Inleiding
Jarenlang binnen en buiten de
landsgrenzen geroemde voetballeermethode voor jeugdvoetballers. Zijn boeken
zijn nog steeds te koop of in de bibliotheek te vinden. Accent bij deze
leermethode is generaliserend gesteld voor 99% gericht op de balbeheersing.
Ondertussen heeft de KNVB de Zeister Visie onder
de aandacht gebracht. Een Jeugdvoetbal opleidingsplan dat nog wel gebruik
maakt van de Wiel Coerver Methode maar het niet meer centraal stelt. Omdat deze
visies regelmatig opduiken in de voetbalwereld en veelvuldige discussies tot
gevolg hebben, een beknopte uitleg van beide visies.De Vaststelling
Ik heb ondanks mijn succes in vele
landen, nog steeds geen trainer bezig gezien, die de jeugd opleidt met
baltechnieken (die topspelers benutten om uit te blinken), en ze zo vaak liet
herhalen tot zij die technieken ook beheersen.
Naar aanleiding van dit trieste feit moeten we de individuele en offensieve
kwaliteiten van de topspelers analyseren en deze aan de jeugd aanbieden door
regelmatig en gericht te oefenen; zodat het attractieve in een wedstrijd
centraal staat. Hiervoor komen de mensen immers naar het voetbal kijken, niet
om het kick en rush of werkvoetbal.
Samenvattingen op de televisie komen geflatteerd over doordat die schaarse
hoogtepunten in een paar minuten zijn samengeperst, en omdat het restant van
de speeltijd slaapverwekkend was. Op het hoogste niveau overheerst fysieke
kracht, moeten de spelers zich ondergeschikt maken aan de te volgen tactiek,
mogen ze geen risico nemen omdat balverlies ten koste van alles moet vermeden
worden. De fysieke en conditionele gesteldheid van de spelers zijn de laatste jaren
bijzonder opgevoerd maar hun technische en creatieve ontwikkeling hebben
nagenoeg stilgestaan.
Onze velden worden bevolkt met middelmatige werkvoetballers die bedreven zijn
in het uitschakelen van hun directe tegenstander, maar die eens ze in balbezit
zijn, een machteloze indruk maken.
Het is voor onze trainers eenvoudiger een speler op te leiden om de
tegenstander het scoren te beletten, in plaats van spelers die met
oogstrelende acties scoringskansen creëren tegen een muur van conditionele
verdedigers. Als kijkspel wordt voetbal steeds oninteressanter, maar ook om zelf te
voetballen wordt het niet leuker op, de jeugd haakt af en kiest voor andere
sporten, waar wel progressieve trainingsopvattingen worden gehanteerd.
Tijdens de voetbaltrainingen tref ik de gekste dingen aan. De voetbaljeugd die
staat te popelen om zoveel mogelijk technische vaardigheden met de bal aan te
leren, wordt voortdurend lastig gevallen met stretchoefeningen, rondjes rond
het veld, om paaltjes sprinten, enz. Tijdens de tennistrainingen zie ik geen
tennissers over het net springen, of zwemmers of turners die rond het zwembad
of turnzaal hollen.
En wanneer bij onze voetballers er eigenlijk ballen op het veld verschijnen
moeten ze minuten lang wachten tot ze een beurt krijgen. (filetrainingen).
De jeugd ontdekt andere dingen die leuker zijn dan op een voetbalveld achter
een bal aan te hollen, zodat het leerproces stagneert. Succes met de bal, is de reden waarom een bepaalde sport met plezier wordt
beoefend.
Men kan blijven praten in technische commissies, studie- en adviesgroepen, nog
meer rapporten samenstellen, met trainingsschema's zwaaien; wanneer men de
jeugdopleiding van een voetballer analyseert en vergelijkt met andere sporten,
kom je tot de conclusie dat de voetballerij hopeloos faalt. De jeugd moet
opgeleid worden door trainers die alle onderdelen foutloos kunnen voordoen,
schijn- en passeerbewegingen of andere baltechnieken van Pele, Cruijff,
Maradonna, Romario, Van Basten, enz.
In andere sporten is het aantal herhalingen om een bepaalde techniek foutloos
te leren spectaculair vermeerderd. De gemiddelde jeugdspelers heeft slechts
enkele minuten daadwerkelijk balcontact per week, en daarbij leren ze nog hoe
ze een ander het voetballen onmogelijk moeten maken. Mensen die beweren dat voetbal simpel zou zijn, begrijpen er niets van.
