Chiang Mai – Chiang Rai
Dag
9: Dinsdag, 27 januari 2004 Chiang Mai
- Fang – Chiang Rai
Het wordt vandaag een
“busdag”. We gaan nog verder naar het noorden, via Fang naar Chiang Rai.
De eerste stop is bij een
restaurant wat prachtig in een grote tuin ligt. Speelwerktuigen voor de
kinderen staan er ook. Maar niet alleen kinderen maken er gebruik van, ook
ouderen zoals Randy. Het is er heel erg rustig, naast onze groep is er
praktisch niemand. Een woonhuis staat er een eindje vanaf, geheel tussen de
bomen en struiken: mooi voor een foto.
De weg loopt door de bergen
en regenwouden, dus er is weer veel natuurschoon te zien. We lunchen in het
plaatsje Thaton in een lokaal restaurant, mooi gelegen aan de Mae Kok
rivier. Thaton heeft weinig bezienswaardigheden, behalve een reusachtige
Bhoedda tegen de bergwand, die vanuit de bus te zien is.
Onderweg bij een klein dorpje
stoppen we bij een warmwaterbron. Het water spuit behoorlijk hoog de
lucht in. Dichtbij ruikt het naar zwavel. De verkoopster waar wij de Yakult van
kopen wil graag met haar kind op de foto. ![]()
We vervolgen onze weg naar Chiang
Rai. Als we bij het hotel, het Golden Pine Resort aankomen worden we
welkom geheten met een groot spandoek omhoog gehouden door twee aardige Thaise
dames. Het bekende welkomstdrankje laat ook hier niet lang op zich wachten.
Hier zullen we de volgende twee nachten verblijven.
Het hotel is pas vorig jaar
geopend, de eigenaar is de grote baas van SI Tours, de organisatie die de
reizen voor Fox in Thailand uitvoert en de werkgever van Randy en Paul.
De ruime kamers zijn in bungalowstijl uitgevoerd. Ook de badkamer is ruim
uitgevoerd met toilet en een groot bad en een aparte douchecabine. Alles is
prima ingericht en ons uitzicht zijn de rijstvelden, nu dor en bruin – geel
gekleurd met op de achtergrond de bergen van de Himalaya.
Het
enige nadeel is dat het nogal gehorig is, de buren zijn goed hoorbaar, dit is
een minpunt.
Nadat
we ons hebben opgefrist gaan we even het hotelcomplex bekijken wat foto’s
nemen. We kijken bij de busboy die druk is om de bus te wassen. Tja, als je op
de kamer niet mag roken, wat in veel hotels het geval is, moet je wel buiten
gaan zitten. Gelukkig is de temperatuur hier altijd goed.
Het diner is in het hotel.
Lifemuziek is hier ook aanwezig. Na het diner gaan we met een aantal nog naar
de ruimte in de lobby. Hier zijn gemakkelijke stoelen en banken en kunnen de
drankjes worden besteld. Ook is hier de zangeres en de muziek goed te horen,
het is een open ruimte. Na een paar drankjes gaat iedereen naar de kamer. Weer
dag voorbij.
Dag 10: Woensdag, 28 januari 2004 Chiang Rai
Chiang Rai
werd in 1262 door Koning Mengrai gesticht als hoofdstad van het Lanna-rijk.
(Later stichtte hij ook Chiang Mai.) Ooit stond hier de heilige Smaragden Boeddha
die zich nu in Bangkok in de Wat Phra Kaeo bevindt. De stad heeft veel bars
maar op toeristisch gebied alleen maar de avondmarkt en het Hilltribe museum.
Wel is
het een goed vertrekpunt voor een bezoek aan het bergachtige noorden van
Thailand. De groene provincie Chiang Rai ligt ingesloten tussen Laos en Birma
in het hartje van de legendarische Gouden
Driehoek. Chiang Rai is een goed uitgangspunt voor een excursie naar het
drielandenpunt tussen Thailand, Birma en Laos aan de Mekong-rivier. De Gouden
Driehoek is een schitterend gebied met een overvloed aan natuurschoon. Het is
ook berucht om de productie en smokkel van opium. Hoewel het verbouwen van
papaver in de afgelegen bergstreken nog steeds (enigszins) voorkomt doet de
Thaise regering er alles aan om het tegen te gaan, officieel werd de papaverteelt al in de jaren 1950 verboden, en
zijn veel boeren gedwongen overgestapt op de tabaksteelt. Over de grens in
Birma wordt nog veel papaver gekweekt en het smokkelen komt dan ook nog steeds
voor. Overigens staan de Nederlanders en nadien de Britten aan de wieg van de
opiumproductie. Zij hebben in de 17e- en 18e eeuw
ingevoerd dat opium in deze streken als wettig betaalmiddel werd erkent.
