Kanchanaburi-Ranong
Dag 14: Zondag, 1 februari 2004 Kanchanaburi – Drijvende Markt -
Hua Hin
Ook vanochtend moeten we al weer vroeg uit de
veren, zes uur en om halfacht
vertrekken. We rijden naar Damnoen Saduak, waar we de “Drijvende
Markt” bezoeken. We varen eerst met een Long Tail Boat door de kanalen, de
khlongs, van Damnoen Saduak; de huizen staan op palen boven en aan het water,
waarna we bij de markt worden afgezet.
De drijvende markten van Bangkok zijn steeds meer
verworden tot showmarkten, speciaal voor toeristen. De markt van Damnoen Saduak
is nog behoorlijk authentiek; het is de kleurrijkste drijvende markt van Thailand en vooral ook
bekend vanwege het verse fruit dat uit de boomgaarden in de omgeving wordt
aangevoerd. In lange, platte bootjes peddelen met name marktvrouwen,
vaak met een hoed van stro – model lampenkap – op, over het kanaal terwijl zij
fruit, groente, bloemen, vis, vlees en huishoudelijke artikelen verkopen aan de
lokale bevolking zoals ze sinds mensenheugenis doen. Vaak gebeurt dit verkopen
en kopen nog op ruilbasis. Ook zijn er drijvende
"restaurantjes" die allerlei warme maaltijden aanbieden. Kookpotten
en alles wat nodig is hebben ze aan boord. Het is een prachtig en kleurrijk
gezicht om alle bootjes door elkaar heen te zien krioelen. ![]()
Na
het bezoek aan de drijvende markt gaan we richting Phetchaburi. Een
eindje voor, dus ten noorden van, Phetchaburi ligt de Khao Luang heuvel, 92 m
hoog, met daarin de Khao Luang Cave. Als de bus is gestopt moeten we nog
een eindje omhoog lopen naar de ingang van de grot. Onderweg worden we belaagd
door allemaal apen die om voedsel bedelen.
Bij sommigen blijven ze in de broek hangen.
Oppassen dat ze je niet bijten; een ziekte zoals honddolheid heb je dan zo
opgelopen. Bij de ingang van de grot loopt een steile trap de diepte in. Ineke
blijft boven; ik ga naar beneden.
De
grot is de meest belangrijke van Phetchaburi omdat het een groot aantal oude
Boeddhabeelden en een beeld van Koning Mongkut herbergt. Dit is erg verrassend
en verwacht je niet zo diep onder het aardoppervlak. Het is een hele ruimte en
met een lange onderaards gang. Zowel in de ruimte als een eind verder in de
gang zitten boven in het “dak” een grote opening naar buiten waardoor het
zonlicht naar binnen komt. Dit geeft wel een heel bijzondere sfeer aan de
foto’s. ![]()
Als
ik via de trap, hijg – hijg, weer boven de grond kom en naar de bus loop kom ik
plotseling tot de ontdekking dat ik mijn heuptas met papieren, paspoorten,
geld, creditcard, giromaatpassen, enz. mis. Dit is een heel erge schrik; ik zie
de ellende die daar uit voort vloeit al in gedachten voor mij. Ik loop vlug
naar de bus en ga naar binnen. Gelukkig wat een opluchting na die schrik, de
tas ligt gewoon op mijn zitplaats; gelukkig gewoon vergeten hem om te doen.
Na
de bezichtiging van de grot gaan we lunchen en rijden daarna door naar Hua
Hin (Cha-am) waar we om 15.00 uur aankomen bij het Hua Hin Grand Hotel,
waar we twee nachten zullen bivakkeren.
Onze fraaie kamer is op de 11e
verdieping, waar we met een lift met glazen wand naar toegaan; het uitzicht is
over zee. Op zee zien we een viertal marineschepen patrouilleren. Dit betekent
dat er een lid van de koninklijke familie hier in Hua Hin aanwezig is, in de
zomerresidentie.
De rest van de dag zijn we
“vrij”. Nadat
we een uurtje hebben gerust gaan we de was naar een wasserij, dicht bij het
hotel, brengen en treffen daar Joop
en Tinie. Gezamenlijk lopen we door
een winkelstraat naar het strand. Op het strand drinken we een drankje; het
strand hier valt ons tegen, we hadden er meer van verwacht. Misschien hadden we
een eind langs het strand moeten gaan lopen, want blijkbaar is het verderop beter
en staan de parasols ook verder van elkaar.
’s
Avonds gaan we met een deel van de groep de stad in naar de nachtmarkt en eten
we lekker op het terras van een restaurant.
Dag 15: Maandag, 2 februari 2004 Hua Hin
Hua
Hin is maar
een kleine badplaats maar het heeft de thuishaven van de op één na grootste
vissersvloot van Thailand. Het is ook de oudste badplaats van het land: hier
trok de Thaise koninklijke familie al in het begin van de twintigste eeuw
naartoe. Koning Prajadhipok (Rama VII) liet in 1928 hier een zomerpaleis
bouwen. Hij gaf het de naam: Klai Kanwon : “Ver van alle zorgen”. Ook is er op
het station van Hua Hin, speciaal voor de koninklijke familie, een mooi
aankomst- en vertrekpaviljoen gebouwd.