Voetbal is alleen simpel voor de weinige topspelers die zich met hun
superieure technische vaardigheden, op snelheid, in een kleine ruimte, onder
druk , meerdere tegenstanders moeiteloos kunnen passeren. Daarbij worden deze
spelers niet betaald om ballen te heroveren, werkvoetbal te brengen, maar om
toeschouwers naar het voetbal te brengen.
Ondanks dat voetbal een collectieve sport is moeten we de individuele
kwaliteiten van een speler benutten, om met de bal aan de voet te leren
domineren over hun tegenstander.
Zij die nog steeds verkondigen dat spel- en wedstrijdvormen de basis van een
jeugdopleiding zijn, moeten maar eens ontdekken hoeveel uren intensief trainen
noodzakelijk zijn om met de baltechnieken van de sterspelers in een moeilijke
1 tegen 1 situatie de bal in het bezit te houden.
NEE, de backs en de vrije verdediger mogen niet over de middellijn komen, de
voorstopper moet zich vastbijten in de spits, bij balverlies moet iedereen
zich terug trekken voor het eigen doel, in balbezit moet risico absoluut
vermeden worden, ieder potentiële persoonlijkheid moet zich ondergeschikt
maken, want winnen is voor de meeste trainers belangrijker dan de technische
creatieve ontwikkeling van de spelers.
Bij selectiewedstrijden let men alleen maar op fysieke kracht, atletisch
vermogen en dat deze spelers 10 jaar later zich nog steeds handhaven op de
fysieke kwaliteiten, interesseert kennelijk niemand zolang er maar gewonnen
wordt. En dan vraagt men zich af waarom voetbal steeds minder een boeiende en
aanvallende sport aan het worden is.
De
Oplossing
De trainerscursussen die zijn
samengesteld, puilen uit van pietraat over tactische concepten,
wedstrijdanalyses en systemen die de spelers in aanvallend opzicht toch niet
kunnen uitvoeren door een groot gebrek aan offensieve kwaliteiten. De docenten
weten alles over een Coopertest, parcourstrainingen, circuittrainingen,
intervaltrainingen, en andere fysieke en conditionele trainingen, die de
cursisten zich eigen moeten maken. Geen enkele techniek is met een stopwatch
of via een fluitsignaal te leren. Voor alles wat via een fluitsignaal of
stopwatch is ontwikkeld, is nog nooit iemand naar een voetbalwedstrijd komen
kijken. Topspelers en topteams zijn dus niet afhankelijk van een specifieke fysieke
opleiding, zelfs de toptrainers, die een schitterende voetbalcarrière achter
de rug hebben zijn afhankelijk van de kwaliteiten van hun spelers. Door hun
aangeboren talenten hebben ze weinig begrip voor de minder begaafden, die om
in een bepaald onderdeel uit te blinken, uren moeten oefenen. Ook al hebben de toptrainers er de tijd voor, ze missen de inspiratie,
overtuigingskracht en het geduld om spelers op te leiden die hun ideeën in de
praktijk kunnen uitvoeren. Ondanks het feit dat het maken van schijn- en passeerbewegingen het kenmerk is
van alle topspelers, is er nog nooit iemand uitgeput de kleedkamer
binnengekomen na een training van deze bewegingen. Dit ontkracht ook het
gezegde van al die trainers die trots vertellen, dat ze alles met de bal
trainen en na de training de jeugd voldoende tijd geeft om te herstellen.
Technisch zwakke spelers moeten niet hard trainen, ze moeten een bepaalde
techniek zo vaak herhalen, tot ze deze met een minimum aan inspanning kunnen
uitvoeren. Daarna kan zo'n oefening op volle snelheid, met weerstand en met
een tegenstander, worden herhaalt dat men de ideale wedstrijdconditie er
spelend door verwerft. Helaas is de werkelijk anders, als de spelers doodmoe, meestal van
onpersoonlijke en onrealistische trainingen, de kleedkamer binnen strompelen,
is coach, trainer, manager, bestuur, tevreden. Niemand vraagt zich blijkbaar
af of de spelers daadwerkelijk iets hebben bijgeleerd.
Ondanks deze vaststelling, is er nog veel te weinig zelfkritiek, altijd lag de
fout bij de jeugd, de een was te langzaam, de andere te weinig techniek,
inzicht, mentaliteit enz.... Niemand realiseert zich blijkbaar dat ze zelf niet in staat zijn geweest deze
tekortkomingen op te heffen. Tussen praten en doen ligt in de voetballerij een
wereld van verschil.
Wanner je als trainer niet intensief en gericht hebt geoefend om alles ZELF onder
de knie te krijgen, kun je het onmogelijk op anderen overbrengen. Daarom kun je al die mensen die zich met de jongste jeugd bezig houden, weinig
verwijten.
