Chitwan - Lumbini – Varanasi
Geschiedenis
De Indiase beschaving gaat terug
tot ongeveer 2500 voor Christus. Deze beschaving, nu bekend als
Harappa-cultuur, besloeg een groot deel van Noord- en West-India. Hun opvolgers
waren de Indo-ariërs afkomstig uit Centraal-Azië. Zij vielen rond 1500 voor Christus
het land binnen en vervingen de toen al vervallen Harappa-cultuur. Tot ongeveer
200 voor Christus beheersten zij het noorden.
In deze periode ontstond ook het kastensysteem. Van origine bestaat dit
kastenstelsel uit vijf categorieën. De eerste drie categorieën zijn afkomstig
uit de Arische stammen en bestaan uit de priesters (brahmanen), de krijgers
(kshatriya) en het volk (vaisya’s). Niet-Arische volken en economisch minder
belangrijke groepen werden ondergebracht in de vierde kaste, de sudra’s. De vijfde
kaste, de panjama’s, ontstond door een groeiend bewustzijn rond onreinheid en
zuiverheid. Straatvegers, slagers en leerbewerkers, wiens beroep als onzuiver
werd gezien, kwamen in deze kaste terecht. Zo konden alle groepen duidelijk
onderscheiden worden. Toch was er geen overeenkomst tussen rangen en standen en
economische statussen. Zo waren er bijvoorbeeld ook rijke sudra’s en ontstonden
er door huwelijken uit verschillende kasten bovendien gemengde kasten.
Rond 500 voor Christus ontstond bovendien het Boeddhisme, dat naast het
Hindoeïsme zijn eigen leven ging leiden. Eén van de grootste aanhangers van het
Boeddhisme was Ashoka, het beroemste lid van de Maurya familie. Hij zorgde
ervoor dat het Boeddhisme over een groot deel van de bevolking verspreid werd.
Na de val van het Rijk van de Maurya’s volgden vele verschillende Rijken elkaar
op. De indrukwekkendste was echter het Gupta Rijk dat duurde van ongeveer 400
na Christus tot 606 na Chr. Het waren de gouden eeuwen van de poëzie,
literatuur en kunst. De invallen van Centraalaziatische stammen zoals de Hunnen
in Noord-India maakten echter een einde aan dit Rijk en viel India in
verschillende delen uiteen. De lokale vorsten waren zo druk met het in stand
houden van hun eigen kleine rijkje dat ze het geheel uit het oog verloren. Toch
vonden er ook een aantal algemene ontwikkelingen plaats. Zo raakte het
Boeddhisme in verval en bloeide het Jaïnisme in Gujarat en Rajasthan op. Verder
betraden twee nieuwe volkeren in deze periode het toneel, namelijk de Arabieren
en de Turken. De Turken plunderden voornamelijk tussen 1000 en 1026 de
vruchtbare vlakten van Punjab en de rijkdommen van de Indiase tempels terwijl
de Arabieren in 712 Sind veroverden.
Het verre zuiden van India bleef buiten de invloeden van de wisselende Rijken
in Noord-India en het Boeddhisme en het Jaïnsime vormden nooit een bedreiging
voor het Hindoeïsme. De voorspoed van het zuiden was gebaseerd op goede,
eeuwenoude handelsbetrekkingen met de Egyptenaren, de Romeinen en de Aziaten.
De belangrijkste Rijken waren hier de Pallava’s, de Pandya’s, de Chera’s, de
Chalukya’s en de Chola’s.
