Varanasi
Dag
10: Zaterdag, 29 januari 2005 Varanasi
Varanasi (vroeger Benares
genoemd), ongeveer 1,3 miljoen inwoners, ligt aan de Heilige
rivier Ganges (Ganga) en is volgens de verhalen de oudste stad ter wereld. Het is de
heiligste stad in India voor de Hindoes. De stad wordt al eeuwenlang bezocht
door pelgrims voor verlossing en troost. Elke dag komen er duizenden pelgrims
om aan de Ganges te bidden, mediteren en zich te baden in het water van de
Heilige Rivier. Baden in dit water wast de zonden weg, dat een eindje verderop
een kadaver van een koe, of soms het lijk van een mens, voorbijdrijft maakt
niet uit. Overledenen worden aan de oever van de rivier gecremeerd en hun as
wordt in het water geveegd. Sterven in Varanasi betekent loskomen uit de cyclus van de reïncarnaties, van
geboorte en wedergeboorte. Veel Hindoes komen dan ook naar Varanasi om hier hun
laatste dagen door te brengen, te sterven en om bij de rivier te worden
gecremeerd. Als een Hindoe in Varanasi wordt gecremeerd en de as in de Ganges
wordt verstrooid is dat een verdienste en daarom worden er talloze doden naar
de stad vervoerd, gewoon in de laadbak van bijvoorbeeld een open truck.
Shiva is de beschermgod
van Varanasi en de meest ontzagwekkende van de Hindoegoden. Hij vernietigt
alles, zowel goed als kwaad, waardoor nieuwe dingen kunnen worden gecreëerd.
Hij is de God van tegenstellingen en van het verenigen hiervan. Hij is de God
van de Yoga. Wanneer de tijd is gekomen zal Shiva het universum verwoesten.
Vanmorgen vertrekken we pas om halftien. We
gaan eerst naar Sarnath, een
plaats vlak bij Varanasi. Boeddha onderwees hier zijn eerste leerlingen en
hield hier zijn eerste preken. We bezoeken eerst de Mulagaandha Kutir Vihare, een Boeddhistische tempel gebouwd in 1931.
Het is alweer mistig, dat is het ‘s-ochtends bijna altijd. In de tempel zijn in
1932 – 1935 moderne fresco’s aangebracht door een Japanse kunstenaar. We
bekijken de tempel, het beeld van Boeddha en de fresco’s.
Ik
maak een praatje met de monnik van deze tempel.
Na het verlaten van de tempel bezichtigen we,
direct naast de tempel, de beelden van Boeddha met zijn leerlingen onder een
boom. Deze boom zou Boeddha 2500 jaar geleden hebben uitgekozen om onder te
mediteren.
Een eindje bij de tempel vandaan staat de Dhamek Stupa. De massieve ronde stupa is opgebouwd uit
steen en is met de fundering 44 m hoog, bovengronds 34 m, en ruim 28 m in diameter. Hij is gebouwd als
herinnering op de plek waar Boeddha zijn eerste preek heeft gehouden. Pelgrims
lopen rechtsom om de stupa.
Vervolgens bezoeken we het Sarnath Museum, het heeft een van de mooiste collecties
Boeddhistisch beeldhouwwerk.
We verlaten Sarnath en gaan terug naar
Varanasi om een zijde weverij te bezoeken. De weefgetouwen werken met ponskaarten en zijn enkele
honderden jaren oud. Echter er ze hebben één weefgetouw die al 900 jaar oud is.
De motieven die hierop worden geweefd liggen niet opgeslagen in ponsbanden maar
zitten in de herinnering van de mensen die het getouw bedienen.
Hierna rijden we in de bus naar de winkel waar
we allerlei zijden spullen te zien krijgen, ook hele dure zijden wandkleden en
tafelkleden. Zelf koop ik, na afdingen, twee zijden overhemden.