Diegenen die bij de nationale voetbalbonden verantwoordelijk zijn voor de
trainers opleidingen moeten de hand in eigen boezem steken en het eigen belang
niet langer laten doorwegen. De tijd is nog nooit zo rijp geweest om hier
verandering in te brengen want de bibliotheek met onrealistische oefenstof en
geestdodende tactische concepten is boordevol.
Men moet er eindelijk toe overgaan, trainers op te leiden, die in staat zijn
vooral de jeugd de nodige kwaliteiten bij te brengen die onmisbaar zijn met
attractieve en individuele acties, openingen en scoringskansen uit te spelen.
Om dit bij de jeugd zo jong en zo goed mogelijk te realiseren, moeten ze zich
in VIER onmisbare onderdelen bekwamen :
1. Het verwerven van een veelzijdige dynamische balvaardigheid.
2. Zo sterk worden in de moeilijke één tegen één situaties.
3. Zo goed mogelijk individueel en met behulp van medespeler(s) over de
tegenstanders heengaan.
4. Zoveel mogelijk scoringskansen creëren.
De
Opvolging
Het spreekt vanzelf dat de één beter
en sneller leert dan de ander, de snelheid van ontwikkeling hangt af van het
talent, soepelheid, maar vooral van het ontwikkelen, het kweken van het talent
om gericht en regelmatig, vooral zelfstandig, te oefenen, hetgeen een enorme
belangrijke rol speelt bij deze opleiding.
Dat je nergens de jeugd ZELFSTANDIG aan de technieken met de bal van de beste
spelers ziet oefenen, ondanks het feit dat ze dolgraag vedette willen worden,
komt beslist niet vanwege hun vermeende luiheid, maar doordat dit niet bij hun
club gebeurt, weten ze niet hoe het moet.
Wegens een groot gebrek aan balgevoel en voetbalcoördinatie gaat het oefenen
in het begin voor die ontelbare minder begaafden niet gemakkelijk, daarom zijn
bewegingen met de bal voor deze beginperiode bewust eenvoudig gehouden, zodat
de jeugd vanaf 5 jaar het leren kan. Zodra ze over deze moeilijke beginperiode
heen zijn gaat alles veel gemakkelijker en zullen zij met hun onblusbare
energie spelenderwijs een veelzijdige balvaardigheid verwerven.
Hiervoor zijn de bewegingen met de bal ingedeeld in 2 categorieën. De eerste
categorie waarmee de 5- en 6-jarigen reeds beginnen te oefenen hebben als
doel, het balgevoel, de beweeglijkheid en het snel voetenwerk aan de bal te
ontwikkelen. Vooral de 8-en 9-jarigen zijn leergierig, ze willen zoveel
mogelijk "aan de bal leren" van hun idolen om trots te laten zien
wat ze al met de bal kunnen doen. Hierdoor leren ze op deze leeftijd ook reeds de wedstrijdechte bewegingen
zoals de topspelers. Met hun fantasie, verbeeldingskracht en vindingrijkheid,
die hun leeftijd eigen is, benutten zij reeds spontaan enkele van deze
bewegingen in kleine partijtjes, waardoor onbewust de basis wordt gelegd voor
hun creatieve ontwikkeling.
Grote wedstrijden hebben dan ook voor 8-9-jarigen nog weinig nut, zelfs bij 7
tegen 7 is het balbezit te beperkt. Laat ze op deze leeftijd op TRAINING , 4
tegen 4 of hooguit 5 tegen 5 oefenen, waarbij niet de uitslag maar het maken
van zoveel mogelijk creatieve acties belangrijk is. Deze partijtjes moeten
elke 10 of 15 minuten afgewisseld worden met ontspannende baloefeningen,
waarbij ze tevens weer op adem komen. Vanaf ongeveer 6 jaar tot het begin van de puberteitsjaren is de beste
leerperiode voor een dergelijke ontwikkeling, en na deze leeftijd moeten de
kwaliteiten optimaal verder opgebouwd worden, hetgeen de spelers trouwens
gemakkelijker afgaat, zowel lichamelijk als geestelijk.
Al de trainers die over hun eigen benen struikelen als ze een beweging met de
bal moeten demonstreren, omdat ze het niet kunnen opbrengen, ze door intensief
oefenen aan te leren, doen er goed aan de vele voordelen die het verwerven van
een balvaardigheid bij de jeugd oplevert, eens goed te analyseren. Met een
beetje zelfkritiek wordt dan ontdekt, dat ze misschien in staat zijn om te
coachen, of een elftal in conditie te brengen, maar dat ze bij het opleiden
van attractieve, technisch creatieve voetballers, weinig of niets te zoeken
hebben.