In de 11e eeuw n. Chr. rukte de Islam op vanuit het Midden-Oosten. In 1192
arriveerde de Moslim-macht onder leiding van Muhammed-bin-Sam in India en
binnen 20 jaar was het gehele Ganges bassin onder controle van de Moslims. Toen
Muhammed in 1206 werd vermoord, viel zijn rijk al snel uiteen. In 1398 viel het
leger van de Mongoolse veroveraar Tamerlane India binnen. Zij namen Delhi in en
vermoordden honderdduizenden Hindoes tegelijk. Jarenlang trok hij plunderend en
moordend door India, maar vertrok uiteindelijk uit eigen beweging en de Lodhi’s
namen de macht over. In 1526 nam Babur, een afgezant van Tamerlane en de
stichter van het grote Mughalse Rijk de macht over toen hij het leger van de
Lodhi’s versloeg. Dit was het begin van een gouden tijdperk waarin
architectuur, kunst en literatuur hoogtij vierden. Uiteindelijk waren er
slechts zes grote Mughalse heersers en werd de macht langzaam overgenomen door
de Maratha’s. Zij controleerden het centrum van India, maar vielen voor de
laatste grote heersers, namelijk de Britten.
Bevolking
India heeft na China de grootste bevolking ter wereld. In 2003
telde India ongeveer 1.051.000.000 inwoners. India had sinds 11 mei 2000 om
8.44 uur in de morgen officieel één miljard inwoners. Dat maakte de nationale
commissie voor de volkstelling toen bekend. India werd daarmee, na China, het
tweede land in de wereld waar meer dan een miljard mensen wonen. Deze groei
wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het sterftecijfer, door een verbeterde
levensstandaard, en medische zorg sneller daalt dan het geboortecijfer. India
heeft daarom een bijzonder jonge bevolking. Ruim 40% is jonger dan 15 jaar. India
is qua oppervlakte het op zes na grootste land ter wereld en is daarom
behoorlijk dicht bevolkt met ongeveer 270 inwoners per km2. 80% van de
bevolking woont op het platteland, 16% in de kleinere plaatsen en slechts 4%
woont in de steden. Tot de dunst bevolkte gebieden horen Rajasthan en Kashmir
terwijl meer dan de helft van de bevolking in de Gangesvlakte, de Punjab- en
Haryanavlakte en langs de kusten leeft. Er worden in India tussen de 200 en
1650 talen gesproken, maar slechts 16 daarvan zijn door de regering erkend als
officiële taal. In het parlement wordt Engels gesproken. Dat betekent dat
iedere Indiër, die hogerop wil komen, Engels moet spreken. U kunt dus over het
algemeen goed terecht met Engels. Wanneer mensen uit verschillende delen van India
elkaar niet kunnen verstaan, wordt er ook Engels gesproken.
Cultuur
Bijna iedere dag is er ergens in
India wel een feest of een festival ter ere van een God, profeet, heilige of
andere religieuze persoonlijkheid. Het is dus vrijwel onmogelijk om een compleet
en overzichtelijk schema te geven. De volgende feestdagen zijn de dagen waarop
ook de regering het werk neerlegt. Op deze dagen zullen ook de meeste winkels
en banken dicht zijn. Tijdens de Ramadan moet u er bovendien rekening mee
houden dat de restaurants vaak overdag gesloten zijn en er restricties aan
roken en drinken opgelegd kunnen worden.
8 januari Einde van de Ramadan
26 januari Dag van de Republiek
18 maart Offerfeest
18 mei Buddha Purnima
8 april Islamitische nieuwjaar
21 april Goede Vrijdag
17 juni Geboorte van de Profeet
15 augustus Dag van de onafhankelijkheid
2 oktober Verjaardag van Mahatma Gandhi
5 oktober Dussera
26 oktober Diwali
11 november Verjaardag van Guru Nanak
25 december Kerstmis
U zult in India constant geconfronteerd worden met religie aangezien de Indiërs
een veelzijdig religieus leven leiden. Forten, paleizen, musea, tempels en
kloosters zijn ontstaan uit de verschillende godsdiensten en vormen de
voornaamste bezienswaardigheden.
