Voetbal - Spelsystemen

beschikbaar gesteld door Martin van der Kaap

Elk voetbalelftal heeft structuur nodig. Een organisatie waarin de spelers weten wat er van hen verwacht wordt. Deze zogenaamde formaties worden meestal in cijfers weergegeven, waarbij achtereenvolgens het aantal verdedigers, middenvelders en aanvallers wordt genoemd. Zo betekent 4-4-2 dat een team met vier verdedigers, vier middenvelders en twee aanvallers speelt. 

"Voetbal is zelfexpressie binnen een georganiseerd kader"  Uitspraak van Roger Lemerre, oud bondscoach van Frankrijk. 

Evolutie van de Spelsystemen

Tot ca.1860: Systeem 1 - 10. Eén keeper en 10 aanvallers. De pass was nog een onderontwikkeld onderdeel van het voetbalspel, de dribbel was allesoverheersend en tactiek bestond nog niet. De keeper bracht de bal in het spel en tien ( of elf, of twaalf, of vijftien, afhankelijk wat afgesproken was ) man probeerden al dribbelend te scoren.

Na ca. 1860: Systeem 1 - 1 - 9.De meeste ploegen hadden inmiddels het nut van een verdediger ontdekt en speelden dus met één verdediger en negen aanvallers.

1863: Systeem 1 - 1 - 1 - 8. In 1862 was de Football Association opgericht ( zie Algemene Voetbalhistorie ) en vervolgens werd het mode om met een keeper, een verdediger, een driekwarter ( NB : bestaat ook in het rugby ! ) en acht aanvallers te spelen.

1870: Systeem 1 - 1 - 2 - 7. De zwakkere ploegen brachten het aantal aanvallers terug tot zeven. Men speelde toen met een keeper, een centrale verdediger, een links- en een rechtshalf, en in de voorste linie werd gespeeld met buitenspelers.

1872: Systeem 1 - 2 - 2 - 6. Een Schotse club, Queens Park, legde de nadruk op het overspelen van de bal. Het teamwerk werd steeds belangrijker, waardoor gezocht werd naar diepte in het team. De Schotse formatie ging bestaan uit een keeper, twee verdedigers, twee middenvelders en zes aanvallers.

1883: Systeem 1 - 2 - 3 - 5 ( Piramide )

Cambridge University zocht een manier om het succesvolle Queens Park-systeem te bestrijden en probeerde dit door een centrale middenvelder op te stellen. Majoor William Suddell, trainer van Preston North End, nam deze speelwijze snel over en werd hiermee in 1889 en 1890 winnaar van de Engelse League. De centrale middenvelder werd de bewaker van de balans in de ploeg, de man die de aanval en de verdediging verbond. Door deze wijziging in denkwijze kwam ook het begrip "dekken van de tegenstander" langzaam in zwang. De Engelse nationale ploeg nam in 1884 het piramidesysteem over, waarna ook Schotland volgde in 1887. Tot 1930 bleef dit systeem heel populair, hoewel soms met wat variaties. Rond 1915 speelde Notts County namelijk 1 - 1 - 1 - 3 - 5, daarbij inspelend op de spelregels. Vóór 1925 stond een speler namelijk buitenspel als hij dichter bij de doellijn van de tegenpartij stond dan drie tegenstanders.( zie ook : de Evolutie van de Spelregels ) De twee centrale verdedigers van Notts County, Morley en Montgomery, speelden hier handig op in. Eén van de twee schoof door naar het middenveld als de tegenpartij in de aanval was, waardoor de aanvallers van de tegenpartij die achter hem positie kozen, voortdurend buitenspel stonden als ze werden aangespeeld.

Legendarische Arsenal-trainer Herbert Chapman 1925: Systeem 1 - 3 - 2 - 1 - 4 ( Third Back ) Charles Buchan, speler van Arsenal, stelde aan zijn manager, Herbert Chapman, voor, om de centrale middenvelder van het piramidesysteem terug te laten zakken in de verdediging. Hij werd dan de nieuwe stopper. Om de opengevallen plaats op het middenveld weer in te vullen werd één van de aanvallers teruggehaald. Arsenal haalde hiermee aan het eind van de jaren '20 grote successen. Het was de voorloper van het WM-systeem.

