bomen in Eden

Bomen in de tuin van Eden

Oorspronkelijk geschreven in januari 1999, ververst in april 2000

In 2003 ben ik me actief gaan bezighouden met de studie naar de aannemelijkheid van het 'ascentieverschijnsel'. Wil je daar meer over lezen in het Nederlands, ga dan naar het 'Centrum voor Ascentie-Informatie en Onderzoek.

Begin 2008 kreeg ik voor het eerst sinds lange tijd een reactie op deze tekst uit de jaren 90. Inmiddels kun je in het Engels de nodige aanvullingen lezen. Wellicht ben je te porren voor wat ik het 'Bridge'-project (2005) heb genoemd: een poging om de verschillen te overbruggen tussen het christelijke perspectief (verwoord door Akasha) en het ascentie-perspectief (verwoord door mij (Gibbon)). De resultaten zijn te vinden op:

Mijn conclusie was dat de verschillen simpelweg té groot zijn om te overbruggen. Ik voel ook meer voor het idee dat het concept goden zoals gepropageerd in heilige boeken het werk is van zogenaamde 'theocrats' waarover meer te lezen valt in teksten uit het boek 'War in Heaven', zie daarvoor vooral hoofdstuk 10: Theocrats.


In dit artikel wordt kritisch gekeken naar de eerste hoofdstukken uit het boek Genesis, het eerste boek uit de (Groot Nieuws) Bijbel. Het idee wordt geopperd dat er sprake lijkt te zijn van opmerkelijke tegenstrijdigheden die een verdeling in twee 'goden' lijkt te rechtvaardigen. Aan het einde worden enkele fragmenten aangehaald uit andere delen van dit boek. Er zijn ook reacties geweest, die klikbaar onderin dit artikel staan.

Het meest toepasselijk lijkt het me als ik begin met het citeren van enkele fragmenten uit de Bijbel en wel uit Genesis 1:

"Toen zei God: "Laten we mensen maken! Mensen die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken....God schiep de mens als het evenbeeld van zichzelf: Hij schiep de mens: man en vrouw. God gaf hun zijn zegen en zei: 'Breng veel nakomelingen voort om de aarde te bevolken. Jullie moeten de aarde aan je onderwerpen, je krijgt zeggenschap over..." (1:26-1:28)

Na deze schepping waaruit je zou kunnen afleiden dat God (merkwaardig genoeg soms in het meervoud, soms in het enkelvoud, zie hierover meer in Elohim ) tegen de mensen praat (zowel man als vrouw) als hij spreekt over 'jullie'. Het klinkt verder alsof het de bedoeling is dat God de gehele aarde voor de mens bestemd heeft én dat we die moeten bevolken met veel nakomelingen. Laten we doorgaan naar het vervolg: God heeft man en vrouw reeds geschapen en heeft ook zijn rustdag al gehad en we kunnen lezen dat de schepping voltooid is. Des te vreemder is het als we het vervolg lezen over de tuin van Eden:

"Toen God, de Heer, aarde en hemel gemaakt had, was er op de aarde nog geen enkele struik, er groeide niet één gewas . Want hij had het nog niet laten regenen op aarde. Ook was er niemand die de bodem kon bewerken. Maar een damp steeg uit de aarde op, de hele aardbodem werd vochtig. Toen vormde God, de Heer, uit het stof van de aardbodem de mens en blies hem de levensadem in de neus. En zo kwam de mens tot leven. In Eden, in het oosten, legde God, de Heer, een tuin aan en plaatste daar de mens die hij gevormd had." (2:4-8)

Als je dit zo leest kan het je toch niet ontgaan dat er eigenaardigheden optreden: zo wordt hier prompt beweerd dat er geen enkele struik of gewas groeide, terwijl we in Genesis 1 nog dit kunnen lezen: "'Er moet veel groen op het land komen,' zei hij, 'planten die zaad vormen en bomen die vruchten dragen.' En zo gebeurde het. Er kwam veel groen op, allerlei zaadgewassen en vruchtbomen. En God zag hoe mooi het was." (1:11-12) Ten tweede wordt er gezegd dat er niemand was die de bodem kon bewerken, terwijl in genesis 1 de mensen zijn geschapen, maar wat lezen we hier: de mens wordt opnieuw geschapen en wel aanvankelijk alleen Adam, de man. Dan volgt onmiddelijk een ander merkwaardige daad: Nadat God eerst gezegd had dat we de aarde mochten bevolken en dat we de zeggenschap kregen over alles op aarde, wordt er ergens in het oosten een stukje 'tuin van Eden' gemaakt en daarin wordt de mens geplaatst. Om deze reeks te vervolgen, wordt pas vanaf de tuin van Eden voor het eerst in de Bijbel gesproken over 'de Heer'. In Genesis 1 wordt het woord Heer in het geheel niet gebruikt. Maar het wordt nog vreemder:

