Kathmandu - Nagarkot – Chitwan
Dag
5: Maandag, 24 januari 2005 Kathmandu
– Nagarkot
Vanmorgen schijnt
het zonnetje, het is dus gelijk een stuk aangenamer. We bezoeken eerst een winkel
waar kleding, sieraden en souvenirs en allerhande ander zaken te koop
zijn. Toevallig loop ik tegen een leuke trui aan, na wat afdingen en pingelen
koop ik hem.
Vervolgens rijden
we naar de Changu Narayan tempel. Vanaf de
parkeerplaats loopt er een stenen pad omhoog naar de tempel, aan beide kanten
ligt het dorpje met winkeltjes. We komen voorbij de dorpswasplaats waar vrouwen
driftig bezig zijn. Het is tenslotte maandag. ![]()
De oorspronkelijk
tempel is al in de 4e eeuw gebouwd maar is bij enkele branden en
aardbevingen vernield en herbouwd. Het huidige hoofdgebouw dateert uit de 16e
en 17e eeuw. De stenen beelden al uit de periode van 4e
tot de 9e eeuw. Het tempelcomplex bevat diverse Hindoeïstische
heiligdommen uit die periode.
Na het bezichtigen
van de tempel en bij de parkeerplaats in een restaurantje iets te hebben
gedronken vertrekken we met de benenwagen voor een wandeling van een paar
uurtjes. De bus zal verderop ons weer oppikken. Het pad is natuurlijk niet
geasfalteerd of bestraat maar gelukkig is het zand redelijk droog. Het gaat
omhoog, om kijkend zie je het dorpje met de tempel mooi liggen, we komen langs
enkele gehuchten. Families zitten voor hun huisje, we passeren mannen en
vrouwen met zware lasten op de rug.
We worden natuurlijk bestormd door kinderen die bedelen om pennen,
snoep of geld. Ze lopen zeker wel een paar km mee en maar vragen en de handjes
ophouden.
Op een heuvelrug
staat een gebouwtje met masten met gebedsvlaggen eraan.
De route gaat ook
een eind door de bossen en langs de rand van een glooiing waar je een mooi
uitzicht hebt op de vallei met het gouden zonlicht door de bewolking heen op de
heuvelruggen beneden vallend.
Bij de bus gekomen
gaat het verder omhoog de bergen in richting Nagarkot. Dit plaatsje
ligt op een hoogte van 2175m op een heuveltop. De weg is erg bochtig en smal.
Aangekomen in het dorp is het laatste stuk naar het hotel een pad met kuilen en
vlak langs de afgrond met een aantal scherpe bochten. We zijn bij het Hotel
Country Villa, waar we één nacht zullen blijven, aangekomen.
Op de veranda van
het hotel heb je een fantastisch uitzicht op de vallei en de Himalaya. Maar
hierboven is het wel erg koud, brrrrr.
We gaan naar onze
kamer, die ligt aan een open galerij. Binnen gekomen is het ijskoud en er zit
geen verwarming in. Ik ga naar Hein en hij zegt dat er al aan het
probleem wordt gewerkt, dat wij en de anderen op onze galerij een andere kamer krijgen.
We verkassen en de nieuwe kamer blijkt in het naast gelegen gebouw te liggen.
Hoewel deze kamers ook geen verwarming hebben is de galerij afgesloten zodat de
wind geen vrijspel heeft. We hebben nog wel een straalkacheltje meegekregen
maar die heeft maar weinig capaciteit en krijgt de boel echt niet warm. We
installeren ons en gaan daarna naar het restaurant voor het diner. Hier is het
ook behoorlijk koud maar het open haardvuur brandt en de straalkachels staan
aan. Maar het eten doen we toch maar met het jack en de trui aan, dat is wel
nodig. Gezellig wordt het wel en het wordt ook warmer in de zaal. Inmiddels
zijn Hein en de Nepalese gids druk in de weer
met straalkachels. Ze doen er alles aan om ons het zo geriefelijk mogelijk te
maken.
Als we tegen
bedtijd naar de kamer gaan krijgen alle gasten een warmwaterzak voor in bed
mee. Dat geeft de nodige hilariteit natuurlijk. Het blijkt dat Hein een zwaardere
straalkachel heeft geplaatst, het begint nu toch lekker warm te worden. We
gooien toch nog maar een extra deken op de bedden en slapen die nacht toch
heerlijk lekker en warm!
Dag
6: Dinsdag, 25 januari 2005 Nagarkot
– Het Koninklijke Nationale Park Chitwan
Vanmorgen staan we
om kwart voor zes op. Na het ontbijt wachten we om de zon boven de bergen te zien
opkomen. Nagarkot trekt steeds meer buitenlandse en Nepalese toeristen om dit
gebeuren te zien.
