Grensschap

Albertkanaal             

Grenzschaft – Fronté - Frounty

Start Omhoog Landbouw Oorlog Politiek

Oud-Vroenhoven Riemst Lanaken Loon

De politieke organisatie van het Grensschap in de historie

Maastricht is de enige stad van Nederland die op continuïteit van bewoning sinds de Romeinse tijd kan bogen. Maar of er ook continuïtet van bestuur was is onzeker. Dat geldt dus ook voor het Grensschap.

In de vroege middeleeuwen behoorde het Grensschap tot het Frankische Merovingenrijk Austrasië met als hoofdstad Metz. Maar van grotere directe betekenis was de fiscus Maastricht vanwaar het gebied bestuurd werd. Dit was het gebied van het koninklijk landgoed of palts, die aan de noordkant van het Vrijthof lag (Ubachs, 2000 jaar Maastricht, 15). Ook de koningskerk St. Servaas behoorde hiertoe. De grenzen van deze fiscus liepen waarschijnlijk tot aan Riemst en Vlijtingen, zodat het aannemelijk is dat in deze vroege periode het Grensschap in ieder geval grotendeels onder één bestuur is geweest.

De rechten van de fiscus gingen van de Merovingen over op de Karolingen. Na de dood van Lodewijk de Vrome kwam het gebied eerst aan het Middenrijk van Lotharius (843), maar in 880 bij het verdrag van Ribemont aan de Oost-Frankische (Duitse) Rijk. De Duitse keizers traden daarmee in de rechten van de fiscus. Zij beleenden dit aan de graven van Namen (tot 1170) en Loon (1170-1214). Vanaf 1204 namen de hertogen van Brabant de rechten van de Duitse keizer over. 

De grenzen van de fiscus lijken ook later nog een rol gespeeld te hebben. Vlijtingen en Vroenhoven bleven politiek en juridisch op Maastricht geörienteerde dorpen, terwijl de overige dorpskernen van het hedendaagse Riemst aanvankelijk tot het graafschap Loon en later tot het gebied van de prins-bisschop van Luik behoorden. Vlijtingen was een vrije rijksheerlijkheid die juridisch direct viel onder het kapittel van St. Servaas. Vroenhoven (Montenaken en Heukelom) bleef behoren tot de graafschap van de Vroenhof, dat uit de fiscus was voortgekomen. Ook Veldwezelt was op Maastricht georiënteerd, maar dan op het Onze Lieve Vrouwe-kapittel, dat in de 10de eeuw namens de prins-bisschop eigen rechten in Maastricht kreeg. In 1543 viel het net als Oud-Caberg onder de vrije rijksheerlijkheid Pietersheim.

Tot 1795 bleven de jurisdicties van het St. Servaaskapittel, het Onze-Lieve Vrouwe kapittel en het graafschap van de Vroenhof bestaan. Vroenhoven kwam echter in 1632 onder de Nederlandse Staten-Generaal. Deze wilde zijn jurisdictie ook over Vlijtingen uitbreiden. Dat verzette zich daar als vrije rijksheerlijkheid lang met succes tegen, tot het in 1785 in het verdrag van Fontainebleau toch bij de Republiek gevoegd werd (Diriken 68). Zo waren in 1794 Vroenhoven, Vlijtingen, Hees en Mopertingen staats.

Vanaf 1795 maakte het gehele Grensschap deel uit van het Franse department Nedermaas.

Bij de afscheiding van België in 1839 werd het gebied van het graafschap in tweeën gesplitst. Montenaken en Heukelom (samen aangeduid als Vroenhoven) kwamen aan België, Wolder (met Caberg en Nekem) werd het kerndorp van de Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven. Deze werd in 1920 door Maastricht geannexeerd, dat daarmee de verantwoordelijkheid voor landelijk erfgoed in zijn bezit kreeg. Het Belgische dorp Vroenhoven werd met negen andere dorpen in 1977 samengevoegd tot de nieuwe gemeente Riemst. Bij deze grootscheepse dorpsfusie werd Veldwezelt met Gellik en enkele andere dorpen bij Lanaken gevoegd.