|
Jongeren beoordelen
elkaar vooral op basis van de ervaringen die zij met elkaar opdoen, ongeacht
het geslacht en bestaande vooroordelen. Het gemengd voetballen heeft een
ommekeer gebracht in de benadering van jongens en meisjes.
Om deze reden is
toegestaan dat tot en met het 18e jaar (A-junioren) meisjes tegen of met de
jongens voetballen, met uitzondering van de landelijke A-junioren klassen.
Opvallend is , dat als jongens en meisjes met en tegen elkaar voetballen,
bestaande vooroordelen zeer snel verdwijnen en gerelativeerd worden. Niet het
geslacht maar individuele mogelijkheden van jongens en meisjes bepalen de
sfeer die heerst in gemengde teams. Spelers en speelsters in gemengd voetbal
worden beoordeeld op voetbalvermogen. 'Meisjes kunnen niet voetballen, jongens
wel' is er niet meer bij. Zonder uitzondering doen de meisjes, ook fysiek,
niet onder voor de jongens.
Paulien, 13 jaar,
spelend in een gemengd team, geeft duidelijk weer hoe er naar haar wordt
gekeken: 'Als je lang hebt gevoetbald, zoals ik bij de jongens, is er niks
anders. We zijn even hard, even goed, allemaal hetzelfde'. Het meisjesvoetbal
is echter eerder rolbevestigend dan roldoorbrekend. Meisjes die tegen meisjes
voetballen vinden allemaal, dat jongens over het algemeen beter kunnen
voetballen. De meisjes die in een gemengd team voetballen hebben een
positiever zelfbeeld en zijn zich bewuster van hun mogelijkheden. Ditzelfde
proces speelt zich ook af bij de begeleiding. De trainers van gemengde teams
geven hun mening over meisjes die voetballen genuanceerder weer. "Jongens
kunnen wat leren van de discipline en leergierigheid van meisjes. Daarom is
het goed dat er meisjes bij jongens voetballen'.
Gedragsverbetering
Tenslotte blijkt dat
jongens en meisjes zich ook buiten het veld positief gedragen. Vooral jongens
gedragen zich ineens veel socialer, zowel binnen als buiten het veld, volgens
de meisjes. Zo leveren meisjes dus een positieve bijdrage aan de
(voetbal)ontwikkeling in het algemeen. In plaats van de angst dat jongens in
het algemeen mindergoed voorbereid zouden worden op hun toekomstige
(top)prestaties, gebruiken jongens en meisjes elkaars kwaliteiten en krijgen
zij aldus een bredere, rijkere kijk op mensen.
De KNVB meent ook dat
jongeren ervan uit gaan, dat iedereen moet kunnen doen waar hij/zij zin in
heeft. En dat is winst in vergelijking met tien jaar geleden. Mensen moeten
geconfronteerd worden met elkaars mogelijkheden in gemengde groepen, om in te
zien welke mogelijkheden ieder individu heeft.
Niets nieuws onder de
zon trouwens, de aparte meisjes- en jongensscholen zijn op basis van dit idee
toch reeds jaren van het toneel verdwenen?
Gemengd voetbal en
de feiten
Gemiddeld:
-
Geen verschillen
in aanleg/talent tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen.
-
Pupillen, 0-12,
geen verschillen in mogelijkheden: fysiek/motorisch, mentaal en sociaal.
-
C-junioren, 12-14
jaar: Meisjes zijn sterker, sneller, groter, zwaarder dan jongens.
-
B/A Junioren,
14-18 jaar: Jongens worden sterker, sneller, groter en zwaarder dan
meisjes rond 15 jaar.
-
Gemengd voetbal
is goed voor zowel de voetbalontwikkeling, als de algemene ontwikkeling
van meisjes en jongens, omdat zij verschillende waarden inbrengen.
-
De beslissing om
meisjes samen met, c.q. tegen jongens te laten voetballen is gevolgd door
een explosieve groei in het aantal meisjes-leden. Het is de basis voor de
toekomst van het meisjesvoetbal!
Het gemengd
voetballen van meisjes en jongens in de B-junioren wil echter nog wel eens tot
discussies leiden. Hieronder volgen de argumenten die aangeven waarom in de
meeste gevallen gemengd voetballen gunstig is voor de ontwikkeling van zowel
meisjes als jongens.
Argumenten
Technisch
-
Het meisje speelt
(veelal van jongs af aan) volwaardig mee met de jongens: vaak is zij zelfs
verder in haar (voetbal)ontwikkeling, omdat meisjes over het algemeen
eerder in de puberteit komen dan jongens.
-
Meisjes van 14
jaar zitten in een andere fase van het voetballeerproces dan dames
(senioren), maar zitten in dezelfde fase als de jongens van hun leeftijd.
-
Een meisje van 14
jaar is nog niet toe aan damesvoetbal. Zij blijkt in de praktijk
veelal in een 2e seniorenteam terecht te komen, dat haar
ontwikkeling niet ten goede komt (minder voetbalvermogen in het team plus
meer fysieke kracht heeft als resultaat dat het talent zich niet
ontwikkelt).
-
Positieve werking
op de ontwikkeling van het damesvoetbal op nationaal en internationaal
niveau. In de belangrijke fase 14-16 jaar kunnen talenten zich op
clubniveau ontwikkelen.