Het is mistig en
de wolken hangen laag, de bergen van de Himalaya zijn niet te zien. Het wordt
lichter en plotseling zien we een klein stukje berg en wat meer de zon er op
schijnt wat groter het wordt. De bergen worden steeds beter zichtbaar in een
licht rode gloed totdat het helemaal licht is. Door iedereen wordt er druk
gefotografeerd en gefilmd. Tussen mijn eerste en laatste foto van dit gebeuren zit
20 minuten. Het is erg mooi en fijn om te hebben gezien. ![]()
Halfacht gaan we
op weg voor de lange busreis naar Chitwan. We moeten eerst de smalle, bochtige
weg, bergafwaarts af. Daarna terug naar Kathmandu. Via de buitenwijken gaat het
naar de uitvalsweg naar Pokhara met ergens een splitsing naar Chitwan. Het is
al erg druk op de wegen in Kathmandu, veel bussen en vrachtwagens, het schiet
nog niet erg hard op hoewel de wegen hier redelijk goed zijn.
Als we Kathmandu
achter ons laten is het een stuk rustiger, ook hier hebben we een prima zicht
op de Himalaya.
We verlaten de
Vallei van Kathmandu, het zal nu ook snel warmer worden.
We stoppen voor
een kopje koffie, we kunnen al lekker in het zonnetje zitten. Later lunchen we
in de tuin van een mooi hotel met restaurant.
Tot nu toe is de
weg redelijk tot goed geweest maar dat wordt nu anders. De weg door de bergen
is pas in 1974 aangelegd en volgt voor het grootste deel de loop van de rivier
Trisuli, de meest populaire wildwaterbaan van Nepal. De weg wordt erg slecht
onderhouden en hele stukken ervan zijn gewoon karrenpaden. Als er al ooit asfalt op heeft gelegen dan
is het nu niet meer te zien. Het stuift door het opdwarrelend zand, het zijn
allemaal kuilen, keien en stenen. De bus hotst, botst, “slingert en stampt”
daarover en tussendoor.
Hij is heel vaak
erg smal, twee auto’s kunnen hier elkaar moeilijk passeren, op andere gedeelten
is hij weer breder.
Aan de linkerkant
verheffen zich steile rotswanden, aardverschuivingen en vallende rotblokken zo
groot als een auto zijn hier niet ongewoon, soms liggen ze er nog en kunnen we
er met moeite voorbij. Rechts aan de kant van de rivier heb je een loodsteile
afgrond met in de diepte de rivier. O ja, er zijn geen vangrails dat als je
hier over het randje gaat overleef je het niet. Dus bij het elkaar passeren op
de smalle stukken is het echt voorzichtig aandoen, ook al omdat de bus en de
tegemoetkomende vrachtwagens slingeren door de kuilen. Gelukkig rijden ze hier
in Nepal links, dus wij zitten goed!!
Op sommige plaatsen
is de weg breder dan de twee rijstroken en daar staan hutjes en huisjes direct
op de rand van de afgrond. Dat de mensen hier wonen, zelfs kleine kinderen
spelen daar. Het kan niet anders of zo nu en dan moeten er hier ouderen en
kinderen over de rand gaan en verongelukken.
En dit wordt een
highway genoemd. Het is wel een erg drukke weg, het is een belangrijke
verbinding tussen Kathmandu en India. Veel van de benodigde spullen in
Kathmandu, zoals brandsof, benzine, staal, bouwmaterialen, enz., enz. moeten hierlangs
worden vervoerd.
Om vijf uur zijn
we op de plaats van bestemming, de Narayani Safari Lodge, waar we twee
nachten zullen blijven. De Lodge ligt aan de rivier Rapti. Het is eenvoudig
maar netjes en schoon net zoals de kamers, eigenlijk rijtjes bungalows. Twee
jaar geleden hadden ze hier nog geen elektriciteit.
Nadat we de bagage
naar de kamers hebben gebracht gaan we een wandeling maken buiten de
Lodge, door de velden over landweggetjes. Hier en daar staat een huisje of
hutje, dan een groepje huizen, dus de kinderen lopen weer met ons mee en
kwetteren er op los. Gelukkig bedelen ze hier nog niet, zijn nog onbedorven wat
dat betreft, een heel verschil met de wandeling gisteren.
Uiteindelijk komen
we in een dorpje, hier is zelfs straatverlichting, het is inmiddels al donker
geworden. We lopen tussen de huisjes door en mogen naar binnenkijken. Uiteraard
geen brede, geasfalteerde straten, maar smalle zandpaadjes en de huisjes
meestal van leem en gras, kris kras er langs “gesmeten”. De bewoners zijn erg vriendelijk.