Het is nu tijd om terug te gaan naar het
hotel voor de lunch.
Na te hebben genoten van de lunch brengt de bus
ons midden in de stad. Van hieruit gaan we met riksja’s naar de Ganges, de bus kan daar niet komen. Het is een hele belevenis.
Het is een drukte van belang, auto’s, motoren, scooters, riksja’s,
tuk –
tuks, vrachtwagens, bussen, voetgangers, alles krioelt door elkaar. Het is een
hels kabaal, horen en zien vergaat je. Iedere automobilist denkt dat je door
luid te toeteren blijkbaar harder opschiet. En daar tussendoor lopen ook dan
nog de Heilige Koeien. Er staat er ééntje op een betonnen platformpje midden op
straat alsof ze de verkeersagent is die het verkeer staat te regelen. ![]()
Na een half uurtje zijn we bij de Ganges en
dalen via de ghats, de stenen trappen aan de oever van de Ganges, het zijn er
meer dan 100 die zich over een afstand van 4 km uitstrekken, af naar het water.
Je wordt bijna overlopen door de verkopers en verkoopsters van allerlei
souvenirs en prullaria. Je kunt je geld kwijt aan de bedelaars, jong, oud, man
en vrouw. Trouwens dat is hier in India overal waar mensen bij elkaar zijn,
zeker waar toeristen zijn.
We gaan aan boord van een roeiboot en varen de Ganges op. Langs de oever staan allerlei gebouwen
en tempels, grauw en verwaarloosd maar ook heel kleurrijk, alles in een licht
nevel. Is het een natuurlijke nevel of komt het door de vuurtjes in de stad en
de crematieplaatsen langs de rivier? Er varen meer boten met toeristen, bijna
geen westerlingen, op de rivier, aan de oever wassen de mensen zich in het
water en doen hun rituele handelingen.
We naderen één van de vele crematieplaatsen langs de rivier. De vuren van de
brandstapels branden, de rook kringelt omhoog. Het is lopende band werk, het
gaat 24 uur per dag door. Koeien lopen tussen de crematiegangers door. Honden
snuffelen in de overgebleven as. De as wordt door jongens doorzocht naar goud
en zilver, overgebleven van de sieraden van de gecremeerden, en naar restjes
van botjes die aan de familie worden gegeven ter herinnering. Degenen die dit
mogen doen zijn daarvoor speciaal aangewezen. Een volgend lijk ligt, gewikkeld
in geel – oranje gekleurde doeken al klaar voor verbranding. We varen tot dicht
bij de wal maar mogen nu niet meer fotograferen. Een deel van een niet verbrand
lichaamsdeel, een verkoolde hand, wordt een paar meter vanaf onze boot in het
water van de Ganges gegooid.
Een eindje verder bij de oever vandaan
gevaren komt het meisje,
die van Hein met de boot mee mag om
ons de bakjes, van binnen bekleed met rozenblaadjes met in het midden een
kaarsje te verkopen, langs om bij ieder het kaarsje aan te steken. De bakjes
met de brandende kaarsjes worden door ons voorzichtig te water gelaten, we
mogen nu een wens doen, alles ter ere aan en dankbaarheid voor de Ganges. ![]()
Na een poosje verder varen geen we aan wal.
Hier begint onze tocht te voet door de steegjes en straatjes van
de oude stad aan de Ganges. Het is inmiddels al donker geworden, het
meegenomen zaklampje doet nu regelmatig dienst. Het is er vies, goor en nauw
maar wel erg druk. Soms allemaal winkeltjes aan de zijkanten van de steegjes
waar alles te koop is, dan alleen hoge grauwe muren. Honden lopen er, soms
moeten we wachten omdat een koe de “weg”verspert. De steegjes zijn soms glad,
stijgen en dalen en zitten vol met gaten en oneffenheden en zijn vies van de
drek, rommel en koeienpoep. Je kunt het niet geloven dat er hier mensen kunnen
leven. Gelukkig is het niet warm, zo tegen de 200 Celsius. Stel je
eens voor hoe het bij 35 à 40 graden hier zal stinken.
