|
|
KeltenIn de ijzertijd (na 800 v. Chr.) werden deze streken bewoond door wat meestal wordt aangeduid als 'Keltische stammen'. Archeologen onderscheiden meestal twee fases in de Keltische cultuur: de Hallstatt-cultuur (750- 450 v. Chr.) en de La Tène-cultuur, waarvan de laatste fase doorloopt tot de periode na de onderwerping door de Romeinen onder Caesar rond 50 v. Chr. De Keltische samenleving was een sterk aristocratisch. De adel had clienten onder zich, die elke edelman onder meer van een privé-legertje voorzagen. Het stamhoofd had geen absoluut gezag; dat lag bij de jaarlijks verkozen magistraten. Het stamhoofd deelde zijn macht met de adel en de druïden. Deze adellijke cultuur werd gekenmerkt door vele conflicten over bezit van land, delfstoffen (zout, ijzer) of plaatsen. In Frankrijk ontwikkelden zich in de latere La Tène-fase marktplaatsen, maar in de Lage Landen was dat veel minder het geval. Door deze conflicten en door de urbanisatie konden de Kelten geen weerstand bieden aan de Romeinen. Caesar zelfde meende dat de afwezigheid van stedelijke centra er de reden van was, dat de 'Belgae' de dappersten onder de Kelten waren. In deze streken zijn sporen van deze aristocratische Keltische cultuur aangetroffen. In 1871 werd bij Eigenbilzen op de Kannesberg een Keltisch 'vorstengraf' uit 400 v. Chr. gevonden. Bij Neerharen kwam bij het graven van de Zuid-Willemsvaart in 1831 een Keltische zilveren vaas uit de late La Tène-periode uit de grond. Bij Kanne is een vluchtburcht gevonden. De Keltische cultuur in Haspengouw behoort tot de Kempische groep, die door akkerbouw in de vorm van Celtic Fields wordt gekenmerkt - velden met een oppervlak van 40-60 ha, die door onregelmatige aarden walltetjes onderverdeeld waren in delen van 15-40 ha. (bron: AGN)
Reconstructie van een Keltische tweeschepige woning van de Kempische groep, gevonden te Haps (Nbr) |