Waterput: Levensproblemen in plaats van Hersenziekte
 
 

Noem Levensproblemen geen Psychische Ziekte

(PSY 8-2008, pp. 40-41, door Gee de Wilde)


    September 2008

 

INTRODUCTIE
In het septembernummer van Psy (8-2008) werd een stuk geplaatst van Gee de Wilde werkzaam als zelfstandig adviseur in de GGZ en verslavingszorg. Hij stipt hierin op een krachtige wijze het grote manco aan van de huidige geestelijke gezondheidszorg, namelijk het willen suggereren van psychiatrische (lichamelijke hersen-) ziekten als oorzaak van probelemen en niet de problemen die kunnen onstaan door de uitdagingen die het leven te bieden heeft.

Hieronder staat het artikel:

Het is intrigerend om te zien hoe ggzinstellingen, hun brancheorganisatie en wetenschappers alles in het werk stellen om aan te geven dat mensen met een burn-out of andere levensproblemen aan een psychische stoornis lijden. Sterker, zij roepen dat een groot deel van de bevolking met zo’n stoornis te maken krijgt.

Er is weinig verzet geweest tegen de benadering die bijvoorbeeld een lichte depressie betitelt als psychische ziekte of stoornis, en deze mensen een DSM-IV-etiket opplakt. Pas met het uitkomen van het boek De Depressie-epidemie van Trudy Dehue, dit voorjaar, lijkt er plaats voor de vraag of we gevoelens van neerslachtigheid niet te snel een medisch etiket opplakken.

Met als gevolg dat we de oorzaak van gevoelens van onbehagen niet meer in ons eigen leven hoeven te zoeken, maar kunnen beschouwen als een afwijking van de hersenen.

De ggz is gemedicaliseerd en de reden waarom dat is gebeurd, ligt voor de hand. Al sinds de jaren zeventig vochten psychiaters om erkenning onder medische collega’s. In overheidsnota’s als Zorg van Velen stond het met koeienletters: Geestelijke Gezondheidszorg = Echte Gezondheidszorg. Mensen met psychische problemen, van welke aard dan ook, leden vanaf toen definitief aan een ziekte die om genezing schreeuwde. En wie kon die leveren? Juist, de psychiaters.

Met de DSM-IV in de hand kon vervolgens een basis voor financiering worden gevonden. Opeens was er geld beschikbaar, en om die financiering te behouden werd het steeds belangrijker de bevolking te waarschuwen dat zoveel mensen psychische problemen konden krijgen. Instituten als het Trimbos-instituut goochelen al een tijdje met duizelingwekkende cijfers: volgens het Nemesisbevolkingsonderzoek van dit instituut is depressie volksziekte nummer 2. Met stip! Maar liefst één op de vier mensen kan een psychische ziekte krijgen.

Nog nooit in de geschiedenis is het DSM-IV-etiket ‘depressie’ zo makkelijk op mensen geplakt.

Vijandige samenleving
De medicalisering van het ggz-bedrijf gaat echter vooral ten koste van de groep die bij die medicalisering het meest baat zou moeten hebben: mensen met ernstig psychiatrische problemen, van welke aard dan ook, vaak chronisch en vaak invaliderend. Dat is een groep van grofweg 150.000 burgers. Een fractie van de hele potentiële doelgroep van de ggz, namelijk één op de vier Nederlanders. Nog geen tweederde van die 150.000 maakt gebruik van de geestelijke gezondheidszorg. De meesten van hen zijn door hun ziekte laagopgeleid, werkloos en minvermogend.

Deze groep, waarvoor al decennia een emancipatiestrijd gaande is, heeft er last van dat ‘lichte problematiek’ opeens een psychische ziekte is gaan heten. Door de vermeende lage productiviteit van deze mensen, worden zij eerder als een last gezien dan als patiënten die hulp nodig hebben. Werkgevers investeren niet in hen, sturen ze bijvoorbeeld niet naar een particulier hulpverleningsbedrijf, want de meesten hebben geen werk en hun ziekteverzuim levert geen economische schade op. Deze groep mensen wordt nauwelijks gezien, de samenleving leert niet van hen en accepteert hen ook niet. In feite rust er een groot taboe op ernstig psychiatrische problemen.

Mensen met ernstig psychiatrische ziekten lijken vergeten te worden en krijgen geen kans te laten zien wat ze kunnen. Voordat de medicalisering haar intrede deed, lag het anders. Mensen met levensfaseproblemen (relaties, rouw, werkdruk) leden toen nog niet aan een psychische ziekte. Evenmin kregen zoveel kinderen trendgevoelige diagnoses als adhd of ‘autismespectrum’ opgespeld. In de regel lukte het om problemen op eigen kracht en binnen het gezin op te lossen. Nou mogen daar best goede therapeuten aan te pas komen en af en toe kan er een pil worden gegeven, maar noem het geen ziekte of stoornis, want dat maakt mensen afhankelijk.

Mensen met ernstig psychische problemen daarentegen, verdienen alle aandacht die bij intensieve psychiatrische behandeling en begeleiding hoort. Als ze deze aandacht ontvangen, krijgen ze de kans om te laten zien dat ze in staat zijn met hun beperkingen te wonen, te leren, te werken, en relaties aan te knopen. Het is niet alleen de vijandige samenleving die hen daarvan afhoudt, maar ook de ggz. Die maakt zich niet sterk genoeg om voor hen kansen te creëren. Normalisering

GGZ Nederland pleit voor normalisering van de psychiatrie. Dat doet ze onder meer door te zeggen dat ‘iedereen een psychische ziekte kan krijgen’. Dat lijkt destigmatiserend, maar het pakt averechts uit. Ik pleit voor het opnieuw maken van een onderscheid tussen de begeleiding van levensfaseproblemen (die zijn namelijk hartstikke normaal) en de behandeling en begeleiding van ernstig psychiatrische problemen (‘wij maken het mogelijk dat zij weer burger onder burgers kunnen zijn’).

Laten we levensfaseproblemen geen psychische ziekte noemen, maar deze term reserveren voor ernstig psychiatrische problemen. En laten we ook niet doen alsof er een glijdende schaal bestaat van lichte stemmingsklachten tot ernstig invaliderende psychiatrische stoornissen (‘Als u uw depressie niet behandelt, kan dat dusdanig verergeren dat..’). Daar is geen enkel bewijs voor. Misschien levert dit extra geld op voor preventiewerk, maar het maakt mensen ook angstig.

Uit onderzoek blijkt dat ziektes ‘van het hoofd’ nog altijd banger maken dan ernstige lichamelijke ziektes; waarschijnlijk door de angst voor controleverlies en schuldgevoelens. Uiteraard heeft onderscheid in levensfaseproblemen en psychische ziekten grote consequenties voor de toekomst. Preventie, voorlichting en aanpak van ‘lichtere’ problemen moet uit de sfeer van ziekte en labeling. En de acceptatie van burgers met psychische handicaps vereist een aparte en doelgerichte aanpak die kans op werk, wonen en relaties daadwerkelijk vergroot. Alleen zo wordt stigmatisering succesvol aangepakt.

Gee de Wilde is zelfstandig adviseur in de ggz en verslavingszorg.
Oorspronkelijk artikel

Voor commentaar en aanvullingen mail naar Waterputmail

Naar boven