Bangkok – Chiang
Mai
Dag
5: Vrijdag, 23 januari 2004 Bangkok –
Ayutthaya – Tak
We
worden om zes uur gewekt en na het ontbijt vertrekken we om halfacht. We
vertrekken uit Bangkok en gaan op weg naar Ayutthaya. Hoewel we tijdens de
rondreis soms per dag best wel en heel eind moeten rijden, vandaag een 480 km,
zal er toch na ongeveer maximaal twee uren rijden worden gestopt voor een
koffie-, plas- en nicotinestop.
Koele
frisdrank zoals coca cola, ijsthee, ijskoffie, sinas, enz., water en bier kan
in de bus worden gekocht bij de busboy. Hij zal ook regelmatig in de bus
langskomen met zijn mand met flessen en blikjes drinken.
De
busboy is verder het hulpje van de chauffeur, hij moet aanwijzingen
geven bij het achteruitrijden en daarbij dan het verkeer regelen, moet ons
helpen bij het in- en uitstappen, het bankje klaarzetten als de in- of uitstap
te hoog is. Moet de bus schoonhouden van binnen en buiten. Moet, zoals die keer
dat we niet onder de telefoon en elektriciteitkabels doorkonden, met een stok
op de bus klimmen en de kabels omhoog houden zodat de bus cm voor cm er
onderdoor kan rijden, zelfs dat lukt niet in één keer en moet herhaaldelijk
even een eindje terug.
De
chauffeur en de busboy slapen ‘s nachts in de bus, in de bagageruimte, ze
hebben daar ook een ventilator voor de verkoeling staan.
Zelf
hebben we in de bus altijd een vest bij ons. De airconditioning staat vaak zo
hard aan dat het gewoon te koud is en je een vest of jasje moet dragen.
Ayutthaya is na Sukhothai de tweede hoofdstad
of koningsstad (1350 – 1767) van Siam, zoals vroeger de naam van Thailand
luidde. In 1939 wordt de naam officieel veranderd in Thailand – “Land van de Vrijen” (Ratcha
Anachak Thai, verkorte vorm: Prades [Prathet] Thai, Muang-Thai = “Land van de vrijen”).
De Birmanen veroveren in 1767 de stad en vernietigen
haar, zodat nu alleen nog van die oude belangrijke stad, de VOC had er ook een
belangrijke handelspost, enkele wijdverspreide paleisrestanten en tempelruïnes
resten. Al een jaar later verdrijft de provinciegouverneur en latere koning
Taksin de bezetters en sticht op de westelijke oever van de Chao Phraya rivier
de nieuwe hoofdstad Thonburi. In 1991 werd de oude ruïnestad door de UNESCO
uitgeroepen tot cultureel werelderfgoed.
Bij Ayutthaya bezoeken we eerst Bang Pa In.
Dit is een koninklijk zomerpaleis en ligt aan
de Chao Phraya rivier. De architectuur is een combinatie van traditioneel
Siamese en Europese elementen. In 1632 werd het gebouwd al buitenverblijf voor
de koninklijke familie. Later werd het verblijf aan zijn lot overgelaten en
verviel het tot een ruïne, geheel overwoekerd met gras. Koning Rama V, die erg
onder de indruk was van zijn bezoeken aan Europa, liet het eind 19e
eeuw restaureren en uitbreiden. Er ontstond een mengelmoes van Thai-paviljoens,
Chinese pagoden, Oosters geïnspireerde keizerlijk vertrekken, Zwitserse
chalets, torenschrijnen in Khmer-stijl en een mediterraan observatorium met
wenteltrap, waarvan de meeste gebouwen rond een klein meertje staan. Vanaf het
observatorium heb je een prachtig uitzicht over het landgoed en kun je mooie
foto’s maken zoals ik heb gedaan. De wateren van het paleis staan in verbinding
met de rivier, maar is wel afgesloten met een draaibaar hekwerk.
Na het bezoek aan Bang Pa In gaan we met de bus
verder naar de Wat Phra Si San Phet met de drie identieke witte chedis
op een rij.
Daar omheen liggen de
overblijfselen van de oude tempels die er rondom hebben gestaan. De twee
oostelijke chedis werden in 1492 gebouwd. In deze gebouwen werd de as van drie
vorige koningen bewaard. In de westelijk chedi ligt de as van koning Rama
Thibodi II de opdrachtgever voor de bouw van de eerste twee in 1492. In 1956
werden deze gebouwen die erg geleden hadden onder de aanval van de Birmanen
gerenoveerd. Toch geeft het geheel een beeld hoe het geweest moet zijn in de
glorietijd. Koningin Beatrix en Prins Willem Alexander zijn hier dinsdag ook
geweest in het kader van hun bezoek aan Thailand.
