Varanasi - Khajuraho - Orcha - Agra

Inhoudsopgave

Delhi - Doetinchem

 

Agra - Jaipur – Delhi

 

 

Dag 17: Zaterdag, 5 februari 2005              Agra – Jaipur

 

Om acht uur vertrek naar Jaipur. We rijden via de spookstad Fatehpur Sikri, de verlaten 16e eeuwse hoofdstad van het Mughal - rijk. Het ligt ongeveer 40 km ten westen van Agra en is gebouwd door Keizer Akbar.

Akbar had nog geen opvolger en vroeg aan de soefi heilige Salim Chishi om zijn zegen voor een manlijke erfgenaam. Hij kreeg nadien drie zonen. Na de geboorte van de eerste, Jehangir, bouwde hij in 1569 een grote moskee, de Jami Masjid ,vlak bij de hut van de heilige. Hij bouwde ook een paleis voor zichzelf. Toen hij in 1571 een tweede zoon kreeg besloot hij uit dankbaarheid een hele stad te bouwen. Na de overwinning bij een strijd gaf Akbar ter herinnering aan die overwinning de stad de naam Fatehpur wat stad der overwinning betekent. De muren van de stad omsloten een oppervlakte van 45 km2 en had van oorsprong negen poorten. De stad is gebouwd tegen een oostelijke helling, onder de paleizen lagen de huizen van de edelen, de winkeltjes, werkplaatsen, scholen en stallen met 5000 olifanten, meer dan 1000 jachtluipaarden en wel 30.000 paarden.

Helaas is een deel van de stad verwoest maar er is nog genoeg in stand gebleven om met verwondering hier rond te lopen en met verbazing te zien wat hier eeuwen geleden in zo korte tijd is opgebouwd. Ze hadden vast geen last van bestemmingsplannen, bouwvergunningen en milieuwetten.

Net zo snel als de stad is opgebouwd is hij ook weer verlaten in 1586 toen keizer Akbar zijn residentie weer overbracht naar Agra. De echte reden is niet bekend. Eén veronderstelling is dat het is in verband met watergebrek maar een andere veronderstelling is dat het te afgelegen lag om het grote rijk van hieruit te besturen.

 

We lopen door de oude stad, andere toeristen zijn er bijna niet, een enkeling. Alles is opgebouwd met rode zandsteen. Hier geen mooi ingelegd marmer of edelstenen. Het zal er allemaal wel zijn uitgehaald. Zo was het dak van het paleis van zijn Christelijke vrouw, hij had ook vrouwen met Hindoe en Moslem geloof, bedekt met goud. Wel kun je hier je verbazen over de architectuur en de diverse bouwstijlen, al het fijn en kunstzinnig gebeeldhouwde zandsteen, de ruime binnenplaatsen en de arcaden met zuilen.

We bekijken de verschillende paleizen en gebouwen, zoals de Diwan-e-Khas, het huis voor privé audiëntie. Van buiten lijkt het eenvoudig maar van binnen erg speciaal en geïnspireerd op de Hindu mythologie. Een kolom van rode zandsteen rijst in het midden van de zaal omhoog en eindigt boven in een bewerkte console waarop een platform rust, met de leuningen lijkt het op een geopende bloem, waarop Akbar op zijn troon zat, hoog verheven boven de rest. Het platform is te bereiken via vier smalle “loopbruggen” vanuit de vier hoeken. Zittend op deze troon leek hij wel de Brahma incarnatie oprijzende vanuit  Vishnu’s lotusbloem.

Uiteindelijk komen we bij de plek waar de bus op ons wacht. Enkelen willen nog richting Moskee, maar daar mag je niet in. *  Dus het merendeel van ons blijft bij de bus waar we, zoals gewoonlijk, worden belaagd door de verkopers.

 

Verder op weg naar Jaipur. Onderweg stoppen we nog even in een dorpje waar diverse steenhouwerijen zijn. Dit is een stop voor de rokers. Maar je kunt ook snel en praatje met een paar steenhouwers maken en een foto schieten. Na een kleine tien minuten gaan we verder en stoppen om halfvier voor een soort winkel in Jaipur.

