Doetinchem - Bangkok

Inhoudsopgave

Bangkok – Tak – Chiang Mai

 

Bangkok

 

 

Dag 3:  Woensdag, 21 januari 2004    Bangkok (“Krung Thep”, wat “Stad der Engelen” betekent)

 

Vanaf  1782 hebben we in Thailand de Chakri-dynastie, die nu nog steeds regeert. Generaal Chao Praya Chakri wordt Koning Rama I en verplaatst, de in die tijd zijnde hoofdstad Thonburi waar de ondergrond te drassig is, naar Ban Makok (“Olijvendorp”) aan de andere –de oostzijde - van de Chao Praya River. Dit is strategisch gezien erg goed want de nieuwe hoofdstad ligt nu in een bocht van de rivier en wordt door de Chao Prya omsloten en daardoor als een eiland beschermt ligt. De Chinezen die hier reeds wonen wijken uit naar het huidige Chinatown.

De eigenlijke historische naam voor de nieuwe hoofdstad van Thailand is de langste stadsnaam in de wereld en als zodanig dan ook opgenomen in het Guinness Book of Records. De volledige naam is:

Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Ayuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit.

Dit betekent:

De stad der engelen, de grote stad, de woonplaats van de Smaragdgroene Boedha, de ondoordringbare stad (in tegenstelling tot Ayutthaya) van de god Indra, de grote hoofdstad van de wereld die met negen kostbare edelstenen is begiftigd, de gelukkige stad, rijk aan een enorm Koninklijk Paleis dat de hemelse woonplaats gelijkt waar de gereïncarneerde god regeert, een stad die door Indra is gegeven en die door Vishnukarn is gebouwd.

Deze naam wordt in de volksmond verkort tot “Bangkok”.

Om zeven uur worden we telefonisch gewekt. Als groep hebben we in overleg met Paul afgesproken dat we alle dagen 1,5 uur voor vertrek worden gewekt. Kunnen we rustig wakker worden, aankleden en ontbijten.

Tijdens het ontbijt worden de foto’s die gisteren bij aankomst zijn gemaakt gebracht. Wij kopen die van ons als leuke herinnering.

Na het ontbijt vertrekken we per bus naar de bloemenmarkt.  De bloemenkramen en stalletjes staan langs de straat. Wat een verschillende soorten bloemen, wat een pracht. Toen ik een foto wilde maken bleek dat de lens en het scherm van het fototoestel zwaar onder het condenswater zat vanwege de grote luchtvochtigheid. We kwamen natuurlijk net lekker uit de, door de vol blazende AC,  “koude” bus.

 

We lopen langs de kramen met bloemen en vandaar lopen we verder naar de Wat Pho, (Wat = Tempel of Klooster) het oudste, uit het einde van de 18e eeuw, en grootste tempelcomplex van Bangkok met de gigantische liggende Boeddha.  Deze vergulde figuur is 46 meter lang en 15 meter hoog en daarmee het grootste standbeeld van een rustende Boeddha in Thailand. De ogen en de voeten zijn versierd met parelmoer.

Op en in het gehele complex zijn er een duizendtal Boeddhabeelden in allerlei vormen en afmetingen, 95 grote en kleine pagoden en vele Chinese stenen figuren die ooit als ballast in de schepen uit het Verre Oosten werden meegebracht en nu staan opgesteld als poortwachters.  Er is op het terrein, sinds ongeveer 160 jaar al, een school voor traditionele Oosterse geneeskunde gevestigd. Ook kan je hier een Thaise massage (drukpuntmassage) ondergaan.

Wat opvalt is dat het hier zo geweldig rustig is, in sommige delen zie je bijna geen mensen. Alleen hier en daar een in het oranje geklede monnik. In andere delen van het complex is het drukker, maar er zijn bijna geen Westerse toeristen.

Om de tempels binnen te gaan moeten we de schoenen uit doen en moeten we goed gekleed gaan. Dus geen blote schouders en benen, dit geld voor mannen en vrouwen. Lange broek of een lange rok aan.

En o ja Ineke, denk er aan als je op de grond gaat zitten: benen onder je of naar achteren en niet naar voren zodat ze naar mensen wijzen en dat al helemaal niet in een tempel doen. Dan wijzen ze ook nog naar de monniken en naar Boeddha. Als je het toch doet krijg je een standje van de bewaking.