"In het midden van de tuin stonden twee bomen: de vruchten van de ene boom konden de mens het eeuwige leven geven, die van de andere boom inzicht in goed en kwaad."(2:9)

"God, de Heer, plaatste de mens in de tuin van Eden om die te bewerken en te onderhouden. Hij zei tegen de mens:'Je mag eten van alle bomen in de tuin, alleen niet van de boom die inzicht geeft in goed en kwaad. Zodra je daarvan eet, zul je sterven.'" (2:15-17)

De mens werd ergens in het oosten in een tuin geplaatst om die te bewerken en te onderhouden. Dan zijn er een aantal bomen waar de mens niet aan mag komen, want dan zouden ze sterven. Buiten het feit dat de mens helemaal niet blijkt te sterven nadat ze van de vruchten hebben gegeten, is de tegenstrijdigheid met wat er in genesis 1 gesteld wordt verbluffend:

"Hij voegde eraan toe: 'Jullie mogen het zaad van alle planten op de aarde, de vruchten van alle bomen eten.'"

Er begint zich langzaamaan een beeld te vormen van een God (soms enkelvoud, soms meervoud) die alleen 'God' wordt genoemd in genesis 1 en een 'God, de Heer' die zijn intrede maakt in de tuin van Eden. Deze genesis 1 en genesis 2 god zeggen en doen wezenlijk andere dingen. Zo beweert God1 dat de hemel en aarde geschapen zijn en dat de schepping voltooid is (met mensen en al), terwijl God2 doodleuk stelt dat er nog geen struik of gewas op de aarde is, dat er nog geen mensen zijn en dat je niet aan alle vruchten van alle bomen mag komen. Buiten dat plaatst God2 de mens nog in een afgeschermd terrein, wat ook in tegenspraak is met de bedoelingen van God1 die juist vele nakomelingen wilde en die ons de zeggenschap gaf over de gehele aarde. Wat doet de mens in die tuin? De regels voordat er gesproken wordt over bewerken en onderhouden handelen merkwaardig genoeg opeens over grondstoffen, waarbij het onduidelijk is of die grondstoffen zich alleen buiten of ook in de tuin van Eden bevinden. Er staat:

"In Eden lag ook de bron van de rivier die de tuin van water voorzag. Deze rivier splitste zich buiten de tuin in vier armen. Van deze rivieren heet de eerste Pison; deze stroomt om het hele land Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. Zuiver goud vindt men er en ook kostbare hars en onyxstenen

Dan wordt er vervolgd met andere daden van 'God2', namelijk opnieuw de schepping van dieren en vogels (God2 maakt ze uit de aarde, hoe God1 het doet wordt niet vermeld) en terwijl we in Genesis 1 nog kunnen lezen dat man én vrouw reeds door God1 zijn geschapen, wordt de vrouw in Genesis 2:20-22 opnieuw geschapen. Ditmaal op een heel wat minder gelijkwaardige manier, namelijk uit de rib van de man. Okay, God2 is tot aan genesis 3 misschien wat anders ten opzichte van God1, maar genesis 3 lijkt ons te dwingen toch een keuze te maken tussen God1 en God2: welke God spreekt je het meest aan, want het is, in mijn ogen althans, verre van aannemelijk dat er in de eerste hoofdstukken van de Bijbel sprake is van één en dezelfde God: daarvoor zijn de verschillen te groot. Genesis 3 verduidelijkt deze stellingname:

"De slang was het slimste dier dat God, de Heer, gemaakt had. Hij zei tegen de vrouw: 'God heeft zeker gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin de vruchten mogen eten?' De vrouw antwoordde:'We mogen van alle bomen in de tuin eten, behalve van de boom in het midden van de tuin. God heeft gezegd dat we die boom zelfs niet mogen aanraken, want anders zouden we sterven.' Maar de slang zei: "Sterven? Je zult helemaal niet sterven! Integendeel, God weet dat jullie de ogen open zullen gaan zodra je ervan eet. Dan zul je aan hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad.'" (Genesis 3:1-6)

Zoals reeds eerder betoogd heeft God2 met sterven iets bedoeld wat niets met de normale betekenis van sterven te maken heeft, want er volgt geen onmiddelijk sterven (Adam sterft immers pas op 930 jarige leeftijd, 800 jaar nadat hij de vader van Set was geworden). Het zou kunnen dat God2 met het sterfdreigement bedoelde "Je zult over ruim 800 jaar sterven!" (Het is moeilijk af te leiden hoe oud Adam was toen hij door God uit de tuin van Eden werd gebannen) In dat geval heeft hij wel de gebruikelijke betekenis van sterven op het oog gehad.
Na de ontdekking van het eten van de vrucht begint God straffen uit te delen: de slang zal vervloekt zijn, de vrouw zal een zware zwangerschap hebben met pijn en de man zal haar heerser zijn. De man kreeg te horen dat de grond waarop hij zal werken vervloekt zal zijn, dat er dorens en distels op de akkers zullen groeien en dat hij wilde planten zal moeten eten. Hij zal zich in het zweet moeten werken voor het dagelijks brood. Vervolgens joeg hij de mens weg. (3:14-19, 3:24) Buiten deze niet lichtzinnige straffen kunnen we deze God nog het volgende horen denken:

"Toen dacht hij:'De mens is aan ons gelijk geworden, hij heeft nu inzicht in goed en kwaad. Ik wil verhinderen dat hij ook nog de vruchten van de levensboom plukt. Want als hij die eet, zal hij voor altijd leven.' Daarom stuurde God, de Heer, hem weg uit de tuin van Eden om de grond te gaan bewerken waaruit hij gemaakt was. Hij stelde aan de oostkant van de tuin van Eden wachters op en een vlammend zwaard dat flitsend heen en weer schoot. Zo kon geen mens meer bij de levensboom komen." (3:22-24)

Kennelijk heeft de slang de waarheid gesproken toen hij beweerde dat de mens aan God (ons) gelijk geworden was door het eten van die vrucht. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Een God die eerst zoveel mogelijk voortplanting wil hebben over de gehele aarde: de mensen als onderwerpers van de aarde, en vervolgens een God die al voordat er ook maar sprake is geweest van voortplanting meteen de mensen gaat straffen en vooral de voortplanting wat minder prettig wil doen laten verlopen door pijnlijke bevallingen voor altijd. Een God die eerst de mens schiep als het evenbeeld van zichzelf en later zoveel mogelijk zijn best doet om de mensen niet op hem te laten gelijken door dreigementen uit te voeren. Zodra hij merkt dat dat niet werkt, wil hij ze niet meer in de gelegenheid stellen nog meer op hem te gaan gelijken (door de vrucht van de levensboom te eten) en jaagt hij ze weg en schermt hij de tuin af met een vlammend zwaard dat flitsend heen en weer schiet.

Het opmerkelijke is dat door de woorden van de slang uit de tuin van Eden, dat het slimste dier van God wordt genoemd wat op zich eerder positief klinkt dan negatief, dat juist door deze slang de mens in de gelegenheid gesteld wordt om dat te gaan doen wat God1, de God uit Genesis 1 voor ogen had gestaan toen hij de mensen schiep: namelijk dat ze zouden uitzwerven over de gehele aarde om die te bevolken. Ook zouden ze de aarde aan zich dienen te onderwerpen.
Als je meer waarde hecht aan de uitspraken van God1 dan zou er ook absoluut niks mis mee zijn om van de vruchten te eten van welke boom dan ook. Dat staat er immers letterlijk. Een consequentie hiervan is dat God1 er dan ook helemaal geen moeite mee heeft als de mens inzicht heeft in goed en kwaad (evenmin zal God1 er bezwaar tegen hebben dat de mens het eeuwige leven heeft). Als je even nuchter nadenkt is het ook moeilijk voorstelbaar dat er iets mis zou zijn met het hebben van inzicht in goed en kwaad: juist dat zou je immers in staat stellen om de juiste beslissingen te nemen.
Voordat ik hieronder een tabel presenteer waarin de verschillen tussen 'God1' en 'God2' staan opgesomd, viel mijn oog op enkele zinsneden in Genesis 5, waarin de schepping van God1 weer wordt aangehaald:

"Dit is de lijst van nakomelingen van Adam. Op de dag dat God de mens schiep, maakte hij hem zo dat de mens op hem leek. Man en vrouw schiep hij de mens. Hij gaf hun zijn zegen en noemde hen op die dag adam en dat betekent mens." (Genesis 5:1-2)

Dit is duidelijk meer in overeenstemming met God1: hier wordt adam vertaald als de mens, en de mens wordt gelijkgesteld aan man én vrouw die op één dag werden geschapen, en niet een poosje later, zoals God2 ons wil doen laten geloven.

In Openbaring 2:7 komt de tweede boom nog even ter sprake. Zoals we boven hebben kunnen lezen wilde God2 met flitsende, vlammende zwaarden voorkomen dat de mens ook nog aan de boom van het eeuwige leven zouden komen. Je kunt je afvragen namens wie Jezus Christus deze woorden spreekt:

"Wie oren heeft, moet luisteren naar wat de Geest aan de gemeenschappen te zeggen heeft. Wie overwint, geef ik te eten van de levensboom die in de tuin van God staat." (Openbaring 2:7)

Als je zo door de bijbel bladert en vanuit het 'bomenperspectief' kijkt naar God dan is het opmerkelijk hoe mensen een god kunnen aanbidden die o.a. deze daden op zijn naam heeft staan, neem nu de tocht naar Egypte en de slachtpartijen onderweg:

De Heer zei tegen mij: 'Ik stel je het land van Sichon ter beschikking, maak een begin met de verovering.' Sichon rukte met heel zijn leger tegen ons op bij de stad Jahas. Maar de Heer, onze God, leverde hem aan ons uit en wij versloegen hem, zijn zonen en zijn hele leger. Bij die gelegenheid veroverden we alle steden en gaven de bevolking aan de vernietiging prijs, mannen, vrouwen en kinderen. We lieten niemand in leven. Maar hun vee namen we mee en hun steden plunderden we. De Heer stelde ons het hele gebied ter beschikking, vanaf de stad Aroër aan de Arnonbeek tot aan Gilead toe. Geen stad zo sterk of we namen haar in. (Deut 2:31-36)
Dit spektakel herhaalt zich ook nog in Deuteronomium 3, waar eveneens de 'bevolking aan de vernietiging wordt prijsgegeven, mannen, vrouwen en kinderen'. Dit is des te opmerkelijker als enkele hoofdstukken later de tien geboden worden uitgedeeld, waar 'Bega geen moord' toch een prominente plaats inneemt. Dit soort tegenstrijdigheden zijn in mijn ogen te opmerkelijk om te negeren.

Conclusie: Er zijn vele eigenaardigheden die een verdeling in 'God1' en 'God2' kunnen rechtvaardigen. In de onderstaande tabel staan de grootste verschillen opgesomd. Als je God1 beter vindt passen bij waar jezelf in gelooft (d.w.z. een God die man en vrouw tegelijkertijd schept en gelijkwaardig benadert, die de mens in de gelegenheid stelt zich inzicht te verwerven over goed en kwaad en die de mens aanstelt als 'hoeder' van de gehele aarde) dan is het grootste gevolg wel dat er in het geheel geen sprake is van een 'erfzonde', de zonde die de mens sinds de 'verbanning' uit de tuin van Eden (die overigens nergens als 'paradijs' wordt beschreven)op haar schouders mee zou zuilen. Misschien moeten we zelfs onze vraagtekens plaatsen bij de oprechtheid en de zuivere bedoelingen van God2 die de stelling: 'Het is beter om te gehoorzamen dan het verschil te weten tussen Goed en Kwaad' in de harten van vele christenen (en Joden) heeft weten te branden.



Verschillen tussen God1 en God2
Kenmerken van God uit (o.a) Genesis 1 Kenmerken van God uit (o.a) Genesis 2
1.Schept alles in 6 dagen en rust de zevende dag 1.Schept ook alles maar zonder benoeming van tijd
2.Man en vrouw worden ineens geschapen 2.Eerst wordt de mens (=man)geschapen, daarna pas de vrouw (tussendoor de dieren...)
3.Mens mag van alle vruchten eten 3.Mens mag van bijna alle vruchten eten
4.Mens mag inzicht hebben in goed en kwaad 4.Mens wordt verboden inzicht te hebben in goed en kwaad en God eist gehoorzaamheid aan dit verbod
5.Mens behoort de gehele aarde te bevolken 5.Mens behoort binnen de grenzen van de tuin van Eden te blijven
6.De (slimme) slang zegt hetzelfde als God1 6.De slang wordt vervloekt en ze heeft Eva bedrogen
7.God straft de mens niet. 7.God straft de mens wel.

Laatst ben ik in contact gekomen met het werk van Laurence Gardner. In zijn boek, 'de oorsprong van de graalkoningen' wordt een hoofdstuk gewijd aan de vreemde praktijken in de eerste hoofdstukken van de bijbel. Typisch is bijvoorbeeld psalm 82.

Reactie 1

Study of Spiritual School of Ascension Back Home gibbon@worldonline.nl