Gjallar
Noormannen in de Lage Landen

Norsemen in the Low Countries

Startpagina

Home Page

Bronnen / Sources
Terug naar de inhoudsopgave

Back to the table of contents

Adam Bremensis - Adam van Bremen / Adam of Bremen
Gesta Hammaburgensis Ecclesiae Pontificum -
Daden van de bisschoppen van de kerk van Hamburg / Deeds of Bishops of the Hamburg Church
Beslaat: 788 -1072, als een compilatie van oudere (deels onbekende) historische werken; Adam gebruikte ook gegevens van het Deense hof, waar hij koning Svein Estrithson ontmoette
Geschreven: c.1070-1076
Auteur: Adam van Bremen, kanunnik en scholasticus te Bremen, gestorven 1081-1085.
Gedrukte uitgave: Schmeidler, B. (ed.), Magistri Adam Bremensis Gesta Hammaburgensis Ecclesiae Pontificum: Scriptores rerum Germanicarum in usum scholarum ex MGH separatim editi (Hannover/Leipzig 1917)
Engelse vertaling: Tschan, F.J. (ed.) Adam of Bremen: History of the Archbishops of Hamburg-Bremen (New York 1959)
Covers: 788 - 1072, as a compilation of older (partly unknown) historical writings; Adam also used data from the Danish court, where he met King Svein Estrithson
Written: c.1070-1076
Author: Adam of Bremen, canon and scholasticus at Bremen, death between 1081-1085.
Printed edition: Schmeidler, B. (ed.), Magistri Adam Bremensis Gesta Hammaburgensis Ecclesiae Pontificum: Scriptores rerum Germanicarum in usum scholarum ex MGH separatim editi (Hanover/Leipzig 1917).
English translation: Tschan, F.J. (ed.) Adam of Bremen: History of the Archbishops of Hamburg-Bremen (New York 1959)
liber I, c. 16 (810)
Quorum rex Gotafridus iam antea Fresis, itemque Nordalbingis, Obodritis et aliis Sclavorum populis tributo subactis, ipsi Karolo bellum minatus est. Haec dissensio voluntatem imperatoris vel maxime de Hammaburg retardavit. Tandem extincto celitus Gotafrido, Hemming successit patruelis eius, qui mox pacem cum imperatore faciens, Egdoram fluvium accepit regni terminum.
boek I, c.16 (810)
Nadat koning Guğröğr de Friezen onderworpen had, en ook de Transalbingenzen, de Obodrieten en andere Slavische volken, bedreigde hij zelfs koning Karel met oorlog. Door dit conflict werden de plannen van de keizer met betrekking tot Hamburg ernstig vertraagd. Toen uiteindelijk, door hemelse tussenkomst, Guğröğr stierf, werd hij opgevolgd door zijn neef Hemingr, die weldra vrede sloot met de keizer, en de Elbe als de grens van zijn rijk accepteerde.
book I, c. 16 (810)
After their king Guğröğr had subjected the Frisians and likewise the Nordalbingians, the Abodrites, and other Slavic peoples to tribute, he threatened even Charles with war. This strife very seriously retarded the emperor's purpose with respect to Hamburg. When at length, by the dispensation of Heaven, Guğröğr died, Hemingr, his cousin, succeeded and soon made peace with the emperor, accepting the Eider River as the boundary of the kingdom.
liber I, c. 17 (826)
Eodemque tempore rex Danorum Haraldus a filiis Gotafridi regno spoliatus, ad Ludewicum supplex venit. Qui et mox christianae fidei cathecismo imbutus, apud Mogontiam cum uxore et fratre ac magna Danorum multitudine baptizatus est. Hunc imperator a sacro fonte suscipiens, cum decrevisset in regnum suum restituere, dedit ei trans Albiam beneficium. Fratri eius Horuch, ut piratis obsisteret, partem Fresiae concessit. [Quae adhuc Dani reposcunt quasi legitima iuris sui].
boek I, c.17 (826)
In diezelfde tijd kwam Haraldr, de koning van de Denen, die door de zonen van Guğröğr van zijn rijk beroofd was, bij Lodewijk om hulp vragen. En nadat hij in de christelijke leer was onderwezen, werd hij te Mainz samen met zijn echtgenote en zijn broer en een groot aantal Denen gedoopt. De keizer was zijn dooppeter en gaf hem, omdat hij besloten had hem weer in zijn rijk in te zetten, een leen achter de Elbe. En om piraten weerstand te kunnen bieden droeg hij een deel van Frisia aan zijn broer Hárekr over. [Dit gebied wordt nog steeds door de Denen als hun wettige eigendom geclaimd].
