De Scheidsrechter
Zonder scheidsrechter
geen wedstrijden! Er moet iemand zijn die de wedstrijd in goede banen leidt.
Die iemand is de scheidsrechter. Hij , en alleen hij, beoordeelt wat er op het
veld gebeurt en hecht daar al of niet zijn goedkeuring aan. Op het moment dat
hij het veld voor de wedstrijd betreedt, heeft hij het recht van beslissing.
Hij kan twee soorten straffen uitdelen: spelersstraffen - vrije schoppen en
strafschoppen en persoonlijks straffen - vermaning, waarschuwing en
verwijdering. De scheidsrechter kan dit laatste op twee manieren doen. De gele
kaart is waarschuwing en de rode kaart is veldverwijdering.De scheidsrechter zal
erop toezien dat niemand zonder zijn toestemming het speelveld betreedt. Dat
geldt ook voor de verzorger die zo graag een geblesseerde speler zou willen
helpen. Natuurlijk mag een trainer/coach zich niet met de leiding bemoeien.
Het is hem alleen toegestaan vanaf de zijkant of indien aanwezig vanuit de
instructiezone, aanwijzingen te geven, zolang hij dat op een beschaafde en
niet hinderlijke manier doet. Bij het amateurvoetbal kan aan personen op de
bank de gele of rode kaart worden getoond, indien zij zich 'onsportief' of
'zeer kwetsend' gedragen.
De Scheidsrechter en assistent scheidsrechters komen op correcte wijze het veld op. Zij gaan naar het midden van het veld om te tonen dat zij aan het spel deelnemen. De uitrusting van de scheidsrechter: het shirt met het embleem van de KNVB of van een afdeling, wanneer hij daarin fluit, een fluit plus een reserve-exemplaar, een muntstuk voor de toss, een stopwatch en een opschrijfboekje.
De scheidsrechter moet nooit met zijn handen aan de spelers komen. Vooral ook om geen reacties van de spelers uit te lokken. De scheidsrechter op de tweede afbeelding maakt met zijn opgestroopte mouwen en afgezakte kousen een onverzorgde en weinig geïnteresseerde indruk.
Op de foto scheidsrechter Jan Wegereef tijdens PSV-Feyenoord mei 2002, Rotterdams onderonsje...? |
1. De
scheidsrechter heeft altijd gelijk en al zit hij er een keer naast dan heeft
hij op dat moment toch gelijk. Deze spelregel moet spelers ingepompt worden.
Dus tijdens de training spelers hier in trainen door soms net naast de
waarheid te fluiten, de reactie van de spelers te testen en wellicht
corrigerend optreden.
2. In de training kan de coach de spelers leren om niet voor het minste geringste te appelleren bij een overtreding. Hij zal soms door het spel door te laten gaan bij spelers appelleren ontlokken. Soms levert het door te laten spelen voordeel op, soms heeft de scheidsrechter (de coach in dit geval) ongelijk. Ook dan moeten de spelers leren geen op- of aanmerkingen te maken.
Boekentips:
naar spelregelmenu
naar artikel imago scheidsrechters
naar de scheidrschter
naar de assistent scheidsrechter
naar clubondersteuning