 

Hier is een atelier voor miniatuurschilderingen en tekeningen met uiteraard verkoop ervan. Eerst bekijken we hoe de kunstenaars hun werk schilderen. Het lijkt een heel gepriegel. Maar het is zeker erg kunstig. De penseeltjes worden gemaakt van de haren van eekhoornstaarten. De miniaturen worden op erg oud papier geschilderd. De voorstellingen die worden geschilderd worden van voorbeelden geschilderd of naar voor - en kleurstellingen van oude prenten die ze uit het hoofd kennen.

Ook worden schilderijen naar eigen idee gemaakt. Eén van de schilders maakt voor mij een miniatuur van een eekhoorn, leuk!

Daarna gaan we in de showroom de schilderijen bekijken. Met een loep bekijken we sommigen en zijn verbaasd over de bijzonder verfijnde details. Ze zijn met uiterste nauwkeurigheid uitgevoerd. Ook wordt er veel in opdracht geschilderd.

 

Buiten gekomen zijn er achter de bus kinderen aan het spelen, twee meisjes zijn aan het touwtje springen. Altijd mooi voor een foto maar als je die hebt gemaakt bedelen ze wel om geld, dat is een pest hier in India, iedereen bedelt om geld.

Er komt een olifant met mooi beschilderde kop, oren en slurf op de weg aanlopen, zijn oppasser hangt wat dommelend in zijn bakje. Ik neem er een foto van en gelijk is hij wakker. *  Denkt zeker: “Hier is geld te verdienen” en stuurt de olifant naar de kant van de weg en laat het dier met de slurf rondgaan.

We gaan naar het Hotel Clarks Amer waar we om vijf uur aankomen. Hier blijven we twee nachten.

 

 

Dag 18: Zondag, 6 februari 2005                Jaipur

 

Jaipur is in 1728 gesticht en toegepast volgens oude Hindoeïstische bouwtradities. De stad werd in een rasterpatroon van negen vierkanten aangelegd dat mystieke betekenis heeft. Er werden brede, rechte avenues aangelegd, ze waren bestemd voor het houden van grote processies. De stad heeft ongeveer 1,5 miljoen inwoners. Jaipur wordt ook wel de “Roze Stad” genoemd vanwege de kleur waarin de oude gebouwen zijn geschilderd. De roze kleur moest worden aangebracht op bevel van de toenmalige heerser, Maharadja Man Singh II, bij het bezoek in 1876 van Prins Albert Eduard, de zoon van Koningin Victoria, de latere Koning Edward VII van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland en keizer van India van 1901 tot 1910. Nu nog moeten, wettelijk bepaald, in de oude stad de façade (voorgevel) van de gebouwen in deze kleur worden gehouden.

 

Vanmorgen vertrekken we pas om negen uur, het is tenslotte zondag. Onderweg naar het Amber Fort, 11 km van Jaipur stoppen we eerst nog bij het Albert Hall. Dit paleis is gebouwd  ook ter ere van het bezoek, in 1876, van de latere Koning Edward VII, hij moest toch ergens slapen, en is gebouwd van zandsteen en marmer. Sinds 1887 is het een museum. Het gebouw wordt ook wel het Albert Hall Museum of Central Museum genoemd.

Het eerste wat opvalt is het grote aantal duiven op het plein en het gebouw zelf. * Het lijkt de Dam in Amsterdam wel. Ook hier kun je eten kopen en de beesten voeren, dat gebeurt dan ook, voor kinderen is het natuurlijk ook erg leuk. Maar voor het gebouw zeer zeker niet. Het wordt gedaan op basis van religie en er kan dan ook weinig aan worden gedaan om het te stoppen.

Na een paar foto’s nemen is het na vijf minuten de bus weer in en verder.

 

De tweede stop nog in Jaipur is bij het beroemde Paleis van de Winden, of het Hawa Mahal. Om het gebouw goed te bekijken moeten we eerst de erg drukke straat met een zekere doodsverachting oversteken.

Het is gebouwd in 1799 door de Maharadja en de voorgevel van dit gebouw van vijf verdiepingen heeft 953 nissen en ramen. Het is niet echt een paleis. Waarschijnlijk was het bedoeld dat de dames van de koninklijke families de processies en het dagelijkse leven op de hoofdstraat van de oude stad konden zien zonder zelf te worden gezien. Speciaal aangebrachte schermen van “traliewerk” in de bogen zorgden voor een ongehinderde luchtstroom voor de koeling, vandaar de naam. *

Het gebouw is prachtig aan de voorkant, in de roze kleur, met al die raampjes en in piramide vorm, gebouwd in rode en roze zandsteen. Maar helaas, alleen de voorkant is mooi. Achter is het niets, eigenlijk alleen maar een gevel.

