Waterput: Stuurgroep Heiderijk: We willen Overminderd Door

 

Stuurgroep Heiderijk: "We Willen Onverminderd Door"

Het Nut en de Noodzaak gaat beter uitgelegd worden


    mei 2010 - door Waterput

INTRODUCTIE
In een persbericht van de Provincie Gelderland van 17 mei 2010 kunnen we lezen dat de stuurgroep Heiderijk bijeen geweest is en van plan is om onverminderd door te gaan met het Heiderijk Experiment. Dat de communicatie niet ideaal is geweest wordt toegegeven, alleen de wijze waarop ze het in de toekomst voor ogen hebben stemt tot nadenken:

"Vandaag heeft de stuurgroep bestaande uit betrokken partners en financiers vastgesteld dat zij onverminderd achter de doelen staan van de ontwikkeling van de nieuwe heide... De stuurgroep heeft begrip voor het feit dat sommige betrokken burgers geschrokken zijn van het eerste resultaat onmiddellijk na de kap. Het zal immers nog enige tijd duren voor de nieuwe natuur zich kan ontwikkelen. Uit de commotie heeft men de les getrokken in toekomstige gevallen nog meer aandacht te willen geven aan de communicatie. Ook het instellen van een klankbordgroep zou verder kunnen bijdragen aan begrip en draagvlak voor deze omvormingen. Lokaal zullen er overigens op korte termijn nog informatiebijeenkomsten georganiseerd worden om uitleg te geven over nut en noodzaak. De stuurgroep probeert op die manier draagvlak te krijgen voor fase 2 en 3 die pas over een paar jaar op de rol staan."
Persbericht Provincie Gelderland, 17 mei 2010

NUT EN NOODZAAK
Het was waarschijnlijk ook erg naïef om te verwachten dat de stuurgroep Heiderijk zou besluiten werkelijk in gesprek te gaan met critici van het project. Zoals ook blijkt uit een recente bijdrage van Stichting Kritisch Bosbeheer valt er nog veel te zeggen over het vermeende 'nut en de noodzaak' om droge heidegebieden aan te maken in Nederland. De boodschap lijkt duidelijk: als de onwetende burgers maar goed worden geïnformeerd dan zullen ze overtuigd worden van het ongekende belang van dit heidevormings- boskaptraject. Er is daarover geen discussie mogelijk.

Hierdoor stijgt het vermoeden dat ook door Stichting Kritisch Bosbeheer wordt geuit na analyse van het rapport dat aan de fundamenten staat van het experiment. Het lijkt er namelijk wel op dat bij voorbaat al vaststond dat er heide moest komen. Laten we eens meer aandacht schenken aan de analyse van Stichting Kritisch Bosbeheer:

Geen systeem- maar soortenbescherming
Een ernstig manco van het rapport is dat niet gemotiveerd wordt waarom een conversie van bos naar ‘droge heide’ noodzakelijk is. Evenmin wordt verzuimd om dit in ruimtelijk perspectief op Europese en Nederlandse schaal te plaatsen. Is een krekel lokaal uiterst zeldzaam maar Europees gezien algemeen, hoe maakt men dan de afweging in relatie met soorten die in beide gevallen bescherming behoeven?

Men spreekt in algemene termen van de zeldzaamheid van het gewenste vegetatietype en dat daarom de ingreep gewenst is. Feitelijk is de keuze vooraf al gemaakt en de studie besteedt aan deze beslissing verder geen aandacht. De zeldzaamheid alleen van droge heide als motief achten wij onvoldoende. Er zijn tal van ecosystemen in ons land die nog zeldzamer zijn dan droge heide. Bijvoorbeeld levende rivierduinen die normaal een natuurlijk onderdeel zijn van ons land, want deze zijn nog slechts in vastgelegde relicten zeldzaam aanwezig.

Levende rivierduinen zijn zelfs nergens meer in Nederland aan te treffen. Bos, ongestoord bos, zelfs natuurbos, behoort in ons land tot een uiterst zeldzaam verschijnsel. Hoogveen in functioneel arealen, Nederland was er ooit voor tweederde mee bedekt, is eveneens uitzonderlijk zeldzaam. Alleen enkele zeer kleine en onvolledige relicten zijn nog aanwezig. Kortom, de verdediging voor het aanleggen van droge heide is in deze studie in relatie tot andere nog slechts beperkt of niet meer aanwezige ecosystemen op geen enkele manier onderwerp van discussie.