book I, c. 17 (826)
At that very time the king of the Danes, Haraldr, despoiled of his kingdom by the sons of Guğröğr, came to Louis a suppliant. And on being instructed thereupon in the doctrine of the Christian faith, he was baptized at Mainz with his wife and brother and a great multitude of Danes. The emperor lifted him from the sacred font and, resolved to restore him to the kingdom, gave him a fief across the Elbe, and, to withstand the pirates, granted his brother Hárekr a part of Frisia. [This territory the Danes still claim as if it were legitimately their own.]
liber I, c. 23 (834-839)
Interea Nortmanni piraticis excursionibus usquequaque degrassati, Frisones tributo subiciunt. Eodemque tempore per Rhenum vecti Coloniam obsederunt, per Albiam vero Hammaburg incenderunt. Inclyta civitas tota aut praeda aut incendio disperiit. Ibi ecclesia, ibi claustrum, ibi biblioteca, summo collecta studio, consumpta est. Sanctus Ansgarius, ut scribitur, cum reliquiis sanctorum martyrum vix nudus evasit.
boek I, c. 23 (834-839)
Ondertussen zwermden de Noormannen uit en ze maakten rooftochten in iedere richting, ze dwongen de Friezen tot betaling van tribuut. En ze voeren in deze tijd de Rijn op en belegerden Keulen en via de Elbe brandden ze Hamburg plat. De gevierde stad ging door plundering en brand geheel ten gronde. Hier werden de kerk, het klooster en de met grote ijver verzamelde bibliotheek vernietigd. De heilige Anskar redde het vege lijf, zoals het geschreven staat, met de reliquien van de heilige martelaren.
book I, c. 23 (834-839)
In the meantime the Norsemen making piratical forays in every direction, subjected the Frisians to tribute. Sailing up the Rhine at this time, they besieged Cologne and, up the Elbe, set fire to Hamburg. The celebrated city was utterly ruined by the pillage and the fire. The church, the monastery, the library collected with the utmost effort, were destroyed. The saintly Anskar, as it is written, escaped all but naked with the relics of the holy martyrs.
liber I, c. 30 (850-854)
Cui tempori congruit Hystoria Francorum, quae sic de Danis meminit: Nortmannos per Ligerim Thurones succendisse, per Sequanam Parisios obsedisse, Karolum timore compulsum terram eis dedisse ad habitandum. Deinde Lotharingia inquit, vastata, et subacta Fresia, in sua victrici conversos viscera dextra.
boek I, c. 30 (850-854)
Met deze tijd komt het relaas in de geschiedenis van de Franken over de Denen overeen: dat de Noormannen de Loire opgevaren zijn en Tours platgebrand hebben, ze hebben via de Seine Parijs belegerd, Karel heeft hen, door angst bevangen, land om te wonen gegeven. Daarop wordt gezegd dat, nadat ze Lotharingen hebben geplunderd en de Friezen hebben onderworpen, zij hun zegevierende vuist tegen hun eigen vlees gebruikten.
book I, c. 30 (850-854)
To this time the history of the Franks assigns the following account about the Danes: that the Norsemen, going up the Loire, set fire to Tours, and going up the Seine, besieged Paris; that the terror-stricken Charles gave them a land in which to live. Then, it says, with Lotharingia devastated and Frisia overcome, they turned their victorious right hands against their own vitals.
liber I, c. 40 (881)
Tunc Fresia depopulata, Trajectum civitas excisa. Sanctus Rabbodus, urbis episcopus, cedens persecutioni, Davantriae sedem constituit, ibique consistens anathematis gladio paganos ultus est.
boek I, c. 40 (881)
Vervolgens werd Frisia ontvolkt, de stad Utrecht (*) met de grond gelijk gemaakt. Sint Radbod, de bisschop van de stad, vertrok voor de aanval en vestigde zijn zetel in Deventer, en strafte, toen hij daar was gevestigd, de heidenen met het zwaard van de banvloek.
(*) moet Maastricht zijn, maar Radbod was bisschop van Utrecht
book I, c. 40 (881)
At that time Frisia was depopulated and the city of Utrecht (*) razed. Saint Radbod, bishop of the town, retired before the persecution, fixed his see at Deventer and, taking his stand there, took vengeance on the pagans with the sword of anathema.