Na het te hebben bekeken en wat foto’s te hebben gemaakt steken we de straat weer over en gaan nu echt richting Amber Fort.

 

Als we in de buurt van het fort komen sluit onze bus zich achteraan bij de lange rij bussen die er al staat. Het is zondag, dat zal zeker invloed hebben dat het behoorlijk druk is. Aan de overkant van het water zien we het Amber Fort al liggen op de helling van een heuvel. *

We lopen naar de opstijgplaats voor de olifanten en moeten een behoorlijke tijd wachten totdat we op de olifanten naar boven gaan. Een leuk tochtje omhoog, waarbij verkopers ons terwijl we op dat grote dier zitten, van alles willen aansmeren. We gaan de grote poort door en komen op de binnenplaats. Hier is het voor de groep verzamelen en gezamenlijk gaan we een gebouw binnen, de beschilderde Ganesh Pol met de imposante poort met daarboven een schildering van de God met het olifantshoofd, en gelijk naar boven naar de tweede verdieping. Hiervandaan hebben we een prachtig uitzicht over de binnenplaats met grasvelden, de  grote rode kleden over de olifanten, de bergen op de achtergrond, een kleurrijk geheel. Denk de toeristen even weg en je waant je een paar eeuwen terug. * Die tijd moet ook zeker zijn charme hebben gehad. Helaas, en dat is ook nu al wel te zien, zijn de gebouwen op verschillende plaatsen erg verwaarloosd.

 

Na een tijdje van het uitzicht te hebben genoten gaat de rondleiding beginnen. Dit fort is één van de mooiste paleizen van Rajasthan, zoals deze deelstaat van India heet. Het was de oorspronkelijke residentie van de Maharadja’s, voordat Jaipur dat werd. Het is een complex van paleizen, paviljoenen, tuinen en tempels. Met de bouw is in 1592 begonnen, maar de mooiste paleizen binnen dit complex dateren vanuit de periode van na 1600. De totale bouw bestreek bijna een periode van twee eeuwen. Het complex is een afwisseling van de Rajput- and Mughal-architectuur met de bijbehorende Mughal-praal.

We zien dan ook hier de beschilderde en ingebrachte decoraties in de muren, het inlegwerk en het stucwerk, de fraai aangelegde binnenplaatsen en tuinen. Eén eenzame man is bezig met een mesje een zuil bij te werken, dat gaat lang duren zo.

Vernuftige bouwconstructies zorgden voor koeling, door uitgekiende plaatsing van ventilatiegaten. In een zaal is een watergoot aangebracht waardoor koel water stroomde, door de luchtstroom die hier over heen werd geleid had dit een verkoelend effect, het lijkt wel airconditioning.

We komen op een binnenplein waar vrouwen rondlopen met emmers op hun hoofd. Als je ze fotografeert en ze zien het willen ze geld.

Op de hoogste plekken heb je mooie vergezichten over het stadje Amber en op het hoger gelegen Jagairh Fort.  De symmetrische paleistuinen liggen te pronken in het meertje, aan de overkant staan de toeristenbussen.

We komen een groep Indiase middelbare schoolkinderen tegen. Hein bereikt wel dat ze een lied voor ons gaan zingen, dat is van beide kanten lol hebben.

De oude stadsmuren met hun wachttorens lijken wel wat op de Chinese muur, zoals ze tegen de bergen opgebouwd zijn.

Ook hier glinstert in zalen het inlegwerk van edelstenen van diverse kleuren ons van de marmeren muren tegemoet. * In de Shees Mahal, de zaal met de spiegels zijn ontelbare spiegeltjes aangebracht in de wanden en het plafond. Bedoeling hiervan was dat bij donker, als de kaarsen waren aangestoken, de spiegels het licht weerkaatsten zodat de ruimte werd verlicht. Het moet een fascinerend gezicht zijn geweest al die twinkelende lichtjes in al die spiegeltjes. Een fonkelend spektakel. *

 

We verlaten het Amber Fort en gaan naar beneden, naar de bus, met auto’s voor vertrek terug naar Jaipur.