Opeens wordt er geroepen dat we opzij moeten, we gaan met de rug tegen
de muur staan. Een aantal mannen komen in haastige loop, met boven hun hoofden
een draagbaar met daarop een lijk, voorbij op weg naar de Ganges.
We moeten onze foto- en filmapparatuur afgeven en worden gefouilleerd,
tassen die we bij ons hebben worden allemaal geopend en doorzocht. We zijn bij
de steegjes rondom en naar de moskee en Hindoestaanse tempel gekomen. We gaan
een nauw steegje door, je kan een ander hier bijna niet passeren, en komen op
een soort binnenplaats waar de moskee staat. De moskee werd op de
oorspronkelijke plaats van een Hindoestaanse tempel gebouwd die vernietigd is
door de moslims.
In 1776 werd naast de moskee begonnen met de herbouw van de
Hindoestaanse tempel, de Vishwanath Mandir, de Gouden Tempel, de
Heiligste plek van de stad, gewijd aan Shiva. De tempel heeft drie koepels, twee
ervan zijn bekleed met goud. Hiervoor is ruim 800 kg gebruikt.
We mogen niet in de moskee of tempel, het ziet er allemaal maar
onverzorgd en troosteloos uit. Er lopen veel apen rond maar ook veel soldaten.
De bewaking is erg scherp, er is een tijdje geleden geprobeerd een bomaanslag
op de tempel te plegen.
We gaan terug en halen onze apparatuur op en gaan verder via de
steegjes terug naar de Ganges. Hier is een ceremonie aan de gang
ter ere van en dankbaarheid aan de Ganges en Shiva.
Een kleurrijk geheel. De muziek schalt. Het is er erg druk en de
Heilige Koe ontbreekt ook niet, die ligt het allemaal maar rustig te bekijken. ![]()
Als de ceremonie
is afgelopen gaan we omhoog de trappen op, de riksja’s staan al klaar een we
worden door de drukte en herrie naar de bus gebracht. Naar het hotel voor het
diner.
In de tuin van het
hotel is een bruiloftsfeest aan de gang, de
dochter van een vooraanstaande bankier trouwt.
Het is op het
moment een periode dat er veel trouwpartijen zijn. Dat heeft met de astrologie
te maken, dat speelt hier nog een grote rol. Er is dan ook regelmatig een
bruidegom te zien in een gehuurd rijtuig met een wit paard ervoor op weg naar
zijn bruid. Of alleen op een wit paard, afhankelijk van de financiële
omstandigheden.
We gaan even in de
tuin een kijkje nemen en maken een praatje met een bruiloftsgast.
Dag
11: Zondag, 30 januari 2005 Varanasi
Om halftien
vertrekken we met de bus richting Ganges. Met de bus kunnen we er niet komen,
dus het laatste stuk wordt nu wandelen. De koeien zijn ook al op en wandelen
alweer rustig door de straten. We gaan aan boord en varen de Ganges op, de
motor van de boot geeft een geweldige herrie. Aan de oever zijn de mensen al
druk aan het baden en de kleding aan het wassen, het weer is lekker maar wel,
zoals gebruikelijk, nevelig wat geheimzinnige beelden oplevert op de rivier.
Een eind de rivier
opgevaren meren we aan de ander kant af, gewoon aan de oever, geen kade of iets
dergelijks te zien. Vrouwen en kinderen zijn druk bezig aan de het water, wassen
en de afwas doen. ![]()
In de nevel doemt
het doel van onze toch op, het indrukwekkende en kolossale in de 17e
eeuw gebouwde paleis van de voormalige Maharadja van Benares (Varanasi)
wat aan de oever van de Ganges in het stadje Ramnagar ligt. Maharadja betekent
eigenlijk “Grote Koning”, en is een Indiase vorstentitel. De Maharadja woont
nog in een klein gedeelte van het fort, de rest is museum. Dit gaan we
bekijken. Binnen mag niet worden gefilmd of gefotografeerd. Wel buiten op de
binnenplaatsen!!