De vier grootste godsdiensten in de wereld zijn in India terug te vinden: het
Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Christendom en de Islam. Bovendien zijn
godsdiensten als het Jaïnisme, het Sikhisme en andere lokale culten en sekten
in India ontstaan. Ook kan het jodendom hier teruggevonden worden. Het
Hindoeïsme telt de meeste volgelingen met 82% van de totale bevolking. Daarna
komen de moslims met 11%, de christenen met 2,5%, de sikhs met 2%, de
boeddhisten met 1% en de Jaïnisten met 0,5%. Het jodendom telt ongeveer 12.000
aanhangers.
Geografie
De totale oppervlakte van India
bedraagt ongeveer 3.300.000 km2 en is daarmee het op zes na grootste land ter
wereld. Om een idee te geven, dat is 80 keer zo groot als Nederland. Het land
grenst in het Noorden aan Nepal, Bhutan en China, in het oosten aan Bangladesh
en Myanmar en aan de Golf van Bengalen, in het westen aan de Arabische Zee en
de zuidpunt steekt nog net in de Indische Oceaan. Verder behoren de
eilandgroepen de Lakkadiven en de Andamanen en Nicobaren ook tot het Indiase
grondgebied. Het vasteland van India is onder te verdelen in drie delen,
namelijk het Himalaya-gebied in het noorden, de Noordindiase laagvlakte in het
centrum en het schiereiland in het zuiden.
Himalaya
De Himalaya is de grootste bergketen ter wereld met 95 pieken die hoger zijn
dan 7500 meter. Het gebergte valt uiteen in drie delen: Kashmir in het
noordwesten, de Centrale Himalaya in Himachal Pradesh en Uttar Pradesh en de
oostelijke keten van Darjeeling. Het dichtsbevolkte gebied is de vallei van
Kashmir vanwege de vruchtbaarheid van de grond.
Noordindiase laagvlakte
Deze laagvlakte ligt ten zuiden van het Himalaya gebergte en herbergt vele
rivieren waaronder de Ganges. Het grootste deel van het gebied is erg vruchtbaar
en vormt daarom het thuis van miljoenen mensen.
Het Schiereiland
Het schiereiland valt weer onder te verdelen in zes delen; het Aravalligebergte
in het noorden, de Centrale bergen ten zuiden van het Aravalligebergte, de
droge Deccanhoogvlakte in het binnenland, de Westelijke Ghats ten westen van de
Deccan. De Oostelijke Ghats ten oosten van de Deccan en tenslotte de smalle,
laagliggende kuststrook die het schiereiland omzoomt.
Klimaat
India heeft drie hoofdseizoenen:
winter, zomer en de moessonperiode. De winter loopt van november tot en met
maart en is vrij aangenaam. Over het algemeen is het in deze periode droog met
een gemiddelde temperatuur van rond de 20 graden Celsius. De wind komt dan
vanuit het noordoosten. Januari is voor het grootste deel van India de koudste
maand en voor het schiereiland is dat december. In het noorden kunnen de
temperaturen dalen tot onder de 10 graden Celsius terwijl in het uiterste
zuiden de temperaturen nooit onder de 20 graden Celsius zakken.
De zomer, die loopt van april tot juni, kan in één woord omschreven worden als
heet. In maart en april is het in Zuid-India overdag al minimaal 35 graden
Celsius en in het Noorden 30 graden en hoger. De heetste maand is mei met
temperaturen van boven de 40 graden. Alleen in de hoger gelegen gebieden is het
in deze maanden enigszins uit te houden.
De zuidwestelijke moesson begint vaak in juni aan de westkust en verspreidt
zich daarna over de rest van het land. Deze tijd kenmerkt zich door korte, maar
soms zeer hevige regenbuien. Soms blijft het echter enkele dagen regenen en
donderen. De moessonperiode zorgt wel voor enige verkoeling, maar daartegenover
staat dat de luchtvochtigheid weer aanzienlijk hoger is.
Tegen eind september is de moesson in de meeste gebieden voorbij, behalve in de
zuidoostelijke gebieden. Hier valt de meeste regen in de maanden oktober en
november en spreekt men van de noordoostelijke moesson.