We worden door de
bus opgehaald en zijn om zeven uur in het hotel.
Dag
7: Woensdag, 26 januari 2005 Het
Koninklijke Nationale Park Chitwan
Het Koninklijke
Nationale Park Chitwan bezit, net zoals de andere nationale parken in Nepal, een
zeer diverse flora en fauna. Dit park bezit de laatste grootste gebieden met hoge grassen, zoals
olifantengras wat wel 8m hoog kan worden. De kortere grassoorten worden
gebruikt voor dakbedekking, het maken van matten, touw en papier. De
plaatselijke dorpelingen mogen in januari het gras verzamelen wat ze nodig
hebben als dakbedekking. We hebben dan ook veel vrouwen met een zware last op
hun schouders en rug zien lopen.
Er leven nu ongeveer 400 Indische neushoorns en ruim 100 Bengaalse tijgers. Er komen
ook andere wildsoorten voor zoals wilde olifanten, panters, hyena’s, beren,
bizons, buffels, slangen waaronder de pythons en de grootste gifslang ter
wereld - de koningscobra – die 4 tot
5,5 m lang kan worden, zwijnen, herten en krokodillen en meer dan 500
vogelsoorten. Het wordt daarom ook wel het mooiste wildpark van Azië genoemd.
Vroeger was het een geliefd jachtgebied van de heersers van Nepal en hun koninklijke gasten, zoals Koning
George V van Engeland en zijn zoon Edward. Er werden dan grote aantallen
neushoorns en tijgers geschoten.
Naar schatting waren er bijvoorbeeld in 1950 nog 1000 neushoorns, in
1973 waren er nog geen 100 en nog maar een 20tal tijgers.
In 1964 werd het gebied al tot reservaat uitgeroepen maar het stropen
ging nog door. In 1973 werd het Nationale Park gesticht en onder bescherming
van het leger werd het stropen aan banden gelegd. Het park is ongeveer 1000 km2
groot.
Voor 1950 was het gebied dun bevolkt. Er leefden hoofdzakelijk Tharu’s,een
bevolkingsgroep die immuun is voor malaria. Toen in de jaren vijftig van de
vorige eeuw de malaria in het gebied was bedwongen nam de bevolking snel toe.
In tien jaar tijd verdrievoudigde de bevolking. De bossen werden op grote
schaal gekapt om de grond voor de landbouw te gaan gebruiken. Toen het gebied
in 1964 tot reservaat werd uitgeroepen werden er ook ongeveer 22.000 mensen
gedwongen om het gebied te verlaten.
Wij staan om goed zes uur op en gaan eerst een kop thee halen. Om zeven
uur vertrekken we op de olifanten, op “neushoornjacht”. Eerst gaat het
op de rivier aan, die moeten we over. Het water is nu laag, het is de droge
periode, dus kunnen de olifanten gewoon lopen maar in het natte seizoen als het
water en stuk hoger staat moeten ze zwemmend het water over, met vijf mensen op
hun rug, vier toeristen en de “bestuurder”.
Het is behoorlijk mistig, zeker hierboven het water, de overkant is
niet te zien. Als we aan de overkant zijn gekomen gaat het voorzichtig de
steile kant op, de wildernis in. De bomen en het gras zijn nat van de mist en
erg warm is het ook nog niet.
Het gaat dwars door de jungle, soms door het bos, dwars door de
struiken en het gras.
Op een gegeven moment gaan de vijf olifanten uit elkaar, we kunnen de
anderen niet meer zien. Wij gaan dus alleen verder. We rijden door een stille
wereld verder, de mist maakt het allemaal mysterieus. Opeens waarschuwt onze “bestuurder”ons en wijst naar een
neushoorn die een eindje verder staat en fluit naar zijn collega’s. De andere olifanten komen ook en het is een
heel spel nu, de olifanten proberen de neushoorn te “omsingelen”. Als hij niet
te snel wegloopt lukt dat, maar succes is niet verzekerd. Toch lukt het en de
olifanten sluiten het dier in zodat we steeds dichter bij komen tot dat we goed
kunnen fotograferen, jammer dat de mist dan een spelbreker is, of toch niet? De
foto’s krijgen op die manier ook wel wat mysterieus.
De neushoorn blijft stokstijf staan zodat hij goed te bekijken is,
alleen de oren draaien constant rond.
Uiteindelijk gaat de kolos toch aan de wandel.
Uiteraard wordt er ruimte gegeven om weg te kunnen lopen.