De Voordelen
De vele voordelen die uit de
Coerver-methode kunnen gehaald worden zijn hierboven meerdere malen
beschreven,
toch moeten we vijf aandachtspunten onderstrepen.
1. Wie sterk is aan de bal, kan ook de mogelijkheden van zijn medespelers
gemakkelijk overzien. Een speler met veel tactisch inzicht is uiteraard
machteloos als hij het technisch niet kan uitvoeren. Hoe meer technieken en
speler verwerft, hoe meer mogelijkheden hij heeft om het meeste resultaat uit
een wedstrijdsituatie te halen waarbij hij betrokken is.
2. Tijdens balvaardigheidoefeningen schommelt de polsslag meestal rond de 120
slagen per minuut, waardoor onbewust zonder rondjes te lopen, een prima
basisconditie wordt verworven. Later kan men de oefeningen op snelheid en met
tegenstanders zo vaak herhalen dat men er spelenderwijs een aan het echte
voetbal aangepaste conditie mee verwerft.
3. De hoeveelheid van de bewegingen staat garant voor dat men elk onderdeel,
zoals richtingveranderingen, draaiingen en wendingen met de bal, het
afschermen en vrijspelen van de bal, het dribbelen, drijven, tegenstanders de
verkeerde kant opsturen en over hen heengaan, gevarieerd en doelgericht kan
oefenen, waarbij de spelers vanzelf ontdekken met welke bewegingen ze het
meeste succes hebben in een bepaalde situatie en die ze constant kunnen
gebruiken.
4. Bij het oefenen van balvaardigheid en balperfectie wordt de jeugd geen
moment beziggehouden met onrealistische oefeningen, iedere beweging heeft een
duidelijk en gericht doel, mede door het succes wordt de interesse (vooral in
het zelfstandig oefenen) gestimuleerd
5. Wie sterk is aan de bal, heeft zelfvertrouwen, eist hem op, past zich niet
aan maar wil zelf bepalen wat er met de bal gebeurt. Ze staan nu als het ware
reeds te popelen om met de bal aan de voet de baas te spelen over hun
tegenstander.
Een tegen een situatie
Alle topspelers hebben van jongs af aan
hun balvaardigheid al pingelend benut om met de bal aan de voet hun directe
tegenstander uit te schakelen. Natuurlijk hebben de zes- en zeven jarigen al vanaf hun eerste training in
kleine partijtjes de één tegen één situatie zonder veel resultaat geoefend
en is er bij de acht- en negen jarigen, vanaf het moment dat ze een wedstrijdechte
beweging beheersen, een tegenstander ingeschakeld. Hierbij fungeerde deze
echter meer als partner om de beweging ook met een tegenstander in de buurt op
het juiste moment te leren toepassen. De weerstand van deze tegenstander of
partner is hier geleidelijk opgevoerd. Voor de ontwikkeling van hun
zelfvertrouwen en zelfbewustzijn is het heel belangrijk de weerstand steeds op
te voeren: hoe beter iemand zich in een bepaald onderdeel ontwikkelt, hoe meer
tegenstand hij krijgt. Om zo sterk mogelijk te worden in dit moeilijke
onderdeel zijn hier niet alleen de bewegingen om de bal af te schermen, vrij
te spelen of een tegenstander alle richtingen op te sturen, onmisbaar, maar
ook de beweeglijkheid en de souplesse, de handelingssnelheid aan de bal en het
snel voetenwerk, om de bal elke fractie van een seconde te controleren en
onbereikbaar te maken voor de tegenstander. Omdat dit intensieve oefeningen zijn moet het met kaatsers gebeuren, waarmee
zonder onderbreking regelmatig kan worden gewisseld, terwijl ze elke 10 of 15
minuten moeten worden afgewisseld met ontspannende baloefeningen of
spelvormen. Bij de kleine partijtjes die tijdens het intens oefenen van dit
onderdeel worden gespeeld, is de weerstand "wedstrijd echt" , zonder
dat de tegenstander er een gevecht om de bal van maakt.
