De
Eeuw van de Stad
Voorstelling van het Witboek Stedenbeleid op woensdag 19
november 2003
Er
wordt momenteel gewerkt aan een beleidsvisie voor het Vlaams stedenbeleid met
een tijdshorizon van 15 ŕ 20 jaar. Dit resulteerde in een Witboek Stedenbeleid,
dat voorgesteld werd in Gent op 19 november 2003.
Een stad is een levend organisme, met oneindig veel facetten.
De hamvraag is hoe we de leefbaarheid ervan kunnen verhogen. De beslissingen van
vandaag bepalen hoe de stad er over twintig jaar zal uitzien.
Eind 2000 werd een Task Force geďnstalleerd met 14 deskundigen uit diverse
disciplines.
Elk van hen schreef een eerste tekst over zijn specifiek beleidsdomein.
In het najaar 2001 werd voor elk beleidsdomein een workshop georganiseerd.
Mandatarissen, ambtenaren, middenveld, ervaringsdeskundigen en burgers konden
hieraan deelnemen.
In
2002 distilleerde de Task Force uit al het beschikbare materiaal een coherentie
visie op stedelijkheid en stedenbeleid en onderzocht ze welke praktische
maatregelen moeten genomen worden, in de diverse beleidsdomeinen en op de
diverse niveaus, om de steden en het leven in de steden een nieuwe dynamiek te
geven.
Website :
www.thuisindestad.be/html/witboek/
Hier
kan je ook gegevens opzoeken van contactpersonen binnen het domein van het
stedenbeleid. Ben je zelf actief binnen het kader van het stedenbeleid of
aanverwante domeinen, dan kan je je gegevens achterlaten om toe te treden tot
het netwerk.
Op zoek naar overzicht. Stadswording in de Nederlanden
Op vrijdag 23 januari 2004 organiseert de werkgroep Stedengeschiedenis in
samenwerking met Uitgeverij Verloren te Hilversum een symposium getiteld 'Op
zoek naar overzicht. Stadswording in de Nederlanden'. locatie: Uitgeverij
Verloren, Torenlaan 25, 1211 JA Hilversum (035-685 9856). Informatie kan
worden ingewonnen bij Jan van den Noort (010-436 6014). De studiedag is gratis
voor eenieder toegankelijk.
Graag ontvangen we voor 15 januari bericht van uw komst via janvdnoort@ext.eur.nl
of 010-436 6014.
Dagvoorzitter: prof dr. Guus Borger (Universiteit van Amsterdam)
9:30-10:10 dr. Hans Renes (historisch-geograaf Universiteit
van Utrecht) over 'de stad in het landschap: een inleiding'.
10:10-10:50 prof. dr. Peter Henderikx
(nederzettingshistoricus/mediëvist) over 'de stad in de geschiedenis: Holland
en Zeeland voor het midden van de 13e eeuw'.
-------------pauze-----------
11:05-11:45 drs. Hildo van Engen (historicus/diplomaticus
Vrije Universiteit Amsterdam) over 'Stadsrechten als bron voor onderzoek naar
stadswording'.
11:45-12:30 discussie
-----------middagpauze-----------
13:30-14:10 prof.dr. Frans Theuws (archeoloog Universiteit van
Amsterdam) over 'graven naar de stad'.
14:10-14:50 drs. Wim Boerefijn (architectuurhistoricus,
Monumenten Advies Bureau Nijmegen) over 'de morfologie van de stad: stadswording
en ruimtelijke organisatie'.
-------------pauze-----------
15:05-15:45 dr. Reinout Rutte (stadshistoricus Ruimtelijk
Planbureau), over 'stadslandschappen: een overzicht in vogelvlucht'.
15:45-16:30 discussie
Uitgeverij Verloren is gevestigd in de voormalige
Torenlaankerk Vanaf Station Hilversum is het ongeveer een kwartiertje lopen: bij
de stoplichten het Stationsplein oversteken en de Leeuwenstraat inlopen. Aan het
einde links de Groest op en daarna de eerste straat rechts: Kerkstraat. Deze
straat eindigt op de Gooise Brink. Voorbij het Goois Museum de weg oversteken,
straat in waar de apotheker rechts op de hoek zit. De eerste straat rechts (bij
het stoplichtje) is de Torenlaan.
Aan de Gooise Brink is een parkeergarage. Attentie: de binnenstad van Hilversum
heeft nogal wat eenrichtingsverkeer.