In het hoge gras, de struiken en tussen bomen zijn ze niet altijd
zichtbaar. We rijden langs een heel stuk olifantengras van behoorlijke hoogte,
zittend op de olifant kunnen we er niet overheen kijken. We horen wel wat maar
zien niets. De olifantenverzorger stuurt recht het gras in, dwars er door heen,
toch heel speciaal. Je kon niet verder kijken dan de ruimte die de olifant in
het gras maakt. We gaan achter het geluid aan. Uiteindelijk komen we aan de
rand van het gras, maar de neushoorn rent al weg. Het lukt niet altijd om dicht
bij te komen. Toch zien we drie neushoorns van heel dichtbij en twee die er
vandoor gaan voordat ze ingesloten zijn.
Inmiddels is de tijd al weer voorbij en gaan we op de terugweg, weer
door de rivier, naar het hotel waar het ontbijt wacht. Om negen uur zijn we er.
Een indrukwekkende ervaring rijker.
Na het ontbijt vertrekken we om tien uur voor de kanotocht. Na
het inschepen varen we de rivier af. Ook hier geeft de mist geheimzinnige
effecten en heerst er een diepe stilte.
We
zien een paar vissers in het water staan, turend op zoek naar krabben. We zien
veel vogels, verschillende soorten. Na drie kwartier varen gaan we weer aan de
wal en lopen naar de krokodillenkwekerij bij Kasara Durbar.
Krokodilleneieren worden gezocht langs de rivieren en naar de kwekerij
gebracht waar ze worden uitgebroed. De jonge krokodillen die uitkomen in hun
natuurlijke omgeving hebben weinig kans op overleven door de vervuiling van de
rivieren, onder anderen door de rotzooi zoals plastic wat in de bergen van de
Himalaya door de bergsporters wordt achtergelaten. Dit wordt door het
smeltwater mee afgevoerd naar de rivieren wat een groot gevaar is voor de jonge
krokodillen..
Ze blijven zeven jaar in de kwekerij en worden dan teruggezet in de
rivier.
Na een uitleg over de kwekerij, het leven van de krokodillenen en na
het bekijken van de kwekerij gaan we verder.
We
lopen door een bos naar een brug over de Rapti, gaan de brug over en zien
beneden ons krokodillen op de zandplaten van de rivier liggen. Over de brug
worden we opgepikt door de bus en rijden we door een fraai landschap naar een
dorpje waar we stoppen om wat foto’s te kunnen nemen. De inwoners zijn erg
vriendelijk.
Na een korte stop gaan we terug naar het
hotel waar we de lunch hebben. Vanaf het terras hebben we een prachtig uitzicht op
de rivier en de jungle.
Halfdrie vertrekken we weer. Eerst gaan we naar de stallen van de
olifanten bij het hotel waar we een verhandeling krijgen over de olifanten
in het algemeen en over de verschillen tussen de Aziatische en de Afrikaanse
olifant in het bijzonder. Iedere olifant heeft twee verzorgers waarvan er
altijd één bij de olifant is.
Tegen halfvier vertrekken we op de olifanten, gaan de rivier
weer over maar gaan op de andere oever gekomen nu langs de rivier verder en
later langs een zijtak.
Het weer is nu lekker, geen mist meer en een zonnetje. Normaal
gesproken is in deze tijd van het jaar de temperatuur minimaal zo’n 25o
Celsius, maar dat is het nu echt niet. In de maanden maart tot en met juni kan
de temperatuur hier oplopen tot boven de 40o Celsius.
We zien weer veel vogelsoorten waaronder pauwen, ook vliegend, en na
een eind de zijtak te hebben gevolgd zien we de eerste krokodillen aan de
overkant van het water, op de wal, lekker in het zonnetje liggen. Regelmatig
zien we ze nu aan de overkant liggen. ![]()
We gaan de jungle weer in en ontdekken ook nog een neushoorn die we nog
uitgebreid gaan bekijken. We zij al weer een behoorlijke tijd weg en we gaan
weer langs het water en later er weer doorheen naar het hotel. Het loopt al
tegen de avond en de zon zakt al behoorlijk, het licht geeft nu een mooie,
zachte en sprookjesachtige “oranjegele” kleur. Tegen zessen zijn we teug bij
het hotel, dus vandaag bijna vier en een halfuur op een olifant gezeten.
We gaan op het terras zitten om nog na te praten over de dag en in
afwachting van het volgende. Hein trakteert ons op rum – cola, best
lekker want het begint al aardig af te koelen.
Het optreden van een groep Nepalese dansers begint met het
uitvoeren van verschillende stokdansen”, dit zijn krijgsdansen.
Na het optreden van de dansers hebben we nog het diner - barbecue.
Het is het einde van een zeer mooie en interessante dag.