(*) should be Maastricht, but Radbod was bishop of Utrecht
liber I, c. 41 (884)
'Cum modernis temporibus gravis barbarorum irruptio in omni pene regno Francorum immaniter debaccharetur, contigit etiam eos divino iudicio ad quendam Frisiae pagum devolvi, qui in remotis ac mari magno vicinis locis situs, Nordwidi appellatur. Hunc igitur subvertere aggressi sunt. Erat illic eo tempore venerabilis episcopus Rimbertus, cuius adhortacionibus et doctrinis confortati et instructi christiani, congressi sunt cum hostibus, et prostraverunt ex eis 10377, pluribus insuper, dum fuga praesidium quaerunt, in transitu fluviorum necatis'.
Haec ille scripta reliquit. Cuius rei miraculo usque hodie merita sancti Rimberti penes Fresones egregia, et nomen eius singulari quodam gentis colitur desiderio, adeo ut collis in quo sanctus oravit, dum pugna fieret, perpetua cespitis viriditate notetur.
Nordmanni plagam, quam in Frisia receperunt, in totum imperium ulturi, cum regibus Sigafrido et Gotafrido per Rhenum et Mosam et Scaldam fluvios Galliam invadentes, miserabili caede christianos obtruncarunt, ipsumque regem Karolum bello petentes, ludibrio nostros habuerunt. In Angliam quoque miserunt unum ex sociis Halpdani, qui dum ab Anglis occideretur, Dani constituerunt in locum eius Gudredum. Is autem Nordimbriam expugnavit. Atque ex illo tempore Frisia et Anglia in ditione Danorum esse feruntur. Scriptum est in Gestis Anglorum.
boek I, c. 41 (884)
'Toen in recente tijden er een ernstige inval van de vreemdelingen in bijna het gehele Frankische rijk raasde, gebeurde het dat ze door een goddelijk oordeel in een Fries district, dat in een verafgelegen gebied vlakbij de grote zee ligt en Norden heet, werden verslagen. Dit gebied wilden ze dus verwoesten. Daar was destijds de eerbiedwaardige bisschop Rimbert, en door zijn vermaningen en instructies gesterkt en aangevoerd leverden de christenen slag met de vijanden, en ze hebben er 10377 van hen verjaagd, er werden er echter nog meer van hen, toen ze vluchtend veiligheid zochten, terwijl ze de rivier overstaken, gedood.'
Dit heeft hij (*) in schrift achtergelaten. Door dit wonderbaarlijke optreden wordt tot op de dag van vandaag de heilige Rimbert door de Friezen hoog gewaardeerd en zijn naam wordt met bijzondere eerbied gekoesterd. Hierdoor is de heuvel, waarop de heilige bad terwijl er slag geleverd werd, bekend door het altijd groene gras.
De Noormannen besloten echter de slag die hen in Friesland was toegebracht op het hele rijk te wreken, en ze vielen met de koningen Sigfröğr en Guğröğr Gallië via de Rijn, de Maas en de Schelde binnen, ze richtten vreselijke bloedbaden onder de christenen aan en dreven de spot met ons door koning Karel zelf te bevechten. Ze zonden ook Hálfdanr, één uit hun gelederen, naar Engeland en toen hij door de Engelsen was verslagen werd hij door de Denen vervangen door Gudröd. Deze veroverde Northumbria en vanaf die tijd zouden Friesland en Engeland onder de heerschappij van de Denen zijn gevallen. Dit staat geschreven in de Engelse geschiedenis.
(*) Bovo
book I, c. 41 (884)
'When in recent times a distressing irruption of barbarians raged savagely in nearly every kingdom of the Franks, it happened also that by the judgment of God they were routed in a certain Frisian district. Situated in a remote region and close to the great sea, it is called Norden. This district, then, they undertook to destroy. The venerable bishop Rimbert was there at that time and, encouraged and prepared by his exhortations and instructions, the Christians joined battle with the enemy and laid low ten thousand three hundred and seventy-seven of them, over and above the many who were slain crossing the streams as they sought safety in flight.'
These facts he (*) recorded in writing. By reason of this miraculous occurrence the merits of Saint Rimbert are to this day most highly regarded among the Frisians, and his name is cherished with a certain singular affection by the people, so much so that even the hill on which the saint prayed while the battle was in progress is noted for its perpetually green turf.