Hans Renes, De stad in het landschap
Het fenomeen stadswording wordt toegelicht aan de hand van de ligging en
ruimtelijke ontwikkeling van steden in relatie tot het landschap, alsmede de
ontwikkeling van stadsplattegronden. In de loop van de tijd zijn verschillende
typologieën gemaakt voor steden. Voor eenvoudige steden zijn die vaak
informatief, maar veel steden hebben een zeer complexe ontstaansgeschiedenis.
Renes noemt vier aandachtspunten: prestedelijke structuren, vormwil/vormgevend
vermogen, functies en inertie. De laatste term wijst op de grote mate van
resistentie van een eenmaal aangelegde structuur. Bij de verandering van
stadsplattegronden onderscheidt Renes de processen groei, stagnatie, krimp en
verschuiving. Bij de relatie tussen de stad en zijn omgeving gaat hij met name
in op de stadsrand en het buitengebied.
Peter Henderikx, De stad in de geschiedenis
Historici zijn het er over eens dat de stadsvorming in het graafschap
Holland en Zeeland vrij laat op gang kwam, namelijk in de 13e eeuw. Maar
vooralsnog ontbreekt een helder beeld van de vroegste stadsontwikkeling in het
graafschap, omdat zeer weinig schriftelijke gegevens voorhanden zijn. Henderikx
besloot daarom het schaarse bronnenmateriaal van voor ca. 1270 nog eens
nauwkeurig onder de loep te nemen en de volgende vragen te stellen: Wanneer
vertoonden plaatsen, die in de loop van de 13e eeuw van de graaf een
stadsrechtprivilege ontvingen, voor het eerst stedelijke kenmerken? Wat was
voordien het karakter van een dergelijke nederzetting, en had deze al een
relatie met de graaf? En: in hoeverre hebben de opeenvolgende graven de
stedelijke ontwikkeling gestimuleerd?
Hildo van Engen, Stadsrechten
Stadsrechtteksten zijn belangrijke bronnen voor de vroegste
wordingsgeschiedenis van stedelijke nederzettingen. Maar er bestaan nogal wat
misverstanden over stadsrecht, en het onderzoek is nogal versnipperd. Van Engen
tracht antwoord te geven op onder meer de vraag: wat is de verhouding tussen
stadswording en stadsrechtverlening in de Noordelijke Nederlanden?
Frans Theuws, Graven naar de stad
De stadswording van Maastricht onttrekt zich grotendeels aan onze
waarneming. Vanaf circa 700 laten zowel de historische als de archeologische
bronnen ons in de steek. We weten nauwelijks hoe de stad die vanaf 1229 werd
ommuurd tot stand kwam. We weten niet of het daarbij om een samensmelting
van twee kernen ging dan wel, zoals Panhuysen en Leupen veronderstellen, om een
groei (vooral naar het noorden) vanuit de oude kern rondom het laat-Romeinse
castellum. Theuws voegt daaraan nog een derde model toe, waarin verrassende
wendigen in de ontwikkeling van de 'stad' een belangrijke rol spelen. De
Karolingische periode lijkt een belangrijke breukperiode in veel Maaslandse en
Rijnlandse steden.
Wim Boerefijn, De morfologie van de stad
In de bijdrage van Boerefijn gaat de aandacht eerst en vooral uit naar de
vorm: concentratie, opdeling en uitbreiding van de private grondpercelen als
typisch aspect van de stadswording. Welke vormen kon dit aannemen en hoe ging
het in z'n werk? Naast de structuur van de plattegrond betrekt hij ook het
verticale vlak en het type bebouwing in zijn beschouwing. Boerefijn ziet de
Nederlandse urbanisatie van de 11de tot de 15de eeuw als een bij uitstek
Europees fenomeen.
Reinout Rutte, Stadslandschappen
Van de 11de tot de 15de eeuw werden steden aangelegd in vele soorten en
maten. Het is niet eenvoudig om inzicht te krijgen in het stadswordingsproces in
de Nederlanden. Aan de hand van verschuivingen in de verhouding tussen sociale,
politieke, economische en geografische factoren kunnen we verschillende fasen in
het stadswordingsproces onderscheiden. Volgens Rutte gaat het in Nederland om
acht groepen steden, oftewel stadslandschappen met overeenkomstige kenmerken.
Het verspreidingspatroon van steden in het landschap en de stadsplattegronden
vormen het uitgangspunt voor die indeling.
Namens de Werkgroep Stedengeschiedenis
Jan van den Noort