Waterput: Een Hersenziekte is niet af te leren (uit PSY 9, pp 38-39)
 
 

Waterput: Een Hersenziekte is niet af te leren

(PSY 9-2008, pp. 38-39, door Chip Huisman)


    Oktober 2008

 

INTRODUCTIE
In het Oktobernummer van Psy (9-2008) werd een stuk geplaatst van Chip Huisman, die als promovendus verbonden is aan de Amsterdam School for Social Science Research (ASSR). Evenals in andere artikelen van deze aard wordt ook hier weer de aandacht gevestigd op de vraag in hoeverre je geestelijke problemen, en in dit geval, verslavingsgewoontes kunt koppelen aan een hersenafwijking. Als je al zou warmlopen voor deze hypothese dan blijkt het lastig te zijn om mensen nog te behandelen zonder je toch ook te openen voor de mogelijkheid dat er door middel van het aanleren van bepaalde andere manieren van denken er toch wel degelijk mogelijkheid is tot verandering. Hieronder is een kopie van het oorspronkelijke artikel terug te vinden:

"De verslavingszorg is inconsequent. Terwijl ze verkondigt dat verslaving een ‘hersenziekte’ is, bestrijdt ze de ziekte met therapieën die gebaseerd zijn op psychologische uitgangspunten. Maar een ziekte is per definitie onvrijwillig en valt niet af te leren.

Het idee dat verslaving een ziekte is floreert binnen de verslavingszorg. Iemand is verslaafd als sprake is van controleverlies over gedrag bij een bepaalde activiteit of gebruik van een stof.

Daarbij wordt ook gesteld dat er controleverlies is op het gebied van autonomie van denken en voelen. Dit controleverlies wordt dan toegeschreven aan een abnormaliteit in de hersenen. Verslaving is dan een hersenziekte. En tegenwoordig kan deze hypothese met empirische gegevens worden onderbouwd: hersenscans bevestigen dat de hersenen van verslaafden anders zijn. Hierbij wordt de conclusie getrokken dat het gedrag de oorzaak is van de visuele verandering in de hersenen.

Dit zoeken naar een biologische basis voor een cultureel geconstrueerde notie van goed en slecht gedrag, is bizar. Behalve dat een causaal verband tussen gedrag en veranderingen in de hersenen niet valt aan te tonen en hersenscantechnieken in de kinderschoenen staan, doet dit biomedische reductionisme te kort aan de complexiteit van het menselijk bestaan. Een bestaan dat alleen juist wordt geacht als er sprake is van individuele zelfcontrole en autonomie. Een typische modern westelijke ideologie.

Maar los hiervan gaat het menselijk bestaan altijd met ups en downs, en sommigen valt dat zwaar. Dit kan resulteren in een intens gebruik van een stof. De meeste mensen die verslaafd raken komen daar op eigen kracht weer vanaf. Zo blijkt uit een studie van Carla de Bruijn in 2005 dat zo’n tachtig procent van de alcoholisten zonder hulp van de verslavingszorg van de drank afkomt. Soms is er bij dit proces wel hulpverlening in het spel.

Mij is echter geen onderzoek bekend dat aantoont of deze hulp bijdraagt aan de verbetering of dat er andere oorzaken aan te wijzen zijn. Naast het merendeel van de verslaafden waarmee het goed komt, blijft er een klein groepje over waarvan het leven zo is ontspoord dat zij op permanente hulp, liever zorg, zijn aangewezen om met de problemen in hun leven om te gaan. Voor die mensen zou er verslavings zorg moeten zijn.

Gedrag genezen
Door de trend van medicalisering waant de verslavingszorg zich heelmeester; een misvatting. Met evidence based werken en protocollering is de verslavingzorg in de veronderstelling gedrag te genezen. Een virale infectie kan men genezen met een medisch protocol. Dit geldt niet voor de complexiteit van intens middelengebruik dat is verweven met het gehele bestaan. Het ziektemodel stelt dat alle verslaafden aan dezelfde ziekte lijden. Een ziekte zo krachtig, dat individuele verschillen tussen mensen wegvallen.

Maar iedereen die werkt met verslaafden of bekend is met wetenschappelijke literatuur hierover, weet dat het niet zo simpel ligt. Er spelen talloze factoren een rol bij verslaafd raken, verslaafd zijn en blijven of ermee stoppen. Ieder mens is anders, heeft andere problemen met andere oorzaken. Daarom moet er gezocht worden naar een oplossing op maat. Medisch denken in gemiddelden en protocollen dwarsbomen oplossingen.

De verslavingszorg claimt dat er wel degelijk zorg op maat wordt aangeboden en rekening wordt gehouden met de wensen, doelen en mate van autonomie van de hulpzoekende, maar dit gebeurt pas nadat er een medische diagnose is gesteld. Dus er is wel wat te kiezen qua zorg op maat, maar de verslavingszorg bepaalt wat er te kiezen valt. Zolang het medische discours voorop staat, is het idee van zorg op maat een farce.

De één zal baat hebben bij een twaalfstappen variant, de ander bij leefstijltrainingen. En de meest problematische groep heeft meestal permanente zorg nodig. Door geprotocolleerde behandeling met begin en eind, valt deze laatste groep na afronding van de behandeling vaak terug in oude patronen.

Dit blijkt ook uit het dossier De kater van de nazorg, Psy 6/2008. Deze terugval komt niet alleen door praktische problemen, maar vooral door existentiële problemen; een gebrek aan zingeving. Als iemand bijvoorbeeld twintig jaar alcohol heeft gebruikt, is dit verweven geraakt met alle aspecten van het leven. Een exalcoholist zal opnieuw moet leren leven. Dit is een individuele verantwoordelijkheid, maar ook een maatschappelijke. Als iemand na een succesvol beroep op eigen verantwoordelijkheid om te veranderen na een ritueel ajuus uit de kliniek een samenleving wordt ingestuurd die niet is mee veranderd, falen we als samenleving in samenleven.

Motivatie
Het ziekte-idee strookt ook niet met wat er vaak gebeurt op de werkvloer van de verslavingszorg. Toen ik zelf in de verslavingzorg werkte, vond ik het opmerkelijk dat een medisch gedefinieerd probleem veelal behandeld werd met op psychologische uitgangspunten gestoelde therapieën.

Het ging om bevorderen van motivatie (de wil) tot verandering en vaardigheden aanleren. Het antwoord van een collega op mijn waarneming was dat iemand niet verantwoordelijk is voor het ziek-zijn of worden, maar wel verantwoordelijk voor de genezing. Dit is een vreemde gedachtegang.

Een ziekte is inherent onvrijwillig en beter worden kan je niet aanleren. Als je wilt, kun je wel gedrag aan- of afleren. Als verslaving een ziekte is die je door motiverende gespreksvoering en cognitieve gedragstherapie kan afleren, is het de vraag of het in de eerste plaats een ziekte is of toch misschien gedrag. Gedrag, hoe slecht en ongezond dan ook, en zelfs als het niet afleerbaar is, is nog steeds geen ziekte. Fietsen is aangeleerd en als je dat niet af kan leren, zeggen we ook niet dat je ziek bent."

Een ander artikel van Chip Huisman over deze thematiek is terug te vinden op Verslaving is Geen Ziekte.

Voor commentaar en aanvullingen mail naar Waterputmail

Naar boven