De Tegenstander oprollen
Na het beheersen van de bal en de
tegenstander is dit de logische volgorde van oefenen om in dit voor de
attractiviteit en productiviteit zo belangrijk onderdeel zo sterk mogelijk te
worden. Topspelers beheersen dit onderwerp perfect, ze benutten balbezit om
met snelle individuele of collectieve acties hun tegenstander te omzeilen en
scoringskansen te creëren of tot scoren te komen. Zij hebben zelden of nooit
de bal ingeleverd, maar steeds opnieuw geprobeerd het beste resultaat te
behalen uit elk balbezit. Dit is de reden waarom zij wel een topper zijn
geworden, terwijl die ontelbare die de bal steeds hebben ingeleverd, of dit
van hun trainer verplicht waren, nooit boven de grijze middelmaat zijn
uitgekomen.
De jeugd heeft in de voorafgaande twee onderdelen zoveel zelfvertrouwen,
zelfbewustzijn, lef en flair aan de bal verworven, dat ze niets liever oefenen
dan via individuele acties, overlapping, één - twee, en andere combinaties ,
tegenstanders passeren. Ook al leiden ze hierbij vaker balverlies, steeds
opnieuw worden ze aangemoedigd om met moed en risico deze acties te maken om
tegenstanders achter de bal de krijgen. Met de bal in de breedte te spelen
lukt dit nooit. Mocht er desondanks nog een speler zijn die onzelfstandig en
onpersoonlijk inlevert, dan moet hij een rondje om het veld lopen tot hij
beseft dat hij zowel met het lopen van rondjes als met ballen inleveren nooit
uitgroeit tot een waardevolle voetballer.
Scoren
Wie alle onderdelen onder de knie
heeft, is in staat zonder toeval (kick and rush)) scoringskansen uit te
spelen. Om deze zo effectief mogelijk te benutten, moet men over een prima
kop- en schiettechniek beschikken. Overal zie je technisch zwakke spelers op
doel schieten, hetgeen weinig nut heeft, omdat deze spelers met hun gebrekkige
techniek zelden of nooit een schietkans kunnen forceren, zeker tegen een
overmacht aan verdedigers.
Nadat het koppen en het schieten zo goed mogelijk zijn beoefend, worden alle
technieken uit de voorgaande onderdelen, zoals het vrijspelen van de bal, het
passeren, overlappen, een-twee, enz, intensief getraind met afwerken op doel.
Nu ze in deze offensieve technieken sterk zijn, moeten ze met lef, moed en een
groot hart, acties maken en afwerken.
Het individueel en collectief verdedigen moet echter pas volledige aandacht
krijgen als de jeugd de baltechnieken voldoende beheerst. Men kan het niet
vaak genoeg herhalen, verspil de kostbare energie van de jeugd niet aan
onrealistische oefenstof , het vechten om de bal om ook anderen het leren
voetballen onmogelijk te maken. Een elftal met spelers zonder veel
aanvalskracht is een kleurloos en doods elftal. Niet de hoeveelheid opererende
spitsen bepaalt of het elftal succesvol aanvallend voetbal speelt, maar de
offensieve kwaliteiten van de spelers en het benutten van die kwaliteiten,
bepalen hier de wedstrijd. Zoals alle spel- en wedstrijdvormen zonder doelen worden gespeeld, met
kaatsers of spitsen die altijd onderweg zijn om voor de speler in balbezit
ruimte te creëren, waardoor ze steeds twee mogelijkheden hebben om over de
tegenstander heen te gaan, worden alle grote wedstrijden gespeeld met één
spits en zoveel mogelijk van achteruit komende aanvallers.
Deze snelle beweeglijke spits die, doordat hij hiervoor de ideale ruimte
heeft, zowel in de lengte als in de breedte, is hierdoor moeilijk uit te
schakelen. Nog moeilijker uit te schakelen zijn alle andere spelers, die direct als de
gelegenheid zich voordoet met snelle individuele acties en combinaties van
achteruit komend, naast deze spits opduiken of voorbij sprinten. Als je met
vaste vleugelspitsen speelt, laat je weinig of geen ruimte voor deze op volle
snelheid komende spelers uit de tweede of derde lijn, die zich door niets of
niemand laten ophouden en daarom veel moeilijker uit te schakelen zijn dan
deze vleugelspitsen.
Ideaal is tevens dat de drie basisvoorwaarden om zo'n succesvoetballer te
worden, techniek, inzicht en persoonlijkheid, altijd vooropstaan. Hoe meer
technische kwaliteiten, hoe beter men de situatie kan oplossen. Zoals alle
topspelers moet ook de jeugd steeds trachten met haar techniek het best
mogelijke resultaat te halen uit de situaties waarbij zij betrokken raakt en
ook haar tactisch inzicht zo goed mogelijk gestalte te geven. Een twijfelaar,
een onzelfstandige speler kan nooit over persoonlijkheid en een prima
wedstrijdmentaliteit beschikken, waardoor hij zelden het beste resultaat kan
halen uit een gegeven situatie, ook al is hij technisch en tactisch sterk.