-
Een meisje van 14
jaar kan altijd ingedeeld worden op het niveau dat overeenkomt met haar
mogelijkheden, ambities en beleving: B-junioren (B1, B2, B3 etc indien
aanwezig); evt. meisjesjunioren 15-18 jaar dames (zie organisatorisch).
-
Doordat een
meisje van 14 jaar gemiddeld verder is in haar (sport)ontwikkeling dan een
jongen van 14 jaar kan zij een zeer positieve bijdrage leveren aan de
ontwikkeling van de jongens uit haar team...
Lichamelijk/fysiek
-
Dames
(senioren)-leden zijn gemiddeld groter, sterker, sneller, zwaarder etc.
dan meisjes van 14 jaar.
-
Volwassenen
hebben een hogere trainingsleeftijd (het aantal jaren dat er gesport is),
waardoor het specifieke voetbaluithoudingsvermogen groter is dan van
meisjes van 14 jaar.
-
Meisjes van 12-14
jaar zijn gemiddeld groter, sterker en hebben een beter
uithoudingsvermogen dan jongens van die leeftijd. Dit verschil "halen
de jongens in" in de periode 14-16 jaar.
-
Meisjes van 14
jaar zitten in de puberteit en zijn nog niet uitgegroeid. Het is
onmogelijk de belasting binnen een training en wedstrijd met vrouwen
(senioren) af te stemmen op de belastbaarheid van het meisje in de groei.
De enige mogelijkheden die ter beschikking staan: training overslaan,
extra rustmomenten in de training, wisselen van de speelster (geen
volledige wedstrijden spelen). Dit komt niet ten goede aan de lichamelijke
ontwikkeling van de speelster (overbelasting wordt met noodgrepen
tegengegaan of niet herkend, waardoor blessures ontstaan: spierblessures,
overbelasting pezen en gewrichten, rugklachten). Daarnaast zal zij tot
minder voetbalminuten (training en wedstrijden) komen, dan wanneer zij
traint/speelt afgestemd op haar ontwikkelingsfase.
Pedagogisch/ontwikkelingspsychologisch
-
Met en tegen
elkaar spelen heeft een positieve uitwerking op een completer en
gevarieerder opgroeien. Vergelijk de achtergronden van co-educatie, wat
bijvoorbeeld heeft opgeleverd het verdwijnen van meisjes- en
jongensscholen.
-
Persoonlijke
(sport)ontwikkeling met leeftijdsgenoten verloopt gelijkmatig, het kind
hoeft niet geforceerde sprongen te maken in denken en doen om 'erbij' te
horen.
-
Het meisje kiest
heel bewust voor het (blijven) spelen met jongens. Het blijkt dat deze
meisjes beter weten wat ze in de sport en in haar maatschappelijke carrière
willen bereiken. Deze meisjes hebben veelal het voornemen om verder te
gaan in de sport. Gevoelsmatig hebben zij de beroepskeuze al gemaakt.
-
Meisjes die
gemengd voetballen spelen zijn zelfbewuster. Zij weten beter wat ze wel en
wat ze niet kunnen, wat ze wel en wat ze niet willen. Meisjes die met en
tegen meisjes voetballen, zijn opvallend vager in hun zelfbeeld.
Sociaal
-
Doorstromen met
vriend(inn)en (dat zijn hun voetbalmaatjes; in dit team horen ze,voelen
zij zich thuis)
-
Jongens en
meisjes uit gemengde teams kijken met een reëlere blik naar elkaar. Het
blijkt dat vooroordelen doorbroken worden. (De jongens en meisjes
beoordelen elkaar op (voetbal)vermogen en niet op geslacht)
-
De doorbreking
van vooroordelen uit zich in een meer evenwichtige sfeer binnen de groep,
waardoor er andere accenten worden gelegd (zoals eerder gericht zijn op de
teamprestatie in plaats van op de individuele prestatie). Een vergelijking
kan men maken met het proces van integratie in politiekorpsen.
Organisatorisch
-
Clubs geven aan
dat de meisjes volwaardig teamlid zijn. Bij het wegvallen van enkele
teamleden ontstaan problemen met het in competitie brengen van het
B-juniorenteam.
-
Problemen als
douchen etc. blijken in de praktijk altijd opgelost te worden en worden
nooit als knelpunten aangegeven.
-
Geen
meisjesvoetbal in de buurt, in 17 regio's bestaat geen competitie 15-18
jaar. (Bij bijvoorbeeld verplicht invoeren vallen zowel meisjes- als
damesleden weg, omdat binnen een vereniging noch een volledig meisjesteam
15-18 jaar, noch een volledig damesteam te vormen is.
-
Uit de enquêtes
blijkt dat veel meisjes stoppen met voetballen als zij op 14-jarige
leeftijd de overstap moeten maken naar het dames (=senioren) voetbal,
waardoor men niet kan stellen dat door het gemengd voetbal de ontwikkeling
van het meisjesvoetbal 15-18 jaar stagneert. Wel kan gesteld worden dat
uitbreiding van gemengd voetbal een positieve impuls zal gaan geven voor
zowel het ledenaantal als de ontwikkeling van het niveau van het
damesvoetbal.
Lees ook
artikelen selecteren,
indelen in groepen,
wedstrijdsport
spanning tussen selectie en meedoen, en
scouten.
Tekst overgenomen uit
boek Coachen van Jeugdvoetballers KNVB uitgave 2000
Artikel afkomstig uit KNVB opleidingsboek
Coachen van jeugdvoetballers.
|