We staan om zeven uur op en
vertrekken naar Mae Sai. Onderweg zien we in een stadje waar we doorkomen
allerlei jongeren, in optocht en per groep gekleed in verschillend fleurig
gekleurde kleding. Ook zijn er praalwagens met daarop feestelijk geklede
jongelui.
De bus stopt voor de kop van de optocht en we
stappen allemaal uit, foto- of videocamera in de aanslag. Het blijkt dat de
jongelui in optocht en per school onderweg zijn naar hun schoolsportdag. Na dat
we de groepen jongeren aan ons voor bij hebben zien trekken en de nodige foto’s
zijn genomen gaan we verder.
Mae Sai is
de meest noordelijke plaats van Thailand. Het heeft een grenspost met een brug
over de Mea Sai rivier, ook wel genoemd de Mea Ruark rivier. De rivier vormt
hier de grens tussen Thailand en Birma.
Aan de andere kant van de grens en de brug ligt de Birmaanse plaats
Tachilek. We lopen naar de grenspost en kijken Birma in en naar het verkeer dat
van beide kanten de brug en de grens overgaat.
Daarna hebben we de tijd om in de winkeltjes
te neuzen. De stad heeft namelijk zelf weinig aan toeristen te bieden, het is
een “moderne” handelsplaats, elektronicaspullen, spotgoedkoop, maar van welke
kwaliteit? en souvenirs zijn er volop te krijgen. Vanuit deze plaats is er een
drukke handel in luxe goederen met China.
Vanuit Mae Sai rijden we naar
Sob Ruak, een klein plaatsje waar de Mae Ruak rivier (Ook Mae Sai rivier
genoemd) uitmondt in de Mekong rivier (Mae Khong River). De Gouden Driehoek. De
Mekong rivier is één van de langste rivieren ter wereld, is 4500 km lang en
ontspringt in de bergen van Tibet, stroomt vervolgens door China, Laos, Birma,
Thailand, Cambodja en Vietnam voordat hij in het zuiden van Vietnam uitmondt in
de Zuid Chinese Zee. De Mekong vormt hier de grens tussen Laos en Birma en
tussen Laos en Thailand terwijl de Mea Ruak de grens vormt tussen Birma en
Thailand.
Ik loop langs de Wat Prat
That Phu Khao tempel naar boven, het is nog een fikse klimpartij, waar een
uitzichtpunt is. Hier heb je een prachtig mooi uitzicht over Thailand, Birma
(Socialist Republic of Union of Myanmar)
en Laos (Lao Peoples Democratic Republic), De Gouden Driehoek, de
bergketens met de jungle en de beide rivieren met daar ergens het precieze drielandenpunt.
Er zijn zandplaten te zien in de rivier, maar in het regenseizoen staan die
allemaal onder water.
Jammer dat het wat heiig is. Als ik naar
beneden loop kom ik een boom met “raar”gevormde vruchten tegen, de Broodboom
of Artocarpus incisa.
Als ik weer beneden kom sta
ik stil bij het begin van de trap naar boven met de “leuningen”die wel
bijzonder zijn. Bij veel tempels zie je dit, vaak ook gekleurd. Het is de Naga. Deze mythologische figuur als
drie- tot zevenkoppige slang wordt vaak geassocieerd met een ander figuur uit
de mythologie, de Makara die kenmerken heeft van de zowel de slang als van de
krokodil en olifant. Naga en Makara leven onder alle wateren en controleren de
regenval. De “leuningen” illustreren deze regenval, wat heel belangrijk is in
verband met de rijstcultuur.
Het is tijd om naar de boot
te gaan voor een tocht op de Mekong. We varen eerst een eind stroomopwaarts,
richting China, aan bakboord Birma en aan stuurboord Laos. Op het grondgebied
van Birma staat een imposant gebouw, het is een casino. Omdat de Thai blijkbaar
gek zijn op gokken is het casino dicht bij de grens met Thailand gebouwd zodat
er veel Thai komen.