Daar aangekomen is er een stop aan de boulevard van een meer waarin zich het Jal Mahal, het Waterpaleis, bevindt. Het gebouw zelf ligt er erg mooi met op de achtergrond de bergen, het is wel verwaarloosd, zoals zoveel paleizen hier in India. Erg jammer! * Het kleine paleis is gebouwd in 1799. De koninklijke familie van Jaipur organiseerde vanuit dit paleis eendenjachten.

Er zijn vergevorderde plannen om er een hotel van te maken. Er moet dan wel wat aan de stank gebeuren die hier bij het water heerst.

 

Na de korte fotostop gaan we naar een tapijtweverij met verkoop. De mooiste tapijten maar ook wandkleden van wol en zijde, en andere stoffen voorwerpen, worden hier gemaakt. Door de baas zelf wordt eerst gedemonstreerd hoe er figuren met blokstempels op het textiel wordt aangebracht. Daarna hoe de tapijten worden afgewerkt en gewassen. Tenslotte komen we in de toonzaal waar ons allemaal wand- en vloerkleden worden geshowd. Ook hier: koop je iets wat te groot is om mee te nemen, het wordt franco bij je thuis geleverd. Geen probleem. Het is niet anders dan 40 jaar geleden toen ik zelf er ook wel eens gebruik van heb gemaakt.

Na de verkoop show ga ik naar buiten op straat, proberen een kameel, zoals ze hier zeggen maar het zijn dromedarissen met hun ene bult, te fotograferen. Maar nee nu komt er niets langs. Wel op straat varkens en koeien. * *

 

Het laatst wat we vandaag gaan bezichtigen is het City Palace Jaipur. Het City Palace is het stadspaleis van Jaipur. De bouw van het complex is begonnen in de eerste helft van de 18e eeuw. Een deel van het complex, het zeven verdiepingen hoge gebouw wat hoog boven de rest uittorent, de Chandra Mahal, wordt nog gebruikt als residentie van de voormalige Maharadja. Een nazaat van de stichter van Jaipur in 1728, Maharadja Jai Singh II, en zoon van de laatste Maharadja van Jaipur woont hier nog. Hij is thuis want de vlag wappert op het paleis. *

Via de poort gaan we het complex binnen. Op de binnenplaats staat een rij oude kanonnen. De gebouwen in die rode zandsteen doen het toch wel. In een deel van het complex is een museum ondergebracht, dit wordt eerst bezocht. De oude weelde van de Maharadja’s komt hier wel tot uiting. Het museum heeft een rijke verzameling persoonlijke eigendommem van de Maharadja’s zoals kleding met goud en zilver bewerkt, zeldzame oude manuscripten o.a. op het gebied van de astronomie in het Arabisch, Perzisch, Latijns en Sanskriet. Eén van de vroegere Maharadja’s bestudeerde de astronomie en liet rond 1730 de Jantar Mantar bouwen de grootste natuurstenen sterrenwacht ter wereld. Ook schilderijen en oude miniaturen, fraaie met edelstenen ingelegde oude wapens, kunst, glazen objecten, oude koninklijke foto’s, Afghaanse en Perzische tapijten, antieke meubels, enz., behoren tot de collectie.

Met bewondering hebben wij bijvoorbeeld naar de tapijten gekeken, de grootste was bijna 60m lang en ongeveer 25m breed en naar de rijk versierde en in maat wel erg groot uitgevallen kleding van een Maharadja die ruim 2 m lang was en bijna 250 kg woog.

 

Na bezichtiging van al die rijke spullen gaan we naar buiten. We komen voorbij een hal waar twee reusachtige zilveren vaten staan. Maharadja Madho Singh heeft ze laten maken, per stuk wegen ze 345 kg en hebben een inhoud van 9000 liter. Hij heeft ze in 1902 gevuld met water uit de heilige Ganges meegenomen voor de rituele reiniging toen hij naar Engeland ging, waar hij de kroning van Koning Edward VII bijwoonde. *

Tijdens de rondleiding door het complex geeft Hein wat geld aan twee bewakers die dan voor ons gaan demonstreren hoe ze een tulband om hun hoofd wikkelen. De lap stof waaruit de tulband wordt gewikkeld kan wel 10 m lang zijn.

