Handschoenen
Handschoenen zijn het belangrijkste gereedschap voor een keeper. Waar moet je allemaal op letten?
De prijs/kwaliteitsverhouding: een jeugdkeeper hoeft niet te keepen met de
duurste handschoenen die er te koop zijn. De kracht van de schoten waarmee hij
te maken krijgt, vraagt niet om het beste en dus het duurste materiaal dat
beschikbaar is. Bovendien is het geen ramp wanneer hij eens een vangfout maakt.
Sterker nog, doordat de kwaliteit van de handschoenen minder is, zal zijn
vangtechniek alleen maar verbeteren. Een keeper die in de hoogste elftallen van
zijn club speelt, zal wel de behoefte hebben aan het beste materiaal wat binnen
zijn (financiële) mogelijkheden ligt. Advies aan amateur-keepers is om een paar
trainingshandschoenen aan te schaffen en ook een paar wedstrijdhandschoenen. Met
de trainingshandschoenen kun je dan een groot gedeelte van het seizoen trainen,
terwijl je wedstrijdhandschoenen ontziet. Veel keepers trainen en spelen met
dezelfde handschoenen. Hierdoor ben je in een seizoen veel duurder uit, omdat je
handschoenen dan binnen enkele weken versleten zijn.
De samenstelling van de handschoenen: een keeperhandschoen wordt samengesteld uit meer dan 15 verschillende delen, waarvan de foamlaag aan de binnenkant de belangrijkste is. Zachte foam heeft de beste grip, maar slijt het snelst.
De (pas) vorm van de handschoen: hangt sterk af van de persoonlijke voorkeur van de keeper. Bij de meeste modellen staan de vingers als in de zogenaamde 'komvorm'. Deze vorm ondersteunt de anatomische vingerstand op het moment van vangen.
De uitstraling van de handschoen: de uitstraling hangt vooral af van de kleur van de handschoen en de combinatie met de kleding van de keeper. Wanneer de handschoen een witte basis heeft, lijken de handen van de keeper groter. Wit past bovendien bij bijna elk shirt.
Koop de handschoenen nooit te klein. Het materiaal gaat iets krimpen wanneer het nat geworden is. Bovendien is bij een krappe handschoen de druk op de naden groot waardoor de kans op scheuren ontstaat. Bij een krappe handschoen zal ook de dempende werking van de foamlaag verminderen, omdat de foamlaag als het ware strak getrokken wordt. De handen van jeugdkeepers kunnen binnen een seizoen wel met 1 (handschoenenmaat) groeien. Koop de nieuwe handschoenen daarom nooit aan het einde van een seizoen, maar altijd net voordat het nieuwe seizoen weer begint.
2. Gebruik en onderhoud van handschoenen
Houdt de foamlaag altijd vochtig! De latex waaruit foam wordt gemaakt, is een natuurproduct. Zolang de handschoenen niet worden gebruikt kun je ze jaren in de kast laten liggen. Wanneer de handschoenen echter eenmaal gebruikt zijn, gaat het materiaal 'werken', waardoor je de handschoenen vanaf dat moment vochtig moet houden. Met name in de periode tussen de twee seizoenen moet je dit in de gaten houden. Je loopt het risico dat anders de foamlaag uitdroogt en de handschoenen onbruikbaar worden. Handschoenen die vochtig zijn zullen minder snel slijten. Bovendien is de grip van de vochtige handschoen beter. Bevochtig de handschoenen daarom voor de wedstrijd (en desnoods tijdens de rust) met water. Tijdens de wedstrijd kun je dan met een drinkfles of door simpel in je handschoen te spugen de foamlaag vochtig houden.
Was de handschoenen direct na de training of na de wedstrijd. Spoel de handschoenen uit met lauwwarm water. Zand- en grasresten verdwijnen dan op eenvoudige wijze uit de handschoen. Wanneer je dit pas later, na enkele dagen doet, zit het vuil al in de handschoen en kost het verwijderen veel meer moeite. Eenmaal thuis, spoel dan de handschoenen direct uit met lauwwarm water met daarin opgelost een klein beetje handwasmiddel. Trek daarbij de handschoen aan en wrijf met de andere hand over de handschoen. Uiteraard geen borstel gebruiken omdat dan de foam wordt beschadigd. Spoel daarna de handschoen goed na zodat de zeepresten verdwijnen. Leg vervolgens de handschoenen te drogen in een ruimte die op kamertemperatuur is. Leg de handschoenen niet bij de verwarming of in de zon: de foam droogt hierdoor uit. Wanneer de handschoenen zijn opgedroogd stop ze dan met de ruggen tegen elkaar in de handschoenentas, zodat de foamlagen niet aan elkaar kunnen plakken!