We bekijken het
zilverwerk, de wapens, de prachtige kleding, brokaat, de verzameling
draagstoelen voor op de olifanten van zilver of goud, de gouden hoofdstukken
voor de olifanten, de meubels. Het is er allemaal, de kunstig bewerkte ivoren
koets van de maharadja, kinderspeelgoed, enz., enz. Helaas niet goed
onderhouden en mooi tentoongesteld. De ruimten, gangen en zalen zijn kaal, geen
enkele aan- of bekleding. Het geeft wel een beeld van hoe de vroegere
aristocratie van India in weelde baadde. Het volk natuurlijk niet.
Terug naar buiten
door de hoofdpoort, we horen trommels en fluiten, er komt een crematiestoet
aan. De overledene moet een redelijk belangrijk iemand zijn omdat er muzikanten
bij zijn. Bij crematies zijn er alleen manen, geen vrouwen, volgens Indiase
opvattingen zouden die te veel huilen. De stoet komt naderbij, ze zien ons,
westerse toeristen staan. Het ongelofelijke, voor ons westerlingen, gebeurt. De
stoet houdt stil, de draagbaar met het lijk wordt op de grond gezet en de
muzikanten gaan voor ons spelen.
Bedoeling is dat wij geld op de grond leggen en zij het al spelend
en trommelend het met de mond oppikken. Het lijk op de baar ligt rustig te
wachten. Nadat er genoeg is verdiend
gaat de stoet verder richting Ganges.
Toch een heel gekke ervaring, zelfs voor Hein die al jarenlang
in India komt een nieuwe!!
We vervolgen onze
weg terug naar de boot, langs de oever van de rivier wordt er nog steeds
gewassen, een groepje giebelende meiden is druk bezig met haarwassen, een
jochie kijkt aandachtig, maar naar wat??
Terug naar
Varanasi, langs de ghats,
de zich wassende mensen, de was hangt en ligt
te drogen.
De riksja’s staan
al te wachten om ons terug naar de bus te brengen die bij een gebouw staat
waarin een grote maquette te zien is van India en naburige
landen. Dit bekijken we en krijgen uitleg.
Boven de ingang
van het gebouw is in marmer het hakenkruis en de Jodenster broederlijk
verenigt. Deze eeuwenoude symbolen hebben hier een heel andere betekenis dan
bij ons. Je komt de beide tekens, zowel hier als in Nepal, heel vaak tegen op
gebouwen. Op bussen en vrachtwagens is de swastika een veel
voorkomend teken. Al sinds mensenheugenis is hier de swastika een symbool van
het leven, de vreugde en het geluk.
De Davidsster symboliseert het harmonieuze samengaan van het vuur
van het mannelijke en het water van het vrouwelijke.
De gekruiste driehoeken stellen ook lucht en aarde voor.
De ster heeft zes punten waarbij een onzichtbare zevende spirituele
transformatie voorstelt, weerspiegelend in het innerlijk oog van de tovenaar,
ziener, priester of priesteres.
Met de bus terug naar het hotel, Ineke
en ik gaan een hapje eten en gaan daarna even in de buurt van het hotel lopend
de stad in, ik moet ook geld pinnen. Natuurlijk worden we aangeschoten door
bedelaars en verkopers, riksjarijders,
tuk-tuk- en taxichauffeurs die ons overal naar toe willen rijden.
Terug in het hotel is het alweer tijd voor
het diner. In de tuin is weer een bruiloftsfeest aan de gang. Die zelfde avond
komen er nog zeker twee bruiloftsstoeten, met muziek voorop, voorbij het hotel.