De trainer die de opleiding "mentaliteit" doceert, is niet alleen
technisch en tactisch bezig. Vanaf de eerste training worden positieve
gewoontevormingen, zoals sportiviteit, zelfdiscipline, zelfstandigheid en
initiatief gekweekt. De jeugd wil met haar vitaliteit, energie en
leergierigheid een groot voetballer worden en de trainer alleen kan dit
realiseren.
De Basisbewegingen
De wedstrijdsituaties zijn zo
veelzijdig en onvoorspelbaar dat hoe meer bewegingen je beheerst, des te beter
het is, terwijl je ook veel meer gevarieerder kan trainen en uitleven. Iedere speler moet zich in verschillende basisbewegingen specialiseren, welke
hij naar gelang de situatie bij richtingsveranderingen, draaiingen en
wendingen met de bal of bij afschermen en vrijspelen, toepast. Naast de
competitievormen is de een tegen een situatie (zonder weerstand, de
tegenstander mag noch bal of lichaam aanraken) de ideale oefenvorm om met de
bal aan de voet spelers op te zoeken, voorbij te dribbelen, bal af te schermen
en de juiste wendingen te maken.
De wedstrijdechte bewegingen zijn opgedeeld in basis-, schijn- en
passeerbewegingen. Hoewel het moeilijk is ze apart in te delen daar veel
basis- en schijnbewegingen in bepaalde situatie ook benut worden om
tegenstanders te passeren.vb. Met een stopbeweging en richtingsverandering, de
overstap en de bal achter het standbeen terughalen, kan de speler reeds
meerdere tegenstanders uitschakelen. Ondanks dat deze ingedeeld worden bij de
basis bewegingen kunnen we met een voorafgaande schijnbeweging op de
basisbeweging een perfecte passeerbeweging uitvoeren. Jammer genoeg blijkt in
werkelijkheid enkel de kapbeweging de meest uitgevoerde passeerbeweging.
Als men later de verschillende bewegingen heeft ingeoefend kan een speler
automatisch ontdekken welke beweging voor hem het beste is. Als deze
verschillende bewegingen in combinatie worden gezet, kan men spreken over een
creatieve speler. Later kan de uitvoeringstijd ingekort worden en de weerstand
, door middel van gebruik van tegenstanders en inkorten terrein grootte,
opgevoerd worden en behalen de spelers in wedstrijdvormen een optimaal
rendement.
De
Coerver baltechnieken
NOTA voor de
trainers :
Ongeacht welke leeftijd de spelers ook hebben, de aanvang om balvaardigheden
aan te leren situeert zich tussen de evenwichtfase en de coördinatiefase.
Evenwichtfase
Het kind kan in beweging de bal raken, al dan niet correct. Maar zodra hij
baltechnieken zoals, stop, afrol, terug halen enz ... moet aanleren, dan moet
de voet omhoog om deze OP de bal te plaatsen. Meestal wordt het been niet hoog
genoeg geheven en raakt hij de bal, zodat deze weg rolt. Anderzijds zet hij de
voet op de bal (bal nr3) en kan hij het evenwicht niet bewaren. (meer hierover
in loopmotoriek)
Coördinatiefase
Deze fase verloopt in drie stappen, waarvan de laatste de moeilijkste is.
1. Aandacht-fase : als het kind zich minder dan 15 min/uur kan
concentreren dan moet de trainer de aandacht gepast opeisen en afgeven. Indien
de aandacht van het kind afgeleid is mag je opnieuw beginnen.
2. Verwerkingsfase : het voorbeeld van de oefening moet in de
hersenen opgenomen worden. Het is sterk aan te raden dat de trainer de
oefening traag en frequent demonstreert.
3. Doe-fase : de speler moet de oefening uitvoeren . Deze derde
stap is voor sommigen nogal moeilijk. Door met geduld op herhaling (elke
training) te wijzen kan de derde stap succesvol worden. De soepelheid en
beweeglijkheid van het lichaam speelt ook hierin een belangrijke rol. (zie
loopmotoriek)
Coerver - Methode
De eerste sessie Coerver-technieken is heel toegankelijk en mits de nodige
herhalingen kan je met 5 van deze oefeningen reeds na 3 maanden , het
resultaat in de wedstrijd bewonderen.
Voorbereidingen trainer
Voor de training brengt de trainer het trainingsveld in orde : materiaal voor
10 spelers : 44 potjes
11 potjes worden langs de zijlijn (waar er nog gras staat en de ondergrond
effen is) geplaatst op 3 meter. Daarna worden de ander 11 potjes evenwijdig
gelegd op 4 meter met de eerste rij.