Dat is des te bevreemdender omdat ‘droge heide’ in Nederland een niet van nature voorkomend vegetatietype is. Heide in deze vorm is een cultuurlandschap. Ook dit aspect, natuur versus cultuur, is in deze studie op geen enkele manier in perspectief geplaatst. Dat de opmerkingen in deze paragraaf niet uitputtend in de besproken studie aan bod komen is te verdedigen, maar verwijzingen naar andere bronnen van de hand van de initiatiefnemers als ondersteunende bronnen of bijlagen voor deze studie worden niet gepresenteerd.

Dit gezegd hebbend is de conclusie gerechtvaardigd dat de fundamentele beslissing om tot de conversie van een 150-jarig landschap over te gaan al reeds eerder en buiten het zicht van derden lijkt te zijn genomen en dat voorts een beschrijving van de concrete en praktische uitwerking ervan in de lucht blijft hangen.

Het is voor de (kritische) volger van dit project volstrekt onmogelijk om het project in ruimte en tijd te volgen en deze af te zetten op de verwachtingen en wensen die de initiatiefnemers van dit grootschalige project zich koesteren. Voorts is het opmerkelijk dat dit toch grootschalig project voorziet in slechts een viertal doelsoorten, die bovendien geen sleutelfuncties in dergelijke ecosystemen vervullen.
Lees verder

VAN 3,5% NAAR 7% (of misschien toch naar 10%?)
Er is al het nodige geschreven over het doel om uiteindelijk 300 ha heideleefgebied te scheppen en de verwarring die het gebruik van deze waarde hebben opgeleverd tezamen met het discutabele bestempelen van enkele beboste gebieden als zijnde houtopslag (Gemeente Nijmegen en het Heiderijk Experiment en Onduidelijkheden na Eerste Factsheet Heiderijk) en de soms wel extreme vorm van dunning.

Laten we eens kijken wat er in het persbericht wordt gezegd over de toekomstige plannen:

"De werkzaamheden om 85 ha leefgebied (waaronder 55 ha heide) voor bedreigde diersoorten te creëeren naderen hun voltooiing. In totaal komt het heidegebied daarmee op 165 Ha. Voor deze nieuwe ontwikkeling is 17 Ha bos elders aan nieuwe aanplant gerealiseerd in het kader van de herplantplicht. Het restant van de kap was het gevolg van achterstallig onderhoud o.a. rond het trace van het oude spoor. Met het verwijderen van de bovenlaag is ook bijzonder veel oude munitie opgeruimd.

...Uiteindelijke doelstelling is om 300 ha leefgebied (voornamelijk heide) te creëeren. Het huidige percentage van 3,5% heide groeit dan op termijn naar 7%, zodat natuurlijk beheer middels de inzet van rondtrekkende schaapskuddes gerealiseerd kan worden. Het gebied blijft voor het overgrote deel gewoon bos."

Hier volgt wat gestoei met de cijfers: Als we 3,5% van 3000 ha nemen dan komen we uit op de 105 ha heide vooraf, via 5,5% (165 ha pure heide) momenteel na fase 1, naar 7% aan het einde van fase 2 en 3, wat neer zou komen op 210 ha pure kale ha heide. Als we deze waarden allemaal zouden moeten geloven dan zou er nog 45 ha volledig gekapt (inclusief verwijderen 'houtopslag') moeten worden om op 210 ha kale, droge heide te komen. Omdat er nog 107 ha 'op de rol stond' volgens het factsheet zou dat inhouden dat er dan 107 - 45 = 62 ha gedund zou worden in het vervolg. Terwijl er in fase 1, 29 ha is gedund, zou er in de volgende fases opeens twee keer zoveel gedund worden in vergelijking met fase 1.

Tijdens de eerste fase was de verhouding kap/houtopslag verwijderen : dunnen 55:29 en in het vervolg zou dat de andere kant opslaan: 45:62.