Speel nooit meteen een wedstrijd met een nieuw paar handschoenen. Vanuit de fabriek wordt de foamlaag van een handschoen beschermd, zodat het latex niet gaat werken. Deze beschermlaag beïnvloedt de grip van de handschoen negatief. Train daarom altijd eerst met een nieuw paar voordat je er wedstrijden mee speelt.
De foamlaag behoudt zijn grip totdat 50 procent hiervan afgesleten is. Zoals gezegd slijt de foam van een tophandschoen nogal snel. Niet door het vangen van ballen, maar vooral van het schuren van de hand over de grond. Hierdoor zullen op de meeste handschoenen vrij snel slijtplekken ontstaan. de grip van de handschoen zal hierdoor nauwelijks slechter worden. Pas wanneer meer dan 50 procent van de foam is verdwenen, zul je dit gaan merken.
Zorg dat je altijd een reservepaar handschoenen bij je hebt. Als reservepaar kun je oude 'wedstrijdhandschoenen' gebruiken. Er kan natuurlijk altijd iets gebeuren met je handschoenen: de klittenbandsluiting kan kapot gaan, of een tegenstander kan op de handschoen gaan staan waardoor ze scheuren. Wanneer het extreem nat weer is, kun je in de rust van een wedstrijd een droog paar aantrekken.
Schoenen
De meeste schoenen hebben als basis een zwarte kleur met witte accenten. Hierdoor past een dergelijke schoen bij elk willekeurig tenue. Uiteraard zijn je schoenen een belangrijk onderdeel van je presentatie en van je werktuig. Voor een keeperstrainer is het zelfs het belangrijkste werktuig. Zorg goed voor je schoenen, twee paar is ideaal. Je kunt de schoenen dan afwisselen en het leer de tijd geven om te herstellen. Vet leren schoenen regelmatig in: hierdoor blijft het leer soepel. Zet natte schoenen nooit bij de verwarming. Hierdoor droogt het leer uit.
Voor Jeugdkeepers luidt het advies om op schoenen met vaste noppen te spelen. Het blessuregevaar is dan minimaal. Dat is anders voor senioren keepers, die hebben voor een optimale grip meer aan schoenen met schroefnoppen.
Voetbalschoenen die van leer zijn gemaakt, moeten passend gekocht worden. Leer zal in de breedte wel iets uitlopen, maar nooit in de lengte. Pas de schoenen met de sokken waarmee je de wedstrijden speelt. Het maakt niet uit of je speelt met sokken met of zonder een badstof voet. Schoenen die te groot zijn gaan schuiven, waardoor blaarvorming kan ontstaan. Ook heb je dan minder balgevoel. Verder geldt dan hetzelfde als bij handschoenen: train eerst een of meerdere keren met de schoenen voordat je er een wedstrijd mee gaat spelen.
Er is een fabrikant die een specifieke keeperschoen heeft ontwikkeld,
De verschillen zijn:
De hiel is extra verhoogd om meer steun te geven bij de afzet.
De zool heeft extra noppen aan de voorkant van de schoen om de afzet beter te kunnen ondersteunen
De noppen aan de kant van de hiel staan verder uit elkaar voor een betere stabiliteit
Door de extra noppen aan de zijkant van de schoen, glijdt de keeper minder snel uit
Weatherproof leer: een 'normale' schoen neemt ongeveer 85% procent water op. Bij de speciale schoen is dat slechts 40%. De droogtijd wordt hierdoor verkort van 10 naar 4 uur. Ideaal wanneer je meerdere keren per dag of per week moet trainen.
Kleding
Kleding moet in de eerste plaats functioneel zijn: dat betekent voor een keeper dat de kleding je moet beschermen tegen weersinvloeden en tegen blessures. Daarnaast heeft kleding ook een optisch effect: kleding bepaalt voor een belangrijk gedeelte je uitstraling.
Een keeper die met een tenue op het veld verschijnt dat op-en-top in orde is, dwingt al bij voorbaat respect af bij zijn tegenstanders.
Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste kledingstukken:
1. Sokken: deze moeten bij voorkeur wit zijn. Hierdoor lijk je als keeper groter. Een badstof voet zorgt voor een goede vochtopname.