Geen
wonder dat de badplaats een favoriete vakantiebestemming werd van de Thaise
adel. Het is ook nog steeds meer een badplaats voor Thaise bevolking dan voor
buitenlanders.
In de binnenstad zij allemaal steegjes
met bars, Italiaanse, Spaanse en Franse restaurantjes, cafés, boetiekjes, en
souvenirwinkeltjes. Het heeft niet een echt uitgaans- en nachtleven.
Vandaag
is een rustdag,
dus niet zo vroeg op: halfacht. Na het ontbijt gaan we rond negen uur naar het
zwembad van het hotel. Hier blijven we lekker liggen lezen op een ligstoel tot
in de middag. Rond 14.00 uur gaan we naar boven naar de kamer, rusten een
uurtje en gaan dan de stad in. We drinken ergens wat en op de terugweg halen we
onze was weer op.
Om
19.00 uur vertrekken we allemaal in een paar tuk tuks naar het station van de
stad, we bekijken het antieke stationsgebouwtje en op het perron de aankomst-
en vertrek hal van de koninklijke familie. Daarna weer in de tuk tuks en gaan
we naar een restaurant aan het strand waar we een Thais diner hebben. Het is
toch lekker dit weer, we zitten buiten op het terras, de marineschepen liggen
nu vol verlicht voor anker op zee. Sommigen gaan nog naar de nachtmarkt maar
wij gaan met anderen terug naar het hotel.
Al
met al een heel rustige en ontspannen dag vandaag. Ook wel eens lekker.
Dag 16: Dinsdag, 3 februari 2004 Hua Hin – Ranong
Nadat
we om acht uur zijn opgestaan vertrekken we vandaag om tien uur naar onze
volgend pleisterplaats: Ranong. We lunchen in het vissersplaatsje Khiri Khan.
We komen op de verdere weg
naar het zuiden langs grote ananasplantages. Ook komen we hier zo
langzamerhand in het gebied met de grote palmenplantages, zowel de
plantages met de hoge palmen met kokosnoten als de plantages met de lagere
palmen met palmolienoten.
Er worden jaarlijks miljoenen
kokosnoten geoogst. Vroeger werden ze door mensen geplukt. Tegenwoordig is dat
een zeldzaamheid. De palmen zijn te hoog, het is voor mensen te gevaarlijk
geworden zelfs met lange bamboestokken. Ongeveer 100 jaar geleden kwam een
planter op het idee om apen in te zetten bij de kokosnotenoogst. In de buurt
van Surat Thani, wat ten zuidoosten van Ranong aan de Golf van Thailand ligt,
zijn nog steeds diverse “scholen” waar de “zeer intelligente” krulstaartapen
apen worden gedresseerd als hulp bij het oogsten. Als ze twee jaar zijn begint
de training op de grond aan de hand van een trainer. Na drie tot vier maanden
zijn ze klaar voor het werk. Ze klauteren naar boven in de palmen, zoeken de
rijpe, donkere kokosnoten eruit en draaien ze zolang met handen en voeten tot
ze losraken en naar beneden vallen. Een goed getrainde en gewillige aap kan per
dag 800 tot 1000 kokosnoten oogsten. Dat is vier keer sneller dan hun trainer
kan.
De grote rubberplantages
zijn hier ook, de rubberbomen met allemaal hun bakje aan de stam waar de latex
instroomt, hoewel we ook steeds meer plantages zien die in plaats van met een
bakje met plasticzakken werken.
We komen nu in het gebied bij
de rivier die ten noorden van Ranong de grens met Birma vormt. Aan de
rivier wordt een stop gemaakt, kunnen we wat foto’s maken. Aan de overkant ligt
Birma. Het is overigens een prachtig gebied. Door glooiend terrein rijden we en
in de verte zien we de bergen in Birma met de regenwouden. Onderweg zien we nu
ook regelmatig een moskee, langzaam maar zeker wordt de bevolking meer Moslim.
In de zuidelijke provincies van Thailand is de bevolking Islamitisch.
We rijden verder naar Ranong
waar we eerst de geneeskrachtige warmwaterbronnen gaan bekijken. Het
water is behoorlijk warm, je schijnt er letterlijk een ei in te kunnen bakken.
Er is een put met het warme water erin waar de damp vanaf slaat. En natuurlijk
gooien de mensen muntstukken in de put. Er is ook een grote betonplaat
aangelegd met buizen erin waar het warme water doorstroomt, zeg maar
vloerverwarming. Hierop liggen mensen dik ingepakt met dekens zich lekker te
warmen, het schijnt gezond te zijn.
De betonvloer is behoorlijk warm als we
voelen. De bronnen liggen aan een riviertje waarover hangbruggetjes aangebracht
zijn die nogal wiebelen als er over heen wordt gelopen.
Na de warmwaterbronnen zijn
we zo in het Royal Princess Hotel, waar we overnachten. Het diner hebben
we in het hotel, lekker buiten aan het zwembad. De tafels en stoelen staan langs
drie kanten van het zwembad, ook de buffettafels met al het lekkers staan hier.
Aan de vierde kant is een podium waarop zangeressen optreden en waar een
demonstratie wordt gegeven in het Thai boksen.