|   |
Werken en Geestvernauwing
|
|     April 2008 |
INTRODUCTIE
Geprikkeld door de uit de hand lopende kosten van de kinderopvang (zie bijvoorbeeld Kabinet negeert wens kamer Kinderopvang) wil ik wat gedachten aanreiken die handelen over mogelijke aannames die achter de discussie omtrent kinderopvang schuilgaan. Hierbij wil ik vooral aandacht besteden aan de mogelijkheid dat het ideaal van 'werken' misschien aan een herziening toe is.
WERKEN EN ZINGEVING
We leven in een maatschappij waarin werken een belangrijke rol speelt. Als je niet werkt dan wordt al snel gedacht dat er iets niet helemaal goed met je is. Je wordt duidelijk meer gewaardeerd als je wel werkt en zeker in een baan met een interessant inkomen. De richting die ik met dit artikel op wil is niet zozeer dat ik zou willen pleiten voor een maatschappij waarin niemand meer werkt, maar eerder om eens stil te staan bij de zingevende rol die werk kan vervullen. De vraag is in hoeverre het een verstandige keuze is om een deel van de zin van je bestaan te koppelen aan het betaalde werk dat je uitvoert.
DE TWEEVERDIENERSGOLF
Ik ondersteun het idee dat werken nodig is om geld te verdienen. Zolang iemand gezond is vind ik dat hij/zij in staat hoort te zijn zichzelf te kunnen onderhouden. Alleen denk ik dat het allemaal een beetje uit de hand is gelopen. Nog niet al te lang geleden was het gebruikelijk dat één ouder werkte en één ouder voor de kinderen en het huishouden zorgde. Op de een of andere manier heeft dat altijd goed gewerkt want er kwam vaak genoeg geld binnen.
Ergens de afgelopen decennia is er een trend op gang gekomen waardoor er een golf van tweeverdieners ontstond in onze samenleving. Het lijkt er inmiddels bijna wel op dat als je niet allebei werkt je bijna niet genoeg geld hebt om van rond te komen (zie bijvoorbeeld: My Parents Managed to Raise Two Kids on One Salary. That's Impossible Today -- What Happened?). Stilletjes aan is er ook het idee ontstaan dat als niet beide partners zouden werken er iets niet helemaal goed zou zijn.
Hieronder lijkt de aanname te zitten dat als je niet werkt je niet zinvol bezig bent. Als je niet werkt dan moet je wel iets missen, dan moet je haast wel stagneren in je persoonlijke ontwikkeling. Je hoort Groen Links ook steeds maar stellen dat vrouwen ook het recht moeten hebben om zich persoonlijk te ontplooien via werk.
DE GEVAREN VAN HET WERKMANTRA
Er is op zich niets mis met de mogelijkheid dat je je kunt ontwikkelen via werk, maar waar ik steeds meer vraagtekens bij begin te stellen is het automatisme waarmee mensen het feit dat ze werken koppelen aan succesvol leven. Zou het niet zo kunnen zijn dat dit geloof in die link tussen 'persoonlijkheidsontwikkeling', 'zinvol leven' en 'werken' zo sterk is omdat we anders niet zouden weten wat wél echt belangrijk zou kunnen zijn?
Zou het niet zo kunnen zijn dat we op deze manier niet hoeven stil te staan bij de vraag waar het echt om draait in het leven? Doordat we zo ontzettend veel tijd investeren in naar het werk gaan, werken, van het werk thuiskomen, kinderen brengen en ophalen blijft er relatief weinig tijd over om je af te vragen of dit nu echt het leven is zoals je het zou willen leven?
In hoeverre gedragen we ons als gehypnotiseerde mieren die denken dat ze in vrijheid kiezen voor het leven dat ze leiden. Goethe zei al eens dat de beste manier om mensen gevangen te houden is om ze de illusie te geven dat ze vrij zijn. Ik begin hiervan steeds meer overtuigd te raken: zodra mensen dat ritme accepteren waarin werk een centrale rol speelt blijft er bar weinig creativiteit over voor het ontginnen van andere terreinen. We zijn allemaal zo bezig met het rondrennen dat we zelfs overwegen om na ons pensioen nog langer door te gaan met werken: goed voor de economie, goed ter vermijding van die leegte na de pensionering.
SPELEN MET EEN ALTERNATIEF
Laten we eens een gedachtenexperimentje doen: als we met zijn allen eens zouden gaan afspreken dat we niet langer dan 20 uur in de week gaan werken. We passen de hypotheek- en huurlasten erop aan. Bedrijven stoppen met dat oude concept dat het belangrijk is om winst te maken: ze gaan zich vooral richten op het verschaffen van werkplaatsen en het leveren van diensten. 'Genoeg is genoeg' wordt het nieuwe adagium.
Er komt op deze manier een kolossale hoeveelheid tijd vrij die creatief zou kunnen worden ingezet zolang we samen het eens zouden kunnen worden over wat ook zinvol is in het leven, en daar hebben we nog wel wat werk te verzetten, want hoe kunnen we 'vrijetijdsbesteding' gaan opwaarderen naar een positie die qua zingeving bóven werken uitstijgt?
Ten eerste zouden we wat meer met elkaar kunnen omgaan: wat vaker bij elkaar op bezoek komen, wat meer integreren met de mensen in je buurt. Wie woont er eigenlijk bij me in de straat, in de wijk? Ten tweede zouden we meer tijd kunnen gaan doorbrengen met onze kinderen, ten derde zouden we eens wat tijd en energie kunnen investeren in het verkennen van onze innerlijke wereld: wat zijn de grenzen van onze gedachten? Wat doen we hier eigenlijk op deze planeet? Ook zouden we meer tijd hebben om dingen te gaan controleren, om zelfstandiger na te gaan denken over al de dingen die gebeuren om ons heen: door wie worden we eigenlijk voor de gek gehouden? Wie profiteert er vooral van al die hardwerkende tweeverdieners?
VOORLOPIGE CONCLUSIE
Het lijkt me verstandig om vraagtekens te plaatsen bij ons automatisme om werk te koppelen aan zingeving. Wellicht zouden we ons meer bewust moeten worden van het geestvernauwende effect dat kan optreden als je vaak en veel tijd investeert in hetzelfde werk, in hetzelfde ritme, jaar in, jaar uit. Misschien zouden we met zijn allen werk op een tweede of derde plaats moeten gaan zetten om meer tijd vrij te maken om werkelijk te leven.
In hoeverre drogeren we onszelf met werk om maar niet geconfronteerd te hoeven worden met de schijnbare leegte die op ons zou afkomen als we veel minder zouden gaan werken? Wat zouden we doen als we opeens zes maanden niet zouden werken? In hoeverre hebben we onze identiteit gekoppeld aan het werk dat we verrichten? Zou het niet zo kunnen zijn dat de nieuwe generaties sneller doorhebben dat die arbeidsmoraal van weleer eigenlijk misschien vooral een gemechaniseerd, geestdodend traject is? Laten we werken aan alternatieven waardoor werk een wat trivialere positie krijgt in ons leven.