 

Vanaf de Wat Pho gaan we met de bus naar de Wat Phra Kaeo (Tempel van de Smaragden Boeddha)  en het naastgelegen Royal Grand Palace met meer dan 100 gebouwen uit het machtige Thai-imperium. Er wordt een groepsfoto gemaakt. Het tempelcomplex is een lust voor het oog met tonnen goud, brons, zijde en ivoor, edelstenen, marmer en parelmoer, schitterend gekleurde glas- en porseleinmozaïeken en wandschilderingen. Deze tempel, gebouwd van 1782 tot ’84, is het grootste heiligdom van de Thai. Hierin bevindt zich namelijk het belangrijkste beeld uit het Thaise boeddhisme: de Smaragden Boeddha.  Het beeld is echter niet van smaragd gemaakt maar kreeg de naam vanwege zijn groene kleur. Het bestaat uit een stuk massief jade en is maar 66 cm hoog. Het is verboden om te fotograferen in de kapel waar deze heilige Boeddha, in meditatiehouding, op een ongeveer elf meter hoog altaar troont. Hij draagt een gouden kroon en naar gelang het jaargetijde beschikt hij over drie verschillende klederdrachten, die alleen door de koning bij het intreden van een nieuw seizoen mogen worden omgewisseld.

Er zijn talrijke legendes over de oorsprong van de Smaragden Boeddha. Waarschijnlijk stamt het meer dan 500 jaar oude beeld uit India of Birma en keerde het na eeuwenlange omzwervingen terug in het Thaise koninkrijk en kreeg tenslotte op 22 maart 1784 als beschermheilige zijn plaats in de Wat Phra Kaeo.

Een kleine poort scheidt het heiligdom van de voormalige residentie van de Thaise koningen, het Royal Grand Palace.  Het paleis was voor publiek gesloten omdat Koningin Beatrix en Prins Willem Alexander hier logeren. Zij zijn van maandag 19 januari tot en met vrijdag 23 januari hier in Thailand op staatsbezoek. De Koninklijke vlag, ook genoemd de Koninklijke standaard, van Koningin Beatrix staat op het paleis.

Het is in het complex erg druk met toeristen, ook westerse. Heel anders dan zo’n 40 jaar geleden toen ik hier ook ben geweest. Er waren toen bijna geen bezoekers en westerlingen al helemaal niet. Nu worden ze met rijen bussen aangevoerd.

Ondanks de drukte blijft het een geweldig en imponerend gezicht, al die pracht.

Ook hier weer natuurlijk als je een kapel of een tempel binnengaat: schoenen uit en de juiste kleding aan. Veertig jaar geleden moesten ook nog de sokken uit, dus echt op blote voeten. In mijn herinnering moest je toen ook op (delen van) het buitenterrein op blote voeten lopen.

 

Na de Wat Phra Kaeo gaan we lunchen op een drijvend restaurant, niet varend, op de rivier, waar je een mooi uitzicht hebt  op de drukte op de rivier en skyline van Bangkok.

 

Vervolgens naar het Vimanmekpaleis (Wiman Mek Palace). “Het paleis in de wolken” is het grootste teakhouten gebouw ter wereld.  Het is in Europese stijl gebouwd maar in Thaise traditie. Het is namelijk geheel van gouden teakhout gebouwd zonder gebruik te maken van spijkers. Teakhout bevat een olie die het beschermt tegen hitte en zware regenval.

Oorspronkelijk was het door Koning  Rama V gebouwd op een eilandje in de Golf van Siam als zomerhuis. In 1901 werd het verplaatst naar zijn huidige plaats. Koning Rama V gebruikte het gebouw als zijn Koninklijke residentie van 1902 tot 1906. Daarna werd het nog zo nu en dan door twee Thaise koningen gebruikt maar het werd gesloten in 1935. Koningin Sirikit nam het initiatief om het gebouw te heropenen en het gevolg daarvan was dat het in 1982 werd heropend, maar nu als museum. Je kunt zeggen het is het paleis “Het Loo” van Thailand.