1930 Systeem 1 - 3 - 2 - 5 / 1 - 3 - 2 - 2 - 3 ( WM)
Johnny Hunter van het Schotse Motherwell nam achterin de Arsenal-variant met een extra stopper over. Voorin werd niet 1 maar werden 2 aanvallers teruggehaald naar het middenveld. Hierdoor vielen in de dekking de poppetjes netjes op hun plaats . De buitenspelers werden gedekt door de linker- en rechterverdediger, de stopper nam de middenvoor voor zijn rekening. De teruggetrokken links- en rechtsbinnen werden gedekt door de links- en rechtshalf. Zo ontstond een W-vormige defensie en een M-vormige aanval, het 1-3-2-2-3-systeem. In Engeland werd dit systeem massaal overgenomen. Andere Europese landen en Zuid-Amerikaanse teams zochten vooral variaties met een extra defensieve middenvelder die naast de stopper zakte en een spits die assisteerde op het middenveld.
1935: Systeem 1 - 3 - 3 - 4 ( Verrou ) Oostenrijker Karl Rappan, trainer van de Zwitserse nationale ploeg, liet bij balverlies de stopper achter zijn twee verdedigers zakken, terwijl vanaf het middenveld ook een speler terugzakte, Deze speelwijze werd het Verrou(grendel)-systeem genoemd. Bij balbezit schoof de midhalf weer door, net als de stopper die weer vanachter zijn verdedigers kwam. Alfredi Boni nam dit systeem over en veroverde in 1953 en 1954 de Italiaanse titel met Internazionale. Het Zwitserse systeem wordt algemeen beschouwd als de voorloper van het Catenaccio. 

1935 Systeem 1 - 3 - 2 - 5 ( Slingerback ) Richard Dombi, de Hongaarse coach van Feyenoord, verzon deze variatie op het WM-systeem. Bij balverlies moesten twee middenvelders zich laten zakken naar de flanken om daar de buitenspelers te dekken, terwijl twee verdedigers naar binnen moesten knijpen en daar achter elkaar gingen spelen. De stopper moest daardoor opschuiven naar het middenveld, dat hij samen met de binnenspelers moest bespelen. Bij balbezit verliet een van de middenvelders zijn backpositie om samen met de binnenspelers ten aanval te trekken ( Slingerback !) 

1941 Systeem 1 - 3 - 4 - 3 ( Diagonaal ) Andere varianten op het WM-systeem, door Flavio Coste ( Flamengo ) en Ondino Vieira ( Fluminese ) variëren met een keeper, drie verdedigers, een defensieve middenvelder, een links- en een rechtshalf, een offensieve middenvelder en drie aanvallers.

1942 Systeem 1 - 4 - 3 - 3 ( Muralha ) Drie verdedigers, met nog een verdediger er achter, en twee verdedigende middenvelders. Dit systeem, ontworpen door Angelo Grizetti en verder uitgewerkt door Helenio Herrera, werd ook wel Muralha ( =fort ) genoemd.

1950 Systeem 1 - 4 - 2 - 4 Uruguay wordt in 1950 in Brazilië wereldkampioen met 4 - 2 - 4. Het team speelde eigenlijk het Verrou(grendel)-systeem, maar met een extra centrumverdediger. Het systeem wordt overgenomen door het Braziliaanse Santos, de club van( nieuwe ster ) Pelé.

1952 Systeem 1 - 4 - 2 - 4 Zéze Moreira (bondscoach van Brazilië) introduceert de zonedekking bij de Pan-Amerikaanse Spelen in Peru. De middenvoor wordt nu een afmaker en tevens hulpje voor de twee middenvelders. Beroemde spelers als Garincha, Didi, Gerson en Jairzinho spelen bij Botafogo in dit systeem.

1954 Systeem 1 - 3 - 2 - 5 Hongarije probeert de defensie in het WM-systeem te ontregelen door de centrale aanvaller en de vleugelspelers iets te laten terugvallen en de binnenspelers diep te laten spelen. De aanvallende W wordt zo ook een M. De Duitse nationale ploeg lost dit in de WK-finale op door over het gehele veld een strikte mandekking te spelen. ( en versloegen de Hongaren daardoor met 3 - 2 )

1958 Systeem 1 - 4 - 2 - 4
Vicente FeolaBondscoach Vicente Feola van Brazilie toverde op het wereldkampioenschap van 1958 twee verrassingen tevoorschijn: een 17-jarige aanvaller die naar de naam Pele luisterde en een opstelling die bedoeld was om het stopperspilsysteem te beteugelen. Zijn revolutionaire 4-2-4 systeem leunde op een muur van vier verdedigers, met daarvoor twee controlerende middenvelders, die het spel razendsnel naar de vier aanvallers verplaatsen.  Tijdens de WK van Zweden bereikte het 4 - 2 - 4 zijn hoogtepunt door de triomftocht van de Brazilianen. Voor de Brazilianen was dit systeem de natuurlijke opvolger van de Diagonaal. Bovendien maakte Nilson Santos furore door als linkerverdediger mee op te komen en een historisch goal te maken. Aanvaller Zagallo laat zich voortdurend terugvallen naar het middenveld, waardoor het systeem erg veel op 4 - 3 - 3 gaat lijken.
 
Helenio Herrera, de trainer van Inter Milan in de jaren zestig1960 Systeem 1 - 5 - 2 - 3 ( Catenaccio ) Catenaccio is Iteliaans voor 'grote ketting'. Het systeem is heel verdedigend en richt zich meer op het voorkomen van doelpunten dan op het maken ervan. De Italiaanse competitie werd in deze jaren overspoeld met buitenlandse sterspelers. De arme clubs zoeken naar tactische oplossingen, en ergo : zeven/acht man achter de bal : Catenaccio. Trainer Herrera gebruikte dit systeem bij  Internazionale voor het eerst. Hij speelde in die dagen met een ausputzer, vier mandekkers, twee middenvelders en drie aanvallers. Het was succesvol , maar omdat er zo weinig bij wordt gescoord houden veel liefhebbers niet zo van het systeem. 
 