Sokken mogen niet te kort zijn: ze moeten zonder problemen tot net onder de knieschijf opgetrokken kunnen worden.
2. Scheenbeschermers: scheenbeschermers moeten het grootste deel van het onderbeen beschermen, maar ook niet zo groot zijn dat deze over de knieschijf komen waardoor irritatie ontstaat. Goede scheenbeschermers hebben een vaste sok met bescherming aan de zijkanten tegen schoppen van een tegenstander. Het belangrijkste doel van deze sok is echter het verschuiven van de scheenbeschermer tegen te gaan. De beschermers hebben een klittenbandsluiting aan de bovenkant. Sommige modellen hebben deze sluiting halverwege zitten. Hierdoor worden de kuitspieren afgeklemd. Dit is dus niet aan te bevelen. De beschermer moet als het ware rond om het onderbeen lopen voor een optimale bescherming.
3. Korte broek: hierbij heb je verschillende variaties, van kort en zonder bescherming op de zijkant, tot halflang met polstering. Van deze bescherming hoef je overigens weinig te verwachten, want daarvoor is het gebruikte materiaal te dun. Beter kun je dan kiezen voor een extra neopreenbroek die je onder je korte of lange broek draagt. Dit materiaal beschermt tegen schaafwonden en heupblessures en houdt bovendien je spieren warm. De short moet passen bij je keepershirt. In de praktijk betekent dit dat bij een shirt met veel kleuren een zwart of wit exemplaar gedragen moet worden. Zwart heeft daarbij de voorkeur, ook omdat dit makkelijker te reinigen is.
4. Lange broek: te dragen bij koud weer of bij harde velden. Dit betekent automatisch dat je ook best een lange broek in de zomer kunt dragen. Zeker bij amateurclubs zijn de 16-meter gebieden aan het einde van het seizoen totaal uitgesleten, waardoor de kans op schaafwonden groot is. Deze wonden genezen slechts langzaam bij een keeper. De lange broek moet aan de onderzijde een elastische band hebben , waardoor de pijpen niet te strak komen te zijn bij bewegingen van de keeper. Ook moet de broek een koordje hebben, zodat deze niet kan afzakken.
5. Shirt: de keuze voor een shirt is veelal afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van een keeper of van het assortiment dat de kledingsponsor te bieden heeft. Moet het shirt bedrukt worden met een sponsornaam, dan moet je ook hiermee rekening houden. Er zijn vele theorieën over de kleur: fel of juist niet. Kies gewoon een shirt waar je je prettig in voelt en dat wel, belangrijk(!) voldoende afwijkt van het tenue van je ploeggenoten. Koop een shirt niet te krap. Meestal draag je er nog een T-shirt onder. Ook de lengte van het rugstuk moet lang genoeg zijn. Behalve dat het er onverzorgd uitziet wanneer het shirt uit de broek hangt, leidt het ook nog eens behoorlijk af als je met je handschoenen aan steeds het shirt in je broek moet stoppen.
6. Thermoshirt: een thermoshirt draag je onder je keepershirt. Het shirt zorgt voor een goede afgifte van het transpiratievocht waardoor je altijd een droge eerste laag op je lichaam draagt. Het shirt moet lang genoeg zijn; in ieder geval niet korter dan het keepershirt. De naden moeten ‘blind’gestikt zijn, omdat anders door de wrijving de huid geïrriteerd raakt.
7. Keeperoverall: in feite een onmisbaar attribuut voor elke keeper. Vooral in voor- en najaar wanneer het vaak regent, is een overall ideaal. Je hebt dan niet langer last van een shirt dat uit je broek gaat of van een trainingsjas die ‘opstroopt’. Hierdoor blijven met name je rugspieren langer warm en verklein je de kans op verkoudheid en griep. Koop ook de overall groot genoeg zodat je nog een shirt , broek of eventueel een trainingspak onder kunt dragen.
8. Regenjack: moet uiteraard waterdicht zijn. Dit geldt ook voor de naden en de ritsen. Veel jacks gaan daar juist lekken. Koop een regenjack niet te klein: het wordt tenslotte over de andere kledingsstukken gedragen. Het materiaal is vaak kwetsbaar waardoor een regenjack tijdens de keeperstraining kan scheuren.
(Bron: Boek de Coach en zijn keeper - Maarten Arts.)
Boekentip: