherming hoef je overigens weinig te verwachten, want daarvoor is het gebruikte materiaal te dun. Beter kun je dan kiezen voor een extra neopreenbroek die je onder je korte of lange broek draagt. Dit materiaal beschermt tegen schaafwonden en heupblessures en houdt bovendien je spieren warm. De short moet passen bij je keepershirt. In de praktijk betekent dit dat bij een shirt met veel kleuren een zwart of wit exemplaar gedragen moet worden. Zwart heeft daarbij de voorkeur, ook omdat dit makkelijker te reinigen is.

 

4. Lange broek:  te dragen bij koud weer of bij harde velden. Dit betekent automatisch dat je ook best een lange broek in de zomer kunt dragen. Zeker bij amateurclubs zijn de 16-meter gebieden aan het einde van het seizoen totaal uitgesleten, waardoor de kans op schaafwonden groot is. Deze wonden genezen slechts langzaam bij een keeper. De lange broek moet aan de onderzijde een elastische band hebben , waardoor de pijpen niet te strak komen te zijn bij bewegingen van de keeper. Ook moet de broek een koordje hebben, zodat deze niet kan afzakken.

 

5. Shirt:  de keuze voor een shirt is veelal afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van een keeper of van het assortiment dat de kledingsponsor te bieden heeft. Moet het shirt bedrukt worden met een sponsornaam, dan moet je ook hiermee rekening houden. Er zijn vele theorieën over de kleur: fel of juist niet. Kies gewoon een shirt waar je je prettig in voelt en dat wel, belangrijk(!) voldoende afwijkt van het tenue van je ploeggenoten. Koop een shirt niet te krap. Meestal draag je er nog een T-shirt onder. Ook de lengte van het rugstuk moet lang genoeg zijn. Behalve dat het er onverzorgd uitziet wanneer het shirt uit de broek hangt, leidt het ook nog eens behoorlijk af als je met je handschoenen aan steeds het shirt in je broek moet stoppen.

 

6. Thermoshirt:  een thermoshirt draag je onder je keepershirt. Het shirt zorgt voor een goede afgifte van het transpiratievocht waardoor je altijd een droge eerste laag op je lichaam draagt. Het shirt moet lang genoeg zijn; in ieder geval niet korter dan het keepershirt. De naden moeten ‘blind’gestikt zijn, omdat anders door de wrijving de huid geïrriteerd raakt.

 

7. Keeperoverall:  in feite een onmisbaar attribuut voor elke keeper. Vooral in voor- en najaar wanneer het vaak regent, is een overall ideaal. Je hebt dan niet langer last van een shirt dat uit je broek gaat of van een trainingsjas die ‘opstroopt’. Hierdoor blijven met name je rugspieren langer warm en verklein je de kans op verkoudheid en griep. Koop ook de overall groot genoeg zodat je nog een shirt , broek of eventueel een trainingspak onder kunt dragen.

 

8. Regenjack:  moet uiteraard waterdicht zijn. Dit geldt ook voor de naden en de ritsen. Veel jacks gaan daar juist lekken. Koop een regenjack niet te klein: het wordt tenslotte over de andere kledingsstukken gedragen. Het materiaal is vaak kwetsbaar waardoor een regenjack tijdens de keeperstraining kan scheuren.

 

(Bron: Boek de Coach en zijn keeper - Maarten Arts.)

Boekentip:





De coach en zijn keeper
door Maarten Arts
Maarten Arts geeft in dit boek de hoofdtrainer handvatten om gericht met z'n keepers aan de gang te gaan. De rol van de keeperstrainer binnen de technische staf wordt daarbij uitgebreid belicht.

Paperback | 221 Pagina's | Eisma Businessmedia bv | 2003
ISBN10: 9053220216 | ISBN13: 9789053220214

Oefenvormen keepers

 

KNVB trainerscursus

Coaching- Trainingtips

Circuitmodel

 Oefenvormen F - Pupillen

Oefenvormen E - Pupillen

 Oefenvormen D - Pupillen

Keeperstrainingsinformatie

Trainingstipsstartpagina

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 08 mei 2008