 

Na een dag met veel interessante zaken zijn we om vijf uur in het hotel. ‘s Avonds hebben we een barbecue aan het zwembad in de tuin van het hotel. Het wordt opgevrolijkt door een groep met Indiase muziek, dans * en poppenspel, zeg maar: het Indiase Jan Klaassen en Katrein. In het hotel is er een bruiloftsfeest aan de gang. Het geeft een herrie. De muziek staat hier ook keihard, het lijkt wel een Achterhoekse bruiloft.

 

 

Dag 19: Maandag, 7 februari 2005              Jaipur – Delhi

 

Om acht uur vertrekken we naar de laatste stad die we gaan bezoeken voor onze terugkeer naar Nederland. Delhi, de hoofdstad van India. In de ochtend is een plaatje van de oprijlaan naar het hotel nooit weg. Onderweg stelt Hein ons voor de keus. Of gelijk doorrijden naar Delhi en onderweg ergens langs de weg koffiedrinken, of een omweg maken en koffiedrinken in een tot hotel omgebouwd paleis. We kiezen natuurlijk voor het laatste.

 

We komen in een klein dorpje Samode, hier staat het hotel Samode Palace. De straatjes zijn hier wel erg nauw. Op de parkeerplaats gekomen wandelen we naar het hotel. In de fraai aangelegde tuin met bloeiende bloemen zien we de ingang van het hotel, eens paleis. * We lopen de poort door tot op de binnenplaats, waar gezellige zitjes zijn aangebracht. Voordat we gaan koffiedrinken krijgen we een rondleiding door het hotel. Overal muren met inlegwerk van edelstenen en muurschilderingen. Prachtige beschilderde plafonds, hier ook een spiegelzaal.

Een kamer wordt door bekeken, erg groot en luxe met oorspronkelijke oriëntaalse ornamenten, iedere kamer heeft een ander uniek mooi ontwerp. Er zijn maar 43 kamers, 25 Deluxe kamers, 15 Deluxe suites en 3 Royal suites. Geen wonder dat  door Time Magazine dit hotel tot de vijf tophotels van de wereld wordt gerekend. Wereldberoemdheden logeren hier zoals b.v. Jacky Kennedy, Mick Jagger en vele anderen die dit eerder hebben gedaan. Na het drinken van de koffie op binnenplaats vertrekken we rond kwart voor elf.

 

Rajasthan bestaat voor de meer dan de helft uit woestijn, het leefgebied voor de dromedarissen, hier kamelen genoemd. Als we een tweewielig wagentje met een zware last en een dromedaris ervoor inhalen, laat Hein de bus een eindje ervoor stoppen. Kunnen we er een foto van maken. *

 

De reis gaat verder, we rijden weer langs onafzienbare geel gekleurde mosterdzaadvelden * waarin hier en daar mensen, meestal vrouwen aan het werk zijn. We rijden door kleine dorpjes en stadjes, waar het druk is, vrouwen in kleurige kledij. *

De weg wordt een vierbaans snelweg, er moet veel tol worden betaald, het bedrag is niet gering, zelfs niet gerekend in Euro’s. Maar dit is dan wel een officiële tolpost. Dat hebben we de afgelopen dagen wel anders meegemaakt. Vaak moest er worden gestopt voor een “slagboom”over de weg, gewoon de dunne stam van een boom met een touw eraan om het omhoog te halen als er is betaald. Heeft de burgemeester van zo’n plaatsje aan een aantal vriendjes werk beloofd en dit is dan een manier: stel een tolpost in en ze hebben werk.

Op de weg wordt het drukker, we komen in de buurt van Delhi, vrachtwagens met grote vrachten, levensgevaarlijk zoals ze hier soms rijden, passeren we. We komen in de buitenwijken van Delhi, er wordt druk gewerkt aan een ondergrondse, de wegen zijn overal veranderd in bouwputten. We rijden langs wijken met moderne appartementsgebouwen voor de gegoeden, het is hier niet alleen maar armoe. Om kwart over vier stoppen we bij de eerste bezienswaardigheid van Delhi dat we gaan bekijken, de Qutab Minar.

 

De Qutab Minar is een toren van het Qutab complex. * Het complex bevatte oorspronkelijk de Quwwat Ul Islam moskee (Macht der Islam-moskee), de eerste in India, een zuilengalerij en een grote toegangspoort, de Alai Darwaza. Ook zijn er enkele graftombes. Hiervoor werd door de moslims eerst wel de Hindoe stad Lal Kot met Hindoetempels en ander gebouwen vernietigd.