VB:
O O O O O O
O O O O O O
Zo bereik je een afgebakende terrein van 3 op 4 m waarin de spelers worden
geplaatst.
Oefening 1: Zijwaarts afrollen
Uitleg : De voet wordt bovenop de bal geplaatst, en er wordt zijwaarts
afgerold.(voet blijft op de bal!!!)
Methodiek :
Het enkelgewricht wordt soepel gemaakt.
Het evenwicht moet gedurende de oefening bewaard worden.
Leeftijd :
beginners + (6- 7 jarigen)
Intensiteit :
traag, daarna opvoeren
Duur :
5 x 1 minuut per training en per VOET
Coaching :
De trainer zorgt ervoor dat de knie NIET meebeweegt
Na goede balgewenning proberen de hoofden rechtop te houden en naar de trainer
te kijken.
Oefening 2: Voorwaarts afrollen
Uitleg : De punt van de voet wordt bovenop de bal geplaatst,
knie omhoog, het been wordt nu langzaam gestrekt terwijl de bal afrolt van de
punt naar de hiel.
Methodiek :
Het enkelgewricht wordt soepel gemaakt.
Het evenwicht moet gedurende de oefening bewaard worden.
De soepelheid van de benen wordt gestimuleerd
Leeftijd :
beginners + (6-7 jarigen)
Intensiteit :
heel traag , daarna opvoeren
Duur :
5 x 1 minuut per training en per VOET
Coaching :
De trainer zorgt ervoor dat het been goed gestrekt en gedraaid word, nadien
bij het opdrijven van het tempo steeds erop toezien dat de strekking en
draaiing optimaal gebeurd.
Na goede balgewenning proberen de hoofden rechtop te houden en naar de trainer
te kijken.
Oefening 3: Zijwaarts
afrollen van binnen naar buiten
Uitleg :
De rechtervoet wordt plat bovenop de bal geplaatst, en de bal wordt naar
rechts afgerold, plaats de voet op de grond . De linkervoet wordt plat is de
bal geplaatst, en de bal wordt naar links afgerold , plaats de linkervoet op
de grond.
Methodiek :
Het enkelgewricht wordt soepel gemaakt.
Leeftijd :
beginners + (6-7 jarigen)
Intensiteit :
laag, daarna opvoeren, opvoeren met opgeheven hoofd
Duur :
5 x 1 minuut per training
Coaching :
De trainer zorgt ervoor dat bij het aanleren de motoriek links en rechts , en
van binnen naar buiten wordt aangeleerd, nadien bij het opvoeren van het
tempo, de spelers laten oefenen met opgeheven hoofd, zodat balgevoel
aangeleerd wordt zonder naar de bal te kijken.
Oefening 4: Toetsen tussen de benen
Uitleg :
De bal toetsen tussen de benen, onder het lichaam.
Methodiek :
Aanleren van kleine danspasjes, op de punt van de voeten.
Lichaamsgewicht leren overdragen van de ene op de ander voet.
De kracht van het contact met de bal leren inschatten.
Leeftijd :
beginners + (6 tot 10 jarigen)
Intensiteit :
hoog
Duur :
10 x maximaal halve minuut per training
Coaching :
De trainer zorgt dat de spelers de danspasjes op de tenen leren uitvoeren. De
spelers er op wijzen ter plaatse te blijven, zij moeten baas blijven over de
bal. De kracht op de bal bij sommige spelers vergroten of verkleinen. Deze
oefening is enorm intensief en men moet de nodige rust invoeren door met
andere oefeningen af te wisselen.
Oefening 5a: Stop
Uitleg :
1. De bal in beweging brengen en linkervoet plaatsen naast of lichter achter
de bal. De bal stoppen met het voorste van de rechtervoet, de rechtervoet 45°
naar binnen gedraaid op de bal.
2.De rechtervoet 90°
plaatsen ruim 50 cm achter de bal.
3. De linkervoet terug
trekken en zonder de bal te raken of de voet op de grond te zetten, de bal
toetsen met de buitenkant linkervoet.
Methodiek
:
Intens gebruik van het enkelgewricht. Lichaamsgewicht leren overbrengen ,
evenwicht bewaren , draaien op de juiste manier.
Leeftijd
:
6 tot 10 jarigen
Intensiteit :
hoog
Duur :
5 x 3 minuten per training
Coaching :
De trainer zorgt dat de rechtervoet schuin op de bal komt te staan, zodat de
eerste aanwijzing gegeven wordt in welke richting er gedraaid moet worden.