Het gebouw heeft 81 kamers. Koning Rama V stond bekend om zijn vele bijvrouwen. Er wordt gezegd dat hij voor iedere vrouw een kamer had. Het gebouw had de eerste badkamer met bad en douche van Thailand.

Ook hier moeten we, voordat we het gebouw binnengaan, de schoenen uitdoen. Ook mogen we geen fototoestel of videocamera meenemen. Dus schoenen en fototoestellen gaan een kluisje in.

Net op het moment dat de rondleiding door het gebouw teneinde is en we naar de ruimte willen gaan om de schoenen en fotoapparatuur te halen, barst er een flinke regenbui los. Dat wordt een tijdlang schuilen. Na een uurtje is de bui over en kunnen we onze spullen halen en naar de bus gaan die ons naar het hotel brengt.

Even rusten en douchen en verkleden en dan het avondprogramma, waar het merendeel van de groep aan meedoet.

 

We maken met de bus eerst een stadsrit bij donker door Bangkok. Een heel enerverend gezicht al die lichtjes, verlichte gebouwen en de drukte op straat. Brede straten met veel verkeer en grote moderne gebouwen, kantoren en winkelcentra, maar ook smallere straten met veel kleine winkeltjes en (eet)kraampjes. Voor één van die brede lange straten, de Ratchadamnoen Nok Road heeft het Champs Elysées in Parijs model gestaan.

Er staan allemaal grote bilboards met de foto van de Koning van Thailand. Echter nu staan er ook een heleboel met de foto van Koningin Beatrix en Prins Willem Alexander in verband met het staatsbezoek.

 

Na de stadsrit gaan we naar de Baiyoke Sky Tower. Dit is het hoogste gebouw van Thailand. In het gebouw is het Baiyoke Sky hotel gevestigd met 673 kamers en het Baiyoke Suite Hotel met 255 suites. Het gebouw is 309 meter hoog en het heeft 88 verdiepingen. Je gaat met een lift aan de buitenkant van het gebouw onhoog. De liftwanden zijn van doorzichtig (glas?), dus je hebt een geweldig uitzicht als je omhoog en omlaag gaat. Ineke is ook met deze lift naar boven gegaan.

Op de 84e verdieping is een open ringvormig platvorm dat om de top van de toren is aangebracht. Het platvorm draait om het gebouw. Door een hekwerk met heel grofmazig gaas wordt voorkomen dat je er af kan vallen. Bij donker heb je een geweldig mooi uitzicht over Bangkok. Zelf heb ik twee en een halve omwenteling gedaan. Ineke blijft in dit geval maar binnen.

Op ondermeer de 76e en 78e verdieping is een restaurant. Wij hebben in het restaurant op de 78e een heerlijk diner buffet gehad, onder het genot van een fraai uitzicht over Bangkok.

Na het diner gaan we met de bus eerst naar de wijk Patpong, de voormalige “poel van verderf”, waar de straatjes van plezier zijn, om een deel van de groep hier af te zetten. Zij willen zich nog even in het nachtleven storten. Wij gaan met het andere deel mee naar het hotel. Vroeger zal ik  hier zeker geweest zijn. Tegenwoordig zijn veel van de pooiers en runners blijkbaar verdrongen door talrijke kraampjes langs de kant van de weg met snuisterijen, souvenirs en goedkope merkimitaties. Maar nog steeds is hier erg veel mogelijk op het gebied van seks.  En de travestieten en transseksuelen zullen er ook nog wel zijn.

De bedoeling is dat de bus ons voor het hotel afzet, maar in verband met de voorbereidingen van het Chinees oud- en nieuwjaar, wat dit jaar op 22 en 23 januari valt, zijn er heel wat straten afgesloten. De bus kan het hotel niet meer bereiken, dus dat wordt een heel eind lopen op de late avond. Het is nog verder dan we dachten dat het zou zijn. Op een gegeven moment gaan we zelfs twijfelen of we de goede weg nog wel hebben. Ik vraag aan een paar politieagenten de weg en het blijkt dat we nog steeds goed zitten. Er wordt gezegd dat het nog wel een kilometer lopen is. Het zou kunnen. Om ongeveer halféén zijn we in het hotel en gaan we slapen.