 

In 1199 is de fundering van de toren gelegd door en zekere Qutab-ud-din Abak,ter ere van de overwinning op het laatst overgebleven Hindi koninkrijk en om de overheersing van de Islam te proclameren. De toren was ook bedoeld als minaret voor de aangrenzende moskee en is opgebouwd uit vijf verdiepingen, elk met een uitspringend galerij, de onderste drie verdiepingen zijn met rode zandsteen opgericht en de bovenste twee uit marmer en zandsteen. Hij is 73,5m hoog, aan de grond heeft hij een diameter van 14,32m, aan de top 2,75m en staat een beetje scheef.

De toren werd in drie gedeelten gebouwd. Qutab-ud-din Abak bracht de fundering en de eerste verdieping aan. De tweede, derde en vierde verdieping werden voltooid door zijn schoonzoon en opvolger Illtutmish in 1230. In 1368 werd de toren door de bliksem getroffen en beschadigd waarna de bovenste verdieping werd vervangen door de nu bestaande vierde en vijfde verdieping. In 1503 werden er na weer een blikseminslag reparaties aan de toren uitgevoerd. Ook later zijn er nog wel reparatiewerkzaamheden uitgevoerd, zoals na 1803 toen hij ernstig is beschadigd door een aardbeving. Er zijn verschillende inscripties gebaseerd op de Koran en inscripties die de historie van de toren tonen. Ze zijn aangebracht in het Arabisch en Nagari (een Indiase schriftsoort) die in brede banden de toren omcirkelen.

 

We lopen over het terrein, het moet hier net flink hebben geregend gezien de plassen die hier nog allemaal liggen. Behalve de toren, die nog  in goede staat is, zijn er op het complex eigenlijk alleen maar ruïnes, zoals die van de moskee en de zuilengang.

Jammer dat we niet op de toren kunnen. Vroeger kon dit wel, er is een trap naar boven. Maar in 1980 is hij voor het publiek gesloten toen na het uitvallen van het licht een groep schoolmeisjes in paniek raakten en waarbij verscheidene doden vielen.

 

Bij de ruïne van de moskee staat de IJzeren Zuil, een ruim zeven meter hoge massieve pilaar van ijzer die ruim 6 ton weegt en er al stond lang voor de moskee werd gebouwd. De top heeft een diameter van bijna 32 cm en aan de grond is de diameter bijna 42 cm. Uit een inscriptie erop in het Sanskriet blijkt dat hij al in ergens in de periode 375 – 413 is geplaatst bij een Vishnu tempel, mogelijk in Bihar. Later is hij in de 11e eeuw naar Delhi gebracht.

Het opmerkelijke aan deze ijzeren zuil is dat hij ondanks ongeveer 1600 jaar lang weer en wind te hebben getrotseerd niet roest. Materiaaldeskundigen zijn het er nog steeds niet over eens hoe dit moet worden verklaard. Mogelijk heeft het te maken met de zuivere vorm van het ijzer, het is bijzonder zuiver. Namelijk 99,72 procent ijzer, de rest bestaat uit kleine spoortjes koolstof, silicium, fosfor en enige andere elementen. Hoewel er een aantal theorieën zijn over het niet roesten, blijft wel de vraag: hoe het 1600 jaar geleden mogelijk was om ijzer van een dergelijke zuiverheid te maken. Dat is een zeer groot raadsel.

 

Ook de niet afgebouwde toren, de Alai Minar, die hier staat heeft onze aandacht. Ala-ud-din, een latere heerser rond 1300, die de moskee uitbreidde en  de poort Alai Darwaza bouwde, wou een tweede overwinningstoren bouwen. Die moest twee keer zo hoog worden als de Qutab Minar. Kort na het begin van de bouw stierf Ala-ud-din en de toren bleef op 27m hoogte steken. Zo staat hij er nu nog.

 

Verder, richting hotel. We rijden door New Delhi, door een wijk waar de huizen van de ministers en dergelijke mensen staan, niets armoe hier, grote kasten van huizen, de straten schoon, veel groen.

Bij het hotel, The Hans Plaza, gekomen blijkt dat onze kamer op de 18e verdieping is. We hebben dus een leuk uitzicht over een deel van Delhi. * * Voor het diner ’s -avonds blijven we in het hotel in het restaurant op de 21e en hoogste verdieping.

Morgenavond gaan we al weer naar huis, zit het er al op.

 

Terug naar boven