The Northmen proceeded to take vengeance on the whole empire for the blow they had received in Frisia. With their kings, Sigfröğr and Guğröğr they invaded Gaul by way of the Rhine and the Meuse and the Scheldt rivers, slaughtering Christians in woeful carnage, and, attacking King Charles himself, made sport of our people. To England they also sent one of their number, Hálfdanr, and when he was killed by the Angles, the Danes put Gudröd in his place. The latter conquered Northumbria. And from that time Frisia and England are said to have been subject to the Danes. This is written in the Gesta of the Angles.
(*) Bovo
liber I, c. 49 (891)
De hystoria Danorum nichil amplius aut scriptum vidi aut ab alio visum comperi; ea forte causa reor, quod Nortmanni vel Dani tunc ab Arnulfo rege gravibus praeliis usque ad internicionem deleti sunt. Bellum celitus administratum. Siquidem centum milibus paganorum prostratis, vix unus de christianis cecidisse repertus est. Et ita restincta est persecutio Nortmannorum, Domino vindicante sanguinem servorum suorum, qui iam per annos 60 vel 70 effusus est. Narrat haec Hystoria Francorum.
boek I, c. 49 (891)
Verder heb ik niets gezien dat over de geschiedenis van de Denen was geschreven of heb ik gehoord dat anderen iets gelezen hebben. Ik vermoed dat dit komt omdat de Noormannen of de Denen destijds door koning Arnulf in een hevige strijd bijna uitgeroeid werden. De oorlog werd vanuit de hemel geleid, want terwijl er honderdduizend heidenen gedood werden sneuvelde er nauwelijks een van de christenen. Op deze manier werd er een einde gemaakt aan de vervolging door de Noormannen, zo heeft de Heer het bloed gewroken, dat zijn dienaren gedurende 60 of 70 jaar hadden vergoten. Hiervan verhaalt de Geschiedenis van de Franken.
book I, c. 49 (891)
I have not seen anything further written about the history of the Danes nor have I learned that anyone else has. The reason for this may be, as I suppose, that King Arnulf in hardfought battles at that time overwhelmed the Norsemen or Danes even to the point of utter destruction. The war was directed from on High, since, indeed, although a hundred thousand pagans were killed, scarcely a Christian was found to have fallen. In such way an end was made of the persecution of the Norsemen. The Lord revenged the blood which His servants had shed for seventy years. These facts are narrated in the History of the Franks.
liber II, c. 29 (994)
Ferunt, eo tempore classem pyratarum, quos nostri Ascomannos vocant, Saxoniae appulsam, vastasse omnia Fresiae atque Haduloae maritima. Cumque per Albiae fluminis ostium ascendentes irrumperent provintiam, tunc congregati Saxonum magnates, cum parvum habuissent exercitum, egredientes a navibus barbaros exceperunt apud Stadium, quod est oportunum Albiae portus et praesidium.
boek II, c. 29 (994)
In die tijd is een vloot met piraten, die wij Ascomannen noemen, in Saksen geland en ze hebben het hele kustgebied van Friesland en Hadeln verwoest. En toen ze vanuit de Elbemonding het land in voeren, verzamelden de Saksische groten zich en hoewel hun leger klein was, traden ze de vreemdelingen, die hun schepen hadden verlaten, tegemoet bij Stade, dat een gunstig gelegen haven en sterkte aan de Elbe is.
book II, c. 29 (994)
At that time a fleet of the pirates whom our people call Ascomanni landed in Saxony and devastated the coastland of Frisia and Hadeln. And, as they went up the mouth of the Elbe River, they fell upon the province. Then the chief men of the Saxons met and, although their forces were small, engaged the barbarians, who had left their ships, at Stade, which is a convenient port and stronghold on the Elbe.
Startpagina

Home Page

Terug naar de inhoudsopgave

Back to the table of contents

Begin van de pagina

Top of the page