Waterput: Afnemende Hoeveelheid Antioxydanten in Voedsel
 
 

Afnemende Hoeveelheid
Antioxydanten in Voedsel

Een Historische Beschouwing


    Juli 2009


INTRODUCTIE
Laatst kreeg ik een reactie op het artikel betreffende Leukemie en Osteoporose. We kwamen aan de praat over antioxydanten en ik vroeg hem of hij meer kon toelichten betreffende de afname van antioxydanten in ons voedsel en daar kwam een dermate interessant en uitvoerig antwoord op dat ik dat meteen in een waterput wilde plakken. Met vanzelfsprekend de toestemming van de auteur Ruud presenteer ik zijn antwoord:

Een heel verhaal waarom er minder antioxydanten in ons eten zitten. Ten eerste zijn er ook in sommige groente en fruit eerst mèèr antiox.gekomen. Daarom is de biet nu donkerrood en de rode kool paars (=antioxydant Anthocyaan). Snijbiet kan gele stelen hebben dankzij het inkruizen van een Braziliaanse wilde verwant van de biet. Dit gebeurde door een duitse kweker in Canada(1900).

Ook de wilde tomaat die eerst klein en geel was werd later rood. De russen kweekte graag paarse en bruinzwarte tomaten(vooral de nakomelingen van mennonisten die vanuit Vlaanderen,noordNederland en Oostfriesland naar Oekraine vluchtte en daarna naar Siberië). Het onstond alsvolgt;het gele van de wilde tomaat komt door het provitamine Caroteen,daaruit muteerde het paarsrode Lycopeen. Die samen geven de rode kleur aan de tomaat. Valt caroteen weg dan heb je dus een paarsrode tomaat. Breekt die tomaat het bladgroen tijdens het rijpen niet af dan heb je een bruinzwarte tomaat. De tomaatrode tomaat is in de westerse wereld favoriet en per ongeluk dus een goede keus.

Die keus is dus cosmetisch.Een rode tomaat staat mooi bij groene groente.
Ook om uiterlijke redenen zijn er veel kleuren uit groente weggekweekt. Voornamelijk omdat het de telers aan de wilde plant deed denken. Enkele bewijzen daarvoor heb ik op papier. Zo klaagt een Franse kweker over de afschuwelijk rose nerven in de fantastische krulandijvie Riccia di Pancliarè. Dat rose komt door anthocyaan. Naast dat veel groente maagdelijk wit moest worden(bloemkool,pronkboon,witlof e.d) wat veel te maken had met de aanloop van de germaanse waan die over Europa trok èn de angst voor wild was er ook een reëele reden.

Veel kleuren gaan òf gepaard met een vale kleur tijdens koken of inmaken òf met blauwzuur of looizuurachtige stoffen. Bijv.Een tuinboon met zwartbonte bloemen(de normale vorm) heeft altijd bruin of donker zaad. In de kook geeft dat altijd een troebele neerslag. Het geeft ook de kenmerkende tuinboonsmaak die de een verafschuwt en de ander bekoort. Dit komt omdat de bloemkleur erfelijk samengaat met een looistof (tanninesoort). Bij onregelmatig gebruik lijkt mij dat gezond maar met dagelijks gebruik leidde dat bij de vroegere Egyptenaren tot een bepaalde vorm van blindheid. Een witbloeiende tuinboon mist ook dit looizuur. Hier was het de inmaakindustrie die met de eis van een looizuurvrije tuinbonen kwam (dus niet om gezondheidsredenen).

Er zijn dus antioxydanten bewust en onbewust weggekweekt. Maar inteelt is er ook zo een. Tijdens rondleidingen liet ik de mensen zien wat je doet met selektie en inteelt. Ik deed dat aanschouwelijk met bonen en erwten die ik in vele kleuren teel(de). Met selectie zoek je 1 plant uit die aan je eisen voldoet. De andere sluit je dus buiten(een vorm van genetische erosie die nergens genoemt wordt,dus een actuele maar niet erkende vorm van achteruitgang van biodiversiteit)Daarna dwing je de plant tot zelfbevruchting. Alle nakomelingen voldoen dan aan de eisen van nu, nl.homogeen. Maar de criteria zijn altijd op uiterlijke,op zichtbare kenmerken. Wat we niet zien kunnen we dus door uitzoeking en inteelt kwijtraken.

