Het verhaal gaat

 

 

THUISMENU

 

Dat de familie uit de omgeving van Stompwijk afkomstig zou zijn, is tot nu toe nog niet vastgesteld.

 

Een kijkje 0p de Dijkshoornseweg

 

Figuur 1 Buurtje aan de Dijkshoornseweg (1920)

 

‘’De Elf Huizen’’, gelegen aan de Dijkshoornseweg, werden aan het begin van deze eeuw door de heer Lekkerkerk op het verlengde van zijn tuin gebouwd. In het begin was de huur tachtig cent per week. Voor het hoekhuis moest een dubbeltje meer worden betaald. Dit was toch nog een heel bedrag als je bedenkt dat er ’s winters zes en in de zomer negen guldens werden verdiend in de tuinbouw waar de gezinshoofden werkzaam waren. De woningen bevatten een huiskamer, een keuken en over alles heen een zolder.

De gezinnen waren veel groter dan tegenwoordig. Zo woonde de familie Lagerwerf met wel tien kinderen in deze beperkte ruimte. Comfort was er nog niet bij in deze tijd. Geen gas, geen elektriciteit en ook geen waterleiding. Er werd gekookt op een fornuis, dat soms met gedroogde koolstronken werd gestookt. Een olielamp zorgde voor wat licht. Behalve een put waren er een drietal pompen voor gezamenlijk gebruik. De was, die men bij goed weer buiten deed, werd in de Lookwatrting gespoeld.

 

 

 

 

 

     

Lookwatering

 Actueel kaartje Lookwatering

 

Gezinszorg, ook al iets dat tegenwoordig gewoon is, bestond nog niet. Bij ziekte of bij een bevalling was men op de burenhulp aangewezen. Daar kon men wel van op aan. Men leefde, veel meer dan nu, mee met elkanders lief en leed.

Van links naar rechts op deze foto:

Mevrouw Lagerwerf, mevrouw Huisman, met haar zoontje op de arm, mevrouw Moerman, Pietje Langstraat, Jan Moerman, mevrouw De Koning, Jaantje Langstraat, mevrouw Van der Meer, mevrouw G. van der Meer (= Willempje Lagendijk), Bet Lagerwerf, Cor Huisman, Wim Lagerwerf en op de put zitten Huug Lagerwerf en Jan Moerman.

 

 

Het huis van Gerrit van der Meer

 

Rond de eeuwwisseling woonden de broers Reinier en Gerrit van  der Meer naast elkaar in een woning aan de Welhoeksedijk in Hoogvliet. In het hoekhuis links woonde Maria van Dijk, de weduwe van vader Cornelis van der Meer. In het rechtse huis woonde Willem van Dijk, de broer van Maria van Dijk. Tussen 1900 en 1910 is Gerrit met zijn gezin naar Hof van Delft verhuisd, waar Arij werd geboren.

 

 

 

     FHet huis van Gerrit van der Meer

 

 

Het huwelijk van Reinier van der Meer met Lena Monster (15 maart 1836)

De familie Van der Meer uit Schieveen is vanaf de vroegst bekende tijden Rooms Katholiek.

Het geslacht Monster echter was van oudsher Nederduits Gereformeerd, vaak ten onrechte kortweg Gereformeerd genoemd Op 1 januari 1812 werd bij de inwerkingtreding van de nieuwe kerkorde de naam gewijzigd in Nederlands Hervormde Kerk. Dat bracht ook al in die tijd veel onrust met zich mee.

In het gezin rees het probleem wat er zal moeten gebeuren als er kinderen zouden komen. Dit werd bij het huwelijk van Reinier van der Meer en Lena Monster opgelost met de volgende afspraak:

‘’De jongens zullen Nederlands Hervormd worden gedoopt. De meisjes echter Rooms Katholiek.’’

Nu werden er in het gezin alleen jongens geboren, zodat sindsdien het geslacht

Nederlands Hervormd werd. Wat een aantal veranderingen kan een huwelijk in een geslacht teweeg brengen!

 

 

De verhuizing van Cornlis van der Meer en Maria van Dijk

 

Door een plaatselijke watersnood in 1877 was het noodzakelijk om naar een andere woning om te zien. Het oog viel op een kleine stee met boomgaard aan de Welhoeksedijk. De prijs leek wel wat. Fl. 1300,00.

Maria van Dijk voelde er eerst niet veel voor. De vroegere eigenaar, een keuterboertje Sijmen.

Ruizeveld had zich namelijk in dat huis opgehangen.

 

 Het huis met boomgaard aan de Welhoeksedijk. Gesloot in 1978 voor de metro.

 

 

De pacht innen

 

Cornelis verdiende echter te weinig. Het innen van de pacht voor de ongehuwde broeders Timmers (Frans en Simon?) Ook verleende hij hand en spandiensten voor de broers.

Kenmerkend voor deze Cornelis is het volgende verhaal”

 

Op een avond kwam er iemand aanlopen/ ‘’Aha’’, dacht Kees. Die komt zeker de pacht betalen. De pit van de olielamp werd hoger gedraaid en de fles brandewijn klaar gezet.

Toen de bezoeker was binnengekomen, vroeg hij na enige tijd om uitstel van betalingen.

Het antwoord luidde: ‘’Dat had je wel eens eerder kunnen zeggen. Dan had ij de lamp niet hoger gedraaid.’’

 

Pastoraal bezoek

 

 

Jacob van Kralingen bewoonde een huisje, dat eigendom was van Piet den Dekker. Hij heette eigenlijk Van der Schee), maar was rietdekker bij voornoemde Van Kralingen klopte op een dag een domineeszoon aan. Deze zou het nogal hoog in zijn bol hebben gehad. Hij vroeg hem om onderdak. Dit werd hem verleend.

Dit mens, dat zelf ook voor dominee studeerde sprak voordat hij de andere morgen vertrok het volgende gedicht uit:

 

Vaarwel de hut van arme Piet.

Het meest tochtige hok van al Hoogvliet,

Waar men gasten zonder geld logeerde

En op twee stoelen slapen leerde.

Maar ach, er moet nog veel geschieên

Eer gij Hoogvliet mij weer zult zien.

 

 

Bron:

Cornelis van der Meer (1897-1993) aan hem verteld door zijn grootmoeder Maria van Dijk.

 

 

THUISMENU        BOVEN

 

 

Bijgewerkt op 10 september 2009