Na een eind stroomopwaarts te
hebben gevaren keren we, varen Sob Ruak voorbij en leggen aan te Donexao.
Dit is een eilandje in de Mekong wat Laotisch grondgebied is. Eerst moeten we
naar het officiële “kantoortje” waar we een “verblijfsvergunning” voor Laos
moeten kopen. We krijgen het “felbegeerde officiële papiertje” voor 20 Tbath
per persoon. We weten dat we in Laos zijn en we zien het aan de vlag die er
wappert, voor de rest is het niet te merken. In de winkeltjes en bij de
kraampjes zijn dezelfde ansichtkaarten als in Thailand te koop, dezelfde
souvenirs en prularia. Over het water zien we nu Thailand liggen, een huis is
in aanbouw. Heel erg goedkoop is hier de sterke drank en de sigaretten. Ineke
koopt er twee sloffen voor 200 Tbath per slof. We sturen een kaart naar ons
zelf met de tekst dat we een mooie vakantie hebben en dat het erg goed weer is.
Flauw maar leuk. De kaart zal er ruim drie weken over doen om in Doetinchem
terecht te komen.
We varen terug naar Sob Ruak,
waarna we met de bus in zuidelijk richting langs de rivier rijden waar er in
een restaurant op de oever wordt geluncht. Na de prachtige boottocht op de
rivier nu dus lunchen aan de rivier met uitzicht op het water en aan de
overkant Laos.
Annelies en Gerard doen jolig tijdens de lunch.
Na de lunch vertrekken we
naar Mae Chan. Hier stapt de groep over in drie Songtaews, dit zijn overdekte
pick-up trucks, en gaan de bergen in waar ook Doi MaeSalong ligt. Dit is
een volledig Chinees dorp op de top van een berg. Toen voorzitter Mao in 1949
de Volksrepubliek van China stichtte moest de Kuomintang onder leiding van
Chiang Kai Shek vluchten. De meesten gingen naar Taiwan maar een kleine groep
vluchtte naar Thailand, o.a naar hier.
De weg is hier te stijl voor de bus. Ronkend
en walmend en soms hobbelend rijden de Songtaews de bergen in. Zelf komen we
onder de as van afgebrande bermen wat de open wagen in dwarrelt. Het is een
mooie rit over de omhoog kronkelende bergweg. Ik probeer de twee achterons
rijdende Songtaews in één beeld op de foto te vangen maar dat valt nog lang
niet mee. We rijden naar een punt waar we een prachtig uitzicht hebben over de dalen
en valleien en op de aanliggende bergen, alles bedekt met wouden.
Na van het uitzicht te hebben genoten gaan we weer naar
beneden maar we stoppen nu bij een dorpje van een bergstam, de Yao.
Ze wonen in China, Vietnam, Laos en Thailand. Het aantal Yao
in Noord Thailand is ongeveer 55.000. Ook wonen er nog 10.000 Yao
vluchtelingen in kampen langs de Laotiaanse grens. Ze komen oorspronkelijk uit
Zuid-China en zijn de enige bergstam met een geschreven taal. Hun dorpen
bevinden zich meestal op de lagere heuvels. De van planken gemaakte huizen
liggen vaak aan een modderige weg, en zijn armmoedig. Het “dorpje” wat wij
bezoeken kent sinds een jaar waterleiding en elektriciteit.
Al generaties lang is de
economie grotendeels gebaseerd op het verbouwen en verhandelen van opium.
Opiumverslaving onder de Yao zelf komt echter zelden voor. Door de campagne van
de Thaise overheid om het verbouwen van opium uit te bannen zijn ze zich ervan
bewust dat ze om moeten zien naar andere middelen van bestaan.
De Yao vrouwen staan bekend
om hun schitterende kruis-steek borduurkunst, welke de door iedereen gedragen
traditionele kleding siert. De kleding van vrouwen is opvallend. Zij dragen een
lange zwarte jas afgezet met wollen scharlaken (rode) revers. Daaronder wordt
een ruimvallende broek met ingewikkelde patronen gedragen. Op het hoofd een met
borduurwerk versierde zwarte tulband. De Yao zilversmeden produceren mooie
zilveren sieraden van hoge kwaliteit.