Toch lijkt het er hier ook weer op alsof er iets niet helemaal klopt. Enerzijds wordt er gesproken over reeds bestaand heideleefgebied van 110 ha. Dan wordt er 83 ha nieuw 'heideleefgebied' bijgemaakt waardoor je eigenlijk op die 193 ha heideleefgebied uitkomt. 193 ha is 6,4% van het totale bos. Als daar nog 107 ha heideleefgebied bijkomt dan heb je uiteindelijk gewoon 300 ha heideleefgebied, wat dan geen 7% van het totaal is, maar 10%.

Het lijkt erop alsof er de ene keer gesproken wordt over pure heide en dan weer over heideleefgebied waarbij de betekenissen steeds lijken te wijzigen. Was er echt al 110 ha PURE droge heide voor het project begon, of was heideleefgebied? Als dat al pure heide geweest was (wat me sterk lijkt dat er al zoveel pure droge heide van het zuivere soort was), dan komt er in totaal 210 ha pure heide. Dat zou weer wat vreemd zijn omdat er in het persbericht namelijk tussen haakjes staat dat het toekomstige heidegebied vooral uit heide zal bestaan. Als tweederde uit pure, droge heide bestaat dan is het raar om te spreken over voornamelijk heide.

Met deze vage omschrijvingen kun je heideleefgebied interpreteren zoals het uitkomt: een bepaald deel pure, droge heide, een bepaald deel bebossing. Met al dit cijfermatige gejongleer lijkt het alsof het heidegebied verdubbeld wordt, maar het heideleefgebied wordt eerder verdrievoudigd (van 3,5% naar 10%, van 105ha - 300ha).

ONZICHTBARE STUURGROEP
Er ontstaat bij een aanzienlijke groep mensen die verdere kaalslag willen voorkomen de behoefte om ook inhoudelijk te kunnen spreken met de ontwerpers van de plannen. Maar waar zijn ze? Is het echt waar dat droge heide in Nederland in deze vorm oorspronkelijk niet voorkomt? Waarom moeten er in Nederland op deze grote schaal diersoorten gered worden die veelvuldig in andere landen van Europa voorkomen? Hoe zit het nu werkelijk met al die hectares? Hoe wordt er omgegaan met de discussie rondom houtopslag en de boswet?

Hoe komt het dat er niet meer moeite is gedaan de onderwerpen in de gemeenteraden te laten verschijnen? Hoe kan het dat de gemeente Groesbeek ervan overtuigd lijkt te zijn dat ze niets te zeggen hebben over het Groesbeekse Bos? Welke geldbedragen zijn gemoeid bij het project? Waarom is het oorspronkelijke plan pas na aandringen op de site gezet, terwijl de kettingzagen al bijna klaar waren? Waarom treedt buiten de projectleider, vooral Milieudefensie in de persoon van Alex de Meijer op als verdediger van het project, terwijl Milieudefensie in feite geen partij is? Waarom wordt er geen enkele opening geboden om de initiatiefnemers, de verantwoordelijken in gesprek te laten komen met critici over het ontwerp? Het enige wat geboden is, is een informatie bijeenkomst enkele weken voor aanvang van het project.

De stuurgroep heeft met dit persbericht blijk gegeven gewoon door te willen gaan op het ingeslagen pad, en alleen bereid te zijn burgers te overtuigen van de noodzaak en het nut van dit grootschalige kapproject. Ze lijken doof voor kritiek en reageren alleen in de persoon van de heer Ruesen van de Unie van Bosgroepen (tezamen met de heer van der Meer van de gemeente Nijmegen) en zwijgen verder in alle toonaarden. Dit lijkt me een zeer onbehoorlijke situatie waaruit vooral geringschatting blijkt ten opzichte van de gewone bosgenieter die ook gehoord wenst te worden. Ik zou betrokken natuurliefhebbers dan ook willen oproepen zich te laten horen door de betrokken deelnemers (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Gemeente Nijmegen, Prorail, Provincies Gelderland en Limburg) aan te schrijven.

Update 24 mei 2010: Op de blog van Toine van Bergen zijn inmiddels de leden van de Stuurgroep en de Partners van Heiderijk te zien.

Auteur - Naar boven - Mailcontact