1962 Systeem 1 - 4 - 3 - 3
Aymore Moriera, leidde Brazilie in 1962 naar de wereldtitelSinds de jaren zestig is voetbal steeds verdedigender geworden. Zelfs een avontuurlijk, aanvallend team als Brazilie zag zich genoodzaakt een aanvaller te vervangen door een middenvelder. Met dit 4-3-3 systeem werden de Zuid-Amerikanen in 1962 en 1970 opnieuw wereldkampioen.  Het oude WM-systeem is volledig losgelaten. Bij Brazilië is Zagallo een linie gezakt, waardoor de ploeg nu werkelijk 4 - 3 - 3 speelt. Dit systeem wordt nog steeds veel gespeeld, maar tegenwoordig wordt het als een heel aanvallend systeem beschouwd. Echt vleugelspelers zijn vandaag de dag schaars, want veel trainers hebben liever degelijke, taakbewuste spelers dan wispelturige, onvoorspelbare dribbelaars.
 
1974 Systeem 1 - 4 - 3 - 3 / 1 - 3 - 4 - 3 ( Totaalvoetbal ) Op het WK van 1974 schitterde een Nederlands elftal door een tactiek, die door Rinus Michels bij Ajax tot ontwikkeling was gebracht, tot in perfectie ten uitvoer te brengen. Positiewisselingen, het gebruik van het gehele speelveld, tegenstanders vast zetten, pressie spelen m.b.v. de buitenspelval en op balbezit spelen met louter technisch en tactisch sterke spelers zorgt voor een prachtige voetbaldemonstratie van Totaalvoetbal. 4-3-3 werd bij balbezit 3-4-3, met een vrije verdediger die bij balbezit voor z'n verdediging schoof. Helaas werd de finale tegen Duitsland verloren. Totaalvoetbal is alleen uitvoerbaar als alle spelers heel precies weten wat ze moeten doen en heel goed kunnen voetballen. De laatste jaren worden steeds meer wedstrijden op het middenveld beslist, en daarom spelen steeds meer teams met wel vijf middenvelders. De meeste middenvelders moeten daarbij controlerend spelen, waardoor het aanvallend voetbal steeds zeldzamer wordt.
 

1980 Systeem 1 - 5 - 4 - 1 Tomaslav Ivic introduceert bij Anderlecht deze zeer defensieve speelwijze en haalt hiermee de nodige successen. 

1982 Systeem 1 - 4 - 4 - 2
De Engelse bondscoach Sir Alf Ramsey (1966)Brazilië maakte op het WK van Spanje indruk met een linkerspits (Eder) en een centrumspits, maar zonder rechterspits, met vier middenvelders, van wie er één een defensieve rol heeft. ( Falcao ) In het 4-4-2 systeem bestaan geen buitenspelers meer, maar het middenveld is wel sterker. Het systeem bewees zijn functionaliteit al veel eerder dan in 1982. In 1966, toen Alf Ramsey het Engelse elftal in deze formatie naar de wereldtitel leidde. De kracht van het systeem is dat twee blokken van vier spelers alle vijandelijke aanvallen kunnen opvangen. Nadeel is dat twee aanvallers vaak tegen een enorme meerderheid moeten opboksen en erg afhankelijk zijn van de steun vanaf het middenveld.

1984 Systeem 1 - 3 - 5 - 2  De Deense nationale ploeg van Sepp Piontek speelt met een libero, twee mandekkers, twee backs, een defensieve middenvelder, twee offensieve middenvelders en twee aanvallers. Op het WK van 1986 speelt de Argentijnse ploeg, met Maradonna in hun midden, hierop in. Echter zoekt Carlos Billardo eerst naar defensieve zekerheden en richt zijn ploeg in op, de toch altijd scorende, Maradonna. Hierdoor lijkt het systeem meer op 1 - 5 - 3 - 2. Dit systeem bereikt z'n hoogte punt tijdens het WK van 1990, met Duitsland als triomfator. In 1996 verovert Duitsland er het EK nog mee in Engeland.

 

1986 Systeem 1 - 4- 4 - 2 Tele Santana ( Brazilië ) gaat verder met zijn speelwijze, maar speelt nu met twee defensieve middenvelders. Sao Paolo haalt er in 1989 grote successen mee. In 1994 wordt Brazilië wereldkampioen met vier verdedigers op lijn, twee defensieve middenvelders, twee offensieve middenvelders die veelvuldig naar binnen trekken om ruimte te maken voor zeer offensieve backs, en twee aanvallers.

 

 

Copyright © 1999 - 2008 Jeugdvoetbaltips | Disclaimer Mail de webmaster  Laatste upload op: 12 mei 2008