De plaatsing van de
rechtervoet na de stop, moet ruim achter de bal plaats vinden zodat de
linkervoet nog kan teruggetrokken worden EN de bal nog een toets kan geven
zonder het been volledig te strekken.(indien het been moet gestrekt worden is
de afstand te groot, kan de speler het evenwicht niet bewaren, en kan het
lichaam niet naar voor hellen om een snelle start te beginnen)
Indien de spelers
problemen hebben met de motoriek, links en rechts, draaien enz.... dan wordt
aanbevolen deze oefening af te werken met de bal ter plaatse.
Indien de oefening met
de beste voet goed opgevolgd wordt, kan de oefening gespiegeld worden en
afgewerkt worden met de andere voet.
Indien de oefening
voldoening schenkt met beide voeten kan gestart worden met oefening 5B, welke
zeer praktijk gericht is, en waar de belevenis van de spelers groot is.
Oefening
5b: Stop-dubbele overstap
Uitleg :
Idem oefening 5a :
1. De bal in beweging
brengen.
2. Stoppen met de
rechtervoet , draaien .
3. De benen lichtjes
openen en over de bal lopen.
4. 180° draaien en bal
meenemen.
Methodiek :
Gebruik van het enkelgewricht. Lichaamsgewicht leren overbrengen. Gepast en correct
draaien.
Leeftijd :
6 tot 10 jarigen
Intensiteit :
hoog
Duur :
4 x 2 minuten per training
Coaching :
De trainer zorgt ervoor dat de bal zo kort mogelijk bij de speler blijft, de
speler zo vlug mogelijk de draait en keert.
Alvorens deze oefening
in de wedstrijdvorm toe te passen moet de trainer dit koppelen aan het
tactisch aspect. Deze oefening kan enkel slagen indien de tegenstanders zich
bevinden links of rechts van de bal en NIET ERVOOR. De oefening minimaliseren
voor de achterspelers, om onnodig balverlies te beperken.(liever de
achterspelers met een andere positie afwisselen)
Creation - No Touch
UITLEG: in een
afgebakende ruimte van 4 op 5 m , bevinden zich twee spelers, 1 in balbezit
die baltechnieken probeer te creëren.(hakje, kap - passeer - schijnbeweging,
overstap, schaar,afrol, stop) De andere speler is eigenlijk de partner, hij
probeert op 1 meter afstand te verdedigen zonder de bal of de speler aan de
bal raken.
TEKENING: geen
Doelstelling: De aangeleerde baltechnieken intensief te laten uitvoeren zonder
kick & rush.
Leeftijd: 6 tot 9 jaar
Aantal spelers: 2
Materiaal: 4 potjes + 1 bal
Veldafmeting: 4 op 5 m (vanaf 7jaar, per jaar, veld met 1meter vergroten)
Aanpassingen: na 1 minuut worden het balbezit doorgegeven aan de partner.
Methodiek: - techniek uitproberen zonder dat de speler de bal ontnomen wordt.
- de verdediger kan zich focussen op de bal en op de bewegingen van het
lichaam van de speler aan de bal. De herkenning van de lichaamstaal zal de
speler er toe aanzetten, vlugger te anticiperen op een richtingbeweging van
zowel de bal als de speler.
Intensiteit: zeer hoog (evenwicht in arbeid-rust)
Coaching:
- trainer kan om
de motivatie te bevorderen, op elke balcreatie punten geven.
- toezien dat de
hele ruimte benut wordt.
- toezien dat
beide voeten gebruikt worden.
- toezien dat
bij de combinatie van de technieken, het steunbeen, afdraaiingen en
overbrenging lichaamsgewicht correct worden
toegepast.
- toezien dat er
genoeg variatie ontstaat bij de baltechnieken
- proberen het
hoofd rechtop te houden.
Variatie : bij oudere spelers met voldoende techniek kan de combinatie en
timing bevorderd worden door met twee tegen twee in deze ruimte te spelen.
Complexiteit: afhankelijk van de aangeleerde balvaardigheden en technieken
Inzicht & Communicatie: de speler in balbezit moet steeds van de
partner wegdraaien
DVD Wiel Coerver de
complete werken trainer coach deel 1 tm 4.
Na de waardevolle boeken over de
Wiel Coerver Methode ( waar tweedehands nog zeer veel in wordt
gehandeld) is er tegenwoordig ook een DVD op de markt met veel
oefenvormen voor voetbaltrainers. Een handig hulpmiddel voor
iedere trainer.
|