Wat ik als klein kind vermoedde en wat ik de mensen liet zien is inmiddels op een Noorse site over permacultuur te zien waar werd geschreven over een Zweeds onderzoek waaruit deed blijken dat de oude landrassen van graan 9x meer antioxydanten bevatten dan nieuwe graanrassen. Als kleuter vroeg ik aan oude mensen altijd wat zaad van goudsbloemen. Niet van jonge mensen met grote, dubbele goudsbloemen in pastelkleuren, maar specifiek de onveredelde.Ik voelde daarin een stof die de grond gezond houdt. Dit is inmiddels ook bewezen, namelijk het doden van de ziekteverwekkende aaltjes door een stof die de goudsbloemwortels afscheiden. Toen ik 3 jaar was kreeg ik een aardbeistek van mijn oma die zij frambozenaardbei noemde. Ik wist dat die gezonder waren dan andere aardbeien. Ik teel deze nu nog,sterker nog,we hebben ze ook vandaag weer gegeten. De eigenlijke naam van deze aardbei is Frau Mieze Schindler en er is een ware zoektocht van particulieren naar dit ras op dit moment.

Naast genetisch verval en daarmee vooral een achteruitgang van het aantal en gehalten van antioxydanten is er dan ook de bemesting en de aardkorst die daar deel aanhebben. Veel kunstmest en vooral de teelt van groente in de kas op steenwol en met kunstlicht verlaagt het gehalte aan antioxydanten aanzienlijk (ook de nog niet onderzochte vitaalstoffen). Met meer kunstmest en een daarmee samenhangende snellere groei is de plant niet instaat andere stoffen als smaakstoffen,vitaminen,antioxydanten of sporenelementen op tijd in haar lichaam af te zetten. Een wereldwijd voorbeeld: de Hollandse tomaat (en dan het liefst in een oranje plasticnetje zodat de tomaat toch roder lijkt dan ze is).

Met kunstmest geef je kunstmatig een aantal belangrijke groeistoffen aan de plant.Dit zijn de voedingsstoffen die de plant in de grootste hoeveelheden nodig heeft. Stikstof,fosfor,kalium en calcium zijn de belangrijkste. Dit-en vooral stikstof-bevordert de massa en de snelheid van groeien. Deze uiterlijkheden spreekt de mens zeer aan.

In de bodemmineralen(gesteentesoorten) en humus waar de grond uit op gebouwd is zitten deze stoffen ook maar dan in de natuurlijke hoeveelheden maar daar zitten ook de mineralen,de elementen, die een planten niet kan ontberen maar in kleinere hoeveelheden nodig heeft. Denk aan selenium, zink, broom, chroom. Ieder gewas wat je dus kunstmest geeft(een beperkt aantal elementen) gaan met de verkoop van dat produkt vooraltijd weg van dat bedrijf, van die grond. Ondertussen hadden die planten hun elementen die ze in kleinere hoeveelheden nodig hadden(sporenelementen) van de minerale bodem ontleend. Daarvan wordt dus ieder teeltjaar weer iets van de natuurlijke voorraad afgesnoept en met de oogst afgevoerd en wordt theoretisch niet aangevuld. Roofbouw kan je dat noemen en kenmerken voor een mensheid die nog in de puberteit verkeert. Al meer dan een eeuw gebruikt men kunstmest en in veel gevallen uitsluitend zonder aanvulling van natuurmest die ook al minder -om dezelfde reden- aan sporenelementen bevat.

Zo is zink en selenium, naast hun antioxydant werking, o.a. ook belangrijk voor het vormen van antioxydanten,kleur-en geurstoffen.Op die stoffen is al heel lang en wereldwijd roofbouw gepleegd.

De op verarmde grond geteelde en te snel gegroeide groenten zijn door inteelt verarmd. Inteelt om bijv. uit de franse bataviasla in amerika de ijsbergsla te ontwikkelen zodat de in de verste uithoeken van de VS geteelde ijsbergsla op brokken ijs per trein naar Detroit, New York, Washigton enz. getransporteerd kon worden. Selectie dus op lange houdbaarheid. Maar bij iedere dag dat de plant langer van zijn wortels is afgesneden hollen de gehalten aan vitaminen en antioxidanten achteruit. Verse groente in de supermarkt is vaak al een week oud. Verse groente in de reformwinkel die misschien minder oud is maar wat verdroogd (verlept) is doordat in die winkel ook de meelwaren worden verkocht die droge lucht behoeven hebben ook met een sterke achteruitgang te maken.

Je ziet het al,willen we gezonder voedsel dan zullen we naar een andere wereldordening toe moeten.
Een andere wereldordening zal de matheid en vermoeidheid, die zo kenmerkend voor de hele westerse cultuur is, genezen. We hebben via het onderwijs èèn hersenhelft als ideaal gekozen. We hebben veel geanalyseerd en zitten nu opgescheept met een grote berg losse onderdelen. Pas als we op school het verbanden zien stimuleren in plaats van leerlingen daar juist -letterlijk- op af te rekenen dan kunnen we uit die situatie die we gecreeërd hebben vandaan komen.

Waterput.

Naar boven