 

 

Dag 4:  Donderdag, 22 januari 2004            Bangkok

 

Deze ochtend “uitslapen” tot halfnegen. Om 10.00 uur vertrekken we uit het hotel met de benenwagen naar de Ratchawong Pier aan de rivier. Hier gaan we aan boord van een Long Tail Boat om een boottocht over de rivier en door de Khlongs te maken, de zogenaamde Khlongtoer.

Een khlong is een kanaal of gracht en diende vroeger als transportwegen voor o.a. rijstsloepen en jonken (sampans).

Bangkok had ooit erg veel kanalen en zijrivieren, wel acht keer zoveel als Venetië. Bangkok werd dan ook het “Venetië” van  het oosten genoemd, een afgezant van de Britse Koningin Victoria noemde de levenswijze van de bevolking van Bangkok rond 1850 zelfs “amfibisch”.

Sinds het midden van de 19e eeuw zijn de meeste waterwegen gedempt om er wegen op aan te leggen. Desondanks zijn er nog voldoende khlongs over om een mooie boottocht te kunnen maken.

 

De long tail boot wordt bemenst door een echtpaar die eigenaar van de boot zijn, erg gebruikelijk. Nadat we zijn ingestapt vertrekken we. Eerst gaat de tocht stroomafwaarts. Het is lekker weer en op het water is het ook niet al te warm, komt natuurlijk ook door de wind veroorzaakt door de snelheid. De long tail boten zijn uitgerust met sterke motoren, wel 120 pk, en schieten dan ook  met enorme snelheid over de rivier met, veel herrie en soms veel gerook  van zwarte uitlaatgassen, achter zich een sliert water.

Soms worden we lichtjes besproeit door het buiswater, dus oppassen met het fototoestel.

Het is druk op de rivier met allerlei boten: long tail boten, sloepen, sampans, boten met toeristen, riviertaxi’s die volgens dienstregeling varen, er zijn drie soorten herkenbaar aan de kleur – boten die bijna overal aanleggen en andere die alleen op de belangrijkste plaatsen aanleggen en dan nog een tussenvorm - en grote lichters die worden gesleept.

We varen tot we de eerste kleinere zeeschepen zien liggen, o.a. in een droogdok. De grote zeeschepen blijven buiten het vizier.

 

Hier verlaten we de rivier en varen via een sluis de khlongs op. Het is een mooie tocht, er is erg veel groen door de begroeiing op de wal.  Hier zie je ook nog veel armzalige hutjes, maar wel met tv, langs het water, of uitgeleefde en armoedige flats. Echter er staan ook regelmatig leuke woningen en zelfs kasten van woningen. Dus rijk en ”arm” naast elkaar en door elkaar.

De mensen op de wal zijn vriendelijk, als we voorbij komen wordt er gewuifd door jong en oud.

Bij de huizen en hutjes hangen kleren en andere zaken gewoon in de open lucht. Het hangt er niet om te drogen maar hier is de open lucht de hangkast. Ja dat kan bij dit soort weer.

De vrouw van het echtpaar komt langs met een doos vol snuisterijen. Ineke koopt een paar pakketjes ansichtkaarten die we toch nodig hebben. Postzegels heeft ze niet dus die moeten we later maar kopen.

 

Via een andere sluis, een eind stroomopwaarts, verlaten we de khlongs en varen we de rivier weer op. Het gaat nu weer op volle snelheid verder stroomopwaarts en we passeren het vertrekpunt, varen onder diverse bruggen door, varen langs de Wat Arun die we straks gaan bezoeken, ik neem alvast een paar foto’s. Verder gaat het, we zien de Wat Pho, de Wat Phra Kaeo en het Grand Palace, op de andere oever de marinekazerne en een spoorwegstation.

Er wordt aangemeerd bij de pier van een hotel waar we in het restaurant de lunch gebruiken.

 

Na de lunch schepen we ons weer in en varen terug naar de Wat Arun, de “Tempel van de Dageraad”, om deze te bekijken.  