Ze hebben een geschreven
religie gebaseerd op het middeleeuwse Chinese Taoďsme. De laatste jaren zijn er
echter ook velen bekeerd tot het Boedhisme en het Christendom. Het zijn
vredige, vriendelijke mensen trots op hun afstamming en cultuur.
We lopen door het “dorpje”. Vrouwen en kinderen lopen achter
ons aan, ze willen allerhande prullaria verkopen die op de kramen liggen voor
de verkoop, Ineke koopt een set geschilderde onderzetters. Kippen,
honden en varkens lopen overal.
In dit gebied, richting grens met Birma, komt smokkel nog
veelvuldig voor, opium maar ook illegaal gekapt teakhout en jonge meisjes voor
de prostitutie. Er wordt in dit grensgebied dan ook nog wel eens geschoten en
zoals een bord aangeeft, de politie schiet eerst en vraagt dan pas. ![]()
Vervolgens
gaan we naar een “dorpje” waar een andere bergstam woont, de Akha.
Ze wonen in China, Laos, Birma en
Noord-Thailand. De nederzettingen en dorpjes van dit kleurrijke volk kunnen
voornamelijk gevonden worden boven de 1500 meter. Er leven ongeveer 20.000 Akha
in de noordelijke provincies van Thailand.
Ze hebben hun wortels in
Tibet. Hun dorpen zijn herkenbaar aan de prachtige uit hout gesneden toegangspoorten
waarover gewaakt wordt door beschermheiligen, geesten waarin ze nog geloven en
aanbidden. Hun geloof schrijft precies voor hoe en wanneer bepaalde
gebeurtenissen moeten worden uitgevoerd.
Ze leven in vrij hoge
huizen op lage palen, met een grote entree die leidt naar een vierkante
leefruimte voorzien van een kachel. De daken zijn spits maar lopen schuin af.
De Akha leven van stukken
onbeduidende landbouwgrond. Het is voor hen dan ook zeer moeilijk om een
noemenswaardig bestaan op te bouwen. Tegenwoordig vullen velen het inkomen aan
door het traditionele handwerk (kleren en gebruiksvoorwerpen) te verkopen aan
toeristen.
Akha vrouwen spinnen draad
uit katoen met een handspoel. Daarna weven ze de katoen op een met de voet
aangedreven weefgetouw. De stof wordt vervolgens geverfd met indigo en gebruikt
voor het kleden van de hele familie. Vrouwen dragen brede broeken, een korte
zwarte rok, daarop een wit met kralen versierd tasje en een los zwart jasje met
geborduurde manchetten en revers. De zwarte mutsen zijn versierd met zilveren
munten. Zowel de vrouwen als mannen vervaardigen uiteenlopende fraaie
voorwerpen van bamboe en hout. Zo maken mannen kruisbogen en
muziekinstrumenten. Vrouwen zijn handig in het vlechten van manden.
De Akha zijn het armst van de
bergstammen, maar gewaardeerd en bekend vanwege hun fraaie kledingdracht, vooral van de vrouwen met
hun met zilver en munten versierde korte jurken en hoofdtooien, en exotisch voorkomen.
Het is hier hetzelfde als in
de Yao nederzetting, alleen nog armmoediger, de kinderen zien er vuil en
onverzorgd uit, dit in tegenstelling bij de Yao. Hier ook geen kramen waar de
te verkopen spullen opliggen, alles wordt op de arm meegesjouwd. Zelf koop ik
van een fraai uitgedoste vrouw een ketting voor Ineke, kosten 80 Tbath,
1,60 Euro. Dit “dorpje” heeft geen waterleiding of elektriciteit, binnen twee
jaar zal het waarschijnlijk worden aangelegd.
Deze streek is één van de armste van Thailand, hier
worden nog kinderen door hun ouders verkocht aan mensenhandelaren. Zij komen
terecht in bordelen, gogo- en karaokebars in onder anderen Bangkok en Pattaya.
Chiang Rai is de spil van deze handel.
Na alle moois wat we vandaag hebben gezien en gedaan is
het tijd geworden om naar het hotel terug te gaan waar we om 18.00 uur aankomen.
Het diner is vanavond in het hotel. Na het diner sturen we via internet een
e-mail naar de kinderen. Goh wat is die verbinding hier langzaam zeg.