Direct bij deze Wat Phra Si San Phet
staat de Viharn Phra Mongkol Bophit.
Deze viharn werd ook in 1956 herbouwd, boven op de grondvesten van de oude in
1767 verwoeste kapel. In de tempel staat één van de grootste bronzen
boeddhabeelden van Thailand; dit 15e-eeuwse beeld werd bij de
verwoesting van de Ayutthhaya eveneens beschadigd.
Op
de naburige parkeerplaats is een grote souvenir- en eetwarenmarkt.
We
rijden door naar Nakhon Sawan waar we lunchen en daarna gaat de reis verder
naar Tak, een traditioneel stadje met een avondmarkt, waar we in het Vieng
Tak Hotel zullen overnachten.
Een
uurtje voor Tak wil ik een lekker biertje, helaas is het bier veel te warm maar
ik drink het toch op. Daarna begin ik me steeds beroerder te voelen. Zodra we
in het hotel aankomen en op onze kamer zijn, gezien heb dat we het uitzicht op
de Ping rivier hebben en de koffers gebracht zijn, ga ik naar bed. Ik ga ook
niet naar het diner wat in het hotel wordt gehouden, ik hoef toch geen eten, Ineke
gaat alleen. Paul toont zich bezorgd, hij vraagt Ineke wel een
paar keer of er ook eten naar mij moet worden gebracht. Zelf word ik steeds
beroerder en zieker en begin ik over te geven en daarna krijg ik hevige
diarree. Een uurtje na elkaar neem ik twee pilletjes tegen de diarree in en nu
maar hopen dat het helpt. Midden in de nacht zie ik het absoluut niet zitten om
de volgende dag verder reizen maar het zal toch wel moeten, de bus wacht niet.
Het overgeven in de diarree duurt tot de vroege ochtend. Dan ben ik letterlijk
en figuurlijk: “Leeg”.
Dag
6: Zaterdag, 24 januari 2004 Tak – Lampang
– Chiang Mai
Ondanks
alle “ellende” heb ik tussen de “buien”door toch nog redelijk geslapen. Op dit
moment is het overgeven en de diarree over maar ik voel me ontzettend slap en
nog lang niet lekker. Ik neem nog een pilletje in en aan het ontbijt neem ik
erg weinig. Paul raadt me aan om Yakult te drinken. Hij haalt gelijk
drie flesjes voor mij, ik drink er meteen één.
We
gaan eerst op weg naar Lampang. Gelukkig is er ruimte genoeg in de bus dus ik
kan alleen op een tweepersoonsbank zitten of eerlijk gezegd meer hangen. Met
het hoofd op de rugleuning en proberen wat te slapen maar dat lukt niet zo
best.
Bij
de stops en het bezoek aan de Ananasplantage in de buurt van Lampang
blijf ik in de bus. We gaan lunchen in Lampang en ik neem alleen wat soep, brood
en fruit. Hier worden ook rondritten verzorgd met koetsjes met een paard
ervoor.
Na
de lunch gaan we eerst naar de plaatselijk markt. Zelf blijf ik in de
bus. Aan de verhalen te horen later moet het hier en daar nog al erg zijn
geweest wat het allemaal lag om te worden verkocht, zoals ongeboren kalfjes met
de vliezen er nog omheen, bloederige varkenskoppen, maden, rupsen en krekels.
De geur schijnt ook niet altijd even lekker te zijn geweest. Dat er zaken
liggen die illegaal zijn blijkt uit het feit dat als personen van de groep er
aankomen de spullen afgedekt worden. Zelfs Ineke wordt tweemaal
weggestuurd als ze wat wil fotografen.
Na
het marktbezoek reizen we verder naar Chiang Mai. Het is nog een lange rit over
een goede en heel drukke weg, een super-highway, maar je staat ook vaak lang in
een file.
We
zullen in Chiang Mai drie nachten verblijven in het Tarin Hotel.
Als we op de kamer zijn ga ik snel naar bed, ik voel me ontzettend moe en
geradbraakt na zo’n hele lange dag in de bus. Wel ga ik mee naar het diner wat
gelukkig in het hotel zelf wordt gehouden en eet weer wat. Na het diner gaan we
gelijk naar onze kamer en ga ik proberen te slapen: aansterken!