De tempel heeft vijf prangs, pagodes, waarvan de middelste de hoogste is met een hoogte van zo’n 100 meter boven de rivier en daarmee de hoogste prang van Thailand is. Ze zijn gebouwd in Cambodjaanse stijl. De middelste prang is het stenen symbool van Bangkok geworden en is op talrijke emblemen terug te vinden. De prangs dateren uit het eerste deel van de 19e eeuw, maar het tempelgedeelte waar de prangs bovenuit rijzen dateert waarschijnlijk uit de regeerperiode van Koning Taksin (1767-1782) of nog eerder.

De stenen kern is voorzien van een pleisterlaag en toen gedecoreerd met miljoenen stukjes veelkleurig Chinees porselein en glazen keramiekdeeltjes. Het Chinees porselein werd in de schepen als ballast gebruikt voor de reis van China naar Thailand.

Na de bezichtiging van de Wat Arun varen we terug naar het beginpunt van de boottocht.

 

We lopen samen met Annelies en Gerard terug naar het hotel, niet rechtstreeks maar via de winkelstraatjes van China Town. In verband met het Chinees oud- en nieuwjaar is het geweldig druk, er is bijna geen doorkomen aan. Het is er zwart, beter gezegd: rood van de mensen. Bijna iedereen draagt rode kleding.

Een monnik geeft aan mensen, nadat ze geld hebben geofferd, de zegen en krijgen ze van hem een armbandje wat geluk brengt. Je mag het bandje niet verwijderen. Er staat een lange rij mensen op hun beurt te wachten. Een andere monnik staat met een elektronische geluidsinstallatie de mensen op te roepen. Als ik een foto neem wordt dit ook omgeroepen, het nodigt blijkbaar uit om te offeren als een westerling staat te fotograferen.

Bij aankomst bij het hotel kijken we nog even naar de mensenmassa en neem ik nog wat foto’s, onder meer van “De Aap”, die ondertromgeroffel een krijgs- of bezweringsdans uitvoert.

De aap is één van de dieren in de Chinese dierenriem. Tijdens de keizerlijke perioden in China was het dragen van het bont van de goudbruine aap alleen toegestaan voor leden van de keizerlijke familie. De aap wordt vaak gezien als het symbool van lelijkheid en kattenkwaad. Toch heeft de aap binnen het boeddhisme zijn eigen plaats. Er bestaat een verhaal dat ten tijde van de T’ang dynastie een keizer opdracht gaf tot het verkrijgen van heilige Boeddhistische boeken uit India. De missie slaagde dankzij de hulp van een aap. Uit dankbaarheid verklaarde de keizer de aap tot ‘de grote wijze, gelijkstaand aan de hemel’. Ook zou de aap macht hebben over heksen elfen en dergelijke. Verder zou hij gezondheid, bescherming en succes kunnen verschaffen aan de mens.

In de hoofdstraat langs het hotel is het erg druk, bandjes spelen ook westerse muziek, zang is er en overal stalletjes met eten en snuisterijen.

Op de hotelkamer gekomen, 12e verdieping, kijken we door het raam naar buiten, we kunnen nog net het kruispunt bij het hotel zien met een stuk van de hoofdstraat: de mensenmassa is net een rode slang die langzaam door de straat glijdt.

 

Om 19.00 uur staan we beneden in de hal klaar om te vertrekken voor het avondprogramma. We gaan lopend naar de bekende pier. Wel elk stel opeigen gelegenheid want het is gewoon veel te druk om als groep te gaan, je raakt elkaar gewoon kwijt. Bij de pier aangekomen gaan we aan boord van de Chao Praya Princess, een luxe boot die voor onze groep is afgehuurd. We gaan een Dinercruise op de Chao Prya Rivier houden.

We genieten van een heerlijk diner terwijl we ondertussen langs de vele verlichte complexen varen. Ineke drinkt met Annelies wel een erg dure fles wijn.

Terwijl we op de terugweg bijna bij de pier zijn zien we vuurwerk. Van de rivier is het hotel ook te zien en opeens gaat de verlichting van het bovenste deel uit en aan knipperen. Allemaal ter ere van oud en nieuw en ter verhoging van de feestvreugde.

Nadat we zijn aangemeerd lopen we door de menigte terug naar het hotel. Een leuke afsluiting van een paar dagen